Echt archeologie-nieuws

Ik mopper weleens dat het in de voorlichting over archeologie meer gaat over vondsten dan over archeologie. Zo’n vondst wordt dan opgehypet tot sensatie en vervolgens valt het tegen: er is géén graf [dode link] van Alexander (of zelfs maar van een tijdgenoot) in Amfipolis, we zouden Israël inmiddels kunnen bezaaien met paleizen van koning David als elke claim waar was gebleken, het badhuis van Heerlen is niet Nederlands oudste gebouw en in Nijmegen herhalen ze negentiende-eeuwse ideeën. En die kamers in het graf van Toetanchamon, die vielen ook al tegen.

Dit is cruciaal. Sensationalisme dat niet wordt waargemaakt is alleen maar sensationalisme. Hierdoor haakt de voor elke wetenschap cruciale doelgroep af: de mensen die geïnteresseerd zijn. Als je die groep verliest, is er niemand die namens jou uitlegt waar je vak zinvol voor is. Dan gaat de staatssecretaris van Cultuur zich afvragen wat hij moet met musea vol opgegraven potten en pannen. Dan ontslaat de gemeente Cuijk zichzelf van zijn wettelijke verplichtingen. Als je je pas gaat uitleggen als de kritiek daar is, zal een sceptisch publiek je uitleg niet meer geloven (het backfire-effect). Wetenschapsvoorlichting moet en kan proactief zijn.

Lees verder “Echt archeologie-nieuws”

Wadi Mathendous

Een klein mannetje en een grote olifant uit de Wilde Fauna-periode (Wadi Mathendous)

Tussen 10.000 en 6.000 v.Chr. bestond een groot deel van wat we nu de Sahara noemen, niet uit woestijn maar uit savanne. Er waren destijds grote meren, die sindsdien zijn ingedroogd tot zoutvlaktes. De vrij rijke vegetatie zorgde ervoor dat er ruimte was voor grote grazers en andere dieren die nu in geen velden of wegen te bekennen zijn. Er zijn trouwens überhaupt geen velden meer, al zijn er nog wel wat pistes, gebruikt door mensen die zich met landrovers in de woestijn wagen. Ook kun je op veel plaatsen nog altijd de versteende resten zien van de antieke bomen.

Behalve grote grazers waren er destijds ook mensen: jagers en verzamelaars natuurlijk, die voorwerpen gebruikten van vuursteen. Ik heb die oud-Libische bijlen, pijl- en speerpunten nooit in een Nederlands museum gezien, maar u kunt ervoor naar St-Germain-en-Laye, waar het Franse nationale archeologische museum is. De toenmalige bewoners van de savanne moeten die stenen voorwerpen ook hebben gebruikt om reliëfs aan te brengen in de rotsen. Ze waren onder meer te zien in de Wadi Mathendous in het zuidwesten van Libië en archeologen spreken wel van de “wilde fauna-stijl” omdat er allerlei grote en kleine, maar vooral wilde dieren zijn afgebeeld: neushoorns, krokodillen, nijlpaarden, giraffen, wilde ezels en diverse katachtigen. Ook te zien zijn de nu uitgestorven langhoornige buffels (de buffalus antiquus).

Lees verder “Wadi Mathendous”

Fluitende neanderthalers

Fluit (Nationaal Museum van Slovenië, Ljubljana)

Cerkno is een dorpje in westelijk Slovenië, richting Italiaanse grens. Archeologen vonden in een grot die “Divje babe” wordt genoemd het bovenstaande voorwerp: een stuk bot, afkomstig van een holenbeer, waarin gaten waren geboord. Een fluit.

Een leuke vondst natuurlijk, maar de echte sensatie was de ouderdom: het voorwerp is 60.000 jaar oud. Dat is fors ouder dan twee andere fluiten, die beide zijn gevonden in zuidelijk Duitsland, te Hohler Fels en Geiβenklösterle. Die zijn zo’n 39.000 tot 40.000 jaar oud. De fluit uit Cerkno is dus niet zomaar wat ouder, maar heel erg veel. En dat maakt het ook heel erg veel leuker.

Lees verder “Fluitende neanderthalers”

Pre-Clovis

Enkele clovis-voorwerpen (Ubersees-Museum, Bremen)

Wetenschap schrijdt voort met stapjes. Vandaag lees ik over een zo’n kleine stap: de ontdekking van een prehistorische nederzetting van zo’n 14.000 jaar oud bij Triquet in westelijk Canada. In Nederland wordt het, zonder veel context, gemeld door Nu.nl. De context is echter boeiend, al moeten we ervoor teruggaan naar de vijftiende eeuw.

Zoals bekend stak Columbus in de zomer van 1492 de Atlantische Oceaan over, op weg naar India. Hij ontdekte enkele eilanden en identificeerde de bewoners als Indiërs. Vijf jaar later constateerde Amerigo Vespucci dat deze eilanden niet behoorden bij India, maar een Nieuwe Wereld vormden, die de cartograaf Waldseemüller in 1507 naar Vespucci “Amerika” doopte. De ontdekking vormde een schok, groter en dieper dan wij ons kunnen voorstellen.

Lees verder “Pre-Clovis”

De eerste landbouwers

Stamboom van het Aziatisch en Europees DNA (klik = groot; ©Archaeogenetics Research Group, universiteit van Huddersfield)

Oudheidkundigen maken sinds de zeventiende, achttiende eeuw gebruik van drie soorten bewijsmateriaal: geschreven bronnen, materiële resten en parallellen in andere samenlevingen. Drie vensters op het verre verleden. Met het DNA-onderzoek, waar ik het gisteren al over had, gaat nu een vierde venster open. Ik rondde mijn vorige stukje af met een verwijzing naar de stamboom van DNA-groepen (hierboven) en vroeg uw aandacht voor de ongebruikelijke vertakking onder H. De verspreiding daarvan lijkt samen te hangen met de verspreiding van de landbouw.

Het ontstaan daarvan is een beetje een puzzel, die steeds verandert als er ergens oudere vondsten worden gedaan. De laatste keer dat ik het opzocht leek het erop dat ergens rond 9500 v.Chr. mensen aan de bovenloop van de Eufraat begonnen met de teelt van tarwe, meer precies eenkoorn en emmer. Na een eeuw of vijf werden de eerste schapen en geiten getemd in de Zagros– en Taurusbergen. Veeteelt is dus een latere ontwikkeling dan akkerbouw. Ruwweg tegelijk ontstond de eerste monumentale architectuur: ik blogde al eens over de fenomenale monumenten die zijn aangetroffen in Göbekli Tepe en Sanli Urfa. Vee en varkens volgden en het eerste aardewerk in het Nabije Oosten dateert van ruwweg 7000 v.Chr. In vijfentwintig eeuwen was de samenleving ingrijpend veranderd – archeologen noemen dat een revolutie.

Lees verder “De eerste landbouwers”

Prehistorisch DNA

Stamboom van het Aziatisch en Europees DNA (klik = groot; ©Archaeogenetics Research Group, universiteit van Huddersfield)

Misschien is het plaatje hierboven wel het mooiste dat ik de afgelopen tijd heb gezien. Het is een soort stamboom van het mitochondriaal DNA van de mensen in Europa. Het is misschien wat verwarrend omdat “oud” bovenaan staat en “jong” onderaan; archeologen zijn andersom gewend, want in een opgraving liggen de oudste lagen onderaan.

Zo’n 100.000 jaar geleden verlieten zo’n 150 tot duizend mensen (homo sapiens) Afrika en om het Midden-Oosten binnen te trekken. Hun afstammelingen vielen in twee groepen uiteen, die we M en N noemen en kunnen identificeren aan de hand van hun DNA. Groep M trok naar het zuiden van India en naar Australië, waar mensen wat trekjes hebben bewaard van de oorspronkelijke bewoners van oostelijk Afrika. Andere M-mensen trokken naar Siberië en belandden uiteindelijk in Amerika.

Lees verder “Prehistorisch DNA”

Culturele eerstes

gobekli_tepe_05_er
Göbekli Tepe

Wie in de achttiende eeuw zou hebben gevraagd waar de beschaving vandaan kwam, zou hebben kunnen rekenen op verbaasde reacties: uit Mesopotamië natuurlijk! De Bijbel was daarover immers duidelijk: de eerste hoofdstukken van de Bijbel spelen in de Hof van Eden, op de vlakte van Sinjar en in de stad Harran. Ook de steden Babylon en Ur, die wat zuidelijker liggen, worden vermeld. De vroegste mensen hadden gewoond in Mesopotamië en waren daar hun paradijselijke superioriteit kwijtgeraakt. Uitzwervend over de wereld waren ze gedegenereerd.

Je zou in de achttiende eeuw ook een ander antwoord hebben kunnen krijgen, dat een andere definitie van beschaving veronderstelt. Sinds de Renaissance was men van mening dat het vooral Rome was geweest waar de wereldgeschiedenis een sprong voorwaarts had gemaakt. Daar was getoond hoe je efficiënt moest besturen, mooie kunst kon maken, goed kon schrijven. In de tweede helft van de achttiende eeuw ontstond een derde theorie: toen kregen de Grieken de reputatie als eersten het stadium van primitiviteit te hebben verlaten en dat der beschaving te hebben bereikt. Griekenlands voortreffelijkheid werd vooral verkondigd door J.J. Winckelmann, en ook al was zijn verklaring stapelgek, dit idee bleef nog enige tijd in zwang. Het scheelde weinig of de Griekse originaliteit zou zijn vastgelegd in de preambule van de Europese Grondwet, en dat zou dan even absurd zijn geweest als de wet waarmee Indiana de waarde van pi wilde vastleggen.

Lees verder “Culturele eerstes”

Nog eenmaal: Göbekli Tepe

Göbekli Tepe
Göbekli Tepe

Oorlog in Gaza, oorlog in Irak, nog geen oorlog in de Oekraïne: de komkommertijd is onrustig dit jaar. Sommig nieuws, dat anders de krant zou hebben gehaald, blijft nu wat onderbelicht, zoals het overlijden van de Duitse archeoloog Klaus Schmidt. Ik weet toevallig dat het NRC Handelsblad heeft overwogen er een stukje aan te wijden, maar het andere nieuws ging voor.

Schmidt was de joviale opgraver van Göbekli Tepe in zuidoost-Turkije, een van de belangrijkste archeologische ontdekkingen van de afgelopen kwart eeuw. De simpelste manier om het te beschrijven is dat het vier kleine Stonehenges bij elkaar zijn, met dit verschil dat de stenen veel meer zijn bewerkt en zijn voorzien van reliëfs van dieren. Kraanvogels, vossen, slangen, krokodillen. En waar Stonehenge zo’n 4600 jaar oud is, is Göbekli Tepe dubbel zo oud. De opgravers noemden het een heiligdom.

Lees verder “Nog eenmaal: Göbekli Tepe”

Sie bauten die ersten Tempel

Göbekli Tepe

Ik blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.

Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.

Lees verder “Sie bauten die ersten Tempel”

De gedomesticeerde mens

Dit is geen rendier, ik weet het, maar een tweetal varkens (maar ook die zijn gedomesticeerd)

In de Jonge Steentijd ontstond de veeteelt. Varkens en geiten, runderen en paarden: eerst ving de mens ze, vervolgens raakten de dieren er langzaam aan gewend dat ze bij de mensen moesten leven en tot slot begonnen ze zich in gevangenschap voort te planten. Van generatie tot generatie veranderden ze in echte huisdieren, die hun levenswijze volledig hadden aangepast aan die van de mensen. De wilde varkens liepen niet meer door het bos, de geit niet meer over de bergen, de runderen en de paarden niet meer over de steppe. Ze waren, zoals dat heet, gedomesticeerd.

Lees verder “De gedomesticeerde mens”