Faits divers (44): de wetenschap in het nieuws

Een kat in het archeologisch museum van Sousse

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, een reeks waarin ik het liefst leuke nieuwtjes zou doorgeven, maar waarin ik vaker dan ik wil moet wijzen op slechte uitleg. Vandaag kan ik het zelfs thematisch presenteren:

  • opgewarmde kliekjes,
  • gratuit gespeculeer,
  • jezelf voor joker neerzetten,
  • data in plaats van inzicht.

Deze slechte nieuwsvoorziening komt niet alleen door de wetenschappers. Journalisten mogen ook weleens wat kritischer zijn.

Lees verder “Faits divers (44): de wetenschap in het nieuws”

De Tochaarse talen

De stichters van een boeddhistisch klooster aan de noordrand van de Taklamakanwoestijn (Humboldtforum, Berlijn)

Het westelijk deel van wat wij China noemen, bestaat uit het zogeheten Tarimbekken, waarin de Taklamakanwoestijn ligt. Menselijk leven is alleen mogelijk aan de randen daarvan. De Zijderoute loopt dus óf ten zuiden óf ten noorden van dit bassin. De noordelijke rand is verkend door Duitse expedities, die grotten vol boeddhistische schilderingen én teksten aantroffen. Wat ze vonden, is nu te zien in het Humboldtforum in Berlijn. Een andere ontdekkingsreiziger was Aurel Stein. Dit is de Aurel Stein die ook de route van Alexander de Grote in de Swatvallei heeft verkend.

Tochaars-A en Tochaars-B

En hij ontdekte manuscripten in twee vergeten talen, die zijn vernoemd naar een volk dat ooit in de omgeving gewoond zou kunnen hebben, de Tocharen. Of de Tocharen werkelijk de talen spraken die wij Tochaars noemen, is niet zo belangrijk. Wel belangrijk is dat het aanbod aan teksten, dankzij de droge woestijn, vrij groot is. Van het Tochaars-A, dat ook weleens Turfaans is genoemd omdat sommige teksten uit de Turfan-oase komen, zijn ongeveer 2000 teksten over. Van het Tochaars-B zijn 9000 teksten over. Ze zijn geschreven in de Late Oudheid.

Lees verder “De Tochaarse talen”

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Oud-Perzische inscripties in Gandj Nameh

Net als vorig jaar, toen u me een stuk of veertig vragen toestuurde, gebruik ik in 2023 de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. Het zijn er nu wat minder, maar ze zijn even leuk. Vandaag vier vragen over taal. Hier zijn de eerst twee antwoorden.

Hoe zit het met de taal/talen van de Avesta? Is dat Perzisch in zijn verschillende stadia?

Ik ben geen linguïst en heb in mijn kaartenbak ook geen specialist van de oostelijke Indo-Europese talen. Maar ik verbeeld me dat ik er wel iets van weet. Om te beginnen is er dus een oostelijke verspreiding van de Indo-Europese talen geweest, die we Indo-Iraans noemen. In de tweede helft van het tweede millennium v.Chr. moet die in Centraal-Eurazië gesproken zijn geweest. Zeg maar binnen de ruimte van de Andronovo-cultuur. Die groep is in tweeën uiteengevallen – ik beschreef het hier – en sommige mensen trokken naar India en andere naar Iran.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

De Meden (1): een fictief koninkrijk

Herders in het Zagrosgebergte

We moeten het eens hebben over de Meden. U kent ze van “de wetten van Meden en Perzen”, die gelden als onveranderbaar. De uitdrukking, zonder uitleg gebruikt in de Bijbel, bewijst dat in elk geval geen Jood ervan opkeek dat de twee volken in één adem werden genoemd. Ook bij de Griekse onderzoeker Herodotos zijn Meden en Perzen vrijwel synoniem. Verwante volken dus, zou je denken, en dat dacht je goed.

Hoewel de eerste notie dus klopt, vormen de Meden voor de oudheidkundige ook een probleem. Het bewijsmateriaal is nogal eens onbetrouwbaar. Het bestaat uit opgravingen, uit verwijzingen in Assyrische en Babylonische spijkerschrifttabletten, de Historiën van Herodotos, de Geschiedenis van de Perzen van Ktesias van Knidos en een handvol hoofdstukken uit de Bijbel. De moeilijkheid is dat de archeologische data niet overeenkomen met de Griekse teksten en dat het spijkerschriftbewijs nogal nietszeggend is.

Lees verder “De Meden (1): een fictief koninkrijk”

Mitanni

Hurritische brief, gevonden in Tell Brak (Syrië; Museum van Deir ez-Zor)

In mijn reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, laten we de Midden-Bronstijd achter ons en gaan we naar Mitanni. Als ooit het cliché “vergeten koninkrijk” van stal mocht worden gehaald, dan wel bij dit rijk. Het is in feite weinig meer dan een naam, een handvol archeologische resten en wat linguïstische hypothesen. Maar goed. We kunnen altijd de verschillende soorten informatie combineren en wanneer die elkaar bevestigen, kunnen we er misschien op vertrouwen niet ver van de historische waarheid te zijn.

Eerst maar dit: het is zo goed als zeker dat het centrum van Mittanni ergens aan de bovenloop van de rivier de Khabur lag, dus in het land tussen de Eufraat en de Tigris. De hoofdstad Waššukanni en de belangrijke steden Kahat en Taide zijn nog niet geïdentificeerd, maar het is redelijk zeker dat ze ergens in het zuidoosten van Turkije of het oosten van het huidige Syrië moeten liggen.

Lees verder “Mitanni”

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.

Hoe een klimaatcrisis eruit ziet: stofstorm in het noorden van Mesopotamië

In een eerder stukje in mijn reeks over het handboek oude geschiedenis dat ik, in een recente herdruk, aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, wees ik erop dat als het boek nu zou zijn opgezet, er geen gescheiden behandeling zou zijn geweest van Egypte in het derde millennium en Mesopotamië in het derde millennium. De Vroege Bronstijd, zoals we deze periode ook wel noemen, veronderstelde handel in tin en netwerken die zich uitstrekten over duizenden kilometers. Hoewel in de twee genoemde regio’s voor ons leesbare schriftsystemen zijn ontstaan die voor ons begrijpelijke talen documenteren, was het Nabije Oosten onderdeel van één groot, vroeg wereldsysteem.

Hypercoherentie

Een systeem dat hypercoherent was geworden. U herinnert zich die term uit de complexiteitstheorie nog van de kredietcrisis van 2008 of kunt haar kennen uit het fijne boek van Eric Cline over het einde van de Late Bronstijd, 1177 BC. Het komt erop neer dat als alles met elkaar vervlochten is, een ramp in één onderdeel onvermijdelijk gevolgen heeft voor de andere delen. Je zou willen dat een van de onderdelen ongeschonden overeind bleef, als een anker voor de andere, maar in een hypercoherent systeem ontbreekt dat. Dat was niet alleen de situatie aan het einde van de Late Bronstijd, maar ook in de tweeëntwintigste eeuw v.Chr.

Lees verder “Klimaatcrisis, 2200 v.Chr.”

Zarathuštra, India en Iran

Een moderne afbeelding van Zarathuštra

Een simpele vraag: wanneer leefde Zarathuštra? Er zijn twee antwoorden die elkaar uitsluiten, maar voor ik die geef eerst even: wie was Zarathuštra?

Antwoord: een profeet uit Baktrië die we kennen uit een reeks gedichten die deel uitmaken van het heilige boek van de Perzen, de Avesta. De gedichten in kwestie, de Gatha’s, zijn geschreven in een Iraanse taal die ouder is dan de rest van de Avesta en ik geloof niet dat iemand ooit heeft betwijfeld dat dit Fremdkörper is geschreven door Zarathuštra zelf. Een leven van deze profeet, gebaseerd op die poëzie en op wat latere legenden, vindt u hier. Samenvatting: hij heeft een openbaring gehad, begreep dat de goden – Ahuramazda voorop – wilden dat de mensen correct dachten, correct spraken en correct handelden.

Dat klinkt logisch maar het was nogal een innovatie om ethiek te verankeren in religie. Denk aan Homeros, die de goden laat stelen, overspel laat plegen, laat liegen, laat vechten en moorden. Om goed denken, goed spreken en goed handelen te bevorderen kent de op Zarathuštra teruggaande religie, het zoroastrisme, een vrij uitgebreide theologie over een hiernamaals waarin de gelovige wordt beoordeeld en mag rekenen op óf helse straffen óf het paradijs. Die straffen duren totdat de wereld zich hernieuwt: er is een eeuwige kosmische wederkeer. Ook het dualisme, waarin tegenover God een duivel staat, komt uit deze sfeer. De monotheïstische godsdiensten bouwen hierop voort en ik wijs ook nog even op Azazel, een joodse demon die eigenlijk Iraans is.

Lees verder “Zarathuštra, India en Iran”

Dacia Felix: de Skythen

Skythische krijger, eind zesde eeuw v.Chr.

Ik blogde gisteravond over de expositie “Dacia Felix” in het Gallo-Romeins museum in Tongeren. Ze behandelt de geschiedenis van wat Dacië, het huidige Roemenië, tussen pakweg 650 v.Chr. en 200 na Chr. en dat wil zeggen dat verschillende volken aan de orde komen, die elk op een bepaald moment invloed hadden. De Thracische stam der Geten valt te beschouwen als autochtoon. Er spoelden wat Grieken aan de Zwarte Zee-kust aan. De Skythen arriveerden in de zesde eeuw uit het oosten en de Kelten bereikten de regio in de vierde eeuw v.Chr. Deze vier groepen hebben allemaal in meerdere of mindere mate bijgedragen aan het ontstaan van het koninkrijk Dacië, dat in de jaren 101-106 na Chr. werd ingelijfd door de Romeinse keizer Trajanus.

De Skythen

De Skythen behoren tot de steppenomaden van Centraal-Azië. Ze spraken een Indo-Iraanse taal en begonnen in pakweg de achtste eeuw v.Chr. aan hun tocht naar het westen, waar ze de gebieden overnamen van de Kimmeriërs. Achter de Skythen kwamen de Sauromaten aan, eveneens naar het westen migrerend. De verklaring van deze westwaartse beweging, die nog eindeloos vaak zou plaatsvinden (Hunnen, Avaren, Turken, Magyaren, Mongolen…) is dat de Euraziatische steppe van oost naar west vochtiger wordt, zodat nomaden liever westwaarts trekken dan vice versa. De Skythen zijn maar één zo’n volk geweest, maar we hebben in het vierde boek van HerodotosHistoriën een puike beschrijving van hun leefwijze, die niet eens zo beroerd is.

Lees verder “Dacia Felix: de Skythen”

Aardewerk, grijs (maar niet saai)

“Gray ware” (Nationaal Museum, Teheran)

Echt mooi is de pot hierboven niet. Grauw aardewerk, niks speciaals. Zelfs de archeologische jargonnaam is slaapverwekkend saai: gray ware. Maar dit spul is interessanter dan het lijkt, al vergt het wat uitleg. Gray ware wordt vooral gevonden in het noordoosten, noorden en noordwesten van het huidige Iran en dateert uit de Vroege IJzertijd. Het vervangt ouder aardewerk, dat mooier gedecoreerd is.

De vindplaatsen zijn steeds weer hetzelfde. Deze kom komt bijvoorbeeld uit Khurvin, op een uitloper van het Elburz-gebergte even ten westen van Teheran, en dat geldt ook voor andere vindplaatsen: elke keer gaat het om gebieden aan de rand van de Iraanse hoogvlakte waar bergstroompjes en artesische bronnen het mogelijk maken vee te weiden. Je zult dit aardewerk dus niet snel vinden in heuvelforten of in gebieden die overwegend geschikt zijn voor akkerbouw. Kortom: gray ware documenteert veetelers en omdat het een nieuw soort aardewerk is, mogen we aannemen dat het gaat om een groep migranten.

Lees verder “Aardewerk, grijs (maar niet saai)”

Sogdië en Perzië

Een bereden boogschutter zoals in Centraal-Azië voorkwamen (British Museum, Londen)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

Lees verder “Sogdië en Perzië”