Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Lees verder “Diodoros van Sicilië”

De munten van Paestum

Poseidon op een munt uit Paestum (© Nationale Numismatische Collectie, Amsterdam)

Volgende maand, op 25 april om precies te zijn, beginnen in het Rijksmuseum van Oudheden (Leiden) twee exposities. De ene is gewijd aan de Romeinse villa’s in Limburg. Hier, in een uit het zuiden geïmporteerd ondernemingstype, werd het geld verdiend dat de Romeinen uitgaven aan de militaire periferie. Het is een ingewikkeld onderwerp, waar ik nog eens over zal bloggen. Ik ben in elk geval benieuwd.

De naam Paestum

De andere tentoonstelling is gewijd aan de Zuid-Italische stad Paestum, waarover ik op deze plaats al eens eerder heb geschreven. Destijds leek het mij een leuk idee om drie tussenkopjes te gebruiken om de drie bewoningsfasen aan te duiden. Die namen kende ik uit een oudheidkundige encyclopedie en zijn gebaseerd op de muntopschriften. De Griekse kolonie heette Poseidonia, “Poseidonstad”; toen de Lucaniërs (een Italisch volk) de stad rond 410 v.Chr. hadden overgenomen, noemden ze haar Paiston; en de Romeinen maakten daar Paestum van. Ruurd Halbertsma, die de expositie organiseert, vertelde me echter dat het niet klopte. Ook encyclopedieën verouderen.

Lees verder “De munten van Paestum”

Faits divers (10)

In eerdere afleveringen van de onregelmatig verschijnende rubriek faits divers lukte het me nog weleens om verwante onderwerpen te presenteren, maar vandaag zijn de faits wel heel divers.

Paul Veyne

Eerste berichtje: een van mijn vaste correspondenten attendeerde me erop dat de Franse oudhistoricus Paul Veyne anderhalf jaar geleden is overleden. Dat was me ontgaan. Zijn belangrijkste werk, Le pain et le cirque (1976), ging over de wijze waarop rijke mensen in de Grieks-Romeinse wereld zich presenteerden als weldoeners. Zulk évergetisme diende niet om verkiezingen te winnen of macht te verwerven, want macht hadden die rijke mensen al. Het was ook geen liefdadigheid, want ze gaven niet aan de armen maar aan de burgers. Het ging erom de maatschappelijke positie te bestendigen en herinnerd te blijven worden.

Lees verder “Faits divers (10)”

Diogenes van Oinoanda

Niet-opgegraven inscriptie (Oinoanda)

Een van de sympathieke trekken van de Romeinse cultuur is dat rijke mensen zich aan hun stand verplicht voelden iets te doen voor hun stadsgenoten. Dat kon de vorm aannemen van patronage – een miljonair bemiddelde bijvoorbeeld tussen de gemeente en de provinciale bestuurders – maar het kon ook betekenen dat zo iemand per testament iets naliet aan zijn stad. Van Plinius de Jongere is bekend dat hij Como een bibliotheek schonk, maar ook een badhuis was een mogelijkheid, of een portico, of een uitkering voor de wezen of een jaarlijkse vleesmaaltijd op de overlijdensdag van de weldoener.

De oudheidkundige jargonterm, bij mijn weten voor het eerst vermeld door Henri Pirenne en later verbreid door Paul Veyne, is évergetisme, wat is afgeleid van het oud-Griekse euergetes, “weldoener”. Natuurlijk mogen we cynisch denken dat deze liefdadigheid alleen maar mogelijk was door het uitbuiten van slaven, want ook het Romeinse Rijk was het paradijs niet, maar toch: onsympathiek is het idee van noblesse oblige nou ook weer niet.

Lees verder “Diogenes van Oinoanda”