Een geschiedenis van Sicilië

Ik ken maar weinig mooiere en interessantere plekken dan Sicilië. Iedereen die iets is geweest in de Mediterrane wereld is er weleens aangespoeld: Feniciërs dus en Grieken, Karthagers, Romeinen, Vandalen en Byzantijnen. Later Arabieren, Normandiërs, Fransen, Spanjaarden, Piëmontezen. Ik zou de Duitsers, Britten en Amerikanen bijna vergeten. Het erfgoed is even gevarieerd als de bezoekers. Aanspoelen gebeurt trouwens nog volop: denk aan de bootvluchtelingen die in hun wanhoop proberen de zee over te steken van Tunesië of Libië naar Sicilië. Eigenlijk is alleen Cyprus vergelijkbaar met Sicilië.

Je zou denken dat een eiland met zulk rijk erfgoed wel heel veel toeristen zal trekken. Gek genoeg is dat maar half waar. Het eiland trekt inderdaad elk jaar weer duizenden bezoekers, maar slechts weinigen komen nog eens terug naar Palermo of Syracuse. Terwijl toeristen wél terugkeren naar steden als Rome en landstreken als Toscane. Een echte verklaring voor dit verschijnsel heb ik niet, maar ik kan wel een persoonlijke ervaring noemen. Na mijn eerste bezoek – was het 1999? – wilde ik meer weten over de geschiedenis van Sicilië, om zo mijn tweede bezoek voor te bereiden. De enige literatuur die ik destijds vond was óf veel te geleerd óf op het platvloerse af simplistisch. Nu is er echter een fijn boek dat de geïnteresseerde lezer wél serieus neemt zonder hem in de archivalia te verdrinken: Sicilië. Eiland in het midden van Dirk Vlasblom.

Lees verder “Een geschiedenis van Sicilië”

Al-Hakim

Fatimidisch kristal (Louvre, Parijs)

Het was diep in de nacht van de 27e shawwal van het jaar 411 volgens de islamitische jaartelling ofwel 13 februari 1021, toen kalief Al-Hakim bi-Amr Allah zijn paleis verliet, gezeten op zijn grauwe ezel Qamar, “maan”, en vergezeld door twee dienaren. Het zou een veelbewogen nacht worden.

Kalief Al-Hakim was een wonderlijke man. Hij behoorde tot de Fatimidische dynastie, waarvan de heersers de sji’itische islam propageerden. Alleen niet in de vorm zoals die tegenwoordig in vooral Iran bestaat, maar in de zogenaamde Ismaëlitische stroming. Zoals wel meer shi’itische leiders keerde hij zich tegen de soennieten en was hij tolerant voor joden en christenen. In 1004 was aan dat beleid echter een einde gekomen. Hij verbood de christelijke feestdagen en ook mochten mensen geen wijn meer drinken, wat zowel voor christenen als joden problemen opleverde. Ook kwamen er kledingvoorschriften: niet-islamitische vrouwen dienden bijvoorbeeld één rode en één zwarte schoen te dragen.

Lees verder “Al-Hakim”