Nineveh, die grote stad

Stele van Sanherib uit Nineveh (Archeologisch museum, Istanbul)

Nineveh werd gesticht door de Assyrische koning die in onze taal Sanherib wordt genoemd, wat een weergave is van de Hebreeuwse versie van die naam. In het Engels wordt hij meestal Sennacherib genoemd, een vorm die teruggaat op de Griekse weergave van dezelfde naam. Beide geven hetzelfde Assyrisch woord weer, Sîn-aḫḫe-eriba, “de god Sin heeft de broers vervangen”. Anders gezegd: Sanheribs ouders, koning Sargon en koningin Atalia, hadden al minimaal twee zonen moeten begraven. Het herinnert ons aan de kindersterfte in voorindustriële samenlevingen.

Sanherib volgde zijn vader in 704 v.Chr. op en zette op sommige punten een heel ander beleid in. Zo gaf de nieuwe vorst de door Sargon gestichte hoofdstad Dur Šarrukin (Khorsabad) op en verplaatste hij de residentie naar Nineveh, waar hij het “paleis zonder gelijke” bouwde. Het was ruim twaalf hectare groot en had ruim tachtig vertrekken. De stèle hierboven, die ik fotografeerde in het fenomenale archeologische museum van Istanbul, beschrijft de stichting van de nieuwe hoofdstad.

Lees verder “Nineveh, die grote stad”

Nehemia

Geen enkele steen in Jeruzalem kan met zekerheid worden geïdentificeerd als onderdeel van de muur van Nehemia. In de oostelijke muur van het Tempelterras is echter een verschil aan te wijzen tussen herodiaans steenwerk (links van de rode pijl) en ouder steenwerk (rechts). Dit laatste lijkt op het Perzische steenwerk uit Sidon en Byblos. Het kan echter ook jonger zijn en dateren uit de hellenistische tijd.

Eerder dit jaar schreef ik een paar stukjes over Perzië in de Bijbel. Het eerste deel was hier. Ik heb één aspect laten liggen omdat ik er even wat literatuur op wilde naslaan: de rol van Nehemia, over wie ik schreef in het vierde deel van de reeks. Nehemia was werkzaam aan het hof van koning Artaxerxes I Makrocheir (r.465-424), die hem in zijn twintigste regeringsjaar (dus in 446 v.Chr.) naar Jeruzalem liet gaan om daar de stadsmuren te herbouwen.

Dat bracht Nehemia in conflict met Sanballat van Samaria, met Tobia van Ammon en een Arabier die Gesem wordt genoemd en die we ongetwijfeld moeten plaatsen in de wijde omgeving van Petra. Ook zou Nehemia maatregelen hebben genomen om de stad opnieuw te bevolken en dwong hij naleving af van de Wet van Mozes. Schuldendelging was één van de maatregelen en een huwelijkspolitiek was een andere: de bewoners van Jeruzalem kregen opdracht om, als ze als jood erkend wilden blijven worden, alleen met joden te trouwen. Sommige huwelijken lijken inderdaad ten einde te zijn gekomen.

Lees verder “Nehemia”

De val van Lachis

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Had ik het in deze reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO vorige week over de ondergang van Israël, het noordelijkste van de twee joodse koninkrijken in de IJzertijd, vandaag schrijf ik over de wijze waarop de Assyriërs het zuidelijke rijk, Juda, in 701 te pakken namen. Voor uw begrip: de hoofdstad was Jeruzalem, waar koning Hizkia resideerde en de tempel stond, maar de voornaamste stad was Lachis. Die wat westelijker gelegen stad lag veel gunstiger ten opzichte van de belangrijke weg van Egypte naar Syrië.

Hierboven ziet u een reliëf uit Nineveh met daarop de belegering van Lachis. Wellicht is het het handigst om het even aan te klikken en te vergroten want er zijn veel details te zien. Aan de linkerzijde boogschutters die de verdedigers van de muren proberen te verjagen, middenin de (door archeologen teruggevonden) belegeringsdam naar de stad op de heuvel, en rechts de bestorming van de stad, met daartussenin nog wat gespietste lijken. Althans, ik hoop dat het lijken zijn en geen levende mensen.

Lees verder “De val van Lachis”

Oudheidkundige aandachttrekkerij

IJzertijdmuur in Jeruzalem

In de negende en achtste eeuw v.Chr. waren er in wat nu Israël heet twee koninkrijken: het machtige Israël in het noorden en het wat minder machtige Juda in het zuiden. Het noordelijke rijk was internationaal georiënteerd, profiteerde van de olijfolie-export en was het eerste slachtoffer van de Assyrische expansie. In 722 veroverden de Assyriërs de Israëlische hoofdstad Samaria. Ik heb er al een paar keer over geblogd (zoals, zoals).

Na de val van Samaria vluchtten veel noorderlingen naar het zuiden. De Judese hoofdstad Jeruzalem moest worden vergroot en de heuvel die moderne archeologen de “stad van David” noemen werd uitgebreid naar het westen. De nieuwe wijk werd omgeven met een stadswal. Ik heb al eens geblogd over de muur op de foto hierboven, die u kunt vinden in de Joodse Wijk van de moderne stad. In 701 weerstond deze muur de Assyrische belegering. Stomtoevallig blog ik daar aanstaande vrijdag over in mijn reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO. Dat blogstukje is trouwens niet mijn eerste over die muur, want ik schreef er ook dit al eens over.

Lees verder “Oudheidkundige aandachttrekkerij”

Assyrisch fort

Assyrische gebouwen in Megiddo

De Assyriërs legden de grondslagen voor wat we het oosterse wereldrijk zouden kunnen noemen: één staat die de hele Vruchtbare Halve Maan verenigde. De gelegde fundamenten zijn daarna solide gebleken: ook nadat de Assyrische heerschappij ten onder was gegaan – Nineveh viel in 612 v.Chr. – bleef de eenheid bewaard, zij het onder Babylonische heerschappij. Later namen de Achaimenidische Perzen, Alexander de Grote en diens opvolgers de macht over.

Hoe bouwden de Assyriërs dat rijk? Grote, professionele legers om te beginnen. Gecalculeerde wreedheid ook, want dat demoraliseerde potentiële vijanden. Deportaties. Een efficiënte bureaucratie, die bijvoorbeeld verdragen op schrift stelde. Capabele bestuurders. En natuurlijk ook garnizoenen in de onderworpen gebieden. Garnizoenen die we archeologisch terugvinden. Eén voorbeeld ziet u hierboven: Megiddo.

Lees verder “Assyrisch fort”

MoM | Bruce Malina

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Lees verder “MoM | Bruce Malina”

De ziggurat van Nimrud

De ziggurat van de Assyrische stad Nimrud in beter dagen.

Een ziggurat is het Mesoptamische equivalent van een Egyptische piramide: een grote, door mensenhanden gemaakte berg. De twee soorten monument zijn ook ruwweg even oud: de bouw gaat terug tot het derde millennium v.Chr. Er zijn echter twee verschillen: een ziggurat was geen graf maar een tempel, en ziggurats werden gebouwd tot in de hellenistische tijd, ruim een millennium nadat de Egyptenaren hadden besloten dat het welletjes was geweest.

Hoewel niet zo groot als de piramide van Cheops, konden de Mesopotamische tempeltorens behoorlijk hoog zijn. “Ziggurat” betekent dan ook zoiets als “hoogbouw”. De toren in  Babylon was bijvoorbeeld 92 meter hoog. Het monument staat bekend als Etemenanki, het “huis van het fundament van de hemel op aarde”, wat veel zegt over de symbolische betekenis van een ziggurat. De tempeltoren van Anu in Uruk, een van de jongste uit de reeks, moet nog hoger zijn geweest. Voor de best-bewaarde ziggurat moet u naar Choga Zanbil in het Iraanse Khuzestan. Aan de voet meet die ruim honderd bij honderd meter en de bakstenen berg was zestig meter hoog.

Lees verder “De ziggurat van Nimrud”