De tranen van Caesar

De zogenaamde “Zuil van Pompeius” in Alexandrië: Pompeius is nooit in die stad geweest.

Afgelopen dinsdag vertelde ik hoe Pompeius bij de Berg Kasios op het strand was vermoord en ik kondigde aan dat ik het nog zou hebben over de reactie van Julius Caesar. Hij was ooit Pompeius’ schoonvader geweest en had aan het begin van de Tweede Burgeroorlog geprobeerd olie op de golven te gooien. Maar het was anders gelopen en op 2 oktober van het jaar waarin Caesar en Servilius Isauricus consuls waren, ofwel onze 19 september 48 v.Chr., vernam hij dat zijn rivaal was vermoord.

Caesar was al een paar dagen onderweg. Hij moet een kleine week eerder van Rhodos zijn vertrokken, richting Alexandrië. Uit deze simpele mededeling volgt dat hij op dat moment niet wist dat Ptolemaios XIII daar niet was. Caesar zal wel hebben geweten van de burgeroorlog tussen de Egyptische koning en zijn zus Kleopatra VII, maar dat hun legers ten oosten van Pelousion tegenover elkaar lagen, was hem onbekend.

Caesar in Alexandrië

Cassius Dio geeft de meest uitvoerige beschrijving van Caesars aankomst in de haven van Alexandrië. U moet zich voorstellen dat hij aan boord is van het vlaggenschip, gevolgd door een kleine vloot met aan boord niet meer dan 3200 man uit de legioenen VI Ferrata en XXVII.

Toen Caesar ontdekte dat de stadsbevolking in rep en roer was over de dood van Pompeius, wilde hij niet meteen aan land gaan. Hij bleef op zee en wachtte tot hij het hoofd en de vingerring van de vermoorde man zag, die Ptolemaios hem had toegezonden. Pas toen ging hij vol vertrouwen aan land. De menigte toonde zich echter geïrriteerd bij het zien van zijn lijfwachten en hij was blij dat hij zich in veiligheid kon brengen in het paleis. Van sommige van zijn manschappen waren wapens afgenomen en anderen bleven op zee totdat alle schepen de haven hadden bereikt.

Caesar heeft gehuild en geklaagd bij het zien van Pompeius’ hoofd. Hij noemde hem zijn landgenoot en zijn schoonzoon en hij somde alle weldaden op die ze elkaar hadden bewezen. Wat de moordenaars betreft, hij erkende niet dat hij hun een beloning was verschuldigd en maakte ze vooral verwijten. (Romeinse Geschiedenis 42.7)

Hypocrisie?

Tranen om je verslagen tegenstander: dit klinkt heel nobel. Maar Cassius Dio geeft (in een andere passage) al aan dat het niet helemaal vrij was van hypocrisie. De dichter Lucanus, die in zijn Pharsalia dezelfde bron volgt als Cassius Dio, vrijwel zeker Titus Livius, biedt een eigen interpretatie.

Toen Caesar het geschenk voor het eerst zag, veroordeelde hij het niet en ook wendde hij zich niet af. Zijn ogen bleven gericht op het gezicht tot hij echt zeker was. Toen hij het bewijs van de misdaad zo had bezien, wist hij dat het eindelijk veilig was om de liefhebbende bloedverwant te gaan spelen. Hij plengde krokodillentranen en weende – terwijl zijn hart zich verheugde. Alleen door te huilen kon hij zijn verrukking verbergen. (Pharsalia 11.1010-1043)

Het is inderdaad wat wonderlijk dat Caesar, die met droge ogen het slagveld van Farsalos had bezien en had opgemerkt dat de gevallenen het hadden gekregen zoals ze het hebben wilden, nu ineens huilde. Het kan opluchting zijn geweest nu een serieus gevaar voorbij was. Maar er is nog een verklaring denkbaar.

Een man met een plan

Wie was Caesar? Een oorlogsmisdadiger, zeker, ook naar antieke maatstaven. Iemand die zijn eigen eer hoger stelde dan de vrede van de gemeenschap, dat ook. Een dictator, in meer dan één betekenis. Maar ook een despoot wil zijn regime stabiliseren en Caesar had een visie. De laatste jaren van zijn leven zagen de ene hervormingsmaatregel na de andere, waarvan sommige zelfs goed uitpakten. Tijdens zijn tumultueuze eerste consulaat, vlak voor de Gallische Oorlog, had hij ook vernieuwingen nagestreefd en in deze reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” kwam de Lex Roscia al aan bod.

De Duitse oudhistoricus Mommsen meende dat Caesar van begin af aan hervormingen nastreefde. De Gallische Oorlog en de oorlog tegen de Senaat waren alleen voorwaarden geweest om te bereiken wat tijdens het eerste consulaat niet was gelukt. Je moet als oudheidkundige verdraaid sterk staan wil je het met Mommsen oneens zijn, maar ik verbeeld me dat ik het beter weet. Caesar wilde die hervormingen niet vanuit oprechte hervormingsgezindheid, maar omdat hij zijn regime wilden stabiliseren.

Hoe dat ook zij: hij had een visie. Daarin was hij anders dan bijvoorbeeld Alexander, die plezier beleefde aan harde gevechten, maar nauwelijks een visie had op de toekomst van het rijksbestuur. Om te kunnen vechten had hij Perzische soldaten nodig en dus Perzische bestuurders, maar verder is hij nooit gekomen.

De verloren vrede

Om zijn regime te stabiliseren moest Caesar de Tweede Burgeroorlog beëindigen. Het eenvoudigste middel was de capitulatie van Pompeius. Caesar, die clementie als beleid had, zou zijn voormalige schoonzoon begenadigen en voorname posities geven. Wellicht een gedeeld consulaat, misschien de censuur. Het leger waarmee Cato de Jongere op weg was naar koning Juba van Numidië, de senatoriële vloot, en de opstandige legioenen in Andalusië zouden daarna een reden minder hebben om de strijd voort te zetten. De burgeroorlog zou ten einde zijn en de Mediterrane wereld kon tot rust komen.

Maar nu was Pompeius dood. De burgeroorlog zou eindeloos voortduren. Ik denk dat Caesar daar in de haven van Alexandrië moet hebben geweten dat de rust die zijn regime nodig had, nog niet in zicht was. Nog lang niet. Dat hij zich in Egypte in wespennest had gestoken, zou hij trouwens ook snel genoeg ervaren.

[Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Een gedachte over “De tranen van Caesar

Reacties zijn gesloten.