Domitianus (6): Door Isis gered

Priesters van Isis op een muurschildering uit Herculaneum (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

De naargeestige apotheose van het Vierkeizerjaar was de inname van Rome door de troepen van Vespasianus in december 69. Er waren straatgevechten, Vitellius en zijn aanhangers waren gedood, maar niet nadat zij zich hadden vergrepen aan de verwanten en vrienden van Vespasianus. Onder leiding van Vespasianus’ broer Flavius Sabinus hadden zij asiel gezocht in de tempel van Jupiter op het Capitool. Tacitus schrijft in de Historiën (vertaald door Vincent Hunink):

De Vitellianen breken binnen, maken alles een warboel van bloed, ijzer, vlammen. Een handvol echte soldaten … waagt strijd, wordt overhoopgestoken. Flavius Sabinus, die ongewapend is en geen aanstalten maakt tot vluchten, omsingelen ze, evenals consul Quintius Atticus. … De rest ontglipte op allerlei manieren, sommigen in slavenplunje, anderen gedekt door trouw van beschermelingen, verborgen tussen bagage. Er waren er die het Vitelliaanse herkenningswacht woord opvingen, het dan zelf vroegen of gaven, brutaliteit diende hun tot schuilplaats.

Het zou niet goed aflopen met Sabinus en Atticus. Maar er was nog iemand die zich schuilhield op het Capitool.

Lees verder “Domitianus (6): Door Isis gered”

Domitianus (5): Cremona

Helm, gevonden op het slagveld van Cremona (Museo archeologico S. Lorenzo, Cremona)

Vitellius is misschien wel de beste keizer die Rome nooit heeft gehad. Hij wist in elk geval een van de grote problemen van het Romeinse Keizerrijk op te lossen: de ministerschappen. Er was een professionele kanselarij ontstaan en de ministers van departementen als Griekse Correspondentie en Latijnse Correspondentie waren vrijgelaten slaven. Ze hadden reële macht, wat de senatoren niet zinde. Keizers als Claudius en Nero hadden daardoor een moeizame relatie gehad met de Senaat. Vitellius benoemde ridders als ministers. Zo schiep hij enige administratieve rust.

Zelf profiteerde hij er niet van. Hij was aan de macht gekomen door Galba’s opvolger Otho te verslaan in de Eerste Slag bij Cremona, hij verspeelde de macht toen zijn troepen werden verslagen in de Tweede Slag bij Cremona. De toekomst behoorde aan Vespasianus en zijn zonen Titus en Domitianus.

Lees verder “Domitianus (5): Cremona”

Domitianus (4): Galba

Onvoltooid portret van Galba (Getty-villa, Malibu)

In het jaar 68 – Domitianus werd zeventien – kwam een einde aan de dynastie die keizer Augustus had gesticht. Nero had na de grote brand van Rome en zijn extravagante reis naar Griekenland alle krediet verspeeld, er broeide onrust in de provincies en de Senaat morde. Uiteindelijk pleegde Nero zelfmoord. “Wat een kunstenaar gaat er met mij heen” – ik sta niet in voor de authenticiteit van zijn laatste woorden.

De nieuwe heerser was Galba. U ziet hem hierboven. Het onvoltooid gebleven portret is vervaardigd in het westen van het huidige Turkije en is normaliter te zien in de Getty-villa in Malibu. Momenteel is het te bewonderen op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Lees verder “Domitianus (4): Galba”

Domitianus (3): Jeugd

Romeins jongensportret (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Een van de aardigste stukken op de door de lockdown vooralsnog verborgen expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, is bovenstaand kinderportret. Het is gemaakt tussen 70 en 100 en doorgaans te zien in de Ny Carlsberg Glyptotek in Kopenhagen. (Het prachtige museum is inderdaad genoemd naar het biermerk.)

Domitianus werd geboren in 51. Zijn vader Vespasianus zou zich later presenteren als een degelijke, zuinige Italiaanse boer. Dat was hij echter niet. Hij was senator, had deelgenomen aan de oorlog in Britannië, had de eretekenen van een triomftocht verworven, en was in datzelfde jaar 51 consul. Hij zou later dienen als gouverneur van Afrika. Daar had men overigens geen goede herinneringen aan Vespasianus. Toen enkele jaren later een burgeroorlog uitbrak waarin Vespasianus het opnam tegen Vitellius, koos Afrika partij tegen Vespasianus: teken dat men het ergste vreesde.

Lees verder “Domitianus (3): Jeugd”

Domitianus in Leiden (2)

Domitianus als farao

[Tweede deel van een stuk over de Domitianusexpositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Het begin was hier.]

Van de vijfentwintig bruikleengevers aan de Domitianusexpositie zijn er tien Italiaans en ik vermoed dat die samen twee derde van de voorwerpen leveren. Er zijn ook veel stukken waarvoor je anders naar het Getty-museum in Malibu moet reizen. De tentoonstelling legt een zekere nadruk op de toenmalige sculptuur, waar heel verrassende keuzes bij zijn. Uit Benevento komt het portret van Domitianus als farao. Voor het eerst zag ik vondsten bij elkaar uit Castel Gandolfo, waar een keizerlijke villa was, en mede door een artikel in het PALMA-boek realiseerde ik me dat dit landgoed reconstrueerbaar was.

Lees verder “Domitianus in Leiden (2)”

Domitianus in Leiden (1)

Ga er maar aan staan, een grote expositie organiseren met bruiklenen van ruim twee dozijn instellingen. Dat is complex. En dat in tijden van corona. Dat is nog complexer. Je snapt dat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) tweemaal moest uitstellen. Vorige week was het echter eindelijk zo ver. En zoals u weet: na de tweede dag ging het museum alweer op slot. Na zoveel jaren werk moet de sluiting voor de betrokkenen een ongelooflijke opdoffer zijn. Ik hoop voor hen dat het kabinet de lockdown na 14 januari minimaal ten dele kan opheffen.

Trouwens, dat hoop ik ook voor ons. Het is namelijk een gevarieerde tentoonstelling. Als u in Leiden bent, moet u er zeker heen.

Zolang dat niet kan, zal ik over de Domitianusexpositie bloggen en adviseer ik u de catalogus te lezen. Die bestelt u hier als u het museum wil steunen of daar als u liever een lokale boekhandel steunt. Ook is er een aardig boekje, Wreed en pervers, waarin Olivier Hekster en Vincent Hunink enkele teksten over keizer Domitianus presenteren.

Lees verder “Domitianus in Leiden (1)”

Domitianus (2): Velius Rufus

Velius Rufus? (Getty-villa, Malibu)

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is wegens gesloten corona. Jammer, want er was net een mooie expositie begonnen over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96). Omdat niemand er naartoe kan en ik toevallig met mijn telefoon wat foto’s heb gemaakt, zal ik u drie, vier keer per week iets Domitianus-gerelateerds laten zijn. Gisteren was er dus een mooi portret uit Napels, vandaag is er deze Romeinse generaal. Normaalgesproken moet je ervoor naar de Getty-villa in Californië, vandaag staat ’ie dus onbereikbaar te zijn aan het Rapenburg.

Mijn klomp brak toen ik het beeld zag. Er is geen allegorische voorstelling op de borstplaat van dit harnas – vergelijk deze Vespasianus uit Sabratha – en dat betekent dat het geen keizer is maar een generaal. Op de lamellen onderaan het harnas staan de gebruikelijke koppen van leeuwen, lynxen, rammen, wolven en gorgonen. Verder rozetten en palmetten. En vooral: een adelaar die een haas vastgrijpt. Dit motief maakt een datering mogelijk ten tijde van Domitianus en dan zijn er weinig generaals die in aanmerking komen.

Lees verder “Domitianus (2): Velius Rufus”

Domitianus (1): Corona civica

Domitianus (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

De wetenschap staat soms voor niets. Een rottig virus steekt de kop op, binnen enkele weken is het begrepen, binnen enkele maanden liggen er vaccins, en een jaar na de eerste prik is in de westerse wereld ruim 85% van de bevolking ingeënt. Helaas is de rest van de wereld langzamer, blijven er nieuwe virusvarianten ontstaan en dat maakt de huidige lockdown onvermijdelijk. Dat is zuur.

Het is extra zuur voor de mensen die de afgelopen jaren hebben gewerkt aan de Domitianus-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Na twee keer  te zijn uitgesteld ging die afgelopen vrijdag open voor het publiek. Zaterdagmiddag ging het museum dicht. Een van de organisatoren, Eric Moormann, appte me dat hij het “akelig” vond, en dat leek me het eufemisme van het jaar.

Lees verder “Domitianus (1): Corona civica”

Roofkunst

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Jean-Emile Humbert

Of beter: een Hollander. Humbert is geboren in Den Haag, voelde zich na de val van de Oranjes niet thuis in de Bataafse Republiek, trad in dienst van de bey en keerde pas na de Restauratie terug naar het nieuwe koninkrijk Nederland. Daar deed hij zijn vondsten over aan Caspar Reuvens, zodat ze nog altijd in het Rijksmuseum van Oudheden zijn. Hier vindt u een wel heel summiere pagina over museumstuk H1; de H staat voor de naam van de ontdekker. Het was een van de eerste Punische voorwerpen in een West-Europees museum. Humbert identificeerde ook de voornaamste plaatsen in Karthago, zoals de havens, het waterreservoir en de Byrsa. Fascinerend figuur dus, die vroege archeoloog, en daarom een van de personages in Halbertsma’s debuutroman Roofkunst.

[Hierna komen enkele spoilers]

Lees verder “Roofkunst”

De Leidse Amunpapyrus

De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Lees verder “De Leidse Amunpapyrus”