Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)
De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.
Het Bardomuseum
Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.
Als ik schrijf dat het de idus van juni was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar 15 april 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u dit weer een blogje zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij verliet Afrika. Het was lente en de zee was weer bevaarbaar. In Utica scheepte hij in. De hele Afrikaanse expeditie had een half jaar geduurd en hoewel hij belangrijke vijanden had verslagen én een flink stuk Numidië had geannexeerd, had hij redenen om ontevreden te zijn. Enkele vijanden waren ontsnapt: zijn medestrijder uit de Gallische Oorlog Titus Labienus, de oud-gouverneur van Afrika Publius Attius Varus en Pompeius’ zonen Gnaeus en Sextus. Ze waren gevlucht naar Andalusië, waar het al een tijdje onrustig was. Er zou nóg een ronde gevechten zijn in de Tweede Burgeroorlog. En dat was niet wat Caesar wilde. Wie een staatsgreep succesvol afrondt, wil kunnen regeren en de eindeloos voortslepende oorlog verhinderde dat.
Als ik schrijf dat het 17 april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat voor u omreken naar “onze” 18 februari 46 v.Chr., dan weet u dat dit een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Caesar in Utica
Hij was aangekomen in Utica. Garnizoenscommandant Cato de Jongere had zelfmoord gepleegd en was door de bewoners van de stad begraven; Caesars felste tegenstanders waren weggevaren; Lucius Julius Caesar had de capitulatie aangeboden en had genade voor de stad verworven. Dat wil niet zeggen dat alles koek en ei was. Door de zelfmoord van Cato was het einde van de Tweede Burgeroorlog opnieuw uitgesteld en Caesar lijkt daarover gefrustreerd te zijn geweest.
Het was de dag na de slag bij Thapsus. De overwinnaar, Julius Caesar, was met Marcus Aemilius Lepidus consul en het was 7 april. Wij zouden zeggen dat het 8 februari 46 v.Chr. was. En we zeggen ook dat we zijn beland in een nieuwe aflevering in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Offers bij Thapsus
Hij besloot zijn soldaten, ook al hadden ze verslagen tegenstanders gedood, te prijzen. De reden was heel simpel dat Gaius Vergilius, de garnizoenscommandant van Thapsus, zich nog niet had overgegeven. Een demonstratie met de buitgemaakte olifanten na de slag had niet geholpen. Dus koos Caesar voor een tweede demonstratie om de belegerden diets te maken dat de oorlog voor hen was afgelopen.
Caesar bracht offers en riep de soldaten bijeen in het zicht van de stadsbewoners. Hij prees ze uitbundig, beloonde het hele veteranenleger en deelde voor zijn podium onderscheidingen uit voor opvallende moed en verdiensten. Meteen daarna vertrok hij, liet Gaius Caninius Rebilus met drie legioenen achter bij Thapsus en Gnaeus Domitius Calvinus met twee bij Thysdrus, om die steden te belegeren, en ging snel op weg naar Utica, waarheen hij Marcus Valerius Messalla al met de ruiterij vooruit had gestuurd. (Afrikaanse Oorlog 86; vert. Hetty van Rooijen)
De provincie Africa was spreekwoordelijk vruchtbaar: op deze munt uit het museum in Pamukkale wordt ze gepersonifieerd door een vrouw met in haar ene hand een graanhalm en in de andere een hoorn des overvloeds.
Het was alweer de zeventiende maart van in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, ofwel 18 januari 46 v.Chr. op onze kalender. U weet: dit is een blogje is in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
En u kunt het stukje van vandaag eigenlijk overslaan, want aan het einde zijn we terug bij het begin. Het is de stilte voor de storm, want met het volgende blogje komt het einde van de Afrikaanse campagne in zicht. Caesar had de laatste weken alle versterkingen ontvangen die hij nodig had, Metellus Scipio durfde de beslissende slag niet aan: alles was klaar voor de laatste confrontatie – behalve dat Caesar inmiddels beschikte over te veel mensen om nog te voeden. Eerst moest de foerage op orde zijn.
Als ik u zeg dat het eind januari was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar (voor de derde keer) en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar november 47 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”
Hij zocht de confrontatie met zijn tegenstanders. Zoals we al zagen waren enkele dagen eerder het Dertiende en het Veertiende Legioen gearriveerd, samen met 800 Gallische ruiters, duizend boogschutters en slingeraars, alsmede het door Gaius Sallustius Crispus bemachtigde graan. De stad Thysdrus, het huidige El Djem, zegde ook een enorme hoeveelheid graan toe. Eén probleem: Thysdrus lag zeventig kilometer naar het zuiden. Desondanks was de situatie duidelijk in Caesars voordeel aan het veranderen, zodat deze het initiatief naar zich toe kon trekken.
In de reeks faits divers deze keer: een boekpresentatie en meer Tunesië.
Oudheidkunde is een wetenschap
Het is een algemeen erkende waarheid dat op een planeet met een eindig oppervlak, een eindig aantal inwoners en een eindig aantal blogs, er slechts één blog kan zijn met de leukste volgers. Het is een even algemeen erkende waarheid dat dit de Mainzer Beobachter is. Een derde algemeen erkende waarheid is dat dit niet berust op toeval. Deze blog heeft immers de interessantste medeauteurs, die de volgers inspireren tot de interessantste reacties.
Ja, die reacties. Ik heb er de afgelopen twaalf jaar veel van geleerd. Niet alleen heeft u, altijd vriendelijk, mijn stommiteiten gecorrigeerd, maar u heeft me hier – en nog vaker via de mail – laten zien waar de feitelijke vragen zitten. Me mede daarop baserend publiceer ik volgende maand Oudheidkunde is een wetenschap, over de innovatie in de oudheidkundige disciplines.
Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.