De Tempelreiniging

Tyrische sjekel (Nationaal Museum, Beiroet)

Zoals u wellicht weet, heeft Jezus van Nazaret op zeker moment de geldwisselaars weggeranseld van het terrein rond de tempel in Jeruzalem. De gebeurtenis staat bekend als de Tempelreiniging. Hier is het verhaal volgens Marcus.

Jezus ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: “Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”

Toen de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was, zochten ze naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen.noot Marcus 11.15-18; NBV21.

Matteüs en Lukas vertellen ruwweg hetzelfde, de evangelist Johannes biedt andere informatie:

Lees verder “De Tempelreiniging”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Een Romeinse dodecaëder (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen voor het lijstje “Vragen rond de jaarwisseling” van 2024. De eerste zes vragen beantwoordde ik daar; hier zijn er nog eens zes.

7. Is er meer bekend over hoe bijv. Caesar een grote troepenmacht met alle ondersteuning over grote (zee) afstanden kon sturen?

Ik denk dat u dit stuk moet lezen.

8. Was er in de oude wereld een sociale status vereist om deel te nemen aan de eredienst? Kijkend naar de meest populaire godheden in de antieke culturen, zie ik elitaire prioriteiten zoals autoriteit, oorlog en wijsheid. Verraadt dat een bepaalde maatschappelijke structuur?

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”

Patronage

Patronage, bekrachtigd met een kus op de ring (© 1972 Paramount).

Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, zal het bekendste voorbeeld van patronage/cliëntelisme wel te vinden zijn in The Godfather. Een Italiaanse immigrant in de Verenigde Staten, Amerigo Bonasera, heeft op een verschrikkelijke wijze ontdekt dat het Amerikaanse rechtssysteem niet altijd leidt tot gerechtigheid en roept de hulp in van don Vito Corleone. Die is invloedrijk en vermogend en kan Bonasera de steun geven die hij nodig heeft. In ruil vraagt Don Corleone een wederdienst, die deze aan het einde van de film inderdaad moet leveren.

Patronage

We hebben hier te maken met de vanuit Sicilië naar Amerika geëxporteerde vorm van patronage. (Cliëntelisme is een ander woord voor hetzelfde systeem.) Het is een ongelijke verhouding tussen een welvarende man, de patroon, en de mensen die hij ondersteunt, de cliënten, die verplicht zijn hun patroon wederdiensten te bewijzen en hem in het openbaar te prijzen. Hoewel de termen teruggaan op het Romeinse patronus en cliens, is patronage een in agrarische samenlevingen algemeen verschijnsel. Vaak is er een rituele bekrachtiging. In de film is het de kus op een ring die de relatie bezegelt. Patronagenetwerken lopen dwars door alle rangen en standen, waardoor enerzijds de privileges van de elite worden gedeeld en anderzijds de hiërarchie wordt versterkt.

Lees verder “Patronage”

Arm en straatarm in Rome (2)

Graanopslagplaatsen bij Romes rivierhaven

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het tweede deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Plebs frumentaria

Het plebs frumentaria (ook wel plebs togata genoemd) onderhield banden met de elite dankzij het clientela-systeem. Dat systeem kwam erop neer dat een cliens bescherming genoot van een patronus, in ruil voor wederdiensten. Wie niet representatief was en geen tegenprestatie kon leveren, moest zichzelf redden. Het plebs frumentaria kwam in aanmerking voor verstrekkingen van graan, door de staat ter beschikking gesteld.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (2)”

De Romeinse Republiek

De Fasti Capitolini, de lijst van magistraten van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

In het handboek waarin ik elke week controleer of mijn kennis nog actueel is, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, zijn we aangekomen bij de Romeinse Republiek. In mijn blogjes over de IJzertijd en het martiale karakter van de Romeinse samenstelling liep ik vooral vooruit op het eerstejaars-werkcollege, waarin docenten het handboek aanvullen, bevragen, corrigeren, contextualiseren. Vandaag heb ik meer algemene opmerkingen: zaken waarover ik deze week weinig nieuws in het handboek las en die ik ook niet kan aanvullen, bevragen, corrigeren of contextualiseren.

Een complexe samenleving

We kennen de Romeinse samenleving eigenlijk pas na pakweg 300 v.Chr., maar we kunnen reconstrueren dat er in de oudere fase aristocraten (“patriciërs”) waren. Ze claimden (althans in later tijd) afstamming van legendarische helden en dus, indirect, ook van de goden. De Blois en Van der Spek attenderen er terecht op dat die claim ook in Griekenland gangbaar was. De rest van de bevolking gold als plebejers, en die konden rijk of arm zijn. De “standenstrijd” die in de vijfde en vierde eeuw plaatsvond, gaf rijke plebejers toegang tot de hoogste ambten, waarbij deze rijke plebejers vaak samenwerkten met arme plebejers, die andere klachten hadden over het aristocratische bestuur. Zij wilden schuldendelging en land.

Lees verder “De Romeinse Republiek”