M15 | Alexandros Yannai

Kleopatra III (Landesmuseum Württemberg, Stuttgart)

[Voorlaatste aflevering van een zestiendelige reeks rond Chanoeka; het eerste deel was hier.]

Hyrkanos I overleed in 104 v.Chr. en werd opgevolgd door zijn zoon Aristoboulos, die volgens Josephus als eerste de koningstitel aannam. Dat blijkt niet uit zijn munten, waarop hij zich aanduidt als hogepriester. Josephus schrijft ook dat Aristoboulos zich voorzag van de klinkende bijnaam Filhelleen, “Griekenvriend”. Het probleem hier is niet zozeer de aanvaarding van zo’n erenaam, want dit was in die tijd gebruikelijk, maar de liefde voor de Griekse cultuur die eruit blijkt. Zoals we al zagen presenteerden de Hasmoneeën zich, althans in theorie, als beschermers van de Joodse cultuur tegen Griekse invloeden. Josephus’ opmerking zou wel eens laster kunnen zijn en komt in elk geval uit een schets van Aristoboulos’ regering waarin deze ook de moord op zijn moeder en een van zijn broers in de schoenen geschoven krijgt, terwijl zijn dood, na een regering van één jaar, moet doorgaan voor goddelijke wraak.

Zijn opvolger was zijn broer Alexandros Yannai. Deze heeft de koningstitel zeker gevoerd tijdens een regering die zich kenmerkt door even grote successen als mislukkingen. Meer dan eens keerde de nieuwe koning zich tegen zijn onderdanen. Uit deze tijd stammen allerlei teksten waaruit blijkt dat steeds meer mensen droomden van een koning uit het huis van David. Het messianisme deed zijn intrede. U zult deze kerstdagen wel horen dat de verwachting van een messias een eeuwenoud joods geloofsartikel was, maar dat is dus niet zo.

Oorlog

Een van Alexandros’ eerste regeringsdaden was een poging de havenstad Ptolemaïs in te nemen, maar de bewoners kregen hulp van de heerser van Cyprus, de afgezette Ptolemaïsche koning Ptolemaios IX Lathyros, die met een enorme strijdmacht voer naar het vasteland. Omdat Alexandros Yannai niet beschikte over een vloot, was de stad nu onneembaar geworden, zodat er weinig anders opzat dan de aftocht. Daarop sloeg Lathyros zelf het beleg voor de stad die hij te hulp was geschoten, terwijl een van zijn officieren het Hasmonese leger achtervolgde. De twee strijdmachten trokken dwars door Galilea – de auteur van een van de Dode-Zee-rollen meende dat de Dag des Oordeels was aangebroken – en staken de Jordaan over, waar de Cyprioten de troepen van Alexandros versloegen.

Lathyros, inmiddels meester van Ptolemaïs, rukte op naar Gaza, klaar om verder te trekken naar Egypte. Hij was immers daar als koning afgezet en wilde zijn troon heroveren. Zijn rivaal, zijn broer Ptolemaios X, voer echter naar het noorden en sneed Lathyros’ aanvoerlijnen af, terwijl de moeder van beide koningen, Kleopatra III, met een leger oprukte naar Ptolemaïs, dat nu voor de derde keer een beleg doorstond. Kleopatra nam de uitgeputte stad in.

In de winter van 103/102 verbond Alexandros Yannai zich met Kleopatra en Ptolemaios X. Nu toonde hij wat hij waard was: alsof hij niet kort geleden nog was verslagen, ging hij zelf op campagne en veroverde Gadora en Amathous in het huidige Jordanië. Vervolgens trok hij op naar Gaza, waarvan hij had vernomen dat Lathyros het had ontruimd, en na een bezoek aan Jeruzalem verwoestte hij het opstandig geworden Amathous. Zo volgde op een slecht regeringsbegin een reeks militaire successen, die echter ten einde kwam toen Alexandros werd verslagen door de Nabateeërs, een Arabisch volk dat u kent van zijn hoofdstad Petra.

Burgeroorlog

Ondertussen smeulde een conflict met zijn onderdanen, die geen hogepriester aanvaardden die in de oorlog zijn rituele reinheid steeds verloor. Temeer omdat Alexandros Yannai ook nog kwam uit de verkeerde familie. Zijn koningschap gunden ze hem evenmin. De auteur van de Psalmen van Salomo legde uit dat dit kwam doordat de Joden zoveel hadden gezondigd dat God maar had toegestaan dat zondaars de macht overnamen en de troon bezoedelden die toebehoorde aan het huis van David.

Seleukidische interventie

Alexandros, die niet-Joodse huurlingen in dienst had, trad hard op tegen zijn critici en liet niet minder dan zesduizend onderdanen doden. Dat was nog niet het einde van het verzet. In de komende zes jaren zouden nog vele duizenden omkomen. De cijfers, ontleend aan Josephus, lijken overdreven, maar het conflict was ernstig. Alexandros kon enige tijd zijn hoofdstad niet betreden en de Joodse bevolking was bereid een Seleukidische vorst uit te nodigen die in Damascus voor zichzelf was begonnen. Deze Demetrios III Eukairos versloeg Alexandros rond 88 bij Sichem, om vervolgens te zien hoe de Joden, die hem toch hadden uitgenodigd, partij kozen voor Alexandros. Josephus geeft voor deze ommezwaai als verklaring dat ze medelijden hadden gekregen met hun verslagen koning.

Die had zelf minder compassie met verslagenen: Josephus vermeldt dat de koning eens achthonderd gevangenen liet kruisigen. Een commentaar op het boek Nahum, dat tijdens deze burgeroorlog is geschreven, noemt Alexandros Yannai een “woedende leeuw” en veroordeelt de executie van degenen die hij “levend ophing aan een hout”. Deze tekst geeft ook uitsluitsel over de vraag wie Demetrios uitnodigden, namelijk “degenen die aangename dingen zoeken”, een gangbare manier om de farizeeën aan te duiden. Verder wordt uit het Nahumcommentaar duidelijk waarom de Joden na Demetrios’ overwinning overliepen naar Alexandros: het had niets met medelijden van doen, maar alles met het feit dat de Seleukidische vorst Jeruzalem zou hebben willen annexeren, wat voor elke Jood onaanvaardbaar was.

Doordat Demetrios zijn hand had overspeeld en door de aan terreur grenzende meedogenloosheid waarmee Alexandros zijn onderdanen onderdrukte, kon de Hasmoneeër zijn positie herstellen, waarbij het goed uitkwam dat in het oosten oorlog uitbrak tussen de Nabateeërs en Damascus. Judea bleef niet buiten schot, maar Alexandros kon een overeenkomst sluiten met de Nabateeërs. Hoewel hij wat gebied verloor, behield hij de Jordaanvallei en een strook ten oosten daarvan. Alexandros liet forten bouwen om het te beschermen, zoals Alexandreion, Machairos, Masada en Qumran. De laatste plaats, beroemd geworden door de ontdekking van de Dode-Zee-rollen, vormde het comfortabele hoofdkwartier van de commandant van de oostgrens.

[Wordt vervolgd. Overigens verzorg ik in het voorjaar weer cursussen, zoals “In vogelvlucht door de Oudheid” in Haarlem, op woensdagavonden in maart/april. Er zijn ook andere cursussen.]

Deel dit:

Een gedachte over “M15 | Alexandros Yannai

Reacties zijn gesloten.