III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)”

Poëzie: Keizer Vitellius

Vitellius (Ny Carlsberg glyptotek, Kopenhagen)

[Fragment uit een verloren gewaand handschrift van Suetonius, teruggevonden in de abdij van Fulda, vertaald door Marieke Baert. Dit is het negende deel van een twaalfdelige reeks over macht en onmacht in Rome. Het eerste deel was hier.]

Meer dan een paar
In het Vierkeizerjaar
We gaan met de derde van start

We konden het weten
Dacht alleen maar aan eten
Alles drukte zwaar op zijn hart

Bestuurde de stad
In voorspoed en smart
De beste keizer die Rome nooit heeft gehad

***

Een gastbijdrage van onze huisdichter Hans Koonings. Wordt vervolgd. Dank je wel Hans!

Vienne

De “triomf van Vienne” (Lugdunum, Lyon)

In mei 1992, deze maand drieëndertig jaar geleden, maakte ik een lange fietstocht naar Griekenland. Ik ging dwars door Frankrijk – Reims, Troyes, Alesia, Beaune – en op een dag bereikte ik Lyon. Op de Place Bellecour, zoals het mooie centrale plein heet, trok mijn met tent en tassen beladen fiets wat bekijks en ik raakte aan de praat met een jonge vrouw die, als ik het me goed herinner, Adrianne heette. Het was een hartelijk gesprek, en eigenlijk was ik niet eens heel erg verbaasd toen ze m even later in Vienne opwachtte met dingen die ik op de camping lekker zou vinden. Een reiziger heeft altijd leuke ontmoetingen, maar deze zal me altijd bijblijven. En dus heb ik ook warme herinneringen aan Lyon en Vienne.

Gallisch oppidum

Die laatste stad ligt aan de samenvloeiing van de rivieren Rhône en Gère. Ze is ontstaan toen de Gallische stam der Allobrogen een oppidum (heuvelfort) inrichtte op de heuvels die tegenwoordig Pipet en Sainte-Blandine heten. De stam werd in 120 v.Chr. door de Romeinen onderworpen – de zegevierende generaal Quintus Fabius Maximus kreeg de bijnaam Allobrogicus – en kregen te verstaan dat ze aan de voet van hun heuvel moesten gaan wonen. Een stad in een rivierdal was voor de Romeinen immers makkelijker in te nemen dan een nederzetting op een heuvel.

Lees verder “Vienne”

Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

IIII Macedonica

Munt van IIII Macedonica (Haltern)

In de Romeinse Republiek waren de legioennummers één tot en met vier gereserveerd voor de twee legers van de twee consuls. Het Vierde Legioen, dat later de bijnaam Macedonica zou krijgen, is dus geformeerd door een consul, en aangezien het in de lente van 48 v.Chr. voor het eerst in actie kwam in Dyrrhachion, moet die consul Julius Caesar zijn. In Dyrrhachion streed hij tegen de troepen van de Senaat, gecommandeerd door Pompeius, die de slag won.

Macedonië

Evengoed won Caesar later de slag bij Farsalos en de Tweede Burgeroorlog; zijn Vierde Legioen stationeerde hij daarna in Macedonië. De eenheid had zullen deelnemen aan Caesars campagne tegen het Parthische Rijk, maar die werd geannuleerd na de dood van de dictator. In de zomer van 44 v.Chr. riep Marcus Antonius daarom IIII Macedonica terug naar Italië; het was gestationeerd in het oosten van het schiereiland, waar het al snel partij koos voor Caesars geadopteerde zoon Octavianus. In de oorlog rond Modena (in april 43) streed het voor deze nieuwe commandant en leed daarbij zware verliezen.

Lees verder “IIII Macedonica”

De “Keizerlevens” van Suetonius

Hadrianus, onder wie Suetonius werkte als ab epistulis, als almachtig heerser (Altes Museum, Berlijn)

In het vorige stukje hebben we het leven van Suetonius bekeken. Maar hij is natuurlijk bekender als auteur dan als ab epistulis. We kennen van zijn hand diverse titels, zoals een biografie van Cicero, een boekje over Griekse kinderspelletjes, een scheldwoordenboek en een boek met de intrigerende titel Fysieke gebreken van de man. Helaas zijn al deze boeken verloren gegaan.

We weten iets meer over een werk dat de Pratum de rebus variis heette. Dat is te vertalen als “een weide vol uiteenlopende dingen” of, om het lichtvoetige karakter te accentueren, als “de speeltuin”. Hierin verzamelde Suetonius nuttige, interessante en vermakelijke feitjes, waarvan hij hoopte dat ze de lezer zouden amuseren. We hebben meer van dit soort collecties over uit de Grieks-Romeinse Oudheid.

Lees verder “De “Keizerlevens” van Suetonius”

Het ontstaan van XI Claudia

Inscriptie voor een soldaat van het Elfde Legioen, die vocht in Aktion (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Rome is niet gebouwd op één dag en is niet gebouwd door keizers of consuls. Het Mediterrane wereldrijk is ontstaan door de integratie van de diverse regionale economieën en kreeg een Romeins uiterlijk doordat er altijd legionairs waren die bereid waren te strijden voor consuls of keizers. Wat betekent dat de geschiedenis van de Mediterrane economie en Romeinse regimentsgeschiedenis belangrijk zijn. Wat weer betekent dat we het vandaag gaan hebben over het Elfde Legioen, dat een eeuw na zijn oprichting de bijnaam Claudia zou krijgen.

Een eerste begin

(U zult in een moment weten waarom “eerste begin” voor één keer geen pleonasme is.) Het was een van Romes oudste legioenen. Toen Julius Caesar in 58 v.Chr. besloot niet vanaf de Povlakte naar Dacië te trekken, maar in plaats daarvan Gallië binnen te vallen, rekruteerde hij twee extra eenheden: het Elfde en het Twaalfde. Caesar vermeldt het Elfde in zijn beschrijvingen van de strijd tegen de Nerviërs, en het legioen zal zeker ook hebben deelgenomen aan andere beroemde campagnes, zoals de belegeringen van Bourges en Alesia.

Lees verder “Het ontstaan van XI Claudia”

VIII Augusta op de Balkan

Grafsteen van Gaius Valerius Valens van VIII Augusta (Archeologisch Museum, Korinthe)

Met het Zevende, het Negende en het Tiende Legioen behoorde het Achtste tot de oudste eenheden in het leger van het Romeinse keizerrijk. Het viertal bestond al – we weten niet hoe lang – toen Julius Caesar in 58 v.Chr. begon aan de verovering van Gallië. Hij vermeldt het Achtste in zijn verslag van de strijd tegen de Nerviërs en bij de belegering van Gergovia. Het is niet ondenkbaar dat het legioen tijdens deze oorlog op sterkte is gebracht door Gallische strijders in de gelederen op te nemen, want een inscriptie vermeldt ene Gaius Cabilenus “uit Gallië”.

Aan het begin van de Tweede Burgeroorlog, waarin Caesar het opnam tegen de Senaat, kwam het Achtste in actie bij Corfinium en Brindisi (49), waarna het enige tijd in Apulië was gestationeerd. In het voorjaar van 48 diende het bij Dyrrhachion en leed het zware verliezen. Daarom streed hij bij Farsalos samen met het Negende als één eenheid en werden de soldaten, na de overwinning, teruggestuurd naar Italië om daar te worden gedemobiliseerd. Ze kregen land in Campanië. Hoewel veel veteranen zich moeten hebben teruggetrokken op het platteland, wordt het Achtste opnieuw vermeld tijdens als Caesars Afrikaanse campagne. In 45 v.Chr. kregen deze soldaten – die misschien nog niet waren gedemobiliseerd of opnieuw hadden bijgetekend – land in Casilinum.

Lees verder “VIII Augusta op de Balkan”

XIII Gemina (1)

De brug over de Rubico

Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.

Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.

Lees verder “XIII Gemina (1)”

I Germanica

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius. In de derde regel zijn onderdeel, het Eerste Legioen. (Valkhofmuseum, Nijmegen)

De vaste lezers van deze blog weten het: ik ben bezig met een reeks over de Romeinse legioenen. We kunnen voor het keizerlijke leger regimentsgeschiedenis schrijven, en dat is meer dan we kunnen zeggen over menige recentere periode. Vandaag wil ik het hebben over het Eerste Legioen Germanica, een van de vele eerste legioenen die de Romeinen hadden. Ik heb al weleens eerder geblogd over die dubbele nummers, dus dat laat ik nu voor wat het is.

De eerste operaties

De legioenen één tot en met vier waren traditioneel gereserveerd voor de twee consuls. Dat betekent dat dit Eerste Legioen zal zijn gelicht door iemand die het consulaat bekleedde en die het vervolgens bij zich hield. Die iemand kan alleen Julius Caesar zijn geweest, die in 48 v.Chr. voor de tweede keer consul was. Hij aanvaardde het ambt in Brindisi, waar hij een leger had verzameld waarmee hij overstak naar het huidige Albanië. Daar nam het Eerste deel aan de operaties bij Dyrrhachion, waarin Pompeius Julius Caesar versloeg.

Lees verder “I Germanica”