De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Lees verder “De troonzaal in Babylon”

De wetten van Hammurabi

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš, herkenbaar aan de gehoornde helm en de zonnestralen uit zijn schouders. Dit is het bovenste deel van de stèle in het Louvre.

De Wetten van Hammurabi zijn wereldberoemd. In de eerste aflevering van Better Call Saul probeert Jimmy McGill een misdadiger ervan te weerhouden twee mannen te vermoorden met het argument dat de aanstaande slachtoffers erop uit waren geweest iemand een been te breken, dat een dubbele moord een excessieve vorm van vergelding zou zijn en dat het volstaat twee keer een been te breken. McGill, nooit verlegen om een mooie formulering, doet dit onder verwijzing naar de Wetten van Hammurabi.

De Wetten van Hammurabi

De Wetten van Hammurabi zijn beroemd genoeg. Maar niet omdat ze de eerste waren. De wetten van koning Ur-Nammu (Derde Dynastie van Ur), van koning Lipit-Ishtar en uit Ešnunna zijn ouder. De twee eerste verzamelingen zijn echter fragmentarisch bekend en ook de derde is niet heel erg lang. De wetten van Hammurabi zijn veel en veel langer. Deze wetgever was een micromanager. Zijn wetten zijn bovendien systematischer en ook compleet overgeleverd. Wat weer niet wil zeggen dat de 282 bepalingen een compleet overzicht bieden. Vaak ontbreekt de algemene regel, bijvoorbeeld dat het verboden is een valse aanklacht in te dienen, en lezen we alleen ophelderingen, zoals de procedures voor valse beschuldigingen van moord, tovenarij of diefstal.

Lees verder “De wetten van Hammurabi”

De Bergrede (9): De canon

De bergrede op een christelijke sarcofaag (Musée national des antiquités, Algiers)

Ook vandaag blog ik over de Bergrede. Het is een tekst waar nu eenmaal veel over te zeggen valt. Dit keer pak ik er een heel, heel klein detail uit, namelijk enkele woorden uit Matteüs 5.17. In de Nieuwe Bijbelvertaling:

Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen.

Even verderop zal Jezus dit toelichten, in Matteüs 13.8:

Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.

Maar dat is niet waarover ik het vandaag wil hebben. Mij gaat het om de vijf woorden “de Wet of de Profeten”. Daar staat niet wat u denkt.

Lees verder “De Bergrede (9): De canon”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

De Bergrede (7): christenvervolging

Niet per se een christen (Museum van El-Djem)

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.

Het Matteüsevangelie is geschreven na de val van Jeruzalem in 70 n.Chr. Als we het dateren rond 80, zullen we er niet ver naast zitten. De volgelingen van Jezus waren toen al vervolgd. In Rome had keizer Claudius al “Joden verdreven die, opgehitst door de agitator Chrestus, voortdurend ongeregeldheden veroorzaakten”. Nero had groepen gebruikt als levende fakkels en in mythologische tableaux vivants. In Jeruzalem was Jezus’ broer Jakobus gestenigd. Het geweld was kleinschalig geweest, maar daarom nog wel serieus.

Lees verder “De Bergrede (7): christenvervolging”

De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Lees verder “De werken van Barmhartigheid”

De Bergrede (6)

Olijfboom (Neot Kedumim)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over één van de zaligsprekingen waarmee de Bergrede begint. In de Nieuwe Bijbelvertaling luidt Matteüs 5.5:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Dat is een echo van Psalm 37.

Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.

Die psalm bevat verder een schets van de wereld die zal komen: doe het goede, stoor je niet teveel aan het kwade, want het zal uiteindelijk verdwijnen, geen zondaar overleeft. Utopie, natuurlijk.

Lees verder “De Bergrede (6)”

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

De Vierde Grot van Qumran ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen van die tekst en het natrekken van parallellen in de joodse literatuur, maar ik heb er de laatste tijd de rust niet voor. Vandaag heb ik echter wel een verwant stukje. Er is namelijk een nieuwe – zegt men – theorie over Qumran, dat wil zeggen het gebouw bij de grotten waarin de Dode-Zee-rollen zijn gevonden. U vindt het artikel hier en in elk geval Ha’aretz is enthousiast: “New Study Solves the Mystery of the Dead Sea Scrolls”. De Israëlische krant legt uit:

Scholars have struggled how to explain the lack of more permanent residences at Qumran, but a new theory suggests that the grounds served as a religious competitor to Jerusalem.

Ik denk dat ik de drie eerste woorden voor mijn rekening kan nemen. Het vergt wat uitleg dat scholars have struggled.

Lees verder “Nieuws of geen nieuws uit Qumran”

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Lamp op een standaard (Museum van Limassol)

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die is te vinden in het bruggetje tussen enerzijds de Zaligsprekingen waarmee de toespraak begint en anderzijds de door Jezus voorgestelde uitwerking van de Wet van Mozes (zoals zijn oordeel over het afleggen van eden). Nadat Jezus het heil heeft aangekondigd voor wie huilt, hongert naar gerechtigheid, wordt vervolgd of anderszins ellende ondervindt, maar voordat hij uitlegt dat ze naar volmaaktheid moeten streven, houdt hij zijn publiek voor:

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mt 5.14-16; Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (5): de lichtmetafoor”

De Bergrede (4)

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “De Bergrede (4)”