Tyrannenmoord (4)

Pertinax (Museum van Antiochië)
Pertinax (Museum van Antiochië)

De moord op Commodus was gepland – onze bronnen zijn daar expliciet over. Maîtresse Marcia, prefect Laetus en kamerheer Eclectus voelden zich bedreigd en namen het zekere voor het onzekere. Hun planning was grondig: ze handelden op oudejaarsdag, toen half Rome de feestmuts op had, en ze hadden in de persoon van de atleet Narcissus een plan-B voor het geval de gifmoord niet zou lukken.

Er zijn echter aanwijzingen dat de planning nog grondiger was en dat is de reden waarom ik in mijn tweede stukje inging op Commodus’ benoemingen in 191. Het ging om capabele mensen, maar er is meer aan de hand: de sleutelposities waren in handen van mannen die behoorden tot twee netwerken, enerzijds de vrienden van Pertinax, anderzijds een groep die afkomstig was uit de provincie die hij kort voor 190 had bestuurd, Africa.

Lees verder “Tyrannenmoord (4)”

Tyrannenmoord (3)

Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik liet u achter met de dood van Commodus die, door gif verzwakt, door een atleet werd gedood. Er waren nu vier mensen op de hoogte van wat was gebeurd in de keizerlijke privévertrekken: om te beginnen zijn maîtresse Marcia; dan de praetoriaanse prefect Laetus; de kamerheer Eclectus; en de atleet, Narcissus. Lang zouden ze het niet stil kunnen houden, want op nieuwjaarsdag zou de keizer de nieuwe consuls moeten verwelkomen.

Het was nu zaak heel snel – een kwestie van uren – een aanvaardbare keizer te zoeken die op 1 januari door iedereen kon worden erkend. “Iedereen”: dat wilde op de zeer korte termijn zeggen dat de nieuwe heerser de steun moest krijgen van de keizerlijke garde in de stad, van de andere veiligheidstroepen en van de Senaat. Het moest dus iemand zijn die én in Rome was én geloofwaardig kon beloven dat de garde haar geld en de senatoren het hun verschuldigde respect zouden krijgen. Op de middellange termijn moest het gaan om iemand die zou kunnen rekenen op de sympathie van de legers. Dit betekende dat het een competente generaal moest zijn, wat voor de lange termijn vanzelfsprekend ook wel praktisch was: graag een keizer die daadwerkelijk iets kón.

Lees verder “Tyrannenmoord (3)”

Tyrannenmoord (2)

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Zolang Commodus een praetoriaanse prefect had gehad die als bliksemafleider kon dienen, was het conflict met de Senaat beheersbaar geweest. Nu hij veel nadrukkelijker het rijk bestuurde en zijn prefect wat op de achtergrond was komen staan, konden de senatoren niet langer denken dat het slechts ’s keizers adjudant was geweest die hen negeerde en betrekkelijke buitenstaanders promoveerde naar mooie posities. Nu was onloochenbaar dat dit het beleid was van de keizer zelf en dat daarin geen verandering zou komen. Dat was onaanvaardbaar en het conflict tussen Senaat en Commodus werd onbeheersbaar.

De keizer realiseerde zich het gevaar en zocht bondgenoten: bij het leger, bij de bevolking. Het laatste betekende, heel simpel, brood en spelen; het eerste betekende dat er iets stoers moest worden gedaan, het liefst een oorlog. (Een van zijn voorgangers, Claudius, had hetzelfde gedaan: de Senaat had overwogen de republiek te herstellen, dus Claudius had steun nodig van het leger en veroverde daarom Brittannië.) Voor Commodus was deze optie niet zo aantrekkelijk omdat hij dan zijn hoofdstad moest verlaten, zodat hij niet kon verhinderen dat de Senaat zonder zijn medeweten zou beraadslagen. Dus koos hij ervoor zichzelf te presenteren als gladiator en als de halfgod Hercules. Zie het plaatje hierboven en de toelichting daar. En het plaatje hieronder.

Lees verder “Tyrannenmoord (2)”

Tyrannenmoord (1)

Commodus (Museum Selçuk)
Commodus (Museum Selçuk)

Geschiedenis is 365 dagen per jaar leuk. Eens in de vier jaar mag je er zelfs nog een dag langer van genieten. Daarom houd ik er, zoals ik wel eens vaker heb verteld, niet zo van om een bepaalde datum aan te grijpen om in te gaan op een gebeurtenis die dan [[vul hier een rond nummer in]] jaar geleden heeft plaatsgevonden. Daarmee doe je het verleden en jezelf tekort. Vandaag is er echter een meerwaarde. Het is oudjaar en ook al leest u dit misschien op uw werk, het is in feite de hele dag door al een beetje een feest. Er worden oliebollen gebakken, er wordt al wat vuurwerk afgestoken en de politieagent die u zonder licht ziet fietsen, kijkt de andere kant op omdat hij vandaag geen zin heeft de boeman uit te hangen.

Zo ook in Rome, zo ook op 31 december 192.Vanouds waren de laatste dagen van het jaar gewijd aan de god Saturnus, een vrolijk feest waarbij de mensen elkaar cadeautjes gaven, die soms iets te maken hadden met het feit dat dit de donkere tijd van het jaar was. Wie rijk was, deelde kaarsen uit, gemaakt van peperdure bijenwas. De hele stad had een feestmuts op, zoals Seneca het ergens typeert. Op oudejaarsdag losten mensen hun schulden af en werden schuldbekentenissen verbrand. Slaven en andere bedienden mochten het rustig aandoen. Soldaten droegen bij aan een ontspannen sfeer door geen wapens te dragen. 31 december was, kortom, de ideale dag om een keizer te vermoorden.

Lees verder “Tyrannenmoord (1)”

De limes aan de Beneden-Donau

Novae
Novae aan de Beneden-Donau

“Limes” is de moderne naam voor de grens van het Romeinse Rijk. Voor zover die liep langs de Beneden-Rijn of langs de Eufraat, kende ik die al, en ook in Arabië en in de Libische Sahara ben ik wel eens wezen neuzen, maar het stuk door het Zwarte Woud en langs de Donau kende ik nog niet. Twee jaar geleden ben ik dat deel dus gaan verkennen: we reisden eerst naar Stuttgart en zakten vervolgens de Donau af langs Wenen, Carnuntum, Aquincum (Boedapest), Sirmium, Singidunum (Belgrado) tot aan Viminacium. Dat kostte twee weken, en dus stelden we het laatste deel uit.

Nu ben ik in Bulgarije, waarmee ik de Donaureis afrond. Zaterdag bezochten we Nicopolis ad Istrum en Novae (Svishtov): het eerste een grote burgerlijke nederzetting, het tweede een legioenbasis. Het gaat hier om een gebied dat ooit werd bewoond door de Thracische Geten maar door de Romeinen Beneden-Moesia werd genoemd, een naam waarvan we de herkomst niet goed begrijpen. Het is ook niet bekend wanneer de Romeinen het onderwierpen, al staat vast dat het in de latere regeringsjaren van keizer Augustus is gebeurd: de naam “Moesia” duikt in 16 na Chr. voor het eerst op, ik meen bij Strabo of Ovidius.

Lees verder “De limes aan de Beneden-Donau”

Twaalf Olympische goden

De Aufanische Matres (Nettersheim)
De Aufanische Matres (Nettersheim)

De oude Grieken en Romeinen vereerden de twaalf Olympische goden, heet het. Ze worden inderdaad genoemd door de dichter Hesiodos en zijn ook niet helemáál zonder betekenis, maar het is in feite maar een beetje theorie.

Vergelijk het met het rooms-katholicisme. Katholieken vereren officieel God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, maar wie Rome bezoekt zal vaststellen dat van de ruim 280 kerken binnen de stadsmuren er twee zijn voor de heilige Drie-eenheid, één voor Jezus en een kleine vijftig voor Maria. Wie kijkt naar de bidprentjes herkent Padre Pio en de huilende Madonnina van Civitavecchia, maar geen God de Vader, Zoon of Heilige Geest. De geloofspraktijk wijkt af van de theorie.

Lees verder “Twaalf Olympische goden”

Schelden en terugschelden

Wat doe je, als christelijke auteurs je beschuldigen van zo’n beetje alle delicten uit het Wetboek van Strafrecht en speciaal voor jou zelfs nog een misdrijf verzinnen? Ga je rustig uitleggen dat het allemaal berust op een misverstand? Nee natuurlijk. Dat kost teveel tijd en zou bovendien de indruk wekken dat je iets te verdedigen hebt. Dus scheld je terug. Dat is nu zo. Dat was vroeger zo.

De christelijke polemiek tegen de joden begint al in het Nieuwe Testament. De gemeenschap waarvoor Johannes zijn evangelie schrijft, had een pijnlijke breuk met een joodse gemeenschap achter de rug en de evangelist ziet er geen been in ‘de’ joden aan te duiden als duivelskinderen. In de loop van de tweede eeuw worden de verwijten nog grover. Bisschop Meliton van Sardes verwijt de joden – opnieuw: ‘de’ joden – het misdrijf der ‘theocide’, de godsmoord. Het is geen frisse lectuur.

Lees verder “Schelden en terugschelden”

Hondengraf

Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)
Hondengraf (Archeologisch museum Antalya)

De bovenstaande sarcofaag, in 1998 gevonden in Termessos, lijkt in alles op een normale sarcofaag: een vierhoekige grafkist, een deksel in de vorm van een tempeldak. Er zijn er duizenden van. Alleen al in Tyrus in Libanon zijn er honderden.

Deze sarcofaag is alleen een stuk kleiner dan gewoon. Dat is logisch, want het is het graf van een hond. Het grafschrift is links te lezen, met veel moeite. Gelukkig heeft het Archeologisch Museum van Antalya in Turkije, dat behoort tot mijn absolute favorieten, een goede epigraaf in dienst gehad die de elf regels ontcijferde en concludeerde dat het een gedichtje was van in feite zes hexameters. Alleen het begin is moeilijk te ontcijferen.

Lees verder “Hondengraf”

De vroege kerk

Over de vorig jaar overleden Géza Vermes heb ik al eens eerder een stukje geschreven. Na de Tweede Wereldoorlog was er, om voor de hand liggende redenen, meer ruimte voor het idee dat Jezus, als jood, moest worden bestudeerd in zijn joodse context. Vermes was een van de geleerden die handen en voeten gaf aan dat simpele idee, erop wijzend dat Jezus voor alles een joodse charismaticus was, zoals de profeten dat waren geweest.

Kort voor zijn dood verscheen Vermes’ Christian Beginnings. From Nazareth to Nicaea. AD 30-325, een boek dat ik een paar weken geleden op Curaçao heb gelezen. Het is een vrij conventionele maar zeker niet slechte geschiedenis van het vroege christendom. Voor de prijs, nog geen twaalf euro, hoef je het niet te laten liggen.

Lees verder “De vroege kerk”

De Didache

Jezus was een Jood. Al zijn familieleden hebben namen uit de tijd van de Joodse patriarchentijd, de meeste van zijn leerlingen eveneens. Hij zwierf door de Joodse wereld, werd beschouwd als messias, droeg tsietsiet aan zijn kleding, bediscussieerde halachische kwesties en predikte een door-en-door Joodse boodschap: de geschiedenis zou een einde gaan krijgen en Israël zou worden hersteld. Veel Joodser kun je het niet krijgen.

Zijn eerste leerlingen leefden in Jeruzalem, een keuze die niet vanzelf zal hebben gesproken: ze kwamen merendeels immers uit Galilea en Jezus’ optreden in Jeruzalem was, naar de maatstaven van deze wereld, geen onverdeeld succes geweest. De gelovigen verwachtten echter zijn spoedige terugkeer en omdat het eschatologisch drama zich afspeelde in Jeruzalem, vestigden de Galileeërs zich in de heilige stad. Tot op de huidige dag schijnen er Joden te zijn die, met het oog op de Eindtijd, graag op de Olijfberg willen worden begraven.

Lees verder “De Didache”