Kwakgeschiedenis: Jesaja

Gustave Doré’s gravure van Jesaja

Afgelopen vrijdag was ’ie er, keurig volgens planning: de proef van het boek dat Vincent Hunink en ik momenteel aan het maken zijn, Het visioen van Constantijn. Als ik tijd vind blog ik morgen over een relevant museumstuk, maar ik schrijf niet zonder reden “als ik tijd vind”, want ik zit dit weekend dus gebogen over de proef. Wat ik overigens een prettig werkje vind. Je ziet je stommiteiten en je krijgt een kans ze te verbeteren: menigeen benijdt je zoiets.

Het betekent echter dat ik vandaag geen “echt” stukje voor u heb. Ik verwijs u daarom naar deze blog, waarin het bericht dat een afdruk van de zegel van de profeet Jesaja zou zijn gevonden, kundig wordt gefileerd. Simpel samengevat: er staat inderdaad JESAJA (maar dat was geen heel erg ongebruikelijke naam) en daarop volgen letters die zich laten lezen alsof er “profeet” staat, NBYI ofwel nabi. Dat was inderdaad een beroep dat je kon hebben, maar de auteur van die andere blog, voor zover ik weet Deane Galbraith, wijst erop dat uit teksten uit Lachis blijkt dat dat woord destijds anders werd gespeld.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Jesaja”

Nehemia (bis)

Jeruzalem, met een muurfragment dat van Nehemia zou kunnen zijn

Een tijdje geleden blogde ik over Nehemia, de Joodse leider die in de Perzische tijd Jeruzalem herbouwde.  Aanvankelijk werkte hij aan het hof van koning Artaxerxes I Makrocheir (r.465-424), die hem echter in 446 v.Chr. naar Juda stuurde. In mijn stukje wees ik erop hoe ontzettend goed het optreden van Nehemia past in de Mediterrane wereld van die tijd.

Ik vertelde ook over de stadsmuren die hij bouwde. Daarvan kan op dit moment geen steen met zekerheid worden geïdentificeerd, maar het Tempelterras bestaat uit verschillende stukken muurwerk en in het oosten is een verschil aan te wijzen tussen het steenwerk uit de tijd van koning Herodes de Grote en steenwerk dat veel ouder is. Dat laatste lijkt op muren uit de havensteden Sidon en Byblos, de bases van de Perzische vloot, al kan het ook dateren uit de hellenistische tijd. Ik toonde daarvan destijds een foto, maar kreeg gisteren van mijn evangelische vriend Jan-Pieter van de Giessen een veel betere. Zie boven.

Lees verder “Nehemia (bis)”

MoM | Joodse retoriek (2)

Lukas (gevelsteen, Bethaniënstraat 16, Amsterdam)

In mijn vorige stukje legde ik uit dat in het jodendom, dat aanneemt God zich heeft geopenbaard door middel van een geschreven tekst, het citeren van heilige literatuur een manier was om overtuigend te klinken. Ik illustreerde dat aan de hand van het geboorteverhaal volgens Mattheüs, die diverse passages aanhaalt om duidelijk te maken dat Jezus de messias is en dat het heil op het punt staat aan te breken. In dit vervolgstukje het andere kerstverhaal: dat van Lukas.

Dat wordt voorafgegaan door een proloog waarin de geboorte van Johannes de Doper wordt beschreven. Als Maria op bezoek gaat bij Johannes’ moeder Elisabet, begroet deze Jezus’ moeder, die daarop haar eigen zwangerschap beschrijft met niet minder dan elf citaten in tien regels (Lukas 1.46-55). Als Johannes is geboren, barst diens vader Zacharia uit met zeven citaten in koud twaalf verzen (Lukas 1.68-79). Beide hymnes – want dat is wat deze toespraakjes in feite zijn – gaan over het aanbreken van het heil.

Lees verder “MoM | Joodse retoriek (2)”

MoM | Joodse retoriek (1)

Mattheüs met in zijn linkerhand het evangelie (gevelsteen, Lauriergracht 74, Amsterdam). De bijl is het attribuut van een bijna-naamgenoot, Matthias. Ik heb er geen verklaring voor.

Hoewel dit stukje en het volgende gaan over het kerstverhaal, wil ik beginnen met twee Bijbelpassages die daar niet zoveel mee te maken hebben. Om te beginnen de toespraak van Stefanos, de eerste christelijke martelaar. U vindt zijn woorden hier. Wat u daar helaas niet meteen ziet, is dat die toespraak grotendeels bestaat uit citaten uit de joodse Bijbel. In totaal tweeënzestig in tweeënvijftig regels. Hetzelfde geldt voor mijn tweede tekst, het gebed van de profeet Jona in het gelijknamige Bijbelgedeelte. U leest het hier. In totaal zeven citaten in acht versregels, 167 woorden in de Nederlandse vertaling.

Zulke citaten vormen, om zo te zeggen, een oud-joodse vorm van welsprekendheid. Iedere cultuur heeft zijn eigen manier om overtuigend te spreken en in de joodse religieuze wereld, waarin men meende dat God zich openbaarde in heilige geschriften, gold het als buitengewoon overtuigend als een schrijver of spreker erin slaagde allerlei citaten door zijn tekst te vlechten. Wat wij overtuigend vinden, dat een bewering correspondeert met toets- en kwantificeerbare waarnemingen en wordt verantwoord in een notenapparaat met literatuurlijst, speelde in het toenmalige jodendom een ondergeschikte rol. “Citatenvlechten” is ook de wijze waarop de twee kerstverhalen, die van Lukas en Mattheüs, tot stand zijn gekomen.

Lees verder “MoM | Joodse retoriek (1)”

Het proactieve Kerststukje

Gustave Doré, De geboorte van Jezus

Als een misverstand over de Oudheid er eenmaal is, gaat het nooit meer weg. Wie de Oudheid goed wil uitleggen, moet dus niet alleen zo accuraat mogelijke informatie verspreiden maar er ook voor zorgen dat misverstanden niet ontstaan. Is het daarvoor te laat, zoals vaak het geval is, dan moet hij zien de verspreiding te bemoeilijken.

Zoals vandaag. Binnenkort is het namelijk kerstmis en de christelijke feestdagen zijn altijd een moment waarop de media snelle kopij zoeken, journalisten niet verder kijken dan hun neus lang is en er nogal wat onzin de wereld in wordt gepompt. Wellicht helpt dit stukje de schade in de perken te houden.

Heeft Jezus überhaupt wel bestaan?

Niets uit het verre verleden is helemaal zeker, maar bij een normale toepassing van de historisch-kritische methode is het antwoord ja. U leest er hier meer over.

Lees verder “Het proactieve Kerststukje”

Jona naar Nineveh

Jona en de grote vis (Sarcofaag, Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

U gelooft me vast niet, en ik zou het ook niet doen, maar het is toch echt waar: het was pas toen ik een week of vijf geleden een groep rondleidde door de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden dat ik me realiseerde hoe koddig het eigenlijk was dat iemand met mijn voornaam probeert Nineveh onder de aandacht te brengen.

Het Bijbelboek Jona gaat over een profeet die er weinig zin in heeft in de hoofdstad van het Assyrische Rijk te gaan verkondigen dat die door God zal worden “omgekeerd”. Jona vlucht. Hij daalt af naar de kust en daalt in de haven af naar een schip. (In feite loop je natuurlijk over een loopplank het schip op, maar de schrijver speelt een spelletje.) Eenmaal op zee steekt een storm op, Jona legt uit dat dit is omdat hij Gods wil niet heeft uitgevoerd en de zeelieden werpen hem naar beneden, de zee in. Richting dodenrijk. De volgende neerwaartse beweging brengt de onwillige profeet in de maag van een grote vis.

Lees verder “Jona naar Nineveh”

Livius Nieuwsbrief | December 2017

Dit is de 147e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. Bijna 6800 abonnees ontvangen de nieuwsbrief elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

LIVIUS’ EIGEN NIEUWS

Traditioneel vindt u hier een greep uit het Liviusaanbod. Voor het moment vragen we alleen uw aandacht voor de leuke reis naar Cyprus. De cursussen vindt u onderaan dit mailtje.

De val van Nineveh plus: welke talen spraken de mensen in de Oudheid in Nederland? (En in het verlengde daarvan: de boeken van Tony Riches.) In de reeks museumstukken: Taparet , de Leeuwenjacht van Assurbanipal en Aion.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | December 2017”