Sparta en de heloten

Een hopliet (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

In 431 v.Chr. brak oorlog uit tussen de Griekse stadstaten Sparta en Athene. De Atheners hadden een handelsembargo ingesteld tegen een buurstaat, die om hulp had gevraagd in Sparta. Daar was men bang voor reputatieschade als men het verzoek afwees. De Spartanen eisten dus dat de Atheners het embargo opgaven, waarop de Atheners antwoordden dat Sparta niets te eisen had aangezien er procedures waren afgesproken om geschillen op te lossen. Sparta trok de oorlog omdat het niet anders kon en eiste dat Athene zijn alliantie zou ontbinden; Athene trok ten strijde voor het behoud van wat we nu zouden aanduiden als het behoud van de internationale rechtsorde.

Pas na tien jaar, in 421, was deze zogeheten Archidamische Oorlog voorbij: Sparta had Athene niet kunnen dwingen zijn alliantie te ontbinden. Of je de Spartaanse nederlaag moet typeren als een Atheense overwinning, is een kwestie van semantiek.

Lees verder “Sparta en de heloten”

Heloten

Veel afbeeldingen van heloten zijn er niet en dat zegt wel iets. Dit zijn Spartaanse krijgers uit de archaïsche periode uit het museum van Sparta.

In de Oudheid waren alle mensen ongelijk. In elke stadstaat was burgerschap een voorrecht; ambten waren meestal voorbehouden aan rijke mannen; niet iedereen mocht dienen in het leger; niet iedereen mocht land bezitten; en vrijwel elke samenleving kende minstens één klasse van mensen die niet zichzelf bezaten. Zij waren onvrij. Dat alle leden van een samenleving voor de wet gelijk zouden zijn, dezelfde rechten hadden en vrij zouden zijn, bestond eenvoudigweg niet.

Heloten

De Spartaanse samenleving was op deze regel geen uitzondering. Ook hier waren de mensen verdeeld in verschillende standen, rangen en klassen. En ook hier bestonden onvrije arbeiders: de heloten. Doorgaans waren dit boeren, maar er zijn ook bedienden, bewakers en stalknechten bekend. Volgens de traditie was helotage ontstaan toen de Spartanen het aangrenzende Messenië onderwierpen en de bewoners, een ander volk dus, hun vrijheid ontnamen.

Lees verder “Heloten”

De slag bij Mantineia (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Vierde deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

De Spartanen waren uitgerukt tegen een coalitie van de democratische stadstaten Argos, Mantineia, Elis en Athene. Volgens Thoukydides stuitten de hoplieten twee kilometer ten zuiden van Mantineia op elkaar. De Spartanen, die  meenden dat hun vijand zich noordelijker bevond, rukten in een rij op door een bos en zagen, toen ze de bosrand hadden bereikt, ineens het al opgestelde leger van hun tegenstanders. Snel stelden de Spartaanse onderdelen zich op:

Lees verder “De slag bij Mantineia (2)”

De Archidamische Oorlog (2)

Sfakteria, waar Kleon de Spartanen gevangen nam

 [Tweede deel van een reeks over de oorlog tussen Athene en Sparta. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de Atheners hun kasboek niet op orde hadden en werden geconfronteerd met een tyfusepidemie en opstandige bondgenoten op Lesbos, zodat het er al met al niet goed voorstond, bleken de Spartanen niet in staat Lesbos hulp te bieden. Daarna durfden de Atheense bondgenoten niet meer aan opstand te denken. De Atheense staatsman Kleon kon daardoor het tribuut verhogen. Tegelijkertijd boekten capabele generaals als Nikias en Demosthenes goedkope maar spectaculaire overwinningen die veel deden om het Atheense prestige te herstellen.

Athene kreeg zelfs de overhand toen Demosthenes een fort bouwde in het zuidwesten van de Peloponnesos. Talloze Spartaanse staatshorigen (“heloten”) konden nu weglopen van het platteland, wat de economie van Sparta grote schade toebracht. Bovendien slaagde Kleon er in 425 in een Spartaans legertje tot overgave te dwingen. Het dreigement de krijgsgevangenen te doden was voldoende om Athenes vijanden te doen besluiten het platteland rond de stad niet meer te plunderen.

Lees verder “De Archidamische Oorlog (2)”

Misverstand: Sparta

Hoplietenveldslag (British Museum, Londen)

Misverstand: Sparta was krijgszuchtig

De eerste steden ontstonden in het derde millennium v.Chr. in het oude Nabije Oosten. Vaak werden ze bestuurd door een koning die ook het omringende platteland beheerste. Tweeduizend jaar later ontstonden ook in Griekenland steden, en daarvan was Sparta een van de machtigste.

Het wordt wel beschouwd als kazernestaat, en inderdaad: de bewoners besteedden veel tijd aan hun opleiding tot soldaat. Dit werd mogelijk gemaakt doordat ze het land lieten bewerken door staatshorigen ofwel heloten. De vrije burgers kregen zo zeeën van vrije tijd, waarvan ze dus een deel wijdden aan militaire oefeningen. Uit allerlei teksten blijkt dat de Spartanen een sobere levenswijze prefereerden om bikkels van krijgers te vormen. Sparta’s imago – goed getraind en immer voorbereid op oorlog – was ijzersterk en bestaat nog altijd.

Lees verder “Misverstand: Sparta”

This is Sparta!

This is Sparta! (© Warner Bros)

Frank Miller heeft nogal uitgesproken opvattingen over mannelijkheid. Zijn helden zijn mannen die in een cynische wereld proberen iets van waarde te beschermen. Zo pleegt in Sin City John Hartigan na een jarenlange gevangenisstraf zelfmoord om het onschuldige leven van Nancy Callahan veilig te stellen. In 300 zijn de Grieken die zich zullen doodvechten bij Thermopylai de enige hoop in de wereld op rede en gerechtigheid, terwijl de Perzen slechts een zee van mystiek en tirannie hebben te bieden. De graankorrel moet sterven om te laten leven, zoiets. Geseculariseerde christologie.

Je hoeft Millers ideeën niet te delen om te erkennen dat hij meesterwerken maakt en je begrijpt waarom Sin City en 300 zijn verfilmd. Over die laatste heb ik al eens geblogd: 300 was bepaald geen onschuldig vermaak. Het gaat me vandaag om iets anders: de samenleving van de Spartanen. In zowel de graphic novel als de film zijn het snoeiharde macho’s. Dat is ook het beeld dat we krijgen uit de bronnen: een echte Spartaan is een getrainde soldaat, een professionele krijger, die het werk op het platteland laat doen door heloten, een soort horigen of lijfeigenen die staatsbezit zijn. Er waren nog wat andere bevolkingsgroepen maar bovenaan stond elite van Spartanen en onderaan bevonden zich de heloten.

Lees verder “This is Sparta!”

Het einde van Sparta

Ik beschreef eergisteren hoe de Griekse legers in de vijfde eeuw waren geprofessionaliseerd en hoe er, naast de zwaarbewapende hoplieten, ook lichtbewapende peltasten waren gekomen. In het stukje van gisteren gaf ik aan dat het nu mogelijk werd tactisch onderdelen te verplaatsen, waardoor de krijgskunst veranderde. Ook vermeldde ik dat de Perzische koning Artaxerxes II Mnemon in 387 de Grieken had gedwongen tot het beëindigen van hun eeuwige oorlogen en Sparta had aangewezen als toezichthouder.

De Thebanen waren ongelukkig met die constructie en vochten, onder leiding van generaal Epameinondas, de regeling vanaf 382 aan. Vijf jaar later stichtten de Atheners een tweede Delische Zeebond, die de Spartanen behoorlijk in de problemen bracht, tot de Perzische koning in 371 opnieuw eiste dat zijn westerburen de vrede hernieuwden. Alleen de Thebanen weigerden daaraan gehoor te geven, waarop tienduizend Spartaanse hoplieten een inval deden Boiotië, “de dansplaats van Ares”, de landstreek waarin Thebe lag. Bij het dorp Leuktra kwam het tot een veldslag. Daarin bleek dat het leger van Sparta, zelfs al was het uitgebreid met peltasten en cavalerie, niet voldoende met zijn tijd was meegegaan. Het woord is aan Xenofon:

Lees verder “Het einde van Sparta”

Peltasten

Een lichtbewapende Griekse soldaat, vroege vierde eeuw v.Chr., op een Apulische krater in het Archeologisch Museum van Zagreb. Peltasten droegen overigens kleren.

Professionalisering: misschien is dat wel het beste woord om de Griekse krijgskunst van de vijfde en vierde eeuw te beschrijven. Aanvankelijk beschikte alleen Sparta over beroepssoldaten, al was dat door “Spartaan” gelijk te stellen aan “soldaat” zodat er in feite geen andere beroepen bestonden. Het eigenlijke werk werd gedaan door staatshorigen (de heloten) en andere rechtelozen of halfgerechtigden. In de loop van de vijfde eeuw kregen ook de andere Griekse steden hun beroepslegers. Zo had de stad Argos een keurkorps van duizend man.

Opvallend waren de huurlingen. Niet dat die nieuw waren. Voordat Egypte door de Perzen was onderworpen, hadden de farao’s al Kariërs en Grieken in dienst gehad. Wahibre-em-achet bijvoorbeeld. Wel nieuw was de snelle toename van het aantal huurlingen in Griekenland zélf tijdens en na de Archidamische Oorlog (431-421) en de Dekeleïsche Oorlog (415-404). Onder hen waren ontheemden, anderen waren avonturiers, terwijl er ook mannen tussen waren als Xenofon, die politieke opvattingen hadden die slecht lagen bij hun stadsgenoten. Lees verder “Peltasten”