
Eerder deze week leverde ik de eerste proef in van mijn boek over de wedloop tussen de vervalsers van papyri en de wetenschap, Bedrieglijk echt. Daarin is, zoals ik al eens vertelde, ook een hoofdstuk opgenomen over de laatste twee jaar, waarin het ene schandaal na het andere zich ontvouwde. De onduidelijkheid over het Geheime Evangelie van Marcus is nu groter dan ooit omdat de argumenten zijn weerlegd waarom het vals zou zijn (wat vanzelfsprekend niet betekent dat het echt is en alleen bevestigt dat papyri zonder gedocumenteerde provenance wetenschappelijk waardeloos zijn). De onechtheid van de Artemidorospapyrus staat nu vast en dat geldt eveneens voor de Dode Zee-rol-fragmenten in de Greencollectie en de Schøyencollectie. Ook het valse Evangelie van de Vrouw van Jezus kwam in 2019 weer in het nieuws, zij het indirect, namelijk doordat de blunderende oudheidkundige zich via ramanspectroscopie rehabiliteerde.
Rehabilitatie is er voorlopig niet voor Dirk Obbink, de Oxford-onderzoeker die wordt verdacht van diefstal. Sinds ik mijn manuscript inleverde, is duidelijk geworden dat hij niet alleen in antieke maar ook in middeleeuwse handschriften heeft gehandeld. Gewoon legaal, wat betekent dat nóg meer mensen konden weten dat er iets loos was en de andere kant op keken. We hoeven het voorlopig niet te hebben over het zelfreinigend vermogen van de wetenschap, althans niet in Oxford. Daar hebben ze nu trouwens een programma voor de publicatie van unprovenanced materiaal uit Afghanistan. De bingokaart met de smoezen waarom het niet erg zou zijn dubieus materiaal te publiceren kan dus voorlopig nog niet weg.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.