Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk”

Bilderdijk

Ik heb net De gefnuikte arend gelezen, de biografie van Willem Bilderdijk die Rick Honings en Peter van Zonneveld hebben geschreven. Het is een wat stroef boek, dat wel een beeld geeft van de mens Bilderdijk, maar waarin zijn ideeënwereld er wat bekaaid vanaf komt. Dat laatste is de opzet van de auteurs: ze zijn er niet op uit zijn intellectuele prestaties uit te meten maar willen het verhaal van zijn leven vertellen.

En dat doen ze, in groot detail, doorspekt met leuke citaten en strikt chronologisch. Na zijn moeizame jeugd, zijn succesvolle debuut als dichter en zijn studententijd komt het verhaal pas echt op gang als Bilderdijk werkzaam is als advocaat. Het is de patriottentijd, waarin de Verlichtingsideeën doorbraken en stadhouder Willem V terrein verloor, tot hij door de Pruisen werd hersteld. Bilderdijk bleef – en dat was ongebruikelijk voor iemand met zijn opleiding – een echte Oranjeklant, die de stadhouder volgde toen deze in Engeland in ballingschap ging.

Lees verder “Bilderdijk”

Potten en pannen

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

En zo maakte voormalig staatssecretaris van Cultuur Halbe Zijlstra toch school met zijn opmerking dat hij niet wist wat hij aan moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”. Zijn epigoon blijkt niemand minder dan de Turkse premier Recep Erdoğan, die eveneens van mening is dat potten en pannen behoorlijk in de weg kunnen liggen. Lees maar. Beide heren bedoelen, vanzelfsprekend, dat ze niet goed weten waartoe archeologisch onderzoek dient.

Voor een oudheidkundige is zoiets natuurlijk vervelend om te lezen, maar de mannen hebben wel een punt: het belang van de oudheidkundige disciplines spreekt niet vanzelf en zal af en toe moeten worden uitgelegd. De subsidie van archeologische musea is geen absoluut recht en er zijn legio situaties denkbaar waarin het oudheidkundig onderzoek moet wijken voor andere zaken.

Lees verder “Potten en pannen”

De Bijbel van Thomas Jefferson

Thomas Jefferson

Dat is nou aardig, dat iemand de Jefferson Bible online heeft geplaatst. Het curieuze project van de derde president der Verenigde Staten mag dan een intellectuele mislukking zijn, Jeffersons goede bedoelingen lijden geen twijfel en wat misschien belangrijker is: hij stelde een verdraaid goede vraag.

Thomas Jefferson was een man van de Verlichting en geloofde wel in God en de Voorzienigheid, maar niet in een openbaring. Met de christelijke Bijbel kon hij daarom niet veel, maar hij was wel van mening dat de daarin verzamelde opvattingen de moeite van het overwegen nog altijd waard waren. Voor Jezus voelde hij grote bewondering.

Lees verder “De Bijbel van Thomas Jefferson”

Kapitalisme

Een zestiende-eeuwse munt als gevelsteen (Zandhoek 14, Amsterdam)

In de Middeleeuwen gold het maken van winst als zondig. De scholastieke filosofen wezen erop dat het niet te rechtvaardigen is dat iemand die bijvoorbeeld een brood over heeft, aan een hongerende voor dat brood geld vraagt. (Vandaar dat de kerk leerde dat het armen was toegestaan brood te stelen.) Hoe de koopman, die toch weinig kwaads in de zin had, in de hemel kon komen, was een berucht filosofisch probleem.

De grote reformator Johannes Calvijn (1509-1564) negeerde het in zijn moraaltheologische geschriften: hij ging er niet van uit dat handel gerechtvaardigd moest worden, maar zocht naar wegen om de schadelijke effecten te beperken. Dit maakte de weg vrij voor het kapitalisme. Toen het Calvinisme tegen het einde van de zestiende eeuw voet aan de grond kreeg in de Lage Landen, ontstond daar de eerste zuiver kapitalistische economie.

Lees verder “Kapitalisme”