Communistische archeologie (2)

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die overeenkomsten had met de wijze waarop liberalen keken naar het vak. Beide politieke stromingen delen immers een in wezen optimistisch toekomstbeeld en de grote wetenschappelijke winst van de negentiende eeuw is geweest dat de archeologen een empirische basis legden onder het achttiende-eeuwse vermoeden dat er in de geschiedenis vooruitgang was geweest.

Centraal daarbij stond het type archeologie dat Oscar Montelius had ontworpen, waarin het verleden in feite een grote spreadsheet was van regio’s en archeologische culturen. Wie er chronologisch doorheen ging, zag een zekere vooruitgang, maar verder was het eigenlijk een soort geschiedenis-met-andere-middelen, waarin de antieke beschavingen de plaats hadden overgenomen van koninkrijken die ontstonden, bloeiden en instortten. Dit was toch wat onbevredigend. Je wil méér. Je wil weten wat de motor achter de vooruitgang is. Al was het maar om die motor te stimuleren voor, om het eens negentiende-eeuws te verwoorden, the future improvement of society.

Lees verder “Communistische archeologie (2)”

Communistische archeologie (1)

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie
Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Er zijn – zie mijn voorbehoud gisteren – maar weinig overheden geweest die méér hebben gedaan om de wetenschap te bevorderen dan de Sovjet-Unie. Logisch, want het communisme is er, net als het liberalisme en het socialisme, van overtuigd dat de mens van nature goed en creatief is, en dat vooruitgang mogelijk is als mensen deze eigenschappen kunnen ontplooien. Hoewel liberalen daarbij geloven dat de dynamiek zit bij het individu, terwijl de marxistische traditie de motor van de vooruitgang zoekt in de spanningen tussen de diverse klassen, delen deze stromingen een optimistisch mensbeeld.

De grote triomf van de negentiende-eeuwse archeologie was dat ze bewees dat die vooruitgang ook werkelijk heeft bestaan. Anders geformuleerd: de menselijke geest kreeg steeds meer vat op de natuur. Dat vinden wij vanzelfsprekend, maar daar is weleens anders over gedacht: aan het begin van de negentiende eeuw verklaarde men de verschillen tussen de diverse culturen nog met de aanname dat niet alle mensen na het vertrek uit de Hof van Eden even ver waren gedegenereerd. De Patagoniërs waren bijvoorbeeld zo primitief omdat ze zo ver weg waren getrokken. De negentiende-eeuwse archeologen hebben dit op de Bijbel teruggaande beeld echter weerlegd en ik heb er al eens op gewezen dat dit een Halbe Zijlstra, die als staatssecretaris van cultuur niet wist wat hij moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, toch zou hebben moeten interesseren: empirisch bewijs voor een belangrijke liberale aanname.

Lees verder “Communistische archeologie (1)”

Communistisch Oezbekistan

Sovjet-oorlogsmonument in Fergana
Sovjet-oorlogsmonument in de Fergana-vallei (oostelijk Oezbekistan)

Ik eindigde gisteren mijn stukje over de geschiedenis van negentiende-eeuws Centraal-Azië met de laatste van de “vier vegen” waardoor het gebied zijn huidige vorm kreeg: op de aanvankelijke integratie van de gebieden waren de komst van de moslims en de Mongolenstorm gevolgd, waardoor de religieuze etnische grenzen waren getrokken, en gisteren arriveerden dus de Russen. Zij onderwierpen de khanaten van Centraal-Azië en namen die op in een groter economisch stelsel, waarbij de katoenteelt en -industrie een rol speelden. Een industrieel proletariaat en een middenklasse begonnen te ontstaan.

En die mensen, of ze nu Oezbeeks waren of Turks of Mongools of Russisch, hadden redenen om ontevreden te zijn. De katoenproductie was namelijk zó intensief geworden dat er soms voedselschaarste was.

Lees verder “Communistisch Oezbekistan”

Veliko Tarnovo

Tsarevets, Veliko Tarnovo

In de Middeleeuwen was Veliko Tarnovo de hoofdstad van een Bulgaars koninkrijk dat zich in zijn gloriedagen, het begin van de dertiende eeuw, uitstrekte van de Zwarte Zee naar de Adriatische Zee en de Egeïsche Zee. Aan het einde van de veertiende eeuw liepen de troepen van het Ottomaanse Rijk het echter onder de voet. Toen ze de Bulgaarse hoofdstad hadden veroverd, maakten ze de burcht met de grond gelijk.

Tsarevets

Een half millennium later herwonnen de Bulgaren hun onafhankelijkheid en ze begonnen in 1930 de oude burcht, de Tsarevets, te herbouwen. In de communistische tijd werkte men eraan verder en het resultaat mag er zijn. Een brug, poorten, kasteelmuren, torens, een paleis en op de heuveltop een kerk: als je niet beter zou weten, zou je denken dat het echt oud was. Je zou het kunnen opvatten als ’s werelds grootste folly.

Met de herbouw van de Tsarevets hadden de Bulgaarse communisten niet zoveel moeite. Dat daarin een kerk was opgenomen, was echter lastiger. Godsdienst was immers de opium van het volk. Het aanbrengen van een middeleeuws-ogende decoratie, met fresco’s die de orthodox-christelijke boodschap uitdroegen, was helemaal een stap te ver.

Lees verder “Veliko Tarnovo”