Als ik schrijf dat het 14 november was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin de priesteressen van Rome door de Galileeërs werden vereerd in de tempel van Nehalennia in Domburg, en als ik dat voor u omreken naar “onze” zondag na Driekoningen, dan weet u dat dit een gedichtje is in de reeks “Wat deed J.C. vandaag precies 2006 jaar geleden?”
[De Zeeuwse godin Nehalennia, over wie ik meer dan eens (1, 2, 3) heb geblogd, blijft de gemoederen bezighouden. Vandaag een gastbijdrage van Roger Rymen uit Kontich over een altaar in Brussel. Ik beken dat ik altijd heb gedacht dat het een afgietsel was. Boy was I wrong.]
Op 5 januari 1647 legde een storm een aantal antieke resten bloot in de duinen bij Domburg op Walcheren, wat uiteindelijk resulteerde in de ontdekking van ruim dertig Gallo-Romeinse altaarstenen. De Walcherse Archeologische Dienst publiceert op deze website een detail van de kaart van Visscher-Roman (ca. 1650) met daarop de vermelding “Verdronken woninge der Oude Gotthen”. We zijn van die bijzondere vondst ook goed ingelicht door een opgewonden brief van een ooggetuige. Een tekst uit de zeventiende eeuw spreekt over de godin Nehalennia, waaraan tal van de gevonden votiefstenen uit 180 à 230 na Chr. werden opgedragen. Kortom, een redelijk gedocumenteerde zeventiende-eeuwse vondst.
Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 na Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.
Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.
Oké, het grapje is te flauw voor woorden, maar het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is dit jaar “twee eeuwen jong”. Dat ik uw goede smaak teister met dit cliché is omdat het gewoon waar is: het museum heeft zich de afgelopen jaren volledig vernieuwd. Ik blogde al eens over de afdeling Nabije Oosten, maar alle afdelingen zijn op de schop gegaan. Het meest geslaagd vind ik zelf de Griekse afdeling, die gewoon móói is. Je loopt er van weg met een beter humeur dan toen je binnenkwam.
Nu is dus de afdeling Nederland in de Romeinse Tijd, die alweer twintig jaar oud was, geheel vernieuwd. De opening is dinsdag maar journalisten mochten al een kijkje nemen op de vijf onderafdelingen, die zijn gewijd aan de militaire aanwezigheid langs de Beneden-Rijn, de religie, handel, culturele contacten (zeg maar tussen de oude bewoners en de nieuwe heersers) en grafrituelen. Deze volgorde betekent dat de expositie toeloopt naar de fenomenale Sarcofaag van Simpelveld, een van de mooiste stukken uit het Nederlandse cultuurbezit.
De oude Grieken en Romeinen vereerden de twaalf Olympische goden, heet het. Ze worden inderdaad genoemd door de dichter Hesiodos en zijn ook niet helemáál zonder betekenis, maar het is in feite maar een beetje theorie.
Vergelijk het met het rooms-katholicisme. Katholieken vereren officieel God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, maar wie Rome bezoekt zal vaststellen dat van de ruim 280 kerken binnen de stadsmuren er twee zijn voor de heilige Drie-eenheid, één voor Jezus en een kleine vijftig voor Maria. Wie kijkt naar de bidprentjes herkent Padre Pio en de huilende Madonnina van Civitavecchia, maar geen God de Vader, Zoon of Heilige Geest. De geloofspraktijk wijkt af van de theorie.
Ik dacht: laat ik er eens een Romeinse godheid tussendoor doen. En welk lid van de bonte club van antieke bovennatuurlijke wezens ligt dan meer voor de hand dan onze eigen Nehalennia?
Lange tijd was ze alleen bekend van enkele in 1647 ontdekte reliëfs uit Domburg, die allemaal bij een brand verloren zijn gegaan, op drie na. Twee daarvan zijn te zien in het Zeeuws Museum en de derde in de Brusselse Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Van de verloren reliëfs bestaan tekeningen. Daarnaast waren er ooit twee reliëfs in Keulen, maar die overleefden de oorlog niet. Steeds was een vrouw in een lange jurk afgebeeld, meestal gezeten op een troon, met een mand appels op schoot. Soms een hond erbij, vaak een scheepje. Dat was de godin Nehalennia dus. Meer wisten we niet.
Primaporta is een voorstadje van Rome. In de Oudheid waren er luxe villa’s, waarvan er een toebehoorde aan keizerin Livia, die daar een mooi standbeeld van haar echtgenoot liet oprichten: keizer Augustus. De “Augustus van Primaporta” is een van de beroemdste beelden uit de Oudheid. De vorst is afgebeeld als een mythologische held – blootsvoets – en heeft naast zich een kleine Amor op een dolfijn, die de toeschouwer eraan herinnert dat de keizer afstamt van de godin van de liefde, Venus. De opgeheven arm suggereert dat de keizer een toespraak houdt, vermoedelijk in een militaire situatie: hij draagt een harnas.
Hieronder is te zien hoe op het harnas staat afgebeeld dat een man in een broek, komend van rechts, een legioenstandaard overhandigt aan een Romeinse veldheer, die voor de gelegenheid een hond heeft meegenomen. De figuren eromheen zijn mythologisch: bovenaan de hemelgod, onderaan Moeder Aarde met een hoorn des overvloeds, de maangodin linksboven (op een vierspan), de dageraad rechtsboven, links en rechts treurende barbaren en rechts- en linksonder een hert en een griffioen met daarop de goden Diana en Apollo, met wie Augustus zich speciaal identificeerde.
De Raad voor Cultuur heeft onlangs een advies uitgebracht aan de staatssecretaris. Verschillende musea hebben over dit advies geklaagd; het Rijksmuseum bijvoorbeeld en het Mauritshuis. Er vallen uitdrukkingen als “helaas niet gebaseerd op feiten”.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.