
In het dal tussen Velia, Palatijn, Caelius en Oppius lag de vijver waaromheen keizer Nero in 64 na Chr. het Gouden Huis had gebouwd. Keizer Vespasianus doorbrak de door zijn voorganger gecreëerde architectonische eenheid door op de plaats van het meer – dus middenin het paleis – het Colosseum te bouwen. Dit was niet de enige ingreep. Vespasianus’ opvolgers Titus, Domitianus en Trajanus vervingen andere delen van Nero’s paleis door openbare gebouwen, zoals een badhuis en winkelgalerijen. Tenslotte gelastte Hadrianus de bouw van de tempel van Venus en Roma op de plaats die ooit ruimte had moeten bieden aan een enorm standbeeld van keizer Nero.
De colossus van Nero
Het bekendste voorbeeld van zo’n reusachtig beeld was de Kolossos van Rhodos: een dertig meter hoog beeld van de Zon, een van de zeven wereldwonderen. Nero, die dweepte met alles wat Grieks was, liet op de Velia een even groot standbeeld oprichten, gemaakt van verguld brons en voorzien van zijn eigen gelaatstrekken. Ik vertelde gisteren al dat beeldhouwer Zenodoros er een jaar of tien aan werkte en de Colossus in 75 voltooide. Het beeld was toen voorzien van het hoofd van Vespasianus’ beoogde opvolger, Titus.
Van een onscherpe afbeelding op een munt is af te leiden dat de Zonnegod de armen neerwaarts had en was afgebeeld in heroïsche naaktheid. Vespasianus liet de Colossus nog staan op zijn oude plaats, maar Hadrianus verplaatste het naar het dal rond het inmiddels voltooide Colosseum, waar de plaats van de sokkel momenteel wordt aangegeven door een plantsoentje met vijf boompjes:
Met hulp van de architect Decrianus verplaatste Hadrianus de Colossus – rechtopstaand! – vanaf de plaats waar nu de tempel van Roma staat, ook al was het gevaarte zo zwaar dat hij voor het karwei vierentwintig olifanten moest inzetten. Het beeld wijdde hij, nadat hij het gezicht van Nero (aan wie het eerst was gewijd) had laten verwijderen, aan de Zon. (Historia Augusta, Hadrianus 19.12-13)
Aldus de auteur van de Historia Augusta, die er blijkbaar niet van op de hoogte was dat Nero’s gezicht al een halve eeuw eerder was vervangen door dat van Titus.
Het wisselende hoofd
Het beeld zou niet eeuwig de trekken van Titus trekken dragen. Omstreeks 190 liet keizer Commodus, die zich graag presenteerde als gladiator, de cosmetische operatie waarover Herodianos vertelt:
Verder liet hij van de enorme Colossus, die de Romeinen vereren omdat het beeld de Zon voorstelt, het hoofd afhakken en er het zijne op zetten. Op de sokkel liet hij de gebruikelijke keizerlijke eretitels en familienamen aanbrengen, maar in plaats van ‘Germanicus’ stond er ‘Overwinnaar van duizend gladiatoren’ (Romeinse geschiedenis 1.,15.9).
Keizer Septimius Severus, die Commodus in 193 na Chr. opvolgde, liet het monument weer voorzien van de attributen van de Zon. Deze restauratie diende niet alleen om de herinnering aan de gladiator-keizer uit te wissen, maar hing tevens samen met de religieuze opvattingen van de keizerlijke familie. Severus’ echtgenote, Julia Domna, was immers de dochter van een priester van de Syrische zonnegod Elagabal. Bovendien begonnen in deze tijd steeds meer filosofen de Zon te beschouwen als zichtbare manifestatie van de ene, transcendente, allerhoogste God.
Ook Constantijn de Grote zou het hoofd nog eens hebben vervangen en er is weleens geopperd dat dit hoofd, dat nogal lijkt op Sylvester Stallone, momenteel is te zien in de Capitolijnse Musea. Ik blogde daar al eens eerder over en laat het nu rusten.

Middeleeuwen
Het is aannemelijk dat de Colossus in de Vroege Middeleeuwen nog overeind stond. Pseudo-Beda, zoals we een monnik noemen die bij het kopiëren van de geschriften van de kerkvaders de mooiste zinnen die hij tegenkwam voor zichzelf noteerde, kopieerde namelijk ook de volgende twee uitspraken uit een verder onbekend geschrift. Ze missen hun pointe als het standbeeld toen al was gevallen:
Je bent bescheiden geweest, Rome,
toen je me oprichtte,
maar je zult kleiner zijn
wanneer je me neerhaalt.Zolang de Colossus staat, bestaat Rome;
wanneer de Colossus valt, valt Rome;
wanneer Rome valt, valt de wereld.
De naam van het Colosseum hangt op een of andere manier samen met het woord Colossus, maar het is onbekend hoe precies. Wellicht heeft Anton von Harff, een geletterde pelgrim uit Gulik die Rome in 1497 bezocht, gelijk:
In de stad staat een heel mooi, oud paleis dat ad Colossum, “naast de Colossus”, wordt genoemd.
In elk geval, vanaf morgen moeten we het maar eens hebben over die executieschouwburg.
Zelfde tijdvak
Antieke migraties en migranten (2)augustus 24, 2020
Twee Belgische praetorianenapril 27, 2022
Silphiumjanuari 10, 2021

Aan studenten aan de KU Leuven wordt geleerd dat het Colosseum zijn naam niet dankt aan de Colossus, maar aan zijn indrukwekkende grootte. Ik zal vanavond eens wat opzoekwerk verrichten.
Ik heb wat moeite met een dertig meter hoog beeld van verguld brons. Hoe zwaar is dat, zelfs als het hol zou zijn? Hoe zet je het in elkaar? Hoe verplaats je het zelfs met vierentwintig olifanten? Het moet toch eerst op rollers getild zijn, dus hoe til je zoiets?