De familie van Jezus

Het oudst-bekende portret van Maria, gevonden in Tyrus (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Het Nieuwe Testament bevat twee kerstverhalen. In het evangelie van Mattheüs komt Jezus ter wereld in Bethlehem (in Judea) en vestigen zijn ouders zich later te Nazareth (in Galilea). In het evangelie van Lukas wonen Jezus’ ouders in Nazareth en trekken ze in verband met een Romeinse volkstelling naar Bethlehem. In het eerste evangelie is de beweging dus van zuid naar noord en in het andere van noord naar zuid. De verklaring is natuurlijk simpel: Jezus kwam uit Nazareth terwijl de messias uit Bethlehem behoorde te komen, zodat beide auteurs een manier verzonnen om de geboorte te laten plaatsvinden waar het behoorde te zijn gebeurd.

Mattheüs vertelt dat Maria zwanger werd toen ze was verloofd met Jozef, maar nog voordat ze gingen samenwonen. Die voorhuwelijkse periode is het onderwerp van verschillende bepalingen uit het Mishna-traktaat Ketubot (“huwelijkscontracten”), waaruit blijkt dat de verloofden een jaar de tijd kregen om zich voor te bereiden op hun nieuwe levensfase. Verder weten we dat de leeftijd van een verloving voor de vrouw rond de twaalfde verjaardag lag. We moeten ons Maria dus voorstellen als een puber.

Lees verder “De familie van Jezus”

Messias (4)

Ik heb nu geschreven over – hier is het eerste deel – dat het idee van een messias aanvankelijk volkomen seculier was: een ideale heerser uit het Huis van David. Misschien verschijnend in de Eindtijd. Misschien voorzien van een hogepriesterlijke collega. Er zijn nogal wat mogelijkheden. In het Jodendom is echter, anders dan in het christendom, het idee zeldzaam dat deze messias ook de Mensenzoon was die het Laatste Oordeel zou vellen. Het was echter niet ondenkbaar.

Middelaarfiguren

Hier betreden we het terrein van de “middelaarfiguren”. Er zijn teksten waarin verlosser-achtige figuren voorkomen met een bovenmenselijke, hemelse status, alleen ondergeschikt aan God zelf. In de Oorlogsrol treden bijvoorbeeld de engel Michaël en de Lichtvorst op als eschatologische redders.

De Gelijkenissen van Henoch melden dat de Mensenzoon, die “zal zijn als een staf voor de rechtvaardigen en als een licht voor de heidenen”, al bestond vóór de Schepping. De Uitverkorene, zoals degene die het Laatste Oordeel zal vellen ook heet, is dus, om een jargonterm te gebruiken, pre-existent. De hemelse herkomst van zulke figuren blijkt soms uit natuurwonderen: de messias kan bijvoorbeeld mensen doden met zijn vurige adem. (Bar Kochba werd er door zijn vijanden van beschuldigd een kunstje te doen als vuurvreter.)

Lees verder “Messias (4)”

Messias (3)

4QTestimonia (Jordan Museum, Amman)

Ik heb in de twee eerste stukjes (één, twee) verteld hoe het messianisme is ontstaan als een droom over een betere koning, afkomstig uit het huis van David. De eindtijdverwachtingen die in het christendom een rol zijn gaan spelen, ontbraken in het jodendom aanvankelijk, maar zijn wel gedocumenteerd. Misschien is dit een latere ontwikkeling. De combinatie van een koning die én eschatologisch is én de Mensenzoon is die het Laatste Oordeel velt, zo normaal in het christendom, is in het antieke Jodendom volstrekt marginaal. Uit de meer gangbare teksten, zoals Psalm van Salomo 17, valt eigenlijk vooral een compleet seculiere profielschets af te leiden.

Twee messiassen

Er schuilt echter een tegenstrijdigheid in het takenpakket van de ideale vorst uit de zeventiende Psalm van Salomo. Enerzijds is de messias een krijger, maar anderzijds verricht hij taken die rituele reinheid vereisen. Misschien is dit de reden waarom er ook teksten zijn waarin naast de koninklijke messias een tweede messias voorkomt met een minder krijgszuchtig karakter. Het is ook mogelijk dat het idee van een dubbele messias een reactie is geweest op de Hasmonese leiders, die én hogepriester waren én de wereldlijke macht uitoefenden. De dubbele messianologie kan een uiting zijn van correct constitutioneel gedrag: de functies van krijger-koning en hogepriester dienden gescheiden te blijven.

Lees verder “Messias (3)”

Messias (2)

Munt van Bar Kochba. Let op de ster.(British Museum, Londen)

In mijn eerste stukje vertelde ik dat het Joodse messias-concept een concreet, in dit ondermaanse uitvoerbaar programma was: een koning uit het huis van David die beter zou regeren dan koning Alexandros Yannai. Ik wees er ook op dat in het christendom, waarin messiaanse ideeën verstrengeld zijn geraakt met Eindtijdverwachtingen, de messias is gelijkgesteld aan de Mensenzoon die het Laatste Oordeel komt vellen, maar dat deze combinatie in het jodendom zeldzaam is. Ze is bij mijn weten alleen bekend uit de Gelijkenissen van Henoch.

Welke ideeën waren gebruikelijk in het Jodendom? Dat is zo simpel nog niet gezegd. We weten dat de stroming der sadduceeën alleen de Wet van Mozes erkende als geïnspireerd. Hoewel daarin een belangrijke tekst is opgenomen die messiaans zou worden geduid (Numeri 24.17-19; zie hieronder), is het alleszins mogelijk dat de sadduceeën niets van messianisme moesten hebben. Bij alvast één belangrijke groep joden circuleerden de ideeën dus vermoedelijk niet. De vraag waarmee deze alinea opende, is daarom zo makkelijk niet te beantwoorden. We zullen ons maar beperken tot de diverse teksten en ons onthouden van speculaties over de vraag of ze een gebruikelijk standpunt weergaven.

Lees verder “Messias (2)”

Messias (1)

Maquette van het tempelcomplex in Jeruzalem (Israel Museum, Jeruzalem)

Ik ben begonnen met een reeks om de joodse achtergronden van het Nieuwe Testament uit te werken. Het tweede deel van de Bijbel is immers, net als het eerste, geschreven door joden, Of misschien beter: mensen die niet wisten dat wij hen christenen zouden noemen, een woord dat je zou kunnen vertalen als “volgelingen van de messias”. Beide woorden, messias en christus, betekenen hetzelfde: gezalfde.

Zalving is een oud-oosters ritueel om iets te heiligen. De held van het Mesopotamische Zondvloedepos doopt de ark met een kruikje olie; koningen en religieuze autoriteiten ontleenden hun legitimatie aan hun zalving. Tot zover niets bijzonders. Vanaf de vroege eerste eeuw v.Chr. kenden de Joden echter een heel expliciet verlangen naar een messias, een koning die regeerde met Gods hulp. Dit was een reactie op de regering van de Joodse koning Alexandros Yannai, die zijn land in een burgeroorlog had gestort. Vanaf toen speculeerden Joden over een betere heerser. En wat lag meer voor de hand dan erop te hopen dat deze afkomstig zou zijn uit het Huis van David?

Lees verder “Messias (1)”

Kersthoax: Het huis van Jezus

Ik kon, betreffende de Tweede Hoofdwet van de Archeologie, niet méér op mijn wenken worden bediend dan door de Britse archeoloog Ken Dark. Hij kwam al eerder in het nieuws met de paashoax van dit jaar: Nazaret was groter dan gedacht. Nu lijkt hij een kersthoax voor te bereiden: hij heeft mogelijk het huis van Jezus’ ouders opgegraven!

Het is niet helemáál uit te sluiten, want de vroege christelijke gemeenschap zal de plek in ere hebben gehouden en hebben herinnerd. De vraag komt wel op waarom keizerin Helena er dan niet een archeologisch vindbare kerk overheen heeft gebouwd, zoals ze over het graf heeft gedaan. Het feit dat die vierde-eeuwse basiliek ontbreekt, suggereert vrij sterk dat de christenen destijds niet wisten waar het huis was geweest waar hun verlosser zijn jeugd had doorgebracht.

Lees verder “Kersthoax: Het huis van Jezus”

Jezus’ voorouders

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellinus)

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan over het Nieuwe Testament, waarbij ik de nadruk erop wilde leggen dat zowel de meeste personages als de auteurs Joden waren. Ik behandelde toen de proloog van het Johannes-evangelie. Vandaag het begin van het Matteüs-evangelie: de geslachtslijst, een van de stukken die elke weldenkende lezer overslaat. Er is echter meer aan te ontdekken dan je zou verwachten.

Ik werk met de tekst in de Willibrordvertaling omdat die nu eenmaal simpel te downloaden is, maar ik zou willen dat ik dat kon doen met de Nieuwe Bijbelvertaling; in die nieuwe en dus betere vertaling vindt u dezelfde tekst hier.

Lees verder “Jezus’ voorouders”

Hoezo klassiek?

Zeus en Ganymedes (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Er naderen verkiezingen en dus maakten de kleine christelijke partijen onlangs een puntje voor de eigen achterban, namelijk dat een reformatorische school het recht zou hebben van ouders een verklaring te vragen waarin zij afstand namen van een homoseksuele leefwijze. De discussie hierover is elders gevoerd; mij gaat het om een tweet van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij.

Scholieren verdienen een veilige school én scholen moeten de vrijheid hebben om de klassiek-christelijke opvattingen over huwelijk en seksualiteit te vertolken. …

Hierover is een hoop te zeggen. Het woord “klassiek” heeft diverse betekenissen.

Lees verder “Hoezo klassiek?”

Het Woord van God (joods)

De synagoge van Sardes (met adelaar)

“In the beginning was the word, soon followed by the drum, and the some early version of the guitar”: toen Lou Reed het ontstaan van de rock beschreef, citeerde hij een van de beroemdste teksten uit het christendom, de proloog van het evangelie van Johannes.

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. (Johannes 1.1-4)

Logos

Het Woord is een Grieks filosofisch begrip, logos, dat niet goed te vertalen valt. Dat komt onder meer doordat het een enorme theologische lading heeft gekregen. Als ik zou schrijven dat de logos het eerste onderdeel van de schepping is, krijg ik meteen als commentaar dat het Woord nou net niet geschapen is maar “voor alle tijden geboren”. Dat is namelijk de formulering in de meest gangbare christelijke geloofsbelijdenis. Feit één is in elk geval dat de logos in het antieke denken het ordenende principe is van het universum (“alles is erdoor ontstaan”, “in het Woord was leven”). Feit twee is dat de evangelist Johannes stelt dat de logos mens is geworden in de persoon van Jezus van Nazaret.

Lees verder “Het Woord van God (joods)”

De troon van Satan

Het Pergamonaltaar (Berlijn)

In Berlijn zijn een kleine zeventig voorwerpen in de oudheidkundige musea op het beroemde Museumeiland met een kleverige vloeistof besmeurd. Er zit geen patroon in het vandalisme, de schade is niet zó groot dat de restauratie vóór het politieonderzoek moest gaan. De voornaamste zorg van de beheerders is dat er ook leenstukken zijn besmeurd. Het is lelijk nieuws, maar vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat het groter is dan dit.

De media zijnde de media is het wel groter gemaakt. In het museum staat namelijk ook het Pergamonaltaar ofwel de Troon van Satan. Ik ga hier de verbanden die complotdenkers bedenken geen extra publiciteit geven. Ik beperk me tot de bewering dat dit de Troon van Satan zou zijn.

Dat is gebaseerd op de Openbaring van Johannes, het wonderlijke laatste boek van het Nieuwe Testament, geschreven in de laatste jaren van de eerste eeuw n.Chr. Er waren christenen gedood en de auteur spreekt zijn lezers moed in. Als ze vast hielden aan hun geloof in Christus, zouden ze op de Jongste Dag worden gerechtvaardigd. Johannes’ collectie fantasmagorieën vormt fenomenale literatuur. U hoeft niet te geloven in een naderend Oordeel om het met ingehouden adem te lezen. (Indien u desondanks een aanbeveling nodig heeft: het was de favoriete hotelkamerlectuur van Hunter S. Thompson zaliger nagedachtenis.)

Lees verder “De troon van Satan”