Vragen rond de jaarwisseling (3)

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een kleine drie weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal vandaag de vragen beantwoorden over de joodse wereld. Dat waren er opvallend veel.

Het verhaal van de “zondvloed” komt in uiteenlopende versies voor in zowat elke cultuur. Is er ooit een universele ramp gebeurd en wanneer zouden we deze kunnen situeren ?

Voor zover ik weet zijn de meeste verhalen over een grote overstroming en een kleine groep mensen die de beschaving (plus veestapel) redt, te herleiden tot een beperkt aantal originelen. De bekendste stamt uit Mesopotamië, met als varianten het Bijbelverhaal en een versie uit India en Perzië. De “Noach” in deze verhalen verneemt van de godheid waaronder de oerwateren ressorteren over de naderende ramp en bouwt een schip. Een ander origineel is dat van de vroege bewoners van de Amerika’s. Hierin dankt de mensheid haar redding aan een bergtop. Een derde verhaal komt uit China, waar archeologen op zoek zijn naar een historische gebeurtenis.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Ontcijferd: Kryptisch-B

De Vierde Grot van Qumran, waar de teksten in Kryptisch-B zijn aangetroffen.

Eén van de meest tot de verbeelding sprekende soorten oudheidkundig onderzoek is de ontcijfering van een onbekend schrift, zoals de hiërogliefen, de diverse soorten spijkerschrift, het Lineair-B en – nog niet zo lang geleden – het Lineair Elamitisch. Dit type werk veronderstelt altijd een grote verzameling teksten, omdat het denkbaar is dat je een ontcijfering bedenkt die weliswaar consistent is, maar desondanks niet correct. Pas als je een fors corpus hebt, kun je zien of je oplossing klopt en is verificatie denkbaar. Van het nog niet ontcijferde Lineair-A zullen we de ontcijfering nog wel beleven, omdat het corpus nog altijd groeit, maar het Byblosschrift zal wel eeuwig een raadsel blijven. Al kunnen we natuurlijk een keer geluk hebben.

Kryptisch-B

Dat gold bijvoorbeeld voor het Kryptisch-B, dat we alleen kennen uit twee Dode-Zee-rollen, 4Q362 en 4Q363, plus enkele passages in andere rollen waar de klerken middenin een Hebreeuwse tekst een stukje schreven in Kryptisch-B. Dat geheimschrift is onlangs ontcijferd door de Groningse onderzoeker Emmanuel Oliveiro. Maar hoe pak je zoiets aan als je eigenlijk nauwelijks voldoende data hebt?

Lees verder “Ontcijferd: Kryptisch-B”

Stefanus

Stefanus (Kykkos-klooster)

Een van de opmerkelijke discussies die we tegenkomen in de Handelingen van de Apostelen, is die over de plaats van de niet-Joden in de vroege christelijke kerk. Ook de diverse brieven die in het Nieuwe Testament zijn opgenomen, documenteren deze kwestie. Dat erover gesproken is geweest, bewijst dat Jezus er geen standpunt over heeft ingenomen. Hij kwam om de verloren schapen van Israël te redden, maar hij lijkt niets tegen andere volken gehad te hebben. De anekdote over de Romeinse officier die verzoekt om de genezing van een knecht, lijkt dit te bevestigen: de schets van een vriendelijke verhouding tussen Joden en niet-Joden is in elk geval heel oud, aangezien ze na pakweg 40, toen de relatie op scherp kwam te staan, nauwelijks meer kan zijn verzonnen.

Diakens

Maar er was in de jonge kerk dus discussie. Een jaartal kunnen we er niet op plakken, maar het feit dat zelfs de geïdealiseerde beschrijving in Handelingen, waarin de vroege christenen alles gemeenschappelijk deden, ergernissen vermeldt, is hoogst significant. Dit was geen informatie die de auteur kon onderdrukken.

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Lees verder “Stefanus”

Zoon van de Allerhoogste

4Q246

Het is bijna kerstmis, dus het leek me aardig om in mijn reeks over het Nieuwe Testament een tekst te behandelen die daar iets mee te maken heeft: de Annunciatie ofwel de aankondiging van Jezus’ geboorte. Gods boodschapper Gabriël heeft zich in Nazaret aangediend bij Maria, en vóór u verder leest, moet u even bedenken dat Gabriël geen engel was in onze zin van het woord. Het Griekse woord ἄγγελος betekende destijds boodschapper, gezant, heraut. In het boek Daniël wordt Gabriël expliciet beschreven als mens.noot Daniël 8.15. De vleugels die wij erbij voorstellen, zijn pas later gekomen.

Maria schrikt dus nogal schrikt als een vreemde kerel haar huis binnenloopt. Gabriël antwoordt:

Lees verder “Zoon van de Allerhoogste”

Jezus en de centurio

Een centurio (British Museum, Londen)

Het Nieuwe Testament zit boordevol doorkijkjes naar het dagelijks leven in de Romeinse tijd. Zo vertelt Lukas het verhaal van de centurio, ofwel de “honderdman”, zoals het woord in het Nederlands weleens is vertaald. Dat suggereert dat het de commandant was van een eenheid van honderd legionairs, maar dat is in de lange Romeinse legergeschiedenis nooit het geval geweest. Het verhaal speelt in Jezus’ woonplaats Kafarnaüm en het eerste zinnetje is al intrigerend.

Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld.noot Lukas 7.2; NBV21.

Lees verder “Jezus en de centurio”

Het scheiden der wegen

Schema van het scheiden der wegen (klik=groot)

Het is niet voor het eerst dat ik schrijf over het scheiden van de wegen van joden en christenen. Voor negentiende-eeuwse christenen was dat simpel: er was een Oud Verbond en omdat de joden Jezus van Nazaret niet hadden erkend als messias, was er een Nieuw Verbond, waarin de joden als verbondsvolk waren vervangen door de christenen. En voor joden was het ook al simpel: christendom was monotheïsme voor de export, maar niet het onversneden echte spul. Beide groepen – de negentiende-eeuwse christenen en de negentiende-eeuwse joden – claimden het tempeljodendom als hun eigen erfgoed en meenden dat de andere religie zich van de rechte leer had afgesplitst.

De geschiedenis van het christendom werd lange tijd eigenlijk even simpel voorgesteld. Ooit was er een zuivere kerk geweest, waar links en rechts aftakkingen van waren, met één orthodoxe stroming die in een rechte lijn vanaf de apostelen ging naar het eigen kerkgenootschap.

Lees verder “Het scheiden der wegen”

Wie schreef de Brief van Jakobus?

Jakobus (met brief)

Ik ben in zoverre een gezegend mens dat ik, als ik voor deze dagelijkse blogjes advies nodig heb, kan terugvallen op een stuk of wat mensen. Er is een speciale dank-je-wel-pagina, die ik bij dezen eens onder uw aandacht breng. Ik vraag de daar genoemde mensen regelmatig advies. Vorige week blogde ik bijvoorbeeld over Jakobus de Rechtvaardige, de broer van Jezus, en dus was het onvermijdelijk dat ik moest ingaan op de vraag of Jakobus ook de auteur was van de aan hem toegeschreven Brief van Jakobus. Dat is een onderwerp waarover ik goede raad wil hebben.

Het onderwerp op zich is typisch zo’n kwestie die wetenschappers meer bezighoudt dan gelovigen. Als God de Bijbel senkrecht von oben heeft afgegeven, is het eigenlijk niet zo belangrijk of dat via de broer van Jezus, een naamgenoot of iemand anders is gegaan. Voor de gelovige zijn andere zaken belangrijker.

Lees verder “Wie schreef de Brief van Jakobus?”

Jakobus de Rechtvaardige

De dood van Jakobus de Rechtvaardige (San Marco, Venetië)

Het leiderschap van de sicariërs, een stroming binnen het jodendom, was in handen van de afstammelingen van Judas de Galileeër; als leiders van de farizeeën komen we de familie van Gamaliël tegen; je zou van de op Jezus van Nazaret teruggaande stroming dus eveneens verwachten dat zijn verwanten er grote invloed hadden. En zo is het inderdaad. Het Nieuwe Testament noemt Jezus’ broer Jakobus als een leider van de vroege christelijke gemeenschap . Mogelijk oefende ook een broer Judas gezag uit. Op gezag van de tweede-eeuwse auteur Hegesippos weten we dat ook Judas’ kleinzonen nog een rol speelden. Ik blogde daar al eens over en ik laat het nu rusten.

Ik wil het hebben over Jakobus, die in de vroegchristelijke literatuur bijnamen heeft als “broer van de Heer” en “de Rechtvaardige”. Hij wordt ook wel “de Mindere” genoemd, misschien om hem te onderscheiden van de Jakobus die een van de Twaalf was (en die wordt vereerd in Santiago de Compostela). In elk geval: Jezus had een broer die Jakobus heet en die in het Marcus-citaat waarover ik vorige week blogde, in één adem wordt genoemd met Joses, Judas, Simon en een onbepaald aantal zussen.noot Marcus 6.3.

Lees verder “Jakobus de Rechtvaardige”

De familie van Jezus

Nazaret

Vorige week schreef ik dat het een feit was dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had, en ik had moeten zien aankomen dat mensen zouden vragen hoe ik dat wist. Nou, gewoon: dat staat in de Bijbel. De evangelist Marcus vermeldt ze

Toen de sabbat was aangebroken, gaf Jezus onderricht in de synagoge [van Nazaret], en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: “Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zussen niet hier bij ons?”noot Marcus 6.2-3; NBV21.

Lees verder “De familie van Jezus”

De Panter, de “vader” van Jezus

Panter, de “vader” van Jezus (Römerhalle, Bad Kreuznach)

Ik noemde vorige week dat het wat curieus is dat Jezus in het Marcus-evangelie als “zoon van Maria” wordt aangeduid, terwijl het Lukas-evangelie aangeeft dat Jezus’ vader Jozef nog in leven was toen Jezus twaalf was. Je zou daarom hebben verwacht dat Jezus ook door Marcus “zoon van Jozef” genoemd werd. Misschien hebben de twee auteurs verschillende informatie ontvangen en heeft Lukas, die het evangelie van Marcus kende, de strijdigheid tussen diens en zijn eigen informatie niet herkend. Ik weet het niet.

Je kunt je voorstellen dat in het oude Judea, waar geruchten de gewoonste zaak van de wereld waren, ook allerlei lasterpraatjes circuleerden. En de vader van Jezus was daarvoor een goed doelwit. Waarom heette Jezus niet gewoon “zoon van Jozef”? Waarom beweerden zijn volgelingen dat Maria als maagd zwanger was geworden? En hoe liet die maagdelijkheid zich rijmen met het feit dat Jezus enkele broers en minimaal twee zussen had? Was Maria, toen Jezus al twaalf was of ouder, nog eens hertrouwd en kreeg ze de andere kinderen van een andere echtgenoot? Het gezin van Jezus was, hoe dan ook, een punt waarop critici het christendom konden aanvallen.

Lees verder “De Panter, de “vader” van Jezus”