
Onlangs kreeg ik over een kop koffie de vraag voorgelegd of ik kon samenvatten bij welk nieuws over de Oudheid een krantenlezer alert moest zijn. De vraag bracht me van mijn à propos. Hoewel signaalwoorden als “Israël” of “Pompeii” voor de hand liggen, is het lastig beknopt uit te leggen waarom juist die onderwerpen problematisch zijn.
Trouwens, ik weet niet eens waarom stukken over Pompeii zo vaak niet deugen. Misschien hebben ze daar een publiciteitsmedewerker die denkt dat het niet uitmaakt hoe je in het nieuws komt, als je maar in het nieuws komt. Feit is dat het meeste nieuws over Pompeii niet klopt. Dat kale vertrek met tralies in die bakkerij, afgelopen december gehypet als bewijs van de slechte levensomstandigheden van slaven, kan evengoed een tegen diefstal beveiligde graanopslag zijn geweest. En nee, die tovenaar wiens uitrusting zou zijn gevonden, dat is gewoon een verzinsel.
- Advies: als een bezoek aan Pompeii er niet in zit, bezoek dan een expositie, lees een boek, maar geloof de media liever niet.
Religie
En dan Israël. De archeologen doen hun werk goed en kijken ook naar islamitisch en christelijk erfgoed, maar in de publiciteit ligt de nadruk altijd op het joodse verleden. Logisch: het steunt de zionistische claim op het land. Maar oudheidkundigen hoeven dat helemaal niet te doen. De grenzen tussen moderne staten liggen immers vast in internationale verdragen en daar gaan wetenschappers niet over. Dus ook oudheidkundigen niet.
- Advies: u kunt berichtgeving over het antieke Israël het beste nemen met een korreltje zout.
Van Israël is het een kleine stap naar religie. ’s Enendeels is de Eerste Hoofdwet van toepassing: een oudheidkundige die niet weet wat iets is, legt het uit als religieus. ’s Anderendeels hebben veel berichten de strekking dat een bepaalde, door niemand gedeelde notie onjuist blijkt te zijn. Denk aan het bericht dat het Bijbelverhaal over de verboden vrucht niet gaat over zonde – iets wat geen enkele oudheidkundige of godsdienstwetenschapper beweert. Waarom journalisten die schrijven over antieke religie steeds weer aannemen dat de lezers nog leven in de negentiende eeuw, ik weet het niet. Dat zulke stukken er altijd zijn in de aanloop naar Pasen of Chanoeka of Kerstmis, dat snap ik dan weer wel.
- Advies: geloof niets van wat kranten over antieke religie schrijven. Toevallig is er een goed boek.
Politieke manipulatie
Maar het kan erger: de Val van het Romeinse Rijk. Als het gaat over de overgang van de Oudheid naar Middeleeuwen, keren kranten niet terug naar de negentiende eeuw maar naar de achttiende. Dan bezwijkt de Romeinse grens weer onder een al te grote overmacht van vreemdelingen. Zoals in dit stuk in het NRC Handelsblad. Niemand zal Lavoisiers theorie over warmtevloeistof nog citeren, maar als het over het Romeinse Rijk gaat, is de achttiende eeuw blijkbaar prima. Ik weet dat oudheidkundigen hebben gereageerd op dat NRC-stuk (heel fijn!) en dat de krant die inbreng niet heeft geplaatst. (Het staat nu op Historiek.)
- Advies: laat stukken over de val van Rome maar ongelezen. Lees liever het boek van Mischa Meier.
Artikelen over de desintegratie van het West-Romeinse Rijk zijn niet alleen bijna zonder uitzondering achterhaald, ze illustreren ook de ergerlijke gewoonte om parallellen tussen toen en nu te trekken. Mark Rutte heeft eens geprobeerd antieke migratie te benutten om het publiek te overtuigen van zijn visie op moderne migratie.noot Het punt is: elke parallel tussen de Oudheid en nu dient om u te verleiden tot een bepaalde politieke visie op het heden.
- Advies: zulke manipulatie staat meestal op de opiniepagina, dus u bent natuurlijk sowieso alert.
Aandachttrekkerij
Wat me brengt bij de I.D.O.H.Z.O.-tjes: al die keren dat oudheidkundigen niet hun eigen verhaal vertellen, maar achter andermans actualiteit aan lopen. In de Oudheid hadden ze ook populisten, in de Oudheid hadden ze ook fake news, I.D.O.H.Z.O. pandemieën, I.D.O.H.Z.O. klimaatverandering, I.D.O.H.Z.O. oorlog. Die stukken hoeft u niet over te slaan: wetenschappers kunnen vaststellen dat iets er ooit is geweest. Wat oudheidkundigen, oudheidkunde zijnde de wetenschap van de dataschaarste, echter niet kunnen, is lessen bieden voor het heden. Daarvoor is onze kennis van de Oudheid simpelweg niet voldoende robuust. De nieuwswaarde van I.D.O.H.Z.O.-tjes is dus nagenoeg nul.
- Advies: laat I.D.O.H.Z.O.-tjes niet bepalend zijn voor uw oordeel. Classici, archeologen en oudhistorici hebben ook zélf iets te vertellen.
Ik noem nog even een recent ophefje toen een Brits museum de controverse zocht met de bewering dat keizer Heliogabalus mogelijk een transgender was geweest.noot De truc werkte: de naamsbekendheid van het museum is vergroot. De nuances die wetenschappers aanbrachten, kregen echter nauwelijks aandacht.
- Advies: verdoe geen tijd aan als nieuws gebrachte reclame en junk news.
Bedenk ook dat dataverwerving geen wetenschap is maar een voorwaarde voor wetenschap. Archeologische vondsten en nieuw-ontdekte papyri vormen geen wetenschapsnieuws. Dataverwerving wordt pas nieuws als u verneemt welke hypothesen dankzij deze of gene vondst toetsbaar zijn. Begrijp me niet verkeerd: journalisten mogen best schrijven over leuke vondsten, en u kunt het met vrucht lezen, maar het was fijn als ze u verder zouden leiden naar het eigenlijke wetenschappelijke werk.
- Advies: lees maar, maar denk niet dat u voldoende geïnformeerd raakt.
Recensies
En dan zijn er de recensies van tentoonstellingen. Of beter, die zijn er vrijwel niet. Een museumdirecteur herinnerde me er onlangs aan dat vrijwel alle journalisten de persberichten navertellen. Een milde vorm van churnalism dus. Een enkeling vertelt iets over het onderwerp van de expositie. Het gebeurt echter maar zelden dat een journalist én het onderwerp samenvat én analyseert hoe het museum dat presenteert.
- Advies: ga naar het museum en oordeel zelf.
Voor de recensies van boeken geldt eigenlijk hetzelfde: het zijn vaak slechts signalementen. Wat u nodig heeft is een typering van het onderwerp en een beoordeling van wat de auteur daarmee doet: behandelt hij het belangrijkste, kent hij de stand van het onderzoek of beperkt hij zich tot een of ander specialisme, slaat hij iets over, heeft hij een eigen visie of vat hij de consensus samen, weet hij waar de vragen van het publiek liggen of vindt hij het wel voldoende als hij kan “zenden”?
- Advies: besprekingen korter dan 1200 woorden kunt u overslaan.
En o ja: vertalingen zijn geen wetenschapscommunicatie. Een vertaling van de Ilias, hoe zinvol ook, maakt u niet vertrouwd met het wetenschappelijk werk dat classici verrichten.
- Advies: lees de vertaling, maar denk niet dat u zo geïnformeerd raakt over de wetenschap.
Kortom
Er zijn twee conclusies. De eerste betreft de journalistiek. Die moet afleren zich te laten sturen door persberichten, maar moet zélf een visie hebben op het vak en moet de publieke vraag als uitgangspunt nemen bij de onderwerpskeuze. Oudheidkunde is een wetenschap en behoort te worden behandeld door een wetenschapsjournalist met kennis van de relevante vakgebieden (meervoud). De Oudheid behoort niet te worden behandeld door de algemene redactie, door de cultuurredactie of door een buitenlandcorrespondent die toevallig een archeoloog of classicus heeft gesproken.
De tweede conclusie betreft het publiek: wees kritisch. Niet alles wat voor nieuws doorgaat, is nieuws. Hoewel het overaanbod aan slechte boeken goede boeken onverkoopbaar maakt, zijn er nog wel een paar goede boeken. Als u meer wil weten, ligt verder een lidmaatschap van het Nederlands Klassiek Verbond, van Ex Oriente Lux of van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland voor de hand. Ze geven tijdschriften uit. Daar kan ik Archeologie Magazine en Met andere woorden nog aan toevoegen.
Zelfde tijdvak
Hoe mol ik een debat?februari 11, 2019
Fenicische identiteitenmei 30, 2018
De universiteit en de geesteswetenschappenmaart 4, 2012

Dit was onprettig om te lezen, omdat het punt voor punt waar is. En nog een waarheid: het zal niets uithalen.
“Waarom journalisten die schrijven over antieke religie steeds weer aannemen dat de lezers nog leven in de negentiende eeuw, ik weet het niet.”
Eenvoudige antwoorden zijn meestal de beste: die journalisten leven zelf nog in de negentiende eeuw. Historiek is een fijne website.
Dat lijkt mij te eenzijdig. De persberichten worden door journalisten gevolgd, niet geschreven. Ik zou de commerciële archeologie en de universiteiten eveneens verantwoordelijk houden.
Natuurlijk zijn die eveneens verantwoordelijk. Ik heb het slechts over de tekortkomingen van de hedendaagse journalisten. JonaL doet die van de wetenschappers en de universiteiten al regelmatig uit de doeken; daar heb ik niets aan toe te voegen.
Historiek mag een fijne website zijn, hun berichten over de oudheid en archeologie zijn vaak gekopieerde persberichten, en wat ze toevoegen of zelf schrijven is meestal mager tot slecht, duidelijk geschreven door mensen met te weinig verstand van zaken.
Het ontbreekt daarvoor ook de redactie aan expertise.
Je zou als signaalwoord de Romeinse limes nog hebben kunnen noemen. Het is reclame, vermomd als nieuws, of zelfs dat niet.
Toch ben ik wat genuanceerd over die Limes. Er wordt veel over gehyped en reclame gemaakt, maar het trekt ook mensen naar evenmenten waar een breder beeld wordt geschets van de romeinse oudheid. En daardoor zal een deel van dat publiek meer informatie gaan zoeken. En dan kom je wel op het probleem van de slechte informatie de de goede verdrijft.
NB ik heb zelf overigens vorige week gruwelijk misbruik gemaakt van de Limes en van Tacitus. Maar ik vermoed dat ik daarmee geen blijvende schade heb aangericht….
In het museum waar ik werk, merken we dat de limes net zo vaak mensen verjaagt als aantrekt.
Dat is ook mijn ervaring.
Oh! Ik bezocht de Limes nog afgelopen vrijdag. heel mooi met al die sneeuw. Foto’s hier op de Fectio-FB pagina:
https://www.facebook.com/media/set/?vanity=Fectienses&set=a.791778129660857
Ja prachtig, en “Romeinen in de sneeuw” helpt bovendien om het vooroordeel te bestrijden dat het alleen iets Italiaans zou zijn.
Wat ook niet helpt is het huidige politiek correcte taalgebruik dat de journalistiek teistert. Zo werd het stuk op de NOS (of hoe heet dat tegenwoordig) over Pompeii nogal warrig omdat slaaf en tot slaaf gemaakte door elkaar werden gebruikt.
Ik vind het goed dat je bij je kritiek op onbetrouwbaar nieuws de lezers richting betrouwbare bronnen stuurt, zoals boeken en musea MAAR het gevoel waarmee je lezers opgezadeld blijven is negatief. Kijk naar mijn eigen zin: mijn lof in deel 1 wordt ongedaan gemaakt in mijn kritische tweede deel. Zoals mijn nonkel zegt: “MAAR is een gom”.
De aanhoudende kritiek op slechte journalistiek over oudheidkunde en slechte oudheidkundigen zou de interesse in en de geloofwaardigheid van oudheidkunde blijvende schade kunnen toebrengen. Ik ben daar niet zeker van. Wellicht smullen ook meerwaardezoekers van negatieve berichtgeving.
Dus: ik vind het goed dat je de lezers richting betrouwbare bronnen stuurt, zoals boeken en musea. (Dat kan zonder de ballast van kritiek op slechte informatie. Net zoals mijn lof sterker klinkt zonder de bijhorende kritiek.)
Ik smul persoonlijk niet van negatieve berichtgeving MAAR ik ben heel blij met Jona’s terechte kritiek op slechte berichtgeving. Waar hoort men dat verder nog?
Wat is er mis met parallellen, in de geschiedenis of daarbuiten? Je kunt best parallellen trekken tussen de antieke en de moderne slavernij, niet alleen omdat het allebei slavernij was, maar ook omdat sommige moderne slavenhouders expliciet naar Aristoteles’ rechtvaardiging van de slavernij verwezen.
Je kunt ook een historische parallel trekken tussen de retoriek van de PVV en een partij die snel groeide in het vooroorlogse Duitsland, al was het maar omdat kreten als ‘omvolking’ en ‘cultuurmarxisme’ in die tijd hun oorsprong hadden. Net zoals de beschrijving van andere bevolkingsgroepen als beesten toen populair was. Daarmee is niet gezegd dat het van hetzelfde laken een pak is.
Volgens de Amerikaanse filosoof Peirce groeit onze kennis stap voor stap en begint dat proces juist door het zoekende giswerk van vergelijkingen en vermoedens. Pas nadat we een parallel hebben gezien, kunnen we ons afvragen of er betekenisvolle overeenkomsten en verschillen zijn en zo ja, welke.
Het gaat mis als mensen zichzelf en anderen wijs maken dat die parallel op zichzelf al kennis is. Terwijl het hooguit het begin is van een gedachtegang, die soms kennis oplevert en soms helemaal niks, zoals bij Rutte.
Parallellen zijn op zich niet verkeerd. Maar er zijn drie aspecten.
(1) Een feit in het heden dat we willen duiden
(2) Een bekende gebeurtenis uit het verleden waarvan de gevolgen willen kennen
(3) De aanname dat (2) voldoende lijkt op (1) om de uitkomst van (2) te mogen projecteren op (1)
Die aanname zal moeten worden beredeneerd en je kunt niet zomaar iets in een postindustriële samenleving verklaren aan de hand van een gebeurtenis uit een voorindustriële samenleving. In het specifieke geval van Mark Rutte speelt bovendien mee dat we (2) niet voldoende kennen. De informatie is simpelweg niet robuust genoeg.
Dat betekent dat je niet te snel je conclusies moet trekken. Daarover zijn we het eens. Een mooi voorbeeld van een geduldige vergelijkende studie vind ik het werk van Juliet du Boulay, die jaren in een Grieks bergdorpje woonde en parallellen onderzocht met het leven in Griekse gemeenschappen in de Oudheid en in de Byzantijnse tijd.
“Wat is er mis met parallellen ….”
Omdat JonaL’s antwoord nogal technisch is: politiek gebruik (= misbruik) van historische parallellen is heel erg mis.
Wat er mis mee is, is dat je gauw parallellen gaat zien die je heel graag wilt zien en die dan voornamelijk je eigen ideeën bevestigen. Het voorbeeld van Mark Rutte is al genoemd: migratie/val van Rome. Daar zit natuurlijk een politieke opvatting achter, net als bij de parallel die Joris ziet tussen Wilders en de Nazi’s. (Okay, die worden niet met name genoemd, maar de suggestie is duidelijk.)
Ik vind het knap als je weet wat ik graag wil. Volgens mij signaleerde ik alleen woordelijke parallellen, die je zo kunt verifiëren. Dat lijkt me een verschil met het hineininterpretieren van Rutte. De vervolgvraag hoeveel betekenis je aan zulke parallellen moet toekennen heb ik opengelaten en het lijkt me hier niet de plek om die discussie te voeren. Mijn punt was het punt van Peirce: dat parallellen en gelijkenissen een niet te onderschatten motor van onze kennisverwerving zijn, zolang je de parallel op zichzelf niet als harde kennis beschouwt.
Dan heb je een heel slecht voorbeeld gekozen. Als je over de PVV begint, begin je over politiek.
Omdat ik het ier
” het lijkt me hier niet de plek om die discussie te voeren”
niet mee eens ben:
“een niet te onderschatten motor van onze kennisverwerving”
Hiermee laat JorisH zien hoeveel betekenis hij precies toekent aan historische parallellen – mi teveel en beslist eenzijdig. Politiek gebruik ervan historische parallellen, zoals “de ondergang van het Romeinse RIjk” en het al decennia populaire label “fascist”, laat nou net zien dat die motor zich maar moeilijk sturen laat en gemakkelijk tot pseudokennis leidt.
Dat gezegd hebbende maak ik er ook gebruik van: als halve anarchist die bekend is met de Marx-Bakunin ruzie van 1872, de Russische verkiezingen van 1917 en de juni of julirevolutie van 1918 en het Catalaanse verraad van 1937 heb ik een ingebakken wantrouwen tegen marxisten.
Parallellen zijn niet interessant. Waar het omgaat is of een algemene toetsbare hypothese kan worden geformuleerd die beide verschijnselen goed verklaren.
Als je een algemene hypothese vormt die op verschillende verschijnselen van toepassing is, begint dat proces vaak met het vermoeden van een gelijkenis. Daarom zijn parallellen interessant en waardevol in de context of discovery. Zonder het denken in parallellen was Kepler niet op zijn wetten van de planetenbeweging gekomen.
….in de context of discovery’…
Geen totaal overbodig gebruik van Engels alstublieft.
Blijft Waakzaam!
Huh? Had Kepler een mini-zonnestelsel in zijn tuin staan als parallel? Bij mijn weten heeft Kepler gebruik gemaakt van de nauwkeurige waarnemingen van Tycho Brahe (en daarna zijn eigen waarnemingen) en heeft hij daaruit zijn wetten afgeleid. Dat zijn geen parallellen, dat is empirische waarneming. Ik zie de parallel niet met een ander fenomeen (op aarde?). Ik heb nog nooit twee tennisballen om elkaar heen zien cirkelen…
Dan moet je echt eens kijken naar Keplers biografie en naar zijn schitterende brieven (of desnoods naar de Kepler-aflevering uit Carl Sagans prachtige serie Cosmos). Dan leer je iemand kennen die werkelijk overal parallellen zag. Tussen astrologie en astronomie, tussen de platonische lichamen die hij in zijn wiskundeles behandelde en de planetenbanen in het zonnestelsel, tussen de traagheid in hemzelf en in de hemellichamen. Hij zag zelfs een parallel tussen Vader, Zoon en Heilige Geest en centrum, omtrek en straal van een cirkel. En hoewel die parallellen zelf vaak niet meer dan associaties of drogbeelden waren, stuurden ze zijn onderzoek volgens wetenschapshistorici in de richting van werkelijke, wetmatige kennis.
Allemaal heel fraai, maar zonder die parallellen had hij uit de waarnemingen van Brahe zijn wetten even goed kunnen formuleren. U maakt de klassieke fout correlatie aan te zien voor causatie en bevestigt wat ik hierboven schrijf: u hecht teveel betekenis aan parallellen.
Kepler vroeg zich af waarom de buitenste planeten van het zonnestelsel langzamer in hun banen bewogen dan de binnenste. Hij vermoedde een analogie met het zonlicht, dat verder van de zon zwakker werd. Zo kwam hij als eerste op de gedachte dat er een kracht van de zon uitging die op de planeten werkte, maar sterker op nabije dan op verre.
Dus wees niet zo snel met je veroordeling van het denken in parallellen, beste FrankB. En lees Keplers prachtige brieven!
Overigens zijn is de serieuzere informatie ook online wel te vinden, hoor.
Bijv:
(wel in het Italiaans, maar automatisch vertalen is tegenwoordig aardig accuraat)
Helaas Jeroen, dit is een betoog van dezelfde directeur van Pompeji die verantwoordelijk is voor het problematische persbericht over de maalkelder, en vertelt een al even problematisch (want nauwelijks op concreet bewijs gebaseerd en sensatiezoekend) verhaal van een vergelijkbare strekking.
Oh, dat was me dan even ontgaan.
Het verhaal zelf leek me (voor zover ik de taal machtig ben) op het eerste gezicht wel interessant…
Zeker interessant, maar heel speculatief. Je kunt niet aan de armoedigheid van de inrichting zien of iemand die een ruimte (mogelijk) bewoonde arbeider, slaaf of minder gewaardeerd familielid was, en de aanwezigheid van bedden (met en zonder matras) en potten in een ruimte die vol staat met troep kan duiden op opslag, incidenteel gebruik of meer of minder tijdelijke bewoning. Verder onderzoek (wat nog niet gedaan is) is nodig om daar meer over te zeggen, en pas als dat duidelijkheid geeft (als het al duidelijkheid zou geven, want dat is allerminst zeker) zou je eens kunnen gaan nadenken over de status van gebruikers of bewoners.
Het is net of als tegenwoordig gevonden wordt dat slavernij het ergste is dat mensen elkaar ooit kunnen aandoen en andere vormen van onrecht en als uitbuiting te interpreteren verhoudingen allemaal van secundair belang zijn.
Het grootste gedeelte van de journalistiek bestaat uit het verder verspreiden van persberichten (heel 19e eeuws: ‘negentig procent van de journalistiek bestaat uit het mededelen van de dood van Lord Jones aan mensen die niet eens wisten dat Lord Jones leefde’).
En er is heel veel zinnige informatie op internet te vinden. Vrij toegankelijke Wetenschappelijke artikelen ook, boeken zelfs. Die betaalmuren zijn echt niet meer allesbepalend.
Sommige vormen van Romeinse slavernij scoren behoorlijk hoog in alledrie de categorieën onrecht, uitbuiting en erge dingen die mensen elkaar kunnen aandoen. Als de interpretatie uit het persbericht over de Pompejaanse bakkerij geheel of grotendeels klopt — wat verre van zeker is, maar ook niet ondenkbaar, en passend in wat we al weten, dan gaat het hier misschien niet om de allernaarste, maar wel een bijzonder nare vorm van slavernij.
Dus?
De interpretatie uit het bericht is alles behalve zeker – maar we weten toch al hoe erg Romeinse slavernij kon zijn dus wat maakt het dan eigenlijk uit…?🤔
Geachte heer Lendering,
Ik lees op dit moment “Nero. Emperor and Court” van John Drinkwater. Het geeft een ander beeld van de keizer en zijn omgeving dan ik gewoon ben. Ik besef bij het lezen van dit boek hoe moeilijk eigenlijk de studie van de oude geschiedenis is en hoe voorzichtig je moet zijn met de beweringen van Tacitus en Suetonius! Geen akkefietje! Ik ben daarom blij dat u met uw blog dagelijks duiding geeft bij die wonderlijke, maar verafgelegen wereld die de oudheid is. Vriendelijke groeten uit België!
Dank u wel!
Tot dat inzicht ben ik de afgelopen tien jaar ook gekomen. Dus ik neem de slechte reputatie van de beruchte Romeinse keizers ook niet meer klakkeloos over. Mijn favoriete voorbeeld is Commodus. Die reputatie weerspiegelt vooral de belangen van de elite der senatoren.
Het zou daarom wel eens aardig zijn als bijvoorbeeld een politicoloog criteria formuleerde voor een goede keizer en de hele reeks eens langs een moderne meetlat legde.
Dag Jona,
Je eerste conclusie is zeker terecht.
Maar: wie is dan ‘de journalistiek’? De NRC, Volkskrant, AD, Telegraaf, lokaal suffertje? Bij de grotere kranten kan ik me voorstellen dat er een gespecialiseerde journalist (wenselijk) is, bij de kleinere (lokale) krantjes natuurlijk niet. Ik vraag me af of iedereen bij de kleinere (online) krantjes een journalist (met ervaring) is. Terwijl er wel geregeld lokaal archeologisch nieuws gemeld wordt.
Je ziet nooit meer een rectificatie in de krant. Het gaat eerder om ‘aanvullingen en verbeteringen’. Daarbij: uitgebreide correcties nemen veel ruimte in en zijn dus erg duur in een gedrukte krant. (In de digitale NRC zie ik overigens geregeld aanpassingen op een bericht met datum van aanpassing en reden).
Ik ben bang dat je eerste conclusie valt in het rijtje van zaken die de wereld beter zouden maken als mensen dat gaan doen, maar niet doen. Zoals: ‘ als iedereen meer op zijn voeding let, hebben we later minder mensen met obesitas’ of ‘steek geen vuurwerk af, dat voorkomt ongelukken’. Waarheden als een koe, maar mensen maken andere afwegingen. Ook de journalistiek.
Maar laat je niet ontmoedigen en blijf terechte onderbouwde kritiek geven! Ik loop zelf geregeld met een prikstok en vuilniszak door ons park om zooi op te rapen. Wetende dat er morgen weer zooi ligt.
Ik denk dat het niet helemaal hopeloos is. De makers van games waren het op een gegeven moment zó zat dat alle artikelen steeds weer begonnen met “de game-industrie is allang geen kleine speler meer”, dat ze terug gingen schrijven. Wat let oudheidkundigen om op slechte journalistiek in althans onze dagbladen (die toch de toon zetten) te reageren? Na een jaar hebben de redacties voldoende ingezonden brieven om te begrijpen dat het beter moet en kan.
Hoeveel bereik heeft de archeologie-sector eigenlijk in Nederland? Volgens dit document https://www.pianoo.nl/nl/sectoren/archeologie/archeologie-en-markt#:~:text=vooronderzoek%20bij%20landbodems.-,Omzet%20en%20aantal%20werknemers,geschat%20op%20ongeveer%20600%20werknemers.
dat in ieder geval tot 2017 lijkt te lopen zijn er ongeveer 600 mensen professioneel actief in de sector, die een omzet van ongeveer vijftig miljoen euro heeft en daarmee een ‘relatief kleine speler’ in de Nederlandse economie is.
Lijkt het erop dat dit toch wel een klein wereldje is, zeker ten opzichtte van de journalistiek in Nederland? (Ja dus.)
Het is in zoverre een klein wereldje, dat het erg in zichzelf is gekeerd en ook erg met zichzelf ingenomen. Archeologen weten te weinig van aangrenzende vakgebieden: een archeoloog leest een bron om te kijken wat er staat maar verzuimt te kijken hoe het er staat. En slaat dus regelmatig mis.
Combineer dat met (a) het feit dat archeologen zonder uitzondering prettige mensen zijn, die je (b) daarom meteen gelooft, terwijl er (c) vraag is naar “leuke feitjes” en dat (d) journalisten groot respect hebben voor wetenschappers, en je ziet waarom zoveel trivia de krant halen.
En (e) ontdekkingen doen is spannend! Dit hebben we te danken aan Howard Carter en zijn verzonnen collega Indiana Jones. Stiekem heb je bij archeologie toch altijd de hoop of de wens of de droom dat er een nieuw graf van Toetanchamon wordt ontdekt.
Volgens dit Villamedia artikel uit 2023 waren er in Nederland 7049 actieve free-lance journalisten, over journalisten in vaste dienst worden geen cijfers gegeven https://www.villamedia.nl/artikel/weer-minder-journalisten-in-de-ww-maar-2023-laat-wel-een-kleine-stijging-zien#:~:text=Uit%20de%20jaarlijkse%20Monitor%20Freelancers,jaar%207049%20actieve%20freelance%20journalisten.