VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

XII Fulminata, het bliksemlegioen

Een soldaat van XII Fulminata (Capitolijnse Musea, Rome)

Het heeft er de schijn van, al is het niet bewijsbaar, dat de nummers van de Romeinse legioenen al vóór Julius Caesar waren gekoppeld aan provincies – wat in de tijd vóór Caesar overigens geen territoriaal afgebakende gebieden waren maar aangewezen oorlogszones. De eerste vier legioenen stonden ter beschikking van de twee consuls, de nummers vijf en zes lagen in de twee Spaanse provincies en de nummers VII, VIII, VIIII en X lagen in de Provence en op de Po-vlakte. Waarna de oostelijker gebieden weer hogere nummers hadden.

Caesar

Toen Caesar gouverneur werd van de Provence en de Po-vlakte, beschikte hij dus over vier legioenen. Voor de oorlog tegen Helvetiërs die in 58 v.Chr. uitbrak, voegde hij er twee aan toe, die hij de nummers XI en XII gaf. Over dat laatste legioen wil ik het vandaag hebben. Het heeft tijdens de Gallische Oorlog zeker gestreden in de slag aan de Sabis (de Selle in Noord-Frankrijk) tegen de Nerviërs; het nam deel aan de belegering van Bourges, onderscheidde zich bij Lutetia en hielp bij de blokkade van Alesia.

Lees verder “XII Fulminata, het bliksemlegioen”

Romeinse dakpannen en boze geesten

Dakpan van XXX Ulpia Victrix (Expositieruimte Zwammerdam)

Bij Zwammerdam is een Romeins fort opgegraven. Het is beroemd omdat er ook zes schepen zijn gevonden, waaraan deze website is gewijd. De bovenstaande dakpan komt uit het eigenlijke fort en lijkt op het eerste gezicht een naar rechts puntende drietand te tonen. Gaan we naar links, dan is de stok van de drietand echter wel wat vreemd gevormd. Het zijn namelijk letters, maar ze staan in spiegelbeeld. Van rechts naar links staat er LEG XXX. Ofwel: het was een legionair van het Dertigste Legioen uit Xanten die deze dakpan heeft gebakken.

Romeinse dakpannen

Dat is gebruikelijk. De soldaten hadden allerlei civiele taken, waarvan het ophalen van de belastinggelden de voornaamste maar niet de enige was. In de buurt van Bonn werkten legionairs in een steengroeve, elders legden ze wegen aan en er zijn allerlei steen- en tegelbakkerijen bekend. En vaak zetten de makers de naam van hun legeronderdeel op hun producten.

Lees verder “Romeinse dakpannen en boze geesten”

Namen en nummers

Dakpan van het Twaalfde Legioen Victrix. De naamstempel was goed zodat de naam van de eenheid in spiegelbeeld staat (Palais Rohan, Straatsburg)

Een legioen was een Romeinse infanterie-eenheid. In de loop der eeuwen varieerde de omvang, maar in de Keizertijd moeten we denken aan zo’n 5300 zwaarbewapenden. Dit waren beroepssoldaten die zo’n twintig jaar dienden en na afloop een boerderij konden krijgen als oudedagsvoorziening. Met wat spaargeld om slaven te kopen hoefden ze zich geen zorgen te maken. Wie kon lezen en schrijven, kon bovendien een administratieve carrière maken en promotie maken: centurio, misschien nog verder. De loopbaan van Velius Rufus geeft een idee van wat er mogelijk was voor iemand die beschikte over talent, moed en contacten.

Net als in onze tijd, waarin eenheden “Eerste Divisie ‘7 December’” kunnen heten, had elk legioen een nummer en een naam. In Nijmegen waren vanaf 70 achtereenvolgens het Tweede Legioen Adiutrix, het Tiende Legioen Gemina en het Negende Legioen Hispana gestationeerd. Het Derde Legioen Augusta was het garnizoen van de Maghreb. Het Tweede Legioen Parthica was de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het Vierde Legioen Italica is een mysterie. Het Zesde Legioen Victrix hees Constantijn de Grote op het schild. De vraag is: waarom zou je eenheden een nummer én een naam geven? En een andere vraag: waarom zijn er diverse eerste legioenen maar ontbreken er ook sommige nummers? Was het niet logischer alle nummers één keer te gebruiken?

Lees verder “Namen en nummers”