De gesel Gods (7)

Het graf van Theodorik in Ravenna

[Laatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik behandelde de slag op de Catalaunische Velden, waarin Aetius de Hunnen versloeg.]

Een jaar later, in 452, probeerde Attila Italië binnen te vallen, maar zijn leger was al niet meer zo groot en hij keerde terug. Deze expeditie lijkt bedoeld te zijn geweest om het prestige van de Hunnen op te vijzelen en de coalitie bij elkaar te houden. Niet veel later overleed hij, naar verluidt tijdens zijn huwelijksnacht met een prinses die Hildico heette. (Ze is een van de historische personages achter de Kriemhild van het Nibelungenlied.) De Hunse federatie spatte uit elkaar en al in 454 liepen de Ostrogoten, die tot dan toe Attila hadden gediend, over naar Rome. Later zouden ze onder leiding van koning Theodorik trekken naar Italië.

Zo eindigde de slag op de Catalaunische Velden in een Romeinse zege, zij het mede behaald door legers van Germaanse afkomst. Hoe noodzakelijk was de West-Romeinse overheid eigenlijk nog? Voor de rijksverdediging en de rechtspraak had ze weinig betekenis meer en het gezag van de keizers reikte niet ver. Dat bleek in 455.

Lees verder “De gesel Gods (7)”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

Van Rossems Romeinse Rijk

van_rossem_einde_romeinse_rijk

Ik heb altijd een zwak gehad voor Maarten van Rossem. Dat heeft te maken met een voorval in het najaar van 2010, toen het Allard Pierson-museum me vroeg tijdens de museumnacht een lezing te verzorgen waarin ook de hellenisering zou worden behandeld. Van Rossem was eerder gevraagd, maar had aangegeven weinig van de Oudheid te weten en daarom de klus liever over te laten aan iemand anders. Ik vond het sympathiek dat Van Rossem zijn beperkingen kende. Voor mensen met zelfkennis heb ik een zwak.

Ik weet niet waarom Van Rossem nu, ruim vijf jaar later, wél over de Oudheid is gaan schrijven, en dan nog wel over de Late Oudheid, waarvan hij aangeeft dat hij er “bepaald geen specialist” in is. Niet dat ik er tegen ben. Zoiets kan juist goed uitpakken: veel oudhistorici zijn in feite classici voor wie niet vanzelf spreekt dat oude geschiedenis in de eerste plaats geschiedenis is. Een algemeen historicus kan de discussie naar een hoger plan tillen.

Lees verder “Van Rossems Romeinse Rijk”