De moord op Julius Caesar (6): de aanval

Herdenkingsmunt van de moord op Julius Caesar (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Verschillende bronnen documenteren de moord op Julius Caesar. Te beginnen met de correspondentie van de politicus Cicero, die voldoende van het complot wist om te weten dat hij niet méér wilde weten. Hij bleef die dag weg, maar zou er later naar verwijzen in zijn toespraken. Dat levert niet zo heel veel informatie op, maar het is het oudste bewijs dát er iets is gebeurd. Een echt verslag krijgen we pas na een halve eeuw: de beschrijving door Nikolaos van Damascus. Het relaas van Titus Livius is verloren gegaan en Velleius Paterculus maakt vooral duidelijk dat de moordenaars wel iets dankbaarder hadden mogen reageren op Caesars clementie. We moeten tot de vroege tweede eeuw wachten tot we opnieuw een bron hebben: Suetonius. Daarop volgt Ploutarchos, die verschillende keren over de moord heeft geschreven, het meest uitgebreid in zijn biografieën van Caesar en van Brutus. Tot slot is er de beschrijving door Appianus.

Het ergerlijke is dat achter al die bronnen feitelijk slechts twee verslagen schuil gaan: enerzijds Nikolaos van Damascus, anderzijds de gedeelde bron van Suetonius, Ploutarchos en Appianus. De voornaamste verschillen tussen die drie zijn dat Ploutarchos de reactie noemt van de geschokte senatoren – de meeste aanwezigen zaten immers niet in het complot – en dat Suetonius verschillende tradities kent over Caesars laatste woorden. Omdat de overeenkomsten zo groot zijn, is er evident een gemeenschappelijke bron, wellicht Titus Livius. En als je de vier verslagen leest, vraag je je af ze feitelijk niet allemaal teruggaan op één bron.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (6): de aanval”

De moord op Julius Caesar (4): vertrek

Caesar droomde van een dexiosis, zoals deze van Mithridates I van Kommagene en Herakles (Arsameia)

Zoals ik al verschillende keren heb aangegeven, wist Julius Caesar van de samenzweringen die tegen hem waren beraamd. Hij had geprobeerd ze te pareren door te laten weten dat hij ervan op de hoogte was en door de mensen eraan te herinneren dat als hij dood zou zijn, de hel opnieuw zou losbarsten. En toch lijkt hij op de vroege ochtend van 15 maart 44 v.Chr. te hebben geaarzeld.

Dromen

Diverse bronnen vertellen dat Caesar en zijn echtgenote nare dromen hadden gehad. Hier is wat Caesars biograaf Suetonius vertelt:

In de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar eerst dat hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde. Zijn vrouw Calpurnia zag in een droom hoe de gevel van hun huis instortte en hoe haar echtgenoot in haar arm en doorstoken werd. En plotseling gingen de deuren van het slaapvertrek vanzelf open.noot Suetonius, Caesar 81; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (4): vertrek”

De moord op Julius Caesar (3): het wachten

Maquette van het theater en de porticus van Pompeius, met middenin de zuilengalerij tegenover het theater de vergaderzaal waar Julius Caesar is vermoord (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

We weten niet precies wanneer de samenzweringen tegen het leven van Julius Caesar samen zijn gekomen tot één plot, al zullen we er niet ver naast zitten als we aannemen dat het was in de eerste weken van 44 v.Chr. We weten wel dat Gaius Cassius Longinus de aanwezigheid van de als respectabel geldende Marcus Junius Brutus noodzakelijk achtte en dat die er slapeloze nachten van had.

Porcia en Brutus

Dat schrijft althans Ploutarchos, van wie al zagen dat hij beschikte over bronnen uit Brutus’ huishouding.

Soms hielden zijn zorgen hem, of hij wilde of niet, uit zijn slaap en wanneer hij zich nog meer dan anders overgaf aan berekeningen en tobde over problemen, merkte zijn vrouw, die naast hem sliep, dat hij vervuld was van een ongewone onrust en dat er in hem een moeilijk en gecompliceerd plan omging.noot Ploutarchos, Brutus 13; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (3): het wachten”

De moord op Julius Caesar (2): de situatie

De samenzweerders hoopten Caesar bij een verkiezingsbrug als deze te doden (© American Numismatic Society)

Vandaag is het 2069 jaar geleden dat moordenaars afrekenden met Julius Caesar en een nieuwe ronde burgeroorlogen ontketenden. Die vijftiende maart 44 v.Chr. geldt als de dag uit de oude geschiedenis waarover we het beste zijn geïnformeerd. Ik ga u meenemen, van uur tot uur. Maar eerst nog even een zeer korte situatiebepaling.

Het dilemma van Julius Caesar

Om te beginnen: Julius Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de officiële legers van de Romeinse republiek verslagen. Er waren nog verzetshaarden in Iberië en Syrië, maar die zouden vroeg of laat wel doven. Caesars feitelijke probleem was dat zijn macht, gebaseerd op het vernieuwde leger en een netwerk van partijgangers, te groot was om nog te passen in welke vorm van republikeins bestuur ook. Tegelijk wilde hij het imperium wel laten functioneren. Daartoe nam hij hervormingsmaatregelen en stelde hij zich verzoenend op tegenover zijn tegenstanders, waaronder competente bestuurders waren die bereid waren het nieuwe regime te aanvaarden.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (2): de situatie”

De moord op Julius Caesar (1): de vooravond

Caesar (Musée des beaux-arts, Lyon)

Voor oudheidkundigen staat de datum van morgen, 15 maart dus, in rode letters op de kalender. Iemand die een burgeroorlog ten einde had gebracht en Italië zijn rust had teruggegeven, werd bloedig om het leven gebracht. Omdat ik over de moord op Odoaker op 15 maart 493 al eens heb geblogd, moeten we het maar hebben over die andere moord die plaatsvond op 15 maart – ofwel de iden van maart. U bent dus voor de 154e keer aanbeland in de naar een climax lopende reeks “Wat deed Julius Caesar 2069 jaar geleden?”

Hoezo, de iden van maart?

Voor ik daar op inga, eerst maar even een woord over die rare uitdrukking “de iden van maart”. De Romeinen hadden van oorsprong een maankalender, met enkele gemarkeerde momenten. De dag waarop een priester (of een andere functionaris, ik ga dat even niet opzoeken) de nieuwe maan waarnam, heette de kalendae, wat zoiets wil zeggen als “omroepen” dat de maansikkel was gezien, zodat de nieuwe maand was begonnen. De volle maan heette de idus of eidus, en in het Nederlands iden. Het eerste kwartier heette nonae en de dag vóór zo’n dag-met-een-naam heette de pridie, de “voordag”. Verder waren er complexe systemen om schrikkelmanen in te voegen en om de dagen namen te geven. Zo heette de dag die wij 26 januari noemen destijds “zeven dagen voor de kalendae van februari”. Van een volk dat 188 noteerde als CLXXXVIII, moeten we ook maar niets praktischers verwachten.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (1): de vooravond”

Brutus en Cassius en de anderen

Dit portret in het Louvre zou Cassius kunnen voorstellen, de voornaamste samenzweerder tegen Julius Caesar, al is ook Corbulo geopperd.

Ik beschreef gisteren hoe er twee netwerken waren van ontevreden senatoren. De groep rond Gaius Trebonius kunnen we typeren als aanhangers van Caesar. Zij zouden, als ze zich keerden tegen hun leider, hun weldoener verraden en dat was oneervol. Om die reden gromden zij ontevreden maar hielden ze zich rustig. Even ontevreden was de groep rond Gaius Cassius Longinus, die bestond uit mannen die ooit hadden gestreden voor de Senaat maar had ingezien dat verder verzet geen doel meer diende. In elk geval de eigen carrière niet.

Er circuleerden allerlei verontrustende geruchten. Caesar zou koning willen worden! Had hij geen relatie gehad met koningin Eunoë van Mauretanië? Was zijn andere minnares, koningin Kleopatra van Egypte, niet in Rome? Waren dat zijn voorbeelden niet? Wilde hij niet de hoofdstad verplaatsen naar Alexandrië? Verontrustend allemaal, zeker, maar geen van beide groepen lijkt tot actie te hebben willen overgaan.

Lees verder “Brutus en Cassius en de anderen”

Een diadeem voor Julius Caesar

Kleopatra VII, geliefde van Caesar, met de diadeem die toont dat ze een koningin is (Altes Museum, Berlijn)

Het was 23 januari in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden (44 v.Chr.). U weet, na deze constatering, dat u bent beland in een nieuw deel in de naar een climax neigende reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij keerde terug naar Rome. Hij had de Saturnalia gevierd in Puteoli en had op de Albaanse Berg (ten zuiden van Rome) de zogeheten Latijnse Feesten voorgezeten. Dat was een plechtigheid waarbij de steden uit de omgeving van Rome samen offerden aan Jupiter. Als voornaamste magistraat van de voornaamste stad, en toevallig ook als hogepriester, zal Caesar zijn voorgegaan, melk hebben geplengd en een wit rund hebben geofferd. Daarna was hij richting Rome afgereisd. De volgende dag betrad hij de stad in een kleine triomftocht, een zogeheten ovatie, die vermeld staat op een kalender waarvan de fragmenten zijn te zien in de Capitolijnse Musea. Daardoor weten we dat het 23 januari was.

Lees verder “Een diadeem voor Julius Caesar”

Eerbewijzen voor Julius Caesar

Imperator Julius Caesar met lauwerkrans (Bode-museum, Berlijn)

Het was 1 januari 44 v.Chr. en dat was ook bij de Romeinen nieuwjaar. Julius Caesar en Marcus Antonius traden aan als consuls. De eerste deed het voor de alweer vijfde keer, de tweede voor het eerst. Caesar had zijn kolonel, die hem tijdens zijn Balkancampagne had gered, enige tijd op afstand gehouden, maar Marcus Antonius was inmiddels weer een van zijn vertrouwelingen.

Enfin, we zijn weer beland in ons naar een climax lopende feuilleton “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Zijn biograaf Suetonius noemt een aantal positieve én negatieve daden.noot Suetonius, Caesar 75-76; vert. Daan den Hengst. Eerst de positieve.

Lees verder “Eerbewijzen voor Julius Caesar”

Caesar op visite bij Cicero

Een Romeins diner (Pompeii)

Het jaar dat was begonnen met alleen Julius Caesar als consul, ook wel bekend als 45 voor Christus, liep ten einde. De trouwe lezers van deze blog weten wel ongeveer wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden aan het doen was: legitimiteit zoeken. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat er weer magistraten waren, zoals de twee mannen die in de drie laatste maanden van het jaar het consulaat bekleedden, Quintus Fabius Maximus en de al eerder genoemde Gaius Trebonius. Een andere maatregel was de voorbereiding van de oorlog tegen het Parthische Rijk, die kon rekenen op ieders instemming.

De oostelijke oorlog

De biograaf Suetonius geeft over het plan de campagne een vrij gedetailleerd bericht. Caesar wilde eerst de Daciërs,

die Thracië hadden overspoeld, terugdrijven om in aansluiting daarop via Klein-Armenië in het gebied van de Parthen door te dringen. Het was zijn bedoeling met een beslissend gevecht te wachten tot hij een indruk had gekregen van hun kracht.noot Suetonius, Caesar 44; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “Caesar op visite bij Cicero”

Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia

De Basilica Julia

Een blogje over Rome, waarom ook niet, ik schrijf er tenslotte nooit over. We gaan naar het Forum Romanum, naar de Basilica Julia: in de keizertijd de plaats waar het hooggerechtshof samenkwam. Eerder stond hier het huis van Publius Cornelius Scipio, de generaal die de Tweede Punische Oorlog had beëindigd door Iberië te veroveren en daarna bij Zama de Karthaagse generaal Hannibal te verslaan. Scipio’s dochter Cornelia was in 175 getrouwd met Tiberius Sempronius Gracchus, de voornaamste senator (princeps) uit het tweede kwart van de tweede eeuw v.Chr., rijk geworden met de pacificatie van wat wij Castilië zouden noemen. Hun kinderen waren de revolutionaire volkstribunen Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus. Volgens de geschiedschrijver Titus Livius kocht Sempronius Senior, toen hij in 169 censor was, het huis van zijn schoonvader:

Tiberius Sempronius Gracchus kocht van het hem van staatswege toegewezen fonds het huis op van Publius Cornelius Scipio Africanus. Dat stond achter de Oude Winkelgalerij, vlakbij het beeld van Vortumnus, bij de  slagerijen en de winkels. Sempronius liet daar de basilica bouwen die later Sempronia werd genoemd. noot Livius, Geschiedenis van Rome sinds de Stichting van de Stad 44.16.10-11.

Lees verder “Het Romeinse hooggerechtshof: de Basilica Julia”