Oorlog in Nijmegen (2)

Het stadhuis van Nijmegen is een modern gebouw recht achter het historische raadhuis. Het is gebouwd op de plaats van een school die bij het bombardement werd getroffen. Deze foto’s van de overleden kinderen zijn te zien in de hal van het stadhuis.

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Gisteren en vandaag twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog.]

Nijmegen, december 1943

De Duitsers nemen ons schoolgebouw in beslag. We krijgen nu halve dagen les in de universiteitbibliotheek in de Muchterstraat, hartje Nijmegen. De universiteit is gesloten. De hoogste klassen krijgen ’s morgens les, wij ’s middags.

Februari 1944

Het is traditie op onze school dat op de dinsdagmiddag van Carnaval alle klassen een eigen toneelstukje opvoeren. We zijn druk bezig met de voorbereiding. Dan komt de praeses van de schoolclub uit 5-gym vertellen dat de zusters geen zaal hebben kunnen huren. We krijgen daarom op carnaval een vrije dag. Het zal blijken dat hierdoor veel levens zijn gered.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (2)” →

Oorlog in Nijmegen (1)

[Enkele jaren geleden had ik op de Livius.org-website een collectie verhalen die je met enige goede wil kon aanduiden als “ooggetuigen van de twintigste eeuw”: gewone mensen die schreven over ongewone dingen die ze hadden meegemaakt. Omdat dat toch een beetje een Fremdkörper was op die website, heb ik ze weggehaald en ik plaats ze nu hier. Vandaag en morgen twee stukjes over Nijmegen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een gastbijdrage van mevrouw Corry Tolhuizen.]

1. Het laatste jaar van de bezetting van Nijmegen

Na het toelatingsexamen ga ik naar de eerste klas van Mater Dei, het lyceum van de Ursulinen aan de Berg en Dalseweg aan de andere kant van Nijmegen. Ik krijg een tramabonnement.

Het lesrooster omvat onder andere vier uur Duits per week en geen Engels. Wij moeten van een of andere foute instantie ons geschiedenisboek inleveren (Het Rijk van de Tijd). We krijgen het later terug met blanco papiertjes over de alinea’s die de Duitsers niet bevallen. Het plaksel is niet los te krijgen.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (1)” →

De wikipedisering van het erfgoed

Jan van Goyen, De Waal bij Nijmegen (met kasteel)

Zomaar twee dingen die op het oog niets met elkaar hebben te maken. Eén: in Nijmegen bestaan plannen om de donjon te herbouwen van het kasteel dat ooit op het Valkhof heeft gestaan. Twee: er is geprotesteerd tegen het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, omdat die een vertegenwoordiger is van het Nederlandse kolonialisme.

Beide kwesties speelden betrekkelijk kort geleden en over beide horen we niet voor het eerst. Bij het Hoornse standbeeld staat al een paar jaar een bord met de tekst dat de waarden van Coen niet die zijn van onze eigen tijd en zolang ik me kan herinneren zijn er Nijmegenaren geweest die een kasteel willen hebben. De een wil een monument weg hebben, de ander wil een monument erbij hebben, en allebei vertegenwoordigen ze iets dat ik zou willen aanduiden als de Wikipedisering van het verleden.

Lees verder “De wikipedisering van het erfgoed” →

Station Nijmegen

Station Nijmegen

Ik kom nogal eens in Nijmegen. Elke keer dat ik er met de trein aankom, kijk ik heel even naar het dak boven het perron. Onopgemerkt door de reizigers staat de overkapping daar gewoon mooi te zijn.

Ik weet het: andere stations hebben soortgelijke, even functionele en even elegante constructies. Waarom ik er in Nijmegen op let en elders niet, ik heb geen idee.

Filmen in Nijmegen

Vandaag even geen Methode op Maandag, al heb ik wel een stukje in de pen. Ik kwam er echter even niet aan toe. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik afgelopen december geopereerd. Ik herstel en ik ben al een ruime week naar Cyprus geweest. Ik herken mijn vooruitgang ook aan mijn fietsafstanden: in januari waren de tweeëntwintig kilometer van Veenendaal naar Amersfoort veel, in februari gingen dertig kilometer prima, en onlangs reed ik zomaar ruim zeventig kilometer. Met de wind in de rug, dat wel. Belangrijker nog: aanvankelijk was ik de dag na een fietstochtje niks waard, maar de dag na die zeventig kilometer deed ik er vrolijk weer dertig. Ik ben absoluut grenzen aan het verleggen.

Maar eind vorige week ging het dan toch mis. Ik was ineens niks waard, hoewel ik geen erg grote inspanningen had geleverd. En dus blijf je een dag thuis, hoewel je vrijdag naar Maastricht had gewild, en beperk je je in het weekend tot het allerbelangrijkste. En dat ziet u hierboven: filmopnames.

Lees verder “Filmen in Nijmegen” →

Tranen om het Valkhof

Gezichtsmasker van een Romeinse helm (Valkhof Museum, Nijmegen)

Een jaar of zo geleden begeleidde ik een Duitse journalist die een stuk wilde schrijven over Romeins Nederland. Op zijn laatste dag belde hij me wakker: hij wilde eerder op pad, het was nog ver naar Beieren, en hij zou om half tien langsgaan in het Valkhof Museum in Nijmegen. Dat was problematisch omdat de conservator, die had beloofd de man te zullen rondleiden, niet aanwezig kon zijn voor elf uur. Ik beloofde mijn Duitse gast dat ik zo snel mogelijk naar Nijmegen zou sporen en dat ik hem in de tijd dat hij te vroeg voor zijn afspraak was, zou rondleiden over het Valkhof (met zijn mooie Ottoonse kapel voor Sint-Nicolaas). Dan had hij dat alvast gezien en kon hij na het museumbezoek meteen verder. Vanuit de trein belde ik de conservator, die zich daarna alle moeite getrooste om zijn onverwacht vroege gast een vervroegde rondleiding te geven.

Wat ik maar zeggen wil: de mensen van het Valkhof Museum zijn verschrikkelijk aardig. Met de mogelijke uitzondering van het Multatulihuis ken ik in Nederland geen vriendelijker museum. Een museum bovendien met een fenomenale collectie Romeinse voorwerpen. Wie in Nederland van de Oudheid houdt – en dat zijn er tienduizenden – heeft een zwak voor het Valkhof, en ik was dan ook geschokt toen ik gisteren in het NRC Handelsblad las over de moeilijkheden in het museum. Er waren al eerder berichten over problemen, maar nu het onder de kop “Ondergang dreigt voor Museum Het Valkhof in Nijmegen” werd uitgespeld, zonk pas echt bij me in hoe precair de situatie is.

Lees verder “Tranen om het Valkhof” →

Het Romeinse platteland

Romeinse tuin (Museumpark Orientalis)

Antieke steden zijn goed herkenbaar: ook na enkele eeuwen vallen de ruïnes nog altijd op. Het waren echter niet de enige nederzettingen in de Lage Landen. De oude heuvelforten van de oorspronkelijke bewoners werden weliswaar overvleugeld door de hoofdsteden van de Romeinse gemeentes, maar werden niet allemaal verlaten.

In de buurt van de militaire kampen lagen burgerlijke nederzettingen waar kooplieden, kroegbazen en de gezinnen van de soldaten verbleven. Aan de kust lagen vissersdorpen en zeehavens als Boulogne, Domburg, Colijnsplaat en Katwijk. Kolenbranders en jagers woonden in de bossen, mijnwerkers bij de groeven en pottenbakkers op plaatsen met goede klei, zoals in Berg en Dal, waar op industriële schaal dakpannen werden vervaardigd. Rond Heerlen werd even grootschalig keramiek geproduceerd: momenteel zijn er niet minder dan zesenveertig pottenbakkersovens bekend.

Lees verder “Het Romeinse platteland” →

Stedelijke rechten

Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht (dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden”), in Nijmegen (dat elk decennium een ander stichtingsjaar heeft en in Tongeren (waar alle bewijs bestaat uit een inscriptie die niemand ooit heeft gezien).

De eeuwige negentiende eeuw

Als ik het goed zie, is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “Stedelijke rechten” →

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)” →

Wij Batavieren (2)

Karel van Egmond (Valkhof Museum, Nijmegen)

Gisteren heb ik geschreven over het wonderlijke gegeven dat de Hollanders zich in de late zestiende eeuw begonnen te associëren met de Batavieren, zoals men destijds de Bataven noemde. De parallel die ze trokken tussen de eigen opstand tegen Spanje en de Bataafse Opstand tegen Rome, is bizar omdat ze immers een uiteindelijke nederlaag impliceert. Een eervolle nederlaag, zeker, maar een nederlaag. Ik opperde dat de Hollanders deze keuze maakten omdat er een model klaarlag.

Geldenhouwer

Dat is gevormd door de Nijmeegse humanist Gerard Geldenhouwer (1482-1542), die in 1530 een Historia Batavica publiceerde die in 1541 werd herdrukt. Daarin benadrukte hij (terecht) het Germaanse karakter van de Batavieren, claimde hij (terecht) dat Nijmegen hun hoofdstad was geweest en benadrukte hij (minder terecht) de continuïteit met het hertogdom Gelre.

Lees verder “Wij Batavieren (2)” →