Dertig Egyptische dynastieën en drie Egyptische rijken

De Nijl

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologische indeling

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manetho dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Dertig Egyptische dynastieën en drie Egyptische rijken”

MoM | Beeldvorming

Paul Damen (van de Joodse Omroep) had een leuke vraag. Het viel hem op dat in werkelijk álle Jezusfilms, waarvan we er met deze kerst vast weer een paar te zien zullen krijgen, Joden altijd licht gebogen door hun deur gaan. Denken ze in Hollywood nou echt dat ze destijds geen grotere deuren konden maken? Bovenstaand plaatje uit een film van Franco Zeffirelli illustreert het punt. En Damen vroeg of ik wist hoe het zat.

Het antwoord is, denk ik, dat de makers ongewild een anti-joods vooroordeel reproduceren. Het beeld dat ze hebben van het verleden, is voor een belangrijk deel bepaald door eerdere films en als het gaat om de Oudheid, gaat zo’n beeld uiteindelijk terug tot de negentiende eeuw. Toen is voor het eerst systematisch nagedacht over de vraag hoe de oude wereld eruit heeft gezien en met de toen geschapen beeldentaal leven we nog steeds. Destijds gold Jezus in brede (lees: overwegend christelijke) kringen als de man die brak met de beklemmende Wet van Mozes, waarin joden punten moesten scoren voor het hiernamaals. Jezus had een God van liefde en genade aan de mensheid getoond. Een westerse, humane geest in een wereld van oriëntaalse bedomptheid dus.

Lees verder “MoM | Beeldvorming”

Perzische grenzen

Ik heb al wel vaker geschreven over de enorme invloed die de negentiende eeuw heeft op ons beeld van de Oudheid. We hebben nu eenmaal te weinig informatie, de aannames van de onderzoekers spelen nu eenmaal een rol en het onderzoek begon nu eenmaal pas echt in de negentiende eeuw. De zwaartepunten die de oudheidkundigen destijds waarnamen, weerspiegelen dus hun wereld en omdat wij nu eenmaal voortbouwen op hun werk, zijn die zwaartepunten ideeën er nog altijd.

Het Europese leven werd destijds beheerst door koningen en dynastieën – de Romanovs, de Hannovers, de Hohenzollern – en dus is de geschiedenis van Egypte en Mesopotamië ingedeeld in dynastieën met roemruchte namen als de Derde Dynastie van Ur of de Achttiende Dynastie. De oudheidkundigen van de negentiende eeuw onderscheidden bloeiperioden (“rijken”) waarin de staat georganiseerd was zoals men dat destijds graag zag: met een eigen belastingheffing, één centrale regering, duidelijke grenzen, legers met een eigen strategie, één hoofdstad en liefst ook ergens een veroverd imperium. Was de staat minder centraal georganiseerd, dan heette dat in de negentiende eeuw “een tussentijd” en dat gold dan als een periode van verval.

Lees verder “Perzische grenzen”

Een nieuw oud Egypte

Koning Senusret III (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

Lees verder “Een nieuw oud Egypte”

Die eeuwige negentiende eeuw

Ceci n'est pas un roi: Djedefre (Louvre)
Ceci n’est pas un roi: Djedefre (Louvre)

Het kernprobleem van de oudheidkundige disciplines is het tekort aan data. Je hebt, denk ik, ongeveer vijftien boekenkasten nodig om alle literaire teksten, papyri, kleitabletten en monumentale inscripties bij elkaar te zetten. Laten we zeggen honderd strekkende meter. (Ter vergelijking: de Nederlandse Rijksoverheid produceert zo’n anderhalve kilometer archief per jaar.) Uiteraard moeten we hieraan de snel toenemende hoeveelheid archeologische data toevoegen, maar desondanks mag ik wel stellen dat de oudheidkunde meer dan andere wetenschappen wordt geteisterd door datagebrek. Het nadenken hierover maakt het vak ook zo boeiend.

Nou willen we dat verleden graag verklaren. Anders is geschiedenis ook maar one damn thing after another. Als je weinig data hebt, wordt dat verklaren – per definitie het leggen van verbanden tussen gegevens – echter knap lastig. Er zijn historici die denken dat de verbanden die er ooit waren überhaupt niet langer te reconstrueren zijn. De schaarse stukjes informatie krijgen pas betekenis als historici ze in een nieuw verhaal samenbrengen. Zulke verhalen zijn dan echter nauwelijks wetenschappelijk te noemen: wat empirisch zwak is, is lastig te toetsen en daardoor ook moeilijk te weerleggen.

Lees verder “Die eeuwige negentiende eeuw”