Jood: een antiek, ambigu begrip

Een sjekel van Israël uit het tweede jaar van de Joodse Opstand (Museum Masada)

Ik blogde gisteren over het nieuwe boek van Ewoud Sanders, Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het lezen van Sanders’ boek bracht me op het idee eens een blogje te wijden aan het antieke gebruik van datzelfde woord – יְהוּדִי, Ἰουδαῖος, Judaeus.

Juda

Zulke woorden zijn afgeleid van de naam van de stam Juda, die in de IJzertijd leefde in de omgeving van de stad Jeruzalem. Koning David voegde die stad, die niet bij een van de twaalf Bijbelse stammen behoorde, toe aan zijn koninkrijk.noot 2 Samuël 5.6-9. Na het uiteenvallen van dat rijk, ergens rond 930 v.Chr., bleef Jeruzalem de hoofdstad van het zuidelijke koninkrijk. Dat bestond uit twee voormalige stammen, Juda en Benjamin, en omdat die laatste nogal klein was, heette het koninkrijkje dat vanuit Jeruzalem werd bestuurd, naar de grootste stam: Juda.

Lees verder “Jood: een antiek, ambigu begrip”

Jood: een beladen begrip

Van de hand van Ewoud Sanders verscheen vorige week een interessant boek met de niet mis te verstane titel Jood. De vergeten geschiedenis van een beladen woord. Het onderliggende probleem – anders gezegd, waarom is het woord “jood” zo beladen? – is misschien wel het beste geïllustreerd door de spellingswet, die vindt dat het woord met een kleine letter geschreven moet worden als het om religie gaat, en met een hoofdletter als het om een volk gaat. Bij Joden/joden valt het een echter niet los van het ander te zien, want ze zijn eeuwenlang een volk geweest dat (althans volgens velen) door religie was gedefinieerd. Daarmee paste de Jood niet in de bekende hokjes. We verdelen de mensheid in volken waar je affiniteit mee hebt en volken waarbij je dat niet voelt, en in godsdiensten die je begrijpt en die je niet begrijpt, en het bestaan van Joden problematiseert dat soort handige verdelingen. Dat maakt jodendom lastig, althans voor niet-joden/niet-Joden.

Stereotypen

Sanders’ boek blijft lichtvoetig. Beginnend met het Bijbelverhaal over Juda, de naamgever van de stam Juda, die in de Vroege IJzertijd leefde rond Jeruzalem, en met een korte stop bij de (valse) beschuldiging dat “de” Joden Christus hadden vermoord, komt Sanders al snel uit bij het soort informatie waar hij goed in is: de geschiedenis van Nederlandse woorden in de afgelopen twee, drie eeuwen.

Lees verder “Jood: een beladen begrip”

De Ammonieten

Een koning van Ammon (Jordan Museum, Amman)

Op de instorting van het Bronstijd-systeem – ook wel bekend als het drama van de Zeevolken – volgde in het Nabije Oosten de IJzertijd. Eigenlijk per definitie. Het gebied lijkt verdeeld te zijn geraakt tussen diverse stammen, die in detiende en negende eeuw begonnen te clusteren tot vroege koninkrijken: Juda rond Jeruzalem, Israël rond Samaria, Aram rond Damascus. De aanleiding tot deze clustering was de dreiging van Assyrië. Ten oosten van de rivier de Jordaan lijkt het proces wat langzamer te zijn verlopen. Daar woonden de Edomieten, Moabieten en Ammonieten.

De Ammonieten in de Bijbel

De laatsten zijn vooral bekend uit de Bijbel, meer precies uit het lange narratief dat bekendstaat als het Deuteronomistisch Geschiedwerk. Al aan het begin is te lezen dat het land van “de kinderen van Ammon” was gelegen “van de Arnon tot de Jabbok en tot aan de Jordaan”.noot Rechters 11.13. We zouden eraan kunnen toevoegen dat de oostgrens de woestijn was. De woorden “kinderen van” duiden waarschijnlijk op het (semi)tribale karakter van de Ammonieten.

Lees verder “De Ammonieten”

Joodse literatuur (1): het begin

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Salmanasser van Assyrië (British Museum, Londen)

Een chronologisch overzicht van de joodse literatuur, ik heb het daar wel vaker over gehad, en u vindt hier al een beredeneerd verhaal. Het kan echter ook in meer detail en met verwijzingen naar andere teksten. Hieronder is zo’n overzicht, en later vandaag heb ik een heus leesrooster. Maar eerst enkele aantekeningen.

Eén, ik heb de Wet van Mozes (de Tora, de Pentateuch, de eerste vijf boeken van de Bijbel…) buiten beschouwing gelaten. Daarover bestaat eindeloos veel discussie. Er zijn geleerden die de eindredactie pas in de derde eeuw v.Chr. plaatsen. De kern van Deuteronomium (de hoofdstukken 12-22 en 26) is echter rond 620 v.Chr. geschreven.

Twee, sowieso zijn alle pogingen omstreden om de joodse literatuur te dateren.

Lees verder “Joodse literatuur (1): het begin”

Sisak

Šešonq (Sisak) in Karnak, omringd door de namen van de veroverde steden (© Wikimedia Commons | gebruiker Olaf Tausch)

Tijd voor weer een stukje over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Zoals u weet zijn handboeken alleen maar een basis voor het echte onderwijs. In de colleges leert de student dat het niet zo is als de handboekstof, of dat het genuanceerder ligt, of dat het volslagen raaskalderij is, of de onverwachte bevestiging van het tegendeel, dat precies datgene is waarover de docent een grundlegende studie heeft gepubliceerd. Whatever. Vandaag een zinnetje dat mooi illustreert dat een handboek niet bedoeld is als meest complete behandeling.

De situatie: door de Zeevolken-crisis is het Bronstijdsysteem in elkaar gestort. Het gaat overal wat minder maar in sommige gebieden blijven orde & gezag & schrijfcultuur bestaan. Egypte is na de ondergang van de Twintigste Dynastie weliswaar verdeeld geraakt, en Libische potentaten nemen de macht over, maar ook in de “Derde Tussentijd” bestaat nog wel enig legitiem gezag. De koningen van de Eenentwintigste en Tweeëntwintigste Dynastie zijn zeker geen schlemielen. Dat bewijst bijvoorbeeld Šešonq I, die regeerde van 943 tot 922 v.Chr.

Lees verder “Sisak”