De slag in het Teutoburgerwoud (4)

Kalkriese, vandaag de dag; rechts werd, op de dag dat we deze foto maakten, nog onderzoek gedaan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In het eerste en tweede stukje beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden. Het derde deel bestond uit het verslag van Velleius Paterculus. We weten echter meer.]

In zijn selectie van de gebeurtenissen concentreert Velleius Paterculus zich op de verraderlijkheid van een onmenselijke vijand “die behalve een stem en ledematen niets menselijks hadden”, op de moed van de soldaten en op het feit dat sommige officieren het hoofd niet koel hielden. Het resultaat is meer een pleitrede dan geschiedschrijving, temeer daar het is gebaseerd op de verslagen van ooggetuigen die, zoals te verwachten viel, alleen konden vertellen wat ze hadden gezien in hun eigen sector van het slagveld.

Cassius Dio, die twee eeuwen later schreef, biedt wel een echt overzicht. Zijn bron, een auteur die de verslagen van enkele ooggetuigen met kennis van zaken tot een geheel wist te smeden, is vermoedelijk Plinius de Oudere, een cavalerie-officier die zich een generatie na de gebeurtenissen in het Rijnland bevond, overlevenden van de ramp hielp bevrijden en een Geschiedenis van de Germaanse oorlogen schreef. Hoewel Dio een nauwgezet auteur is, lijkt hij bepaalde informatie niet goed te hebben begrepen en maakt hij soms vergissingen als hij aanvullende informatie biedt. Dat is ook gebeurd in zijn verslag van het gevecht. De vertaling is van Gé de Vries.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (4)”

Herodotos’ betrouwbaarheid

herodotus_modern_bodrum2
Modern beeld van Herodotos (Bodrum)

Vandaag een stukje op verzoek. Een tijdje geleden benaderde iemand me of ik eens een zeer korte samenvatting wilde schrijven van de Oud-Perzische geschiedenis. Dat leek me een leuk idee en ik zal er binnenkort mee beginnen. Er lag ook een andere vraag: hoe betrouwbaar is de Griekse auteur Herodotos eigenlijk? Die tweede vraag is een mooie manier om het antwoord op de eerste vraag in te leiden.

Eerst maar even twee punten die ik in deze kleine blog vaker benadruk. Het eerste is: hét centrale thema in de oudheidkunde is dat we te weinig data hebben. Je kunt daardoor iets dat je in een tekst leest, zelden zonder meer verifiëren of falsifiëren. Je kunt dus niet zo 1-2-3 iets zinvols zeggen over Herodotos’ betrouwbaarheid.

Het tweede: mede doordat er destijds minder informatie beschikbaar was dan tegenwoordig, trokken antieke auteurs de grens tussen feit en fictie anders dan wij. Als wij iets lezen over pakweg operatie Overlord, willen we Eisenhowers dagorder lezen en hebben we liever niet dat de auteur van een boek over “the longest day” een toespraak verzint. Griekse en Romeinse auteurs doen dat echter wél omdat ze zo kunnen uitleggen wat er op het spel staat. Ze benutten dus fictie om de feiten beter uit te leggen. De feiten (in ons voorbeeld de werkelijk gehouden toespraken) waren immers toch niet beschikbaar.

Lees verder “Herodotos’ betrouwbaarheid”

Velleius Paterculus (1)

velleius

[Zo op het oog ben ik beland in de voor mij drukste week van het jaar. Geen tijd om te schrijven. Ik recycle daarom in acht dagen de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. En nee, ik krijg daarop geen commissie, dus u mag met gerust hart van mij aannemen dat het écht een interessante tekst is.]

Wat verwachten moderne lezers van een historicus? Dat hij de feiten kent, om te beginnen, wat veelal wil zeggen dat hij zijn verhaal baseert op archiefstukken. Waar mogelijk bestudeert hij ook geluids- en beeldmateriaal, en als dat niet voorhanden is, heeft hij op zijn minst grondige kennis van de archeologische resten. Het spreekt vanzelf dat hij de plaatsen die hij beschrijft ook heeft bezocht. We verwachten verder dat een historicus, als hij heeft vastgesteld wat er is gebeurd, verbanden gaat leggen tussen de feiten. Daarvoor heeft hij de beschikking over enkele verklaringsmodellen, en om te kijken of mogelijke verbanden ook plausibel zijn, is de historicus vertrouwd met de sociale wetenschappen.

Lees verder “Velleius Paterculus (1)”

Brandde Persepolis?

dig

Een tijdje geleden blogde ik over de brand van Persepolis. Die wordt genoemd in verschillende antieke bronnen en ik citeerde Diodoros van Sicilië, die het had van een eerdere auteur, Kleitarchos, die het op zijn beurt van ooggetuigen lijkt te hebben gehad. Die lijken te hebben gedacht dat Alexander het bevel tot de brandstichting heeft gegeven in een dronkenmansroes. We hebben echter een tweede bron, Arrianus, die zijn verhaal baseert op de verslagen van twee officieren die aanwezig waren (Ptolemaios en Aristoboulos). Daar lezen we over een krijgsraad waarbij de beslissing weloverwogen wordt genomen.

Wat zou er waar zijn? Het zou helpen als één van de scenario’s evident onmogelijk was, maar één ding is zeker: het argument “dronkaards kunnen geen paleizencomplex verwoesten, dat vergt voorbereiding” snijdt geen hout. Dat leerde ik jaren geleden, toen ik een boek over Alexander de Grote schreef, bij wat nu het Informatiepunt Brandveiligheid heet. Het is op loopafstand van mijn huis. Ik citeer uit eigen werk:

Lees verder “Brandde Persepolis?”