
Het huidige Griekenland geldt als het moederland van de Grieken, maar vanouds woonden er Grieken aan de overzijde van de Egeïsche Zee. Van noord naar zuid heetten die de Aioliërs, Ioniërs en Doriërs. Die laatsten woonden naast de Kariërs, een volk dat al in de Bronstijd staat vermeld in Hittitische teksten en dat een eind vorige eeuw ontcijferde Anatolische taal sprak. Na de instorting van het Bronstijdsysteem en de slecht begrepen Vroege IJzertijd is Homeros de eerste die ze weer vermeldt: de Kariërs waren bondgenoten van de Trojanen en ze woonden rond Milete.noot Dat is wat noordelijker dan we zouden verwachten, maar het kan zijn dat Homeros authentieke informatie bewaart uit de Late Bronstijd. In de tussentijd waren namelijk de Frygiërs vanuit Europa overgestoken naar Anatolië en er waren wat verschuivingen.
De banden tussen de Kariërs en de Grieken waren nauw. Herodotos, geboren in de Karisch-Griekse stad Halikarnassos (Bodrum), is een voorbeeld: zijn vader droeg de Karische naam Lyxes.
Verdeeld en verenigd
Het zuidwesten van het huidige Turkije, want daarover hebben we het, is een land van bergen en valleien. Niet echt gunstig voor landbouw. In vergelijking met Egypte en Babylonië was Karië een marginaal gebied. Er waren versterkingen op heuveltoppen en dorpen in de valleien, maar weinig steden of havens. Doordat ieder z’n eigen vallei had, waren de Kariërs verdeeld.
Wat de Kariërs verenigde, was hun religie. Een van hun godsdienstige centra was Mylasa, waar ze een mannelijke oppergod vereerden, door Herodotos aangeduid als “de Karische Zeus”. Anders dan zijn Griekse evenknie was deze Zeus een oorlogsgod. Populair was ook Hekate, de beschermvrouwe van de kruispunten en hekserij. Herodotos noemt haar Athena en vertelt dat haar priesteres een baard kreeg als er een ramp dreigde.noot Op de berg Latmos, achter Milete, vereerden de Kariërs Endymion, volgens de Grieken de minnaar van de maangodin.

Huurlingen
Arm als de Kariërs waren, waren ze gedwongen dienst te nemen als huurlingen. Jongere zonen die geen land erfden, gingen dus naar het buitenland om een toekomst op te bouwen. In de archaïsche tijd golden ze als militaire specialisten en het is geen toeval dat Herodotos aan de Kariërs drie militaire innovaties toeschrijft: schilden met handgrepen, emblemen op de schilden en helmen met pluimen.noot Omwille van die laatste uitvinding zouden de Perzen de Kariërs aanduiden als hanen.
De oudste vermelding van Karische huurlingen is te vinden in de Bijbel en verwijst naar een gebeurtenis rond 840 v.Chr.noot De volgende vermelding brengt ons naar het Egypte van de zevende eeuw, als farao Psamtek I (r.664-610), Karische huurlingen in dienst neemt. Althans, dat beweert Herodotosnoot en daarvoor is ook indirect bewijs: archeologen hebben verschillende nederzettingen ontdekt in het westelijke deel van de delta, gesticht door mensen uit het Egeïsche Zee-gebied.
Het is bekend dat Karische huurlingen rond c.593 v.Chr. tegen de Nubiërs hebben gevochten. Bij hun terugkeer lieten ze inscripties achter in de buurt van het huidige Aswan. Die vormen waardevol bewijs voor de Karische taal. Volgens een Egyptische stèle speelden Kariërs een rol tijdens de staatsgreep van Amasis (570 v.Chr.), die hen vestigde bij de Egyptische hoofdstad Memfis. Daar waren de Karische huurlingen, toen de Perzische koning Kambyses in 525 v.Chr. Egypte binnenviel, nog altijd. Een papyrus uit 411 bewijst dat ze er toen nog steeds waren.
Perzisch Karië
Inmiddels, in de vroege zesde eeuw, was het Karische moederland onderworpen aan de Lydische koning Alyattes en na het midden van de zesde eeuw aan de Perzische koning. Kariërs staan vermeld in spijkerschriftteksten uit Borsippa en de Perzische hoofdstad Persepolis. Toen de Macedonische koning Alexander de Grote het Perzische Rijk veroverde, passeerde hij in de buurt van het huidige Bagdad een Karische nederzetting. Het zal zijn gegaan om een garnizoen dat voor de Perzische koning de weg bewaakte van de Tigris naar de Iraanse hoogvlakte.

Niet dat de Kariërs altijd loyaal waren aan de Perzen. Rond 499 v.Chr. sloten ze zich aan bij de opstand van de Aziatische Grieken tegen koning Darius de Grote. Hoewel de Perzische legers de orde herstelden, lijkt het erop dat de Kariërs een zekere mate van zelfstandigheden hebben weten te bewaren. De Perzen wisten dat het goede soldaten waren, begrepen dat Karië arm was en voelden geen aandrang het land werkelijk te onderwerpen. Sommige Karische havensteden plaatsten zich onder bescherming van de Atheners en traden toe tot de Delische Zeebond.
Evengoed bleven de Perzen aanwezig. De satraap, zoals de gouverneur heette, resideerde in Halikarnassos. In 1974 hebben archeologen niet ver van Xanthos een drietalige inscriptie gevonden uit de tijd dat Artaxerxes IV Arses (r.338-336). Eén versie was in het Aramees, de taal van de Perzische kanselarij.

De Hekatomniden
Vanaf het begin van de vierde eeuw v.Chr. lieten de Perzische koningen het bestuur van Karië over aan een plaatselijke dynastie. De eerste Karische satraap van Karië (en naamgever van de dynastie) was Hekatomnos (r.391-377), die gefascineerd lijkt te zijn geweest door de Griekse cultuur maar loyaal was aan zijn koning in Persepolis.
Zijn opvolger was Maussolos, die de Perzische koning nu eens wel en dan weer niet steunde, en gestaag zijn invloedssfeer vergrootte. Verschillende Griekse bronnen duiden hem aan als koning. Voor zijn grafmonument, het Mausoleum van Halikarnassos, zou een koning zich in elk geval niet hebben hoeven schamen.

Maussolos overleed in 353 v.Chr. Hij werd opgevolgd door zijn zus Artemisia, vervolgens door zijn broers Idrieus en Pixodaros, en tot slot door zijn jongste zus Ada. Die kon in 334 de machtsovername door Alexander de Grote niet verhinderen en daarna was Karië de inzet van een reeks conflicten tussen de diverse hellenistische heersers.
Zelfde tijdvak
Melqart in meervoudaugustus 14, 2023
De Kritios-jongenjanuari 13, 2017
De eerste filosofen (6): Parmenidesapril 20, 2022

‘Het zuidoosten van het huidige Turkije’?
En waaraan kun je de man op het reliëf in Persepolis als Kariër herkennen?
Dank je wel Saskia, het is inderdaad zuidwest.
De Kariër wordt geïdentificeerd aan de hand van zijn hoplietenschild en aan de plaatsing van deze persoon op dit reliëf. Daarin zit een (niet consequent volgehouden) volgorde, waarin de mensen die het dichtst bij Perzië woonden vooraan zijn afgebeeld en de verst levenden achteraan.
Het Turkse stadje Dalyan is een prima plek om vakantie te houden. Met Karische rotsgraven boven de rivier van het stadje en de goed bewaarde antieke haven.
Verder veel eethuisjes, mogelijkheden voor boottochten, geen moderne hoogbouw en met de bus naar Bodrum.
Ik zou het in het zuid-westen van Turkije plaatsen.
Leuk feitje: verreweg de meeste inscripties in de Karische taal komen uit Egypte. In het bijzonder zijn er velen gevonden in Saqqara, de dodenstad van de toenmalige hoofdstad Memphis – raar is dat niet, want blijkbaar waren de “Karomemphieten” in de hoofdstad dermate talrijk dat het stadsdeel “Karikon” naar hen vernoemd was.
De Kariërs in Perzische dienst leefden in Borsippa, nabij Babylon. Zij hadden land in ruil voor dienst. Ze kwamen niet direct uit Karië, maar werden uit Egypte meegenomen, waar ze eveneens in krijgsdienst waren. Dit gebeurde nadat Cambyses Egypte veroverd had. Meer hierover in een artikel van Caroline Waerzeggers: https://www.academia.edu/439159/The_Carians_of_Borsippa_Iraq_68_2006_1_22
Dat is een vreemde locatie. Vanaf Babylon zou Alexander de Eufraat gevolgd hebben richting Sousa. Weten we zeker dat dit gaat om dezelfde groep Kariërs?