MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Lees verder “MoM: Eliminatie”

Jim Wests Bijbelcommentaar

Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)
Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)

Eerst even twee alinea’s met standaardopmerkingen, die de trouwe lezers van deze kleine blog al kennen. Ik heb immers al vaker verteld dat de humaniora in de kern een pedagogisch programma zijn. Zie het stukje dat ik onlangs schreef over de vraag of geschiedenis een stom schoolvak was: door kennis van het verleden begrijpen we het heden iets beter, relativeren we onze eigen opvattingen en leren we vooroordelen af. En je kunt er nog van genieten ook. Dat sloeg op geschiedenis, maar voor andere letterenstudies geldt ruwweg hetzelfde: de baten zijn pedagogisch van aard.

Omdat het oneerlijk zou zijn als uitsluitend academici profijt zouden hebben van de humaniora, worden ze verondersteld hun inzichten aan de maatschappij over te dragen, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Op deze wijze ontdaan van hun pedagogische essentie zijn de humaniora de afgelopen kwart eeuw verschraald tot geesteswetenschappen. Vergelijkbaar verlies aan maatschappelijke betekenis speelt ook bij andere disciplines, zoals in de godsdienstwetenschappen. Daar zijn echter initiatieven, interessante initiatieven die ook bruikbaar zijn in de humaniora.

Lees verder “Jim Wests Bijbelcommentaar”

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

Ugaritische mythologie

De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)
De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)

De Syrische havenstad Ugarit, gelegen tegen de Turkse grens aan, bloeide in de Late Bronstijd en ging ten onder in de chaotische eerste helft van de twaalfde eeuw v.Chr. De crisis wordt doorgaans geassocieerd met migrerende “Zeevolken” maar was veel complexer dan dat. Eric Cline houdt het er in zijn leuke boek 1177 op dat het Bronstijdsysteem instortte doordat er teveel interne samenhang was ontstaan, waardoor problemen die op één punt ontstonden, elders ook voelbaar werden, waardoor vele kleine crises elkaar konden versterken tot een wereldcatastrofe.

De archeologen die Ugarit opgroeven, troffen daar duizenden kleitabletten aan, die de polytheïstische godsdienst bleken te documenteren van de toenmalige Levant of, zoals het destijds heette, Kinahhu. Dat is het bijbelse “Kanaän” en de Ugaritische godenwereld bleek die te zijn waarin het joodse monotheïsme was ontstaan. Anders gezegd, door de vondsten in Ugarit begrijpen we meer van de rivalen van het jodendom, zoals de culten voor Ba’al en Asjera.

Lees verder “Ugaritische mythologie”

Factcheck: De slag bij Gibeon

Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)
Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Bijbelverhalen zijn vaak zo verschrikkelijk mooi. Hier is er een die altijd tot de verbeelding spreekt: Jozua, de aanvoerder van de Hebreeën, trekt ten strijde tegen vijf Amoritische koningen, kort nadat hij het land van Israël is binnengetrokken.

Na een nachtelijke mars vanuit Gilgal deed Jozua een onverwachte aanval op de vijanden en Jahwe bracht hen voor Israël in verwarring. Zo brachten de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag toe, achtervolgden hen de berghelling op naar Bet-Choron en bleven hen bestoken tot bij Azeka en Makkeda. Toen zij, vluchtend voor Israël, op de steile afdaling van Bet-Choron gekomen waren, liet Jahwe uit de hemel grote stenen op hen neerhagelen, die hen doodden. Dat duurde tot Azeka toe. Er stierven er meer door de hagelstenen dan de Israëlieten met het zwaard konden doden. (Jozua 10.9-11)

Hierna voegt de auteur iets toe dat hij lijkt te hebben ontleend aan een verder niet bekend Boek van de Rechtvaardige.

Lees verder “Factcheck: De slag bij Gibeon”

Antiochos IV Epifanes

vier_beesten

In het Bijbelboek Daniël komt de Seleukidische koning Antiochos IV Epifanes (r.175-164) er niet bepaald geweldig vanaf. Een monster en godslasteraar, dat is hij, maar God zal hem straffen:

De koning zal doen wat hij wil; in zijn hoogmoed zal hij zich verheffen boven welke god ook en tegen de God der goden zal hij ongehoorde dingen zeggen. Toch zal hij voorspoed genieten, totdat de toorn ten top gestegen is: dan wordt uitgevoerd wat besloten is. (Daniël 11.36)

Even eerder heeft de samensteller van Daniël Antiochos al getypeerd als de godslasteringen uitkramende hoorn van een beest met ijzeren tanden en tien hoorns. Zie het plaatje hierboven, rechts. De Griekse historicus Polybius van Megalopolis (c.200-c.118) dacht er niet heel anders over. “Wegens zijn gedrag kreeg Antiochos, bijgenaamd Epifanes [de verschenen godheid], ook de naam Epimanes [de dwaas]” schrijft hij (Wereldgeschiedenis 26.1). Daaraan voegt hij een catalogus van vreemde gedragingen toe.
Lees verder “Antiochos IV Epifanes”

NWA: Vroegchristelijke vrouwen

Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.
Een vrouw neemt de sluier aan. Priscilla-catacomben, Rome, derde eeuw n.Chr.

Ik blogde gisteren over een vraag uit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) die ik toen maar half heb kunnen bespreken:

Hoe was de waardering van de vrouw in het allereerste christendom direct na de dood van Jezus?

Ik gaf gisteren aan dat ik de vragensteller geen gelijk kan geven in zijn aanname dat Jezus vrouwen even hoog achtte als mannen. Er zijn opvallende passages waaruit blijkt dat hij vrouwen respecteerde, mogelijk zelfs meer dan zijn tijdgenoten, maar als het erop aankwam, zoals bij het samenstellen van de Twaalf, verkoos hij mannen.

Een andere kwestie is de positie van de vrouwen in de vroege kerk. Ik begin met een beroemd citaat van Paulus.

Christus is het hoofd van iedere man, de man is het hoofd van de vrouw, en God is weer het hoofd van Christus. (1 Korintiërs 11.3)

Lees verder “NWA: Vroegchristelijke vrouwen”