De Germanen (3) Geschiedenis

Germaans edelsmeedwerk (Landesmuseum für Vorgeschichte, Halle)[Dit is het derde van zes blogjes over de Germanen. Het eerste was hier.]

Ik heb eergisteren en gisteren aangegeven dat de Germanen kort voor 100 v.Chr. hun opwachting maken in de geschiedenis, die destijds vooral door Grieken en Romeinen werd geschreven (een ergerlijk bezwaar tegen deze blogjesreeks, overigens). De Mediterrane auteurs verwijzen doorgaans naar de Jastorf-cultuur, waar de Germaanse talen vanouds werden gesproken en vermoedelijk zijn ontstaan. Ook vertelde ik dat deze cultuur en talen zich vanaf pakweg 250 v.Chr. begonnen te verspreiden. De regio van de Germaanse talen valt niet precies samen met de Jastorf-cultuur en die valt weer niet samen met de regio die de Romeinen aanduidden als Germania.

Ik heb weleens de indruk dat archeologen en taalkundigen bij het trekken van conclusies naar elkaar kijken, wat natuurlijk alleen maar goed is, maar het gevaar met zich meebrengt dat de asymmetrie van het bewijsmateriaal wordt verwaarloosd. Desalniettemin is dat precies wat ik nu ook ga doen: de indruk wekken dat er vijf zones zijn, die zowel talig als archeologisch zijn te identificeren. Dat is ook niet helemaal onwaar, maar onwelvallige nuances vallen zo weg. Maar goed, dit is maar een blog en ik doceer geen germanistiek in Göttingen.

Lees verder “De Germanen (3) Geschiedenis”

Misverstand: Romeinen aan de Elbe

De Elbe bij Hamburg

Misverstand: De Romeinen wilden de Elbe als rijksgrens

De barbaren ten noorden van de Alpen mochten dan technisch inferieur zijn aan de Romeinen en niet hun organisatievermogen hebben, vechten konden ze. Caesar had al eens een legioen verloren, en in 9 na Chr. verloor Augustus er zelfs drie in de slag in het Teutoburgerwoud. Toen die gebeurtenis tweeduizend jaar later werd herdacht, werd steeds opnieuw gezegd dat de Romeinen na deze nederlaag het gebied opgaven dat ze hadden veroverd terwijl ze de grens van hun rijk van de Rijn naar de Elbe aan het verleggen waren. Op die wijze wilden ze de grens bekorten.

Lees verder “Misverstand: Romeinen aan de Elbe”

Vermist: een legioenbasis

Een niet zo heel verhelderende foto van de opgraving van Anreppen. Onder het plastic ligt de weg naar het oosten, in de richting van een nog onbekende Romeinse site.

De geschiedenis herhaalt zich niet. Geschiedkundigen herhalen elkaar. Omdat ze niet alles kunnen weten, vertrouwen ze op de boeken van hun collega’s, met als risico dat ze fouten overschrijven. Een bekend voorbeeld is te vinden in de traditionele beschrijvingen van Romes Germaanse Oorlogen. Nog niet zo heel lang geleden vermeldden de handboeken dat de Romeinen de grens van de Rijn hadden willen verleggen naar de Elbe – al blijkt dat niet uit de geschreven bronnen. Voor zover valt na te gaan, beperkten de Romeinen zich tot het land ten westen van de Wezer. Het gebied tussen die stroom en de Elbe werd slechts driemaal aangedaan tijdens verkenningsexpedities die weliswaar net zo spectaculair waren als soortgelijke campagnes naar Nubië en Jemen, maar evenmin waren bedoeld om grenzen te verleggen. Dat de Romeinen naar de Elbe wilden oprukken is niets meer dan een onbevestigde hypothese.

Fouten als deze kunnen worden vermeden door voortdurend de vraag te stellen wat er écht in de bronnen staat. Maar ook bronnentrouw is niet zonder gevaar, zoals blijkt uit een ander aspect van het traditionele relaas. Na de nederlaag in het Teutoburgerwoud in 9 na Chr., zo lezen we, lieten de Romeinen Germanië wat het was, want de keizers realiseerden zich dat de militaire inspanningen niet opwogen tegen de te verwachten opbrengst. Het land was immers veel te arm: “Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber”, noteert Tacitus. Zo staat het dus in de oude bronnen. Alleen: het is niet waar.

Lees verder “Vermist: een legioenbasis”

Velleius Paterculus (3)

Augustus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

[Deze week recycle ik de inleiding die ik in 2012 schreef voor Vincent Huninks vertaling van de Geschiedenis van Rome van de Romeinse auteur Velleius Paterculus. De Nederlandse titel is Van Troje tot Tiberius en het e-boek is nog leverbaar. Het eerste deel is hier. Vandaag: Velleius’ eigen tijd, de jaren van de keizers Augustus en Tiberius.]

Moderne auteurs beschouwen de troonsbestijging van keizer Augustus als een keerpunt en verdelen de geschiedenis van Rome daarom gewoonlijk in drie tijdvakken: koninkrijk, republiek en keizerrijk. In vrijwel elk handboek oude geschiedenis is het hoofdstuk over de cultuur van de Romeinen, waarin zaken worden behandeld die zich beter lenen voor een synchrone dan een diachrone behandeling, opgenomen onmiddellijk voor of na het hoofdstuk over Augustus. Dat benadrukt de breuk, maar het is de vraag of de tijdgenoten ook het idee hebben gehad dat er iets wezenlijks was veranderd.

Lees verder “Velleius Paterculus (3)”

Waarom de Oudheid zo leuk is

Drusus, die Germanië onderwierp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Het standaardverhaal over de Romeinse aanwezigheid in Germanië is ongeveer als volgt: de Romeinse generaal Drusus trok kort voor het begin van de jaartelling over de Rijn en verlegde de grens naar de Elbe, tot de Germanen in de Slag in het Teutoburgerwoud in 9 na Chr. drie legioenen vernietigden en de Romeinen zich op de Rijn terugtrokken. Daar is toen de limes ontstaan.

Hoezo, verovering van Germanië?

Dit verhaal is heel problematisch. In de eerste plaats staat nergens in de bronnen dat de Romeinen het plan hadden de Elbe als grens te nemen. De vaak geboden moderne verklaring voor dit strijdplan, dat de Elbe-grens korter zou zijn, is pure fantasie. Ze is in elk geval in strijd met wat de Romeinen zelf dachten, want volgens hun topografische inzichten zou de Elbe-grens juist langer zijn geweest. Voor wat het waard is: ik voor mij denk dat ze niet verder hebben willen oprukken dan de Wezer. Het stroomgebied van de Elbe is wel verkend, maar het feit dat nog nooit een fort of zelfs maar een marskamp is gevonden tussen de twee rivieren, suggereert dat men er nooit lang kan zijn gebleven.

Lees verder “Waarom de Oudheid zo leuk is”