Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

Ugaritische mythologie

De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)
De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)

De Syrische havenstad Ugarit, gelegen tegen de Turkse grens aan, bloeide in de Late Bronstijd en ging ten onder in de chaotische eerste helft van de twaalfde eeuw v.Chr. De crisis wordt doorgaans geassocieerd met migrerende “Zeevolken” maar was veel complexer dan dat. Eric Cline houdt het er in zijn leuke boek 1177 op dat het Bronstijdsysteem instortte doordat er teveel interne samenhang was ontstaan, waardoor problemen die op één punt ontstonden, elders ook voelbaar werden, waardoor vele kleine crises elkaar konden versterken tot een wereldcatastrofe.

De archeologen die Ugarit opgroeven, troffen daar duizenden kleitabletten aan, die de polytheïstische godsdienst bleken te documenteren van de toenmalige Levant of, zoals het destijds heette, Kinahhu. Dat is het bijbelse “Kanaän” en de Ugaritische godenwereld bleek die te zijn waarin het joodse monotheïsme was ontstaan. Anders gezegd, door de vondsten in Ugarit begrijpen we meer van de rivalen van het jodendom, zoals de culten voor Ba’al en Asjera.

Lees verder “Ugaritische mythologie”

Factcheck: De slag bij Gibeon

Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)
Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Bijbelverhalen zijn vaak zo verschrikkelijk mooi. Hier is er een die altijd tot de verbeelding spreekt: Jozua, de aanvoerder van de Hebreeën, trekt ten strijde tegen vijf Amoritische koningen, kort nadat hij het land van Israël is binnengetrokken.

Na een nachtelijke mars vanuit Gilgal deed Jozua een onverwachte aanval op de vijanden en Jahwe bracht hen voor Israël in verwarring. Zo brachten de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag toe, achtervolgden hen de berghelling op naar Bet-Choron en bleven hen bestoken tot bij Azeka en Makkeda. Toen zij, vluchtend voor Israël, op de steile afdaling van Bet-Choron gekomen waren, liet Jahwe uit de hemel grote stenen op hen neerhagelen, die hen doodden. Dat duurde tot Azeka toe. Er stierven er meer door de hagelstenen dan de Israëlieten met het zwaard konden doden. (Jozua 10.9-11)

Hierna voegt de auteur iets toe dat hij lijkt te hebben ontleend aan een verder niet bekend Boek van de Rechtvaardige.

Lees verder “Factcheck: De slag bij Gibeon”

Antiochos IV Epifanes

vier_beesten

In het Bijbelboek Daniël komt de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes (r.175-164) er niet bepaald geweldig vanaf. Een monster en godslasteraar, dat is hij, maar God zal hem straffen:

De koning zal doen wat hij wil; in zijn hoogmoed zal hij zich verheffen boven welke god ook en tegen de God der goden zal hij ongehoorde dingen zeggen. Toch zal hij voorspoed genieten, totdat de toorn ten top gestegen is: dan wordt uitgevoerd wat besloten is. (Daniël 11.36)

Even eerder heeft de samensteller van Daniël Antiochos al getypeerd als de godslasteringen uitkramende hoorn van een beest met ijzeren tanden en tien hoorns. Zie het plaatje hierboven, rechts. De Griekse historicus Polybius van Megalopolis (c.200-c.118) dacht er niet heel anders over. “Wegens zijn gedrag kreeg Antiochos, bijgenaamd Epifanes [de verschenen godheid], ook de naam Epimanes [de dwaas]” schrijft hij (Wereldgeschiedenis 26.1). Daaraan voegt hij een catalogus van vreemde gedragingen toe.
Lees verder “Antiochos IV Epifanes”

NWA: Vroegchristelijke vrouwen

Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.
Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.

Ik blogde gisteren over een vraag uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) die ik toen maar half heb kunnen bespreken:

Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus?

Ik gaf gisteren aan dat ik de vragensteller geen gelijk kan geven in zijn aanname dat Jezus vrouwen even hoog achtte als mannen. Er zijn opvallende passages waaruit blijkt dat hij vrouwen respecteerde, mogelijk zelfs meer dan zijn tijdgenoten, maar als het erop aankwam, zoals bij het samenstellen van de Twaalf, verkoos hij mannen.

Een andere kwestie is de positie van de vrouwen in de vroege kerk. Ik begin met een beroemd citaat van Paulus.

Christus is het hoofd van iedere man, de man is het hoofd van de vrouw, en God is weer het hoofd van Christus. (1 Korintiërs 11.3)

Lees verder “NWA: Vroegchristelijke vrouwen”

NWA: Jezus

beirut_st_george_maronites_2

Omdat dit jaar chanoeka en kerstmis samenvallen, een stukje over de beroemdste jood aller tijden, en wel n.a.v. één van de vragen die aan de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) is voorgelegd:

Heeft Jezus Christus bestaan?

Het antwoord is simpel: volgens de huidige wetenschappelijke methode wel. Er zijn critici die daar anders over denken en daarvoor dwingende en minder dwingende argumenten hebben. Grosso modo komen die erop neer dat er méér bewijs nodig is dan de evangeliën van Marcus en Johannes, de alleen uit reconstructie bekende bron Q, de brieven van Paulus, twee vermeldingen bij Flavius Josephus (waarvan er één dient te worden gereconstrueerd) alsmede de nauwelijks informatieve Openbaring van Johannes en nog wat andere brieven. Vooruit, laten we de Didache er ook nog bij doen. Je zou wensen dat er méér was dan vier à vijf echte bronnen en wat strooigoed.

Lees verder “NWA: Jezus”

De Trojaanse Oorlog (4)

Hittitische hiëroglyfen in Hattusa
Hittitische hiëroglyfen in Hattusa

[Dit kerstweekend blog ik over de Trojaanse Oorlog. De legendarische expeditie van een coalitie van Griekse krijgers die ergens in de dertiende eeuw v.Chr. de stad Troje innamen vormt een romantisch verhaal en het onderzoek brengt diverse subdisciplines samen: klassieke talen, oude geschiedenis, archeologie, hittitologie. Allemaal redenen om u dit kerstweekend te trakteren op een longread. Het eerste deel vindt u hier.]

De Hittieten waren lange tijd alleen bekend uit de Bijbel, waarin ze verschillende keren worden genoemd. Uit die beschrijvingen valt af te leiden dat ze ergens tussen de rivier de Eufraat en het Libanongebergte woonden en een machtig volk waren: volgens 2 Koningen 7.6-7 was het geluid van de nadering van de Hittitische koning al voldoende om Israëls vijanden op de vlucht te doen slaan.

Met de ontcijfering van het hiëroglyfenschrift begon daar informatie bij te komen. Uit de historische verslagen van de farao’s van de Achttiende en Negentiende Dynastie bleek dat zij contact hadden met de bewoners van het land “Cheta”, ergens in het noorden. In zijn vijfde regeringsjaar (1274 v.Chr.) zou Ramses II de Hittieten hebben verslagen in de Slag bij Kadesj, en in zijn eenentwintigste regeringsjaar (1258 v.Chr.) had hij vrede met hen getekend. Spijkerschriftteksten bevestigden dat ook de Assyriërs de Hittieten kenden. Ze onderhielden in deze tijd contacten met de stad Karchemis in “het land Hatti”.

Lees verder “De Trojaanse Oorlog (4)”