Nog één keer dan: de limes (2)

De Muur van Hadrianus: voorbeeld van een clausura.

[In het eerste deel van dit op verzoek geschreven stuk legde ik uit waarom de huidige limes-voorlichting contraproductief is: ze biedt de cruciale doelgroep niets. Ze verspilt ook geld omdat ze de infrastructuur negeert waarlangs mensen al informatie vinden. Een en ander is het gevolg van het feit dat men achterstevoren werkt: de limes-organisaties zijn niet begonnen met het vaststellen van ze wilden vertellen om daarna uit te zoeken met welke partijen ze dat wilden doen, maar zijn uitgegaan van het aanbod van de partijen die toevallig al bekend waren. Niet datgene wat noodzakelijk was, maar dat wat in de rolodex zat, is bepalend geworden voor dit project.]

Het eigenlijke verhaal

Hoe begin je met een project om de limes wat meer aandacht te geven? Bij het eigenlijke verhaal. OCW financiert de culturele sector niet om de burgers wat feiten toe te werpen: “cultuur verrijkt het individu en verbindt de samenleving”, lees ik op de website van het ministerie, en het heeft “waarde voor onze identiteit en geschiedenis”. Cultuur is een poging het eigen denken beter te doorgronden. Dit moet ook ons vertrekpunt zijn.

Eén mogelijkheid is erop wijzen dat de limes de omkering vormt van het Gelderse geschiedbeeld: ooit hadden we een redelijk pluriform beeld van het verleden waarin “we” Germanen waren. De limes legt het accent voor de oude geschiedenis van Nederland nogal eenzijdig op degenen die vroeger de “ze” waren. Dit is een interessante omkering: vaderlandse geschiedenis wordt hier ingeruild voor Europese. We leven in een verenigend Europa en de geschiedenis verandert mee.

Lees verder “Nog één keer dan: de limes (2)”

Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)

Nijmegen op de Peutinger-kaart: Nijmegen zou het logische venster in de canon zijn geweest

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing zal niets bieden wat niet allang bekend is: de voorlichting over de limes is contraproductief, omdat steeds dezelfde, vlakke boodschap wordt herhaald. Zo versterken de limes-organisaties juist bij de meer geïnteresseerde mensen de indruk dat het intellectueel weinig voorstelt en jagen ze precies die doelgroep weg die cruciaal is om de bewustzijnsverandering tot stand te brengen. De cruciale fout is dat men steeds uitgaat van wat de betrokken partijen toevallig in de aanbieding hebben, terwijl het vertrekpunt vanzelfsprekend de informatiebehoefte van het publiek behoort te zijn. Dat wist u allang, dus doorlezen op eigen risico.]

Het is als met de kruipolie die maakt dat een machine soepel draait: alles gaat beter als de informatie waarop we ons baseren accuraat is. Onderzoekers speuren naar die informatie en is deze eenmaal verworven, dan is het zaak haar zo snel en adequaat mogelijk over te dragen aan zoveel mogelijk mensen. Wetenschap is pas af als ze is gecommuniceerd.

Archeologen werken vanouds samen met musea en doen hun overdracht zo beroerd niet, maar er is verbetering mogelijk. Daarbij is de crux: het gaat om de informatiebehoefte van de ontvangers en niet om wat de zenders toevallig hebben te bieden. Bij zenders kunt u denken aan universiteiten, musea, stichtingen, re-enactors, journalisten, erfgoedhuizen en wat dies meer zij.

Lees verder “Veel geschreeuw en weinig wetenschap (1)”

Grote stappen, snel thuis

“Claudius Civilis”, leider van de opstand der “Batavieren”: een gevelsteentje aan de Kinkerstraat 31 in Amsterdam herinnert me dagelijks aan het Gelderse geschiedbeeld (alleen als ik in Amsterdam ben natuurlijk)

Afgelopen vrijdag sprak ik op een middelbare school over de Lage Landen in de Romeinse tijd en daar heb ik onder meer verteld dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich ooit, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, een Bataafse voorgeschiedenis heeft aangemeten. Dat ik dit vertelde was niet zonder risico, want ook jonge mensen weten genoeg van de “Tijd van ontdekkers en hervormers” om te herkennen dat dit beeld van het verleden nooit kan zijn ontstaan tijdens de Opstand. Degenen die zich destijds verzetten tegen Filips II waren natuurlijk niet dom en zouden nooit een parallel hebben gekozen die impliceerde dat ze, net als de Bataven, de strijd gingen verliezen. Dit beeld van het verleden moet ergens anders zijn ontstaan, en inderdaad: het is veel ouder. De identificatie met de Bataven stamt vermoedelijk uit de Gelderse Oorlogen. U leest hier meer over het ontstaan van het vanaf de zestiende eeuw steeds populairder geworden Gelderse geschiedbeeld.

Waarom vertelde ik het dan, als het niet waar is? Het antwoord is simpel: omdat mijn les ging over de limes en omdat ik weinig zou winnen door me te verliezen in de minutiën der Gelderse historie. Los daarvan was ik in Oud-Beijerland, waar ik wél mocht veronderstellen dat de leerlingen wisten wat er in het naburige Den Briel was gebeurd maar niet mocht aannemen dat ze zouden weten wie Karel van Egmont was. Met grote stappen was ik snel thuis.

Lees verder “Grote stappen, snel thuis”

Limesmoeheid (1)

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Ik herinner me niet waar ik het woord “limesmoeheid” voor het eerst heb gehoord: misschien was het in het Thermenmuseum, misschien in het Rijksmuseum van Oudheden, misschien was het een re-enactor, misschien een archeoloog, een classicus, een historicus. Maar een jaar of drie geleden was het woord er ineens. Het is taalkundig interessant omdat het een typisch spreektaalwoord is dat nauwelijks wordt geschreven. (Wie het op Google opzoekt, ziet twee vindplaatsen: het Taalmeldpunt en deze blog.)

Dit maakt “limesmoeheid” ook wat verontrustend. Er zijn mensen druk met de werelderfgoedstatusaanvraag en er is daarnaast een parallelle realiteit waarin men redenen heeft niet op te schrijven wat men denkt, maar ondertussen wel met elkaar bespreekt hoe moe men is van bijvoorbeeld nieuwsbrieven die beginnen met “Limes! Limes! Limes!” Het limesproject is geïsoleerd en loopt zo draagvlak mis. Dat is voor een project van deze omvang nogal problematisch. Daarover wil ik het vandaag hebben, maar eerst: wat maakt de limes zo speciaal?

Lees verder “Limesmoeheid (1)”

Oudheid als ambitie

De Nijmeegse uitgeverij Vantilt was zo vriendelijk me een exemplaar toe te sturen van Oudheid als ambitie. De zoektocht naar een passend verleden, 1400-1700 van Karl Enenkel en Koen Ottenheym. Ik voel me bij presentexemplaren altijd wat opgelaten omdat zo’n cadeautje doorgaans een onuitgesproken (en soms wél uitgesproken) verzoek is erover te schrijven, terwijl ik vaak betwijfel of het wel verstandig is er aandacht op te vestigen. Classici, historici en archeologen leggen, wanneer ze überhaupt schrijven voor het grote publiek, de lat nogal laag en wekken daardoor vooral de indruk dat het vak intellectueel weinig voorstelt. Voor Oudheid als ambitie was ik echter meteen gewonnen.

Nou ja, bijna meteen. De inleiding is niet opwindend, maar toen ik die las had ik al gezien dat het vervolg interessant zou zijn, heel interessant. Oudheid als ambitie is zo’n boek waarvan je al jaren hoopt dat iemand het schrijft: een overzicht van de door de eeuwen veranderende omgang met de oude wereld. Idealiter is dat een trilogie, met een eerste deel over de continuïteit van de laatantieke cultuur in de Middeleeuwen, daarna een deel over de periode die begint met de Renaissance en tot slot een deel dat begint met Montesquieu en Winckelmann. Enenkel en Ottenheym bieden het middendeel.

Lees verder “Oudheid als ambitie”

Wij Batavieren (2)

Karel van Egmont

Gisteren heb ik geschreven over het wonderlijke gegeven dat de Hollanders zich in de late zestiende eeuw begonnen te associëren met de Batavieren, zoals men destijds de Bataven noemde. De parallel die ze trokken tussen de eigen opstand tegen Spanje en de Bataafse Opstand tegen Rome, is bizar omdat ze immers een uiteindelijke nederlaag impliceert. Een eervolle nederlaag, zeker, maar een nederlaag. Ik opperde dat de Hollanders deze keuze maakten omdat er een model klaarlag.

Geldenhouwer

Dat is gevormd door de Nijmeegse humanist Gerard Geldenhouwer (1482-1542), die in 1530 een Historia Batavica publiceerde die in 1541 werd herdrukt. Daarin benadrukte hij (terecht) het Germaanse karakter van de Batavieren, claimde hij (terecht) dat Nijmegen hun hoofdstad was geweest en benadrukte hij (minder terecht) de continuïteit met het hertogdom Gelre.

Lees verder “Wij Batavieren (2)”

Wij Batavieren (1)

Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte. Als Hagenaar kon hij zich even makkelijk associëren met het even verderop gelegen Romeinse Forum Hadriani, maar hij koos ervoor zich te zien als Cananefaat.
Het traditionele beeld van de Oudheid, waarin veel aandacht was voor de Germanen, was nog dominant in de jaren negentig, toen Wim de Bie deze elpee maakte.

Ik heb op deze kleine blog al een paar keer gewezen op het revolutionaire karakter van de aandacht die momenteel wordt gegeven aan de limes. Dertig jaar geleden had slechts een enkeling ervan gehoord. De Romeinse rijksgrens is “op de kaart gezet” – een cliché dat ik niet meer horen wil – met de Monumentenwet 1988 en vervolgens gecanoniseerd door de Commissie-Van Oostrom. Het gaat om een breuk met het traditionele beeld van de Nederlandse Oudheid, waarin vanouds niet de Romeinen centraal staan maar de Germanen. De Eburonen en de Bataven dus, en de Cananefaten, Chamaven, Friezen en Franken.

Hoewel ik de voordelen van het nieuwe geschiedbeeld herken, denk ik dat het niet zal beklijven. In de jaren tachtig ijverden de historici voor een soortgelijke aanpassing van ons beeld van de Patriottentijd, maar bij de recente herdenking van “tweehonderd jaar koninkrijk” klonk weer het aloude “de Patriotten waren de NSB-ers van Napoleon”. Tenzij de limes-organisaties gaan uitleggen waarom de limes een beter geschiedbeeld is dan het traditionele, kunnen we erop rekenen dat Nederland de limes over dertig jaar nog steeds niet zal herkennen als het eigen verleden en dat het project zal worden beschouwd als even nep als de visualisaties die momenteel aangeven waar ooit iets Romeins is geweest. De limessamenwerking zal eindigen met de reputatie een speeltje te zijn geweest voor projectontwikkelaars en werkverschaffing voor archeologen, die vaderlands verleden inruilden voor een Europees construct.

Lees verder “Wij Batavieren (1)”

Hoezo limes? (1)

Een wachttoren langs de Romeinse limes (in Duitsland)

Toen de Commissie-Van Oostrom in 2008 de Nederlandse canon presenteerde, was een van de gekozen “vensters” de grens van het Romeinse Rijk, de limes. Een dappere keuze, die niet voor de hand lag.

In de Nederlandse geschiedschrijving van de Oudheid staat immers al sinds mensenheugenis een ander thema centraal: de opstand der ‘Batavieren’. Anders dan de limes heeft dat onderwerp duidelijke sporen nagelaten in onze cultuur. Ik ken althans geen fietsmerk Limes, geen huize Limes, geen limesbier, geen limes-strip en ook geen limes-gevelsteentje. Wat ik maar zeggen wil: de limes is minder een aspect van het gedeelde Nederlandse verleden dan de Bataafse opstand.

Lees verder “Hoezo limes? (1)”