Geschiedenis van Perzië (2)

Rembrandts weergave van het “teken aan de wand”. De vrouw links van de koning heeft de trekken van Rembrandts echtgenote Saskia.

Het punt kan niet vaak genoeg worden gemaakt en dus maak ik het gewoon nog maar eens een keer: we hebben over de oude wereld te weinig informatie. Daaruit volgt dat we over sommige gebeurtenissen eigenlijk te weinig weten. Hoe het Perzische Rijk is ontstaan bijvoorbeeld. Het staat vast dat toen koning Cyrus de Grote in oktober 539 v.Chr. de stad Babylon innam, hij in één moeite door het hele Babylonisch Rijk kon overnemen en dus beschikte over een goedgeorganiseerde staat, maar hoe hij dit kon doen is niet goed bekend. Halfnomadische stammen uit de bergen nemen niet zomaar een wereldrijk over.

Lange tijd zou het verhaal uit Herodotos, over wie ik onlangs schreef, zijn gebruikt om dit allemaal te verklaren. Het komt erop neer dat in Iran de Meden (in West-Iran) aan de macht waren en dat de Perzen (Zuid-Iran) hun vazallen waren. Op een gegeven moment besluit de Pers Cyrus in opstand te komen – het romantische sprookje dat moet verklaren waarom, zal ik later vandaag behandelen – en hij onderwerpt zijn voormalige overheerser. Vervolgens onderwerpt hij de Lydiërs in het westen van Turkije en daarna valt hij Babylonië aan. Ook oostelijk Iran wordt onderworpen en Cyrus komt om als hij probeert Centraal-Azië te onderwerpen.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (2)”

Geschiedenis van Perzië (1)

Assyrisch soldaten (Pergamonmuseum, Berlijn)

Een tijdje geleden benutte ik deze blog om tips te geven voor een eerste kennismaking met de Bijbel. Dat leidde tot een uitnodiging of ik iets wilde schrijven over de geschiedenis van het oude Perzië, dat tussen 550 en 330 de hele oude wereld verenigde. Heel de oude wereld? Nee, in het verre westen bleef een kleine groep Grieken moedig weerstand bieden tegen de Perzische eenheidsstaat. Daarover maandag meer, nu eerst even iets over die Perzen en als we het daarover gaan hebben, moeten we eerst even wat terug in de tijd.

Rond het jaar 1250 v.Chr. was de wereld nog overzichtelijk. Een paar supermachten deelden de lakens uit: Egypte, de Hittieten in Turkije, Babylonië. In de twaalfde eeuw desintegreerde dit systeem. Als u er meer over wil lezen: Eric Cline beschrijft in zijn boek 1177 hoe het systeem te complex begon te worden. Een crisis op één punt had gevolgen voor de andere delen en als één staat instortte, was er geen staat die voldoende geïsoleerd was om overeind te blijven. De Bronstijd liep ten einde en de IJzertijd begon. Rond 1000 begon de geschiedenis in feite opnieuw met nieuwe partijen. In het oude Kanaän lezen we over de Hebreeën, wat noordelijker namen de Feniciërs de aloude handelsroutes over en in het noorden van Irak begonnen de Assyriërs aan de opbouw van een wereldrijk.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (1)”

En het Woord was…

De Drie-eenheid op een zeventiende-eeuwse muurschildering uit Arbanasi (Bulgarije)

[Onlangs gaf ik hier ruimte aan Alexander Smarius, die schreef over de nieuwe Bijbelvertaling van de Jehovah’s Getuigen. Elke vertaling is keuzes maken en sommige daarvan vertellen nogal wat over de vertaler zelf. Zo is er de kwestie van de openingszin van het Johannesevangelie, die Smarius hieronder toelicht, want Jehovah’s Getuigen maken daar een significant andere keuze dan andere christenen. Ik kom er later vandaag ook nog op terug in “Methode op Maandag”.]

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

In de meeste Nederlandstalige Bijbels is dat de openingszin van het Evangelie van Johannes (Johannes 1:1). Verderop in de tekst wordt duidelijk dat met “het Woord” de Zoon van God wordt bedoeld, Christus. Minder duidelijk is hoe de lezer moet begrijpen dat degene die “bij God” was zelf ook “God” was. Volgens de gangbare Bijbelverklaring zijn de Vader en de Zoon samen één God, zoals twee lucifers één vlam kunnen delen.

Lees verder “En het Woord was…”

De Bijbel, een inleiding (slot)

Een fresco van Augustinus. Ik weet niet of hij de Bijbel aan het lezen is, maar het is een leuk plaatje om deze reeks mee af te ronden (Lateraan).

Wat te lezen als u besluit u voor het eerst in de Bijbel te verdiepen? Ik zou adviseren: begin niet vooraan in deze bibliotheek van oud-oosterse literatuur bij het boek Genesis, want u haakt dan gegarandeerd af halverwege het tweede boek (Exodus). Lees in plaats daarvan eerst een selectie en lees die chronologisch, zodat u het ideeëngoed ziet groeien. Ik heb in de voorafgaande stukjes (1, 2, 3, 4) daarvan een samenvatting gegeven. In combinatie met de inleidingen die een goede Bijbel (zoals de NBV Studiebijbel) bevat, komt u een heel eind op streek.

De vroegste fase

  • Psalm 29: Er zijn 150 psalmen om uit te kiezen. Deze is de moeite waard omdat ze henotheïstisch is, wat wil zeggen dat je maar één god vereert hoewel je niet ontkent dat er verschillende zijn. Zo moet het jodendom zijn begonnen.
  • Spreuken 10.1-22.16: een verzameling spreekwoorden uit een door-en-door agrarische samenleving. Als u meer wil lezen, ga dan verder tot 24.22. Dit blok lijkt een bewerking van een oudere, Egyptische tekst, de Instructies van Amenemope.
  • Amos: een klassieke donderpreek tegen onrechtvaardig verworven rijkdom, de sociale leer van het jodendom en christendom in een notendop.
  • Jesaja 2-9: het kerngedeelte van een collectie die steeds verder uitbreidde rond het thema dat de Joden het uitverkoren volk zijn, dat God van de Joden houdt, dat hij ze soms straft om ze op het rechte pad te houden, maar dat de liefde uiteindelijk altijd blijft bestaan. Een boodschap die het goed zal hebben gedaan in de late achtste eeuw, toen de noordelijke Joodse staat, Israël, door de Assyriërs was onderworpen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (slot)”

De Bijbel, een inleiding (4)

Mozaïek uit het “Huis van Dionysos” in Sepforis, dat heel misschien het huis is geweest van Yehuda ha-Nasi, de samensteller van de Misjna.

Ik heb in drie eerdere stukken (1, 2, 3) een overzicht gegeven van de joodse literatuur. Een complex geheel, dat ik zo meteen als een leeslijstje zal samenvatten. Voor ik dat doe, nog even overzicht van teksten die illustreren hoe uit het Tempeljodendom – het jodendom dus waarin alles draaide rond de tempel in Jeruzalem – twee nieuwe godsdiensten voortkwamen: het rabbijnse jodendom en het christendom. En dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de lastigste thema’s uit de joodse gedachtewereld: de messias.

Nadat de Hasmonese dynastie rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht in Judea overnam, waren er Joden die eraan herinnerden dat de monarchie was beloofd aan de afstammelingen van koning David. Andere Joden hadden kritiek op de al te libertijnse levenswijze van hun vorsten en de corrupt geachte eredienst in de tempel. Zo ontstond in de vroege eerste eeuw v.Chr. het messianisme: de verwachting dat een ideale heerser in de nabije toekomst Israël zou herstellen, politiek of spiritueel. In de Psalmen van Salomo wordt het profiel geschetst van de komende zoon van David. De Gelijkenissen van Henoch, die zijn geschreven in de vroege eerste eeuw na Christus, bewijzen dat het mogelijk was de messias gelijk te stellen aan de in Daniël genoemde Mensenzoon, die al vóór de Schepping bestond en het Laatste Oordeel zou vellen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (4)”

De Bijbel, een inleiding (3)

Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

Eergisteren en gisteren was ik hier bezig met een “guided tour” door de Bijbel: welke teksten zou je moeten lezen voor een eerste kennismaking met deze bibliotheek van joodse religieuze literatuur. Ik heb diverse thema’s geïntroduceerd: dat het officiële jodendom, waarvoor de geschreven literatuur belangrijk was (en dat natuurlijk niet per se representatief was voor wat de mensen werkelijk deden en geloofden), offerde aan één God, dat dit in Jeruzalem moest gebeuren en dat deze God een Verbond had gesloten met zijn uitverkoren volk (de Joden dus). Toen het Jodendom één godsdienst was in het grote Perzische Rijk, kwam daar universalisme bij: de God in Jeruzalem was er ook voor andere volken. Ik noemde ook het dualisme, ofwel het idee dat tegenover de ene God een tegenstrever stond, die in sommige religieuze teksten een kosmische tegenkracht is in een eeuwige strijd tussen goed en kwaad, maar die in andere bronnen een dienaar is van de goede God met een vreemd takenpakket.

Er is nog een ander, nieuw thema in het Jodendom van de Perzische tijd: het lezen van en discussiëren over de Wet. Het is niet helemaal duidelijk wanneer de verhalen over de Uittocht en het ontvangen van de Wet zijn geschreven (m.a.w., de eerste helft van het Bijbelboek Exodus), maar er zijn aanwijzingen dat het is gebeurd na het midden van de vierde eeuw v.Chr. Ik ben daar zelf niet van overtuigd, maar hoe dat ook zij: in de vierde eeuw wordt de discussie over de Wet belangrijker en een mooi verhaal over de herkomst zou daarin passen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (3)”

De Bijbel, een inleiding (2)

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojakim in Babylonië in ballingschap was.

Ik was begonnen met een “guided tour” door de Bijbel en aan het einde van het vorige stukje waren we aanbeland in de late zevende eeuw v.Chr.: de hervormingen van koning Josia. Die kwamen erop neer dat de Joden in de staatscultus golden als het uitverkoren volk van God, dat ze alleen hem zouden vereren en dat ze dat zouden doen in Jeruzalem.

Tot de literatuur die in deze tijd circuleerde, behoorden “kleine” profeten als Amos, Hosea en Micha, maar ook flinke stukken van het Bijbelboek Jesaja en het Deuteronomistische Geschiedwerk, dat bestond uit Jozua, Rechters, Samuël en Koningen. Het Verbond zélf vormt de kern van het boek Deuteronomium, maar het is heel moeilijk te zeggen welke delen er in de zevende eeuw circuleerden. Er zijn nog meer niet goed te dateren regels en wetten in de boeken Exodus, Leviticus en Numeri. Ik zou u adviseren daar bij een eerste kennismaking niet te lang bij stil te staan. Die regels zijn op zich interessant, maar niet om mee te beginnen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (2)”