Caesars erfgenaam: Octavianus

Een jonge Octavianus (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik schreef eerder dat we weinig wisten over Caesars echtgenote Calpurnia, die na de moordaanslag vrij snel uit beeld verdwijnt. Ze nam het lichaam van haar man nog in ontvangst en droeg diens archief over aan Marcus Antonius. Meer vernemen we niet.

Heel misschien hebben we echter een indirecte aanwijzing. Suetonius vertelt namelijk dat het testament van Julius Caesar op verzoek van diens schoonvader Lucius Calpurnius Piso werd geopend en voorgelezen in het huis van Marcus Antonius. Dat is wonderlijk, want zoiets intiems als het afhandelen van iemands laatste wil deed je liever in huiselijke kring. Bovendien woonde Caesar, als hogepriester, naast de tempel van de Vestaalse Maagden, die de akte hadden bewaard. Het zou veel logischer zijn geweest het testament bij Calpurnia thuis te openen, maar haar vader besloot anders. Het is denkbaar dat hij zijn dochter in de luwte wilde houden omdat zij, zoals je verwachten zou, compleet van de kaart was. Die vaderlijke liefde en die echtelijke genegenheid zijn ontroerende details in een geschiedverhaal waarin voor ontroering weinig plek is.

Lees verder “Caesars erfgenaam: Octavianus”

Het testament van Caesar

Vestaalse Maagden bewaarden het testament van Caesar (Antiquarium del Palatino, Rome)

Het was 13 september in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde, ofwel 45 v.Chr. U weet, na dit intro, dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En het antwoord is dat hij zijn testament maakte.

Het is verleidelijk te denken dat hij zich realiseerde dat hij nog maar een half jaar te leven had. Het is zelfs niet uitgesloten. Wellicht had hij lucht gekregen van het complot van Gaius Trebonius. Caesar zal zeker hebben begrepen dat hij zijn tegenstanders weliswaar had verslagen, maar ze zelden voor zich had gewonnen. Ook moet hij hebben geweten dat veel van zijn partijgangers opportunisten waren. Anders gezegd, hij had de macht gegrepen maar slaagde er niet in een vorm te vinden waarin dat acceptabel was. De dictator-voor-tien-jaren was realist genoeg om te weten dat macht een morele fundering moest hebben. En daar schortte het aan. Suetonius vermeldt dat Caesar Spaanse bodyguards had “die hem overal met getrokken zwaard begeleidden”. Dat zegt voldoende. Het is goed mogelijk dat Caesar wist dat hij rekening moest houden met een moordaanslag.

Lees verder “Het testament van Caesar”

Heliogabalus (2): coup d’état

Heliogabalus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

[Dit is het tweede van acht blogjes die Lauren van Zoonen schreef over regering en religie van keizer Heliogabalus. Het eerste is hier.]

In de Vaticaanse Musea is de sarcofaag te zien van Sextus Varius Marcellus (ca.165-ca.215), een voorname Romein uit Syrië, die carrière maakte ten tijde van Septimius Severus (r.193-211) en Caracalla (r.211-217). Die carrière was niet weinig geholpen door het feit dat hij was getrouwd met Julia Soaemias, het nichtje van Julia Domna, de echtgenote van Septimius Severus. Net als haar man kwam ze uit Syrië: ze behoorde tot de hogepriesterlijke familie van Emesa. Varius Marcellus en Julia Soaemias waren de ouders van Varius Avitus Bassianus ofwel Heliogabalus.

Lees verder “Heliogabalus (2): coup d’état”

Het Colosseum (2): bezoekers

Het Colosseum

[Dit is het tweede van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

De bouw van het Colosseum (de naam is niet authentiek) was vooral een politieke daad. Door het te bouwen op de plaats waar ooit het Gouden Huis van Nero had gestaan, begon Vespasianus de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen. Maar al wilden Vespasianus’ bouwkundigen breken met Nero’s projecten, het lukte niet helemaal. De hoofdas van het amfitheater viel samen met de door Nero aangelegde Heilige Weg. Maar wellicht was dat tóch de bedoeling, want het Colosseum stond nu precies achter de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De nieuwe dynastie leek zo als het ware de vorige te overtreffen: een duidelijk signaal.

Dat werd opgepikt door de dichter Martialis, die debuteerde met een boek vol puntdichten over het amfitheater:

Waar nu de Colossus naar de sterren blikt,
daar stond ooit het huis van een boosaardig heer.
Rome was destijds door één huis ingepikt.
Middenin was toen het keizerlijke meer;
tegenwoordig staat het Colosseum daar.
Op de plaats waar nu de nieuwe Thermen staan
lagen de vertrekken van die moordenaar.
Iedereen kan nu naar bad en spelen gaan,
Rome is de stad van de Romeinen weer
en niet alleen van Romes heer.noot Martialis, De schouwspelen 2.

Lees verder “Het Colosseum (2): bezoekers”

Nero’s Gouden Huis (2)

Mozaïek uit het Gouden Huis (Antiquarium del Palatino, Rome)

Ik beschreef in mijn vorige stukje de bouw van het Gouden Huis van keizer Nero. Hier is het landkaartje nog even. De hoofdingang lag op de Velia: de helling ten oosten van het Forum Romanum, waar later de beroemde ereboog van Titus is opgericht. Nero liet ook het Klooster van de Vestaalse Maagden herbouwen en een straat naar zijn paleis aanleggen, aan weerszijden voorzien van galerijen. Wie de straat uit liep, bereikte op de heuveltop een rechthoekig plein, het vestibulum, met daarop de Colossus. Die moet dus hebben gestaan in de buurt van de Titusboog, vrijwel zeker op plek van de huidige kerk van Santa Francesca Romana. De kerktoren geeft een idee van de hoogte van het enorme standbeeld.

Op de top van de Velia begon een zijstraat naar de verblijven op de Palatijn, maar wie rechtdoor liep, bereikte het dal tussen Velia, Caelius en Oppius. Hier lag de vierkante, door colonnades omgeven vijver en begon het parkachtige deel van het Gouden Huis. Ten zuidoosten van de vijver stond het podium waarop de tempel van de vergoddelijkte Claudius moest verrijzen. (De aanleg werd na de brand onderbroken om de bouwvakkers in te zetten bij de wederopbouw van de stad.) Daar liet Nero een waterpartij aanleggen, waarvan de resten nog te zien zijn aan de Via Claudia.

Lees verder “Nero’s Gouden Huis (2)”