Het Pantheon (2)

Het fenomenale interieur van het Pantheon

Ik beëindigde mijn vorige stukje met de plaatsing van de standbeelden in het Pantheon, die suggereerde dat de tempel gewijd was aan het Algoddelijke. Ook de vorm van de tempel suggereert dit. Hadrianus’ tijdgenoot Ploutarchos bracht de ronde plattegronden van sommige tempels, zoals de Vestatempel op het Forum Romanum, in verband met de bolvorm van het heelal. Het gat bovenin het gewelfde dak van het Pantheon lijkt geïnspireerd door een van de merkwaardigste beschrijvingen van de kosmos uit de wereldliteratuur:

Het gelukzalig godenras beweegt zich aan de hemel langs prachtige banen waar allerlei schitterende dingen te zien zijn. Iedere god verricht zijn eigen taak en daarbij mag telkens ieder mee die dat wil en kan, want voor afgunst is in de kosmische reidans geen plaats. Wanneer ze naar een feestelijk diner gaan, rijden ze steil omhoog naar de top van het hemelgewelf. … De onsterfelijken rijden, wanneer ze de top van het gewelf hebben bereikt, naar buiten en stellen zich op de rug van de hemel op. Zij draaien dan in de omwenteling van de hemel mee en bezichtigen alles wat buiten de hemel is. Het gebied boven het hemelgewelf is nog door geen dichter van hier bezongen en niemand zal het ook ooit naar behoren bezingen. (Plato, Faidros 247, vert. Gerard Koolschijn)

Tot zover Plato, die dus in de top van het hemelgewelf een gat postuleert waardoor de onsterfelijken het heelal kunnen verlaten. Het is aannemelijk dat Hadrianus (of zijn architect) aan deze mythe heeft gedacht, want de platoonse filosofie was in deze tijd begonnen aan een tweede leven. Voor zover we de toenmalige gedachtewereld kunnen reconstrueren, begon men de vele goden steeds vaker te beschouwen als manifestaties van het transcendentale Ene. Het laatantieke heidendom was net zo monotheïstisch als het christendom dat de toekomst zou hebben.

Alles blinkt

Wie het Pantheon voor het eerst zag liggen, zou zijn getroffen door de helder witte wanden van glimmend Pentelisch marmer en stucwerk. Het voorportaal, dat werd bereikt over vier treden van geel marmer uit Numidië, was grotendeels gebouwd uit Egyptische steensoorten: grijs graniet voor het plaveisel en de voorste zuilen, roze graniet voor de achterliggende zuilen, paars porfier voor de wanddecoratie. Wit travertijn en fragmenten van zogeheten Lucullisch zwart-roodmarmer zorgden voor afwisseling.

In de grote nissen aan weerszijden van de bronzen toegangspoort stonden de door Cassius Dio vermelde beelden van Augustus en Agrippa. Over een brede drempel uit één machtig stuk Lucullisch marmer betrad – en betreedt – de bezoeker vervolgens de eigenlijke tempel, die destijds verrassender was dan tegenwoordig. Het Pantheon stond namelijk ingeklemd tussen andere gebouwen, zodat de bezoeker niet kon weten dat de tempel de vorm had van een bol.

Ook de omvang van de ruimte (43,30 meter doorsnede) en het contrast tussen het donkere voorportaal en het heldere licht van de cultusruimte moeten indruk hebben gemaakt. En daarbij blonk het edelmetaal de tempelbezoeker tegemoet, want sinds Hadrianus’ voorganger Trajanus het koninkrijk Dacië had veroverd, was er in Rome geen gebrek aan goud. Het moet vooral indruk hebben gemaakt als de bezoeker ’s zomers rond het middaguur binnenliep en het zonlicht door het gat bovenin de tempel in zijn ogen scheen.

Het dak is gemaakt van beton dat tijdens het uitharden op zijn plaats werd gehouden met cassettes. Tegenwoordig is dat goed te zien, maar in de Oudheid was het dak vermoedelijk bekleed met brons, waarvan de aanhechtingspunten hier en daar nog zichtbaar zijn. Aangezien brons vaak werd beslagen met bladgoud – anders werd het donker – stond de bezoeker van het Pantheon vermoedelijk onder een gulden hemel, wat de filosofisch geschoolden zal hebben herinnerd aan de opvatting dat de bovenste laag van de atmosfeer bestond uit een sfeer van vuur. Zeker in de zomer, als de zon hoog stond en het licht de bezoekers in het gezicht viel, moet het Pantheon adembenemend zijn geweest.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Deel dit:

5 gedachtes over “Het Pantheon (2)

  1. Theo de Graaff

    Het is een indrukwekkend gebouw en ik ben verrast door de beschrijving hoe het in de Romeinse tijd er uit moet hebben gezien. Wat ik graag wil vermelden is dat het beton van een heel bijzondere kwaliteit is. Een jaar of wat geleden kwam ze er achter dat de Romeinen het mengden met wat ongebluste kalk. Hierdoor overleven de Romeinse betonnen constructies moeiteloos 2 duizend jaar. Het verrassende vind ik dat dit niet bekend was. We zullen wel nooit weten hoe de Romeinen daar achter zijn gekomen.

  2. Frans Buijs

    Eigenlijk heb ik dezelfde opmerking/vraag als bij de Isis tempel. We kennen dus het gebouw, maar weten we ook iets van wat zich in dat gebouw afspeelde?

Reacties zijn gesloten.