De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Doordat de löss en rivierklei zo vruchtbaar waren, waren de condities voor landbouw uitstekend. In de eerste zaal van de tentoonstelling in het RMO toont een vitrine de gereedschappen op de boerderij: sikkels, zeisen en andere gebruiksvoorwerpen. Je kunt je goed voorstellen hoe hard het boerenwerk moet zijn geweest. Vermoedelijk maakte de introductie van nieuwe technieken, zoals de vallus (een niet goed begrepen Gallo-Romeinse maaimachine), het boerenleven wat eenvoudiger.

Een “vallus”, Gallische oogstmachine (Institut archéologique, Arlon)

In de eerste eeuw was Limburg bevolkt door de Eburonen. Dit was een volk om rekening mee te houden, zoals Julius Caesar ontdekte tijdens zijn campagnes in Gallië. In zijn Gallische Oorlog beschrijft Caesar hoe de Eburoonse leider Ambiorix een legioen vernietigde.

Bij wijze van wraak vernietigden en verbrandden de legionairs de voornaamste Eburoonse nederzettingen. Duizenden Eburonen zouden zijn vermoord of samen met hun vee zijn verkocht. Bovendien nodigde Caesar naburige stammen uit om het grondgebied van de Eburonen binnen te vallen en te plunderen.

Of het allemaal precies zo is gegaan zoals Caesar schrijft, is een kwestie van discussie. Archeologisch onderzoek documenteert echter demografische neergang. Om de lege gebieden weer te vullen, vestigden nieuwkomers uit verschillende naburige regio’s zich op Romeinse instigatie in Zuid-Limburg.

Portret uit Voerendaal

Graan voor het leger

Die nieuwkomers hadden genoeg te doen. Keizer Augustus stationeerde troepen langs de Rijn, waar militaire bases en steden als Keulen, Xanten en Nijmegen ontstonden. Er kwamen bruggen en wegen, zoals de beroemde weg van Keulen over Heerlen naar Tongeren en de Kanaalkust. Deze liep dwars door Zuid-Limburg.

Langs deze wegen ontstonden kleine nederzettingen, zoals het huidige Venlo, die bestonden uit een mansio (een herberg), winkels, tavernes, woonhuizen en kleine heiligdommetjes. Sommige van deze nederzettingen groeiden uit tot steden, zoals Maastricht en Heerlen. Daar waren meer faciliteiten, zoals badhuizen en grote tempels. Omdat de bewoners van de nederzettingen langs de Rijn en langs de wegen gevoed moesten worden, groeide het aantal villae rusticae, landgoederen, in Limburg gestaag.

Reconstructie van de muurschildering uit Maasbracht

De villa rustica

De villa  rustica is een groot landgoed, bestaande uit een hoofdgebouw (de eigenlijke villa) en allerlei bijgebouwen: loodsen, opslagruimten, werkplaatsen en een horreum (grote graan schuur). In het hoofdgebouw verbleef de eigenaar of diens vertegenwoordiger, maar het was ook het administratieve centrum van het landgoed en het gastenverblijf.

De villae rusticae van Romeins Limburg zijn (net als Rome) niet op één dag gebouwd. Ze zijn voortgekomen uit de kleine houten boerderijen met rieten daken die hier aanvankelijk stonden en die om de paar decennia werden herbouwd en uitgebreid. Pas tegen het einde van de tweede eeuw, begin van de derde eeuw werden stenen fundamenten gelegd en kregen de villa’s een meer Mediterraan uiterlijk. Rijke huiseigenaren versierden hun landgoederen met vijvers en tuinen, en konden zich een grote toegangspoort veroorloven met een pad dat leidde naar het woongedeelte. De expositie in het RMO toont verschillende fragmenten van de Jupiterzuilen die dergelijke paden sierden.

Reconstructietekening van de Romeinse villa bij Vlengendaal (© Remy Kooi – Submedia)

Reconstructie van het verleden

In Limburg zijn de resten van zo’n twintig villa’s opgegraven. Om te tonen hoe de villa’s er ooit uit hebben gezien, zijn er in de tentoonstelling twee maquettes van Romeinse villa’s te zien. Ook zijn er mooie 3D-reconstructies – gebaseerd op recent onderzoek – geprojecteerd op een muur. Deze reconstructies zijn aangevuld met tastbare resten: dakpannen, glas, sloten en sleutels, delen van een vloerverwarming (hypocaustum). In de derde eeuw na Chr. bereikte de meeste villae rusticae hun grootste omvang. Sommige landgoederen waren uitgerust met een apart badhuis, zoals de villa van Lemiers.

Op weg naar de volgende zaal in de tentoonstelling krijgt de bezoeker een idee van het interieur: vloertegels van natuursteen, muurschilderingen en (in het geval van de villa van Bocholtz-Vlengendaal) een mozaïekvloer. De muurschilderingen uit de villa van Maasbracht zijn in het RMO prachtig gereconstrueerd, met mythologische scènes en van gladiatorengevechten. In deze setting kunnen bezoekers enkele huishoudelijke voorwerpen bewonderen, zoals schrijfgerei, keramiek en glasservies, een bordspel, badartikelen en meubelonderdelen.

De Dame van Simpelveld

De tentoonstelling behandelt naast de villa’s van Romeins Limburg ook de grafcultuur. De grafgiften documenteren de sociale status van degenen die hier woonden. De getoonde voorwerpen variëren van barnstenen voorwerpen, sieraden en glazen schalen tot een Egyptische tamboerijn (sistrum).

De sarcofaag van de Dame van Simpelveld (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Sommige overledenen lagen niet op de grafvelden maar zijn als het ware “dichter bij huis” ter aarde besteld, zoals in Bocholtz, Nieuwenhagen en Stein. Een van de mooiste voorbeelden – en een van de meesterwerken van het RMO – is de sarcofaag van de Dame van Simpelveld. Haar zandstenen sarcofaag werd samen met twee andere ontdekt in de omgeving van een villa in Simpelveld en dateert uit het derde kwart van de tweede eeuw.

De sarcofaag bevatte de stoffelijke resten van een vrouw, samen met verschillende voorwerpen. Wat deze specifieke sarcofaag echter onderscheidt, is de binnenzijde, die aan vier zijden is versierd met reliëfs, die het interieur tonen van een villa: kasten, tafels en een stoel. Omdat de eigenlijke sarcofaag te kwetsbaar is voor vervoer en elders in het museum staat opgesteld, is op de tentoonstelling een kopie te zien: het enige voorwerp dat de bezoeker mag aanraken.

Een smeltkroes van culturen

De graven vertellen niet alleen veel over de maatschappelijke status van de overledenen, maar bieden ook aanwijzingen voor de herkomst van de voorouders van de villabewoners van Romeins Limburg. De hier gevestigde mensen kwamen uit het Gallische en Germaanse gebied, en hun afstammelingen gaven verschillende cultuurelementen door. Zoals namen: een voorbeeld in de tentoonstelling is de inscriptie voor of van een vrouw met de Gallisch-Germaanse naam Ammaca Gamaleda.noot EDCS-10600383. Een andere aanwijzing is de verering van de goden. Naast de godheden uit het Romeinse pantheon werden hier lokale goden vereerd met Gallische namen.

Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)
Een Romeins haantje uit Buchten (Limburgs Museum, Venlo)

Een mooie vondst is het Haantje van Buchten, dat is gewijd aan de godin Arcanua door een zekere Ulpius Verenus. Deze had in het Zesde Legioen Victrix gediend en het voorwerp vermoedelijk gekocht in Britannia. Hoewel Limburg zelf geen permanente militaire bases kende, namen veel veteranen hier hun intrek. Menigeen kwam uit een heel ander deel van het wereldrijk.

Het einde van Romeins Limburg

De Crisis van de Derde Eeuw was ook in Romeins Limburg voelbaar. Zo nam na pakweg 250 na Chr. de bevolking in omvang af en toont het bodemarchief tekenen van militarisering. Daarnaast zijn er in verschillende villa’s, zoals die van Kerkrade-Holzkuil en Heer-Backerbosch, aanwijzingen voor brand. Soms waren kostbare voorwerpen achtergelaten, mogelijk als geschenk aan de goden of als later op te halen schat.

Na ongeveer 300 na Chr. waren veel villa’s al verlaten en overwoekerd. Ze werden soms gebruikt als steengroeve. Pas in de twintigste eeuw werden ze herontdekt en opgegraven. Alleen de tijd zal ons leren welke andere verrassingen nog verborgen liggen in de vruchtbare bodem van Limburg.

Bronzen drievoet uit Cadier-en-Keer

***

Deze bijdrage van Lauren van Zoonen is in een wat langere vorm eerder gepubliceerd op de website van het tijdschrift Ancient History Magazine. De expositie “Romeinse villa’s in Limburg” is tot en met 25 augustus te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, verhuist daarna naar het Limburgs Museum in Venlo (15 oktober – 11 mei) en is in de tweede helft van 2025 te zien in het Romeins Museum (v/h Thermenmuseum) in Heerlen.


Straatnamenleed

september 21, 2017

Johan Huibers

juli 17, 2012

Iraans bier

maart 14, 2013
Deel dit:

5 gedachtes over “De villa’s van Romeins Limburg

  1. Karel van Nimwegen

    Ik ben al wezen kijken. Ik had gemengde gevoelens. Een nieuw beeld van de löss-zone is er niet, maar de reconstructies zijn knap gemaakt.

  2. Pieter

    Beperkt de tentoonstelling zich tot Nederlands Limburg of is de Belgische provincie ook in de tentoonstelling aanwezig?

    1. Nee, er is geen aandacht voor over de grens. Dat is een van de wonderlijke aspecten van deze tentoonstelling.

      Een villa is een Italiaans, op wijn- en olijfteelt (de meest winstgevende producten van die tijd) gebaseerd exploitatiemodel. Het is via Wallonië, waar het werd aangepast aan de in Italië niet zo winstgevende graanteelt, geïmporteerd naar het Nederlandse deel van Limburg. Dat er geen voorwerpen zijn die dit aspect illustreren, had ik niet verwacht; ze zijn in de collectie van het RMO aanwezig en anders kunnen ze zó uit Bavay, Luik of Ath worden gevraagd. (Ath heeft momenteel een expositie over de tuinen van de Waalse villa’s. Intellectuele win-win-situatie.)

      De literatuurlijst van de catalogus telt één Duitse titel en verder wat Engelse en Nederlandse titels. Franse titels heb ik niet gezien.

  3. Robbert

    ’t Liefst zou ik zo’n kleine tweeduizend jaar geleden rondlopen in Geuldal of daaromtrent.
    Next best een bezoek aan een Limburgs museum tezijnertijdt!

Reacties zijn gesloten.