
[Dit is het tweede van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]
De bouw van het Colosseum (de naam is niet authentiek) was vooral een politieke daad. Door het te bouwen op de plaats waar ooit het Gouden Huis van Nero had gestaan, begon Vespasianus de herinnering aan zijn voorganger uit te wissen. Maar al wilden Vespasianus’ bouwkundigen breken met Nero’s projecten, het lukte niet helemaal. De hoofdas van het amfitheater viel samen met de door Nero aangelegde Heilige Weg. Maar wellicht was dat tóch de bedoeling, want het Colosseum stond nu precies achter de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. De nieuwe dynastie leek zo als het ware de vorige te overtreffen: een duidelijk signaal.
Dat werd opgepikt door de dichter Martialis, die debuteerde met een boek vol puntdichten over het amfitheater:
Waar nu de Colossus naar de sterren blikt,
daar stond ooit het huis van een boosaardig heer.
Rome was destijds door één huis ingepikt.
Middenin was toen het keizerlijke meer;
tegenwoordig staat het Colosseum daar.
Op de plaats waar nu de nieuwe Thermen staan
lagen de vertrekken van die moordenaar.
Iedereen kan nu naar bad en spelen gaan,
Rome is de stad van de Romeinen weer
en niet alleen van Romes heer.noot
Wereldwonder
Met dit compliment was Martialis nog niet door zijn loftuitingen heen. In het volgende gedichtje, een van de bekendste epigrammen uit de Oudheid, vergelijkt hij het amfitheater met enkele beroemde architectonische prestaties:
Zwijg toch, Memfis, over die barbaarse piramiden;
Babyloniër, vergeet die torenbouw te Babel;
lof van de Dianatempel mogen ze verbieden;
Delos’ altaar met die hoorns is niet meer memorabel;
stilte moet heersen over ’t Karisch Mausoleum,
want het echte wereldwonder is het Colosseum.noot
De bewering dat het Colosseum als bouwwerk de piramiden overtrof, is even potsierlijk als begrijpelijk. In Europa was nog nooit zoiets te zien geweest. Het gebouw was bijvoorbeeld vijftig meter hoog. Weliswaar mat de tempeltoren die de Babyloniër moest vergeten bijna het dubbele, maar in Rome was geen gebouw zó hoog. Voor wie nog nooit in Rome is geweest: stap uit bij station Colosseo, dan is de eerste indruk het meest overdonderend.
Voorname bezoekers
Het is onbekend hoeveel mensen de moordpartijen konden bekijken. Schattingen van het aantal zitplaatsen lopen uiteen van 45.000 tot 68.000. Daarnaast waren in het schellinkje vijfduizend staanplaatsen. Al deze bezoekers maakten deel uit van de show. Het Romeinse volk presenteerde zich hier zoals het zich – althans officieel – het liefst zag. Terwijl de mensen keken naar het vertoon van mannelijkheid en kracht, zaten ze op de tribunes geordend naar rang en stand. Zo versterkte een show de maatschappelijke orde.

Op de eerste omloop lagen aan de lange zijden van de arena twee met goud en ivoor versierde loges voor de keizerlijke familie, de magistraten en de Vestaalse maagden. Tegenwoordig is de keizerlijke loge herkenbaar aan een kruisbeeld ter nagedachtenis aan de christenen die in het Colosseum zouden zijn gestorven. Daarvoor is geen bewijs, maar evengoed kan het geen kwaad als toeristen in een executieschouwburg even stilstaan bij de aard van het geboden spektakel.
Buiten de loges stonden aan de korte zijden van de arena marmeren zetels voor de senatoren, wier namen ter plekke in de marmeren vloer waren gebeiteld. Helemaal vooraan stonden de zetels van de senatoren die een magistratuur hadden bekleed. Omdat de functies elk jaar en soms elke twee maanden aan anderen werden overgedragen, moet op de eerste rang een ware stoelendans hebben plaatsgevonden. Hier zaten ook afgevaardigden van volken die zich onderscheidden door militaire kwaliteiten en nauwe banden met Rome.

Degenen die recht hadden op een ereplaats, hadden ook andere privileges. Een ervan was dat ze het Colosseum mochten betreden door de vier hoofdingangen, gelegen aan de lange en korte as van het ovale gebouw. In de noordelijke hoofdingang zijn nog versieringen van stucwerk te zien. Een ander voorrecht was dat mannen uit de senatoriële stand toga’s mochten dragen met een brede paarse bies. Dat was echter niet het opvallendste aan hun uiterlijk. Ze konden zich namelijk de luxe permitteren van een bleker die hun toga’s helderwit maakte, zodat ze zich onderscheidden van het grauw op de achterste rijen.
Minder voorname bezoekers
De tweede omloop was gereserveerd voor de ridders. Net als de senatoren droegen zij kraakheldere toga’s, zij het dat de paarse bies smaller was. Ook de ridderstand kende leden met en zonder bestuurservaring en we mogen aannemen dat de voornaamsten betere plaatsen hadden. De wijze waarop ze waren geplaatst, verschilde enigszins van die der senatoren, omdat ze niet beschikten over individuele stoelen, maar alleen over gereserveerde rijen (bijvoorbeeld die voor oud-procurators).
De hogere ringen in het Colosseum waren bedoeld voor groepen die lager stonden in de sociale hiërarchie, maar de precieze verdeling is niet met zekerheid vast te stellen. We hebben verschillende soorten informatie, zoals regelgeving van keizer Augustus over het placeren van theaterbezoekers, juridische overzichten van rangen en standen, en inscripties uit het Colosseum. Die sluiten niet perfect op elkaar aan, hebben geen betrekking op hetzelfde tijdstip en gaan over een officiële werkelijkheid – niet de dagelijkse praktijk. De overzichten die je wel vindt in publieksboeken over gladiatoren, bieden nogal wat schijnzekerheid. Een voorbeeld: zaten de vrouwen helemaal achteraan of naast hun echtgenoten?
Wat we wel zeker denken te weten is dat in het schellinkje staanplaatsen waren voor slaven en dagloners. Wellicht waren hier ook de grafdelvers, acteurs en oud-gladiatoren te vinden, want zulke eerloze mensen verdienden geen zitplaats. De inscripties documenteren afdelingen voor jongens en hun leraren, en verder voor soldaten met verlof, herauten, gezanten van vreemde naties, ambtenaren en priesters. Opmerkelijk is dat er ook een paar zetels waren voor de bewoners van de Andalusische havenstad Cádiz.
Zelfde tijdvak
Het hijgend hertjanuari 6, 2024
Schelden en terugscheldenaugustus 27, 2014
De waarde van de klassiekenjuni 15, 2015

Inderdaad, het Colosseum, indertijd bezocht, was verbluffend, de enorme afmetingen van de ringen, maar ook de onderaardse ruimtes voor de slachtoffers. Bouwkunde en organisatievermogen van de Romeinen kwamen hier samen. Maar hoe te duiden door een 20e eeuwer?
OK, een politieke boodschap, maar dat kon toch ook met de paardenrennen? Of een soort olympische spelen houden in de amfitheaters?
Die talloze gruwelen – en niet alleen in deze arena… Was wreedheid gewoon? Was vernietigingsdrang gewoon? Was medelijden een leeg idee? Was het om het recht van de sterkste te benadrukken?
Dit opschrijvend denk ik eraan dat al deze zaken nog lang niet van de aardbol verdwenen zijn, alleen: we vinden ze niet meer aanvaardbaar.
Medelijden was zeker geen leeg idee, het publiek kon het ook opnemen voor een gladiator. Jerry Toner heeft een boekje geschreven getiteld The Day Commodus killed a rhino, waarin het gaat over de relatie tussen keizer en volk en hoe dat tot uitdrukking kwam in de spelen.
En tegenwoordig zijn er nog altijd stierengevechten. En we zijn nog steeds gefascineerd door gladiatorengevechten. The Gladiator krijgt een vervolg en er is Those About to Die met Anthony Hopkins als Vespasianus.
We krijgen er maar geen genoeg van…
OK, stierengevechten, dat lijkt er in de verte nog op.
Maar Frans Buijs, even serieus, dat ons oeroude brein geweld fascinerend vindt (overigens zeker niet bij iedereen) en we daarom gamen en films kijken is toch wel wat anders dan grootscheeps en enthousiast werkelijke en gruwelijke moorddadigheden meemaken voor de kick.
Kanaal Invicta over hoe een dag in het Colosseum eruit zou hebben gezien https://youtu.be/1oiuvpT1tBE?si=isqlqbZVi6mKMlG-
Invicta wordt gemaakt door een van oorsprong Nederlandse oudheidkundige/historicus, Roel Konijnendijk.
Wat een prima vertalingen!!!