Qanat

Luchtfoto van een qanat; linksonder de opgraving van Anšan.

In de Maghreb hebben ze het over een foggara of een khettara, langs de Perzische Golf spreken ze van een falaj en in Iran noemen ze het een qanat. Of een karez. Maar het gaat steeds om hetzelfde: een door mensen gegraven ondergronds kanaal met ontluchtingsgaten. Als je erover heen vliegt, lijkt het alsof een bommenwerper een reeks bommen heeft laten vallen in eindeloos lange rij. Die kraters verbinden dus een dorp met een verderop gelegen bron, meer of een grot.

De ontluchtingsgaten hebben drie functies. Om te beginnen zijn ze er natuurlijk om lucht toe te voeren, maar ze dienen ook om bij het onderhoud makkelijk vuil en zand te verwijderen. Omdat ze ook zorgen voor licht in de tunnel, zijn ze nooit heel erg ver van elkaar verwijderd. Een laatste toepassing is die van valkuil: klein wild wordt naar zo’n gat gedreven en viel daar naar zijn dood.

Lees verder “Qanat”

De rand van de oude wereld: Al-‘Ula

De omgeving van Al-‘Ula

Zoals u wellicht weet, proberen de Arabische oliestaten zich aan te passen aan een wereld waarin de petroleumdollars niet langer als vanzelf binnenstromen. Men investeert in groene technologieën, zet in op scholing, ontwikkelt filmstudio’s en haalt toeristen binnen. Saoedi-Arabië heeft het noordwesten, dat grenst aan Jordanië en de Rode Zee, aangewezen als ontwikkelingszone. Daar strekt de Al-‘Ula-oase zich uit over een lengte van ongeveer veertig kilometer. Althans, dat heb ik gelezen; ik ben nog nooit in Saoedi-Arabië geweest. In elk geval is het gebied weliswaar droog, maar zijn er flashfloods; wie dammen, qanats (ondergrondse waterleidingen) en cisternen bouwt, kan het water goed beheren en boomgaarden aanleggen. Denk aan palmbomen.

Dedan / Lihyan

Binnen de oase zijn diverse nederzettingen, die zich in de Vroege IJzertijd ontwikkelden tot het vroege koninkrijkje Dedan. De voornaamste nederzetting is geïdentificeerd bij Al-Khuraybah. Het is hetzelfde proces als waarmee in het noorden Edom, Moab, Ammon, Juda en Israël ontstonden. Hoewel onze informatie beperkt is, zijn diverse monumenten geïdentificeerd, zoals de tempel voor Dhu Ghaybah, de god van het water en de landbouw. De inscripties zijn geschreven in een alfabet en een taal die we Dedanitisch noemen. De Arabische taal arriveerde pas later.

Lees verder “De rand van de oude wereld: Al-‘Ula”

Voorislamitisch Iran (1): Cyrus

De Naboniduskroniek (British Museum, Londen)

Vóór de Arabische expansie het Midden-Oosten onherkenbaar veranderde, was Iran de enige grootmacht die er in Voor-Azië werkelijk toe deed. Onder leiding van achtereenvolgens de dynastieën der Achaimeniden, de Arsakiden of Parthen en de Sassaniden was het een sterke mogendheid die grote invloed uitoefende op in Europa bekendere antieke culturen als Babylonië, Griekenland en Rome. De laatste jaren blijkt Iran voor archeologen nog meer in petto te hebben, maar daarover pas een enkel woord aan het einde van dit artikel.

Elke geschiedenis van Iran moet beginnen met de vaststelling dat de Perzische leider Cyrus de Grote in 550 v.Chr. de Meden onderwierp en op die manier alle volken van Iran verenigde. De Meden waren een nomadenstam uit het Zagrosgebergte, die de meeste andere stammen in het toenmalige Iran aan zich hadden onderworpen. Sommige clans waren sedentair geworden en deden aan akkerbouw. De reden daarvoor was dat ze de route tussen Babylonië en Assyrië enerzijds en Afghanistan en India anderzijds beheersten. Ze konden karavaans belasten en werden zó rijk dat ze een verzamelplaats voor hun schatten nodig hadden, en daarom een stad stichtten: Ekbatana, het huidige Hamadan, ‘verzamelplaats’.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (1): Cyrus”