De reis van Xuan Zang (2)

Een stupa bij Taxila

[Ik blogde gisteren over de Chinese boeddhistische pelgrim Xuan Zang, die een bezoek bracht aan India en daarvan verslag deed. Deel een is hier.]

Vanuit Kashmir verder reizend naar de Punjab, werden Xuan Zang en zijn reisgenoten weer eens beroofd, maar met een andere monnik wist hij te ontsnappen. Een brahmaan besloot hen te helpen. Hij verzamelde wat dorpelingen en samen redden ze de andere metgezellen. Die treurden om hun verloren bagage, maar Xuan Zang herinnerde ze eraan dat aardse bezittingen eigenlijk slechts ballast waren. De bestolenen zullen deze relativerende woorden vast hebben ervaren als een grote troost.

Via de geboorteplaats van de Sanskriet-grammaticus Panini bereikte het beroofde reisgezelschap de stad Sangala en de rivier de Beas, die min of meer het oostelijkste punt waren geweest van de tocht van Alexander de Grote. Helaas levert Xuan Zang weinig informatie die ons helpt om precies vast te stellen waar Alexander moest terugkeren – maar u begrijpt waarom ik belangstelling heb gehad voor deze tekst.

Lees verder “De reis van Xuan Zang (2)”

Faits divers (33): archeologie

Cucuteni-Tripolje-aardewerk (Neues Museum, Berlijn)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer allerlei leuke archeologische berichten.

***

De eerste steden

Het traditionele, en op zich niet onjuiste, verhaal over de eerste steden is dat hun ontstaan hand-in-hand ging met de groei van sociale stratificatie. Bijvoorbeeld doordat er meer boeren waren, meer opbrengsten, meer noodzaak tot organisatie, en dus een centrale leider, die zijn macht onderstreepte met monumentale bouw. Dit is vanzelfsprekend altijd een grove generalisatie geweest. Een schema, zeg maar, om de gedachten te ordenen. De vondsten in Göbekli Tepe bewijzen dat al in een samenleving van jagers en verzamelaars monumentale architectuur mogelijk is, dus er is geen enkele reden monumentaliteit onlosmakelijk te verbinden met steden of zelfs maar landbouw.

De laatste kwart eeuw is er veel meer aandacht gekomen voor “mega-sites” die wel stedelijk ogen maar geen opvallend grote sociale stratificatie kennen. Sovjet-archeologen attendeerden er lang geleden al op dat in het gebied van de Skythen – zeg maar Oekraïne – enkele knotsen van nederzettingen bekend waren, zonder aanwijzingen voor maatschappelijke ongelijkheid. Dat paste mooi bij theorieën over een oercommunisme, dus het oogde wat verdacht. Maar inmiddels is er meer belangstelling voor, en het helpt dat onderzoekers met Lidar meer van zulke nederzettingen vinden.

Lees verder “Faits divers (33): archeologie”

De Tochaarse talen

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Het westelijk deel van wat wij China noemen, bestaat uit het zogeheten Tarimbekken, waarin de Taklamakanwoestijn ligt. Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan. De Zijderoute loopt dus óf ten zuiden óf ten noorden van dit bassin. De noordelijke rand is verkend door Duitse expedities, die grotten vol boeddhistische schilderingen én teksten aantroffen. Wat ze vonden, is nu te zien in het Humboldtforum in Berlijn. Een andere ontdekkingsreiziger was Aurel Stein. Dit is de Aurel Stein die ook de route van Alexander de Grote in de Swatvallei heeft verkend.

Tochaars-A en Tochaars-B

En hij ontdekte manuscripten in twee vergeten talen, die zijn vernoemd naar een volk dat ooit in de omgeving gewoond zou kunnen hebben, de Tocharen. Of de Tocharen werkelijk de talen spraken die wij Tochaars noemen, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het aanbod aan teksten, dankzij de droge woestijn, vrij groot is. Van het Tochaars-A, dat ook weleens Turfaans is genoemd omdat sommige teksten uit de Turfan-oase komen, zijn ongeveer 2000 teksten over. Van het Tochaars-B zijn 9000 teksten over. Ze zijn geschreven in de Late Oudheid.

Lees verder “De Tochaarse talen”

Maës, de antieke Marco Polo (3)

Man en paard (Han-dynastie; Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het eerste stukje vertelde ik hoe Maës was begonnen aan een lange reis. Vanuit het uiterste oosten van het Romeinse Rijk trok hij door het Parthische Rijk en bereikte de Stenen Toren, zoals we zagen in het tweede stukje. Maës kon, mocht of wilde niet verder gaan, maar anderen reisden door naar de hoofdstad van China. Van hen zal de schatting zijn gekomen dat het vanaf de Stenen Toren 36.200 stadiën was ofwel 6516 kilometer. Waar de Stenen Toren ook stond, welke hoofdstad ook kan zijn bedoeld, en langs welke route Maës’ karavaan ook verder is gereisd: dit is zó veel dat het niet kloppen kan.

In China

Hoe de reis verder ging, kunnen we alleen vermoeden. Eerst zal Kashgar zijn bereikt. Hier takte de Zijderoute aan bij de weg die vanaf de Indus over de Karakorum noordwaarts liep. We hadden het er al eens over. Dit was de westelijke punt van het Tarimbekken, waarbinnen de Taklamakanwoestijn ligt. Gortdroog en getroffen door de zandstormen die ook Ptolemaios noemt, is dit een van de meest desolate plekken op onze planeet. Je kunt alleen van de ene naar de andere oase reizen langs de randen van de zandwoestijn, dus óf noordom óf zuidom. De twee routes kwamen samen bij Dunhuang. In deze provincie begon ook de Grote Chinese Muur.

Lees verder “Maës, de antieke Marco Polo (3)”