De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië.

Lees verder “De Almoraviden”

Tripoli in 1047

De laat-middeleeuwse fontein in de Vrijdagsmoskee van Tripoli

Nasir Khusrau, die eigenlijk Abu Mu’in Hamid al-Din Nasir ibn Khusrau ibn Harith al-Qubadiyani al-Marvazi heette en leefde van 1004 tot ca. 1080, was een Perzische dichter en filosoof. Hij was ook een ismaïli, wat betekent dat hij behoorde tot een destijds belangrijke sjiitische groep. Ik blogde daar al eens eerder over. In 1046, vertrok Nasir Khusrau vanuit zijn geboortestad, ergens in het noorden van het huidige Afghanistan, voor een reis naar Mekka. Hij ging verder naar Egypte, waar destijds een ismaïlisch kalifaat bestond, de Fatimiden. In Nasir Khusraus Safarname, “het boek der reizen”, doet hij verslag van zijn zevenjarige tocht.

In 1047 trok hij door wat nu Libanon heet. Zijn beschrijving is niet alleen waardevol omdat de auteur, net als zijn oudere tijdgenoot Ferdowsi, een van degenen was die het Perzisch als spreektaal propageerde, maar ook omdat hij vertelt hoe het Nabije Oosten er kort voor de Kruistochten uitzag. Zo beschrijft hij de stad Tripoli, die jarenlang werd belegerd door Raymond van Saint-Gilles en pas in 1109 werd ingenomen. De beschrijving van de stadsmuren en de ribats (een soort klooster-kastelen) maakt wel duidelijk waarom.

Lees verder “Tripoli in 1047”

Toerist in Tunesië

Olijfoogst in Romeins Tunesië (Bardomuseum, Tunis)

De vaste lezers van deze blog zal het wellicht zijn opgevallen: ik ben momenteel voor mijn werk in Tunesië. En omdat ik onverwacht wat tijd over heb, trakteer ik u op wat foto’s uit dat mooie land.

Het Bardomuseum

Het Bardomuseum in Tunis is het voornaamste museum van Tunesië. Het heeft een heel mooie collectie Romeinse mozaïeken. Hierboven heeft u een voorbeeld: een olijfoogst. Ik schreef al eerder over een mooi mozaïek dat Vergilius voorstelt, over de reis van Afrodite en een goudschat.

Lees verder “Toerist in Tunesië”

Tunesië onder de Aghlabiden

Moskee van Kairouan

In de tweede helft van de zevende eeuw veroverden de Arabische legers het gebied dat nu Tunesië heet. In 647 na Chr. waren er gevechten bij de stad Sbeitla, in het binnenland; een tweede opmars begon in 666 en kreeg vier jaar later een voorlopig einde toen de Arabische leider Uqba ibn Nafi al-Fihri de nieuwe residentie Kairouan stichtte. Ook die stad lag in het binnenland: vér van de verleidingen van Karthago, onbereikbaar voor Byzantijnse vlootaanvallen, strategisch ten opzichte van de gebieden waar de Berbers woonden, met wie men nog op voet van oorlog verkeerde.

Weer vijf jaar later, in 675, viel ook het schiereiland achter Kaap Bon, dat als een grote vinger vanuit Tunesië wijst naar Sicilië, in handen van de Arabieren. Even leek het erop dat de Berbers zich konden herstellen en de Arabieren konden verdrijven. In 683 vernietigden ze een Arabisch leger en meteen daarna namen ze Kairouan. Zes jaar later herstelden de Arabieren hun gezag, in 695 viel ook Karthago, dat nog eenmaal werd heroverd door de Byzantijnen, maar uiteindelijk toch Arabisch was.

Lees verder “Tunesië onder de Aghlabiden”

Caesar landt in Hadrumetum

De kust ten zuiden van Hadrumetum, waar Caesar aan land ging.

Het was een van de laatste dagen van het jaar dat was vernoemd naar consuls Quintus Fufius Calenus en Publius Vatinius. 28 december, om precies te zijn. Wat we kunnen omrekenen naar 12 oktober 47 v.Chr. op onze kalender. Kortom, u bent beland in een aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij landde in Afrika. Drie dagen eerder was hij in Lilybaion aan boord gegaan van een snelle boot, had zich op de Egadische Eilanden gevoegd bij de rest van zijn vloot en was de Middellandse Zee overgestoken. Het doel was niet de hoofdstad van de provincie Africa, Utica, waar zijn tegenstanders lagen en zelfs een eigen Senaat hadden verzameld. Het doel van de operatie was een meer zuidelijk punt: Hadrumetum, het huidige Sousse.

Lees verder “Caesar landt in Hadrumetum”