Maës, de antieke Marco Polo (2)

Een priester en een kind (Dalvarzin Tepa; Archeologisch Museum, Termez)

In het eerste stukje vertelde ik dat Maës was begonnen aan een reis die hem naar de Stenen Toren zou brengen, ergens in Centraal-Azië. Het einddoel was de hoofdstad van China.

Het Parthische Rijk

Ptolemaios noemt in 1.12 diverse plaatsen die Maës heeft aangedaan. Na het oversteken van de Eufraat was hij in het Parthische Rijk. Het reisgezelschap trok eerst door Mesopotamië, waar het de steden Edessa en Nisibis moet hebben aangedaan. Vervolgens bezocht het de Aramees-sprekende bevolking van Assyrië. Dat Ptolemaios niet de later populaire naam “Adiabene” gebruikt voor Noord-Irak, suggereert een vroege datering van Maës’ reis.

De route leidde over de Zagrosbergen naar Ekbatana en door de Kaspische Poort naar Hekatompylos. Dit is ook tegenwoordig nog een belangrijke route. Ptolemaios noteert dat de reiziger zich hier bevond op de breedtegraad van Rhodos.

Herders in het Zagrosgebergte (klik=groot)

De karavaan van Maës stak nu de Elburz naar het noorden over. Daar bereikte men de hoofdstad van Hyrkania, Gorgan op het kaartje hieronder. Het volgende doel was Antiochië in Margiana. Dat is de oase van Mary. We moeten nu even in detail kijken naar de wijze waarop Ptolemaios de oostelijke route beschrijft.

De reis van de hoofdstad van Hyrkanië naar Antiochië leidt door Arië en buigt eerst naar het zuiden, aangezien Arië ligt op de breedtegraad van de Kaspische Poort, en dan naar het noorden, want Antiochië ligt op de breedtegraad van de Hellespont. Van Antiochië naar Baktra buigt de weg naar het oosten.

Hekatompylos – Hyrkanië – Arië – Antiochië – Baktra: de weg valt uitstekend te volgen, maar is wat vreemd. Kijk maar.

Je kunt van Hekatompylos rechtstreeks naar Mashhad (klik=groot)

Je hoeft vanaf Hekatompylos niet over de Elburz en door Hyrkanië/Gorgan te reizen als je op weg bent naar Arië (in deze periode bij het huidige Mashhad). Een bezoek aan Hyrkanië is een omweg. En je kunt van Mashhad directer naar Baktra (Mazar-e Sharif) dan via Antiochië in de Mary-oase. Ptolemaios beschrijft twee omwegen.

Ik licht dit detail eruit omdat we hier zien dat de route, zoals Ptolemaios aangaf, inderdaad “veel afwijkingen heeft gekend”. Dat hij de omwegen niet corrigeert, bewijst bovendien dat Ptolemaios geen andere informatie gebruikt. Hij benut maar één bron: Marinus’ weergave van wat Maës had verteld. We weten dus zeker dat Maës deze kronkelroute heeft gevolgd.

De Stenen Toren

Na de tocht door het Parthische Rijk was Maës aangekomen in Baktrië, het grensgebied van Afghanistan en Oezbekistan, aan weerszijden van de Oxus (Amoerdarya). Als Maës iets te zeggen heeft gehad over het bloeiende boeddhisme in deze streek, heeft Ptolemaios dat niet genoteerd. Geen woord dus over de kloosters rond het huidige Termez, zoals Kara Tepe of Fayaz Tepe.

De Oxus bij Kara Tepe (klik=groot)

Op de noordelijke oever begon de vallei van de Surkhandarya, waardoorheen een weg naar het noordoosten liep, naar het huidige Dushanbe, en daarvandaan oostwaarts naar de Irkhestam-pas. (Ik hoor hierover dat het er zelfs in de zomer gruwelijk koud kan zijn.) Een andere route liep van Termez naar Samarkand en vervolgde langs de bovenloop van de Jaxartes (Syrdarya) naar de Ferganavallei. Beide routes leidden naar het hooggebergte dat destijds Komedos heette; in onze tijd heeft het verschillende namen, zoals Pamir, Alaj en Tiensjan.

Er zijn meer routes mogelijk. Welke die van Maës was, blijft onduidelijk. Ptolemaios’ samenvatting van wat Marinus schreef op gezag van Maës, is zo onbegrijpelijk dat de Russische commentator Igor Piankov een paar jaar geleden concludeerde dat Ptolemaios informatie gebruikt over twee verschillende routes. Natuurlijk kan een antieke auteur broddelwerk afleveren, maar dit is natuurlijk een hypothese die je pas als laatste overweegt. Een noodgreep.

Hoe dit ook zij, na een reis over een vlakte bereikte Maës de Stenen Toren. Piankov zoekt die in de buurt van Daraut-Kurghan in Kirgizië, waar inderdaad archeologische resten zijn. De totaal afgelegde afstand bedraagt krap 4700 kilometer, wat wonderbaarlijk goed overeenstemt met de door Ptolemaios genoemde afstand van 26.280 stadiën ofwel 4730 kilometer.

Maës blijft achter

Tot de Stenen Toren was de reis van Maës op hoofdlijnen te reconstrueren. Anderen reisden naar de hoofdstad van de Seres. Waarom hij niet ook zelf ging, is onbekend, maar de verklaringen liggen voor het oprapen. Maës was ziek. Hij sprak de taal niet. De Chinezen wilden alleen zaken doen met mensen die ze kenden. Er was onvoldoende proviand. In elk geval: Maës kwam tot aan de Stenen Toren.

[Wordt vervolgd]