Kort Cypriotisch (1): Paulus

Apsis in de troonzaal van het Huis van Theseus, Pafos (Cyprus)

Zoals u misschien in de gaten hebt, zwerf ik momenteel over Cyprus. Ik ben nu in Pafos, een havenstad in het zuidwesten van het eiland: evenveel mozaïeken als in Piazza Armerina, maar wat verfijnder en bovendien in een zee van bloemen. Als u een vakantiebestemming zoekt: Pafos. Het is hier prachtig en met een huurauto kun je zo naar de Byzantijnse kerkjes in de bergen. De dichtheid officieel erkend UNESCO-werelderfgoed is nogal hoog in deze contreien.

Het “Huis van Theseus” dateert uit het tweede kwart van de eerste eeuw n.Chr. – de mooie mozaïeken zijn jonger – en is vermoedelijk de residentie geweest van de gouverneur van Cyprus. Zo’n datering is natuurlijk een beetje nattevingerwerk en het voornaamste argument vóór de gelijkstelling van dit huis aan het Romeinse hoofdkwartier is dat het opvallend groot is. Geen heel sterk argument.

Lees verder “Kort Cypriotisch (1): Paulus”

Paashoax 2017

Grafbasiliek in Jeruzalem, na de restauratie (foto Jan-Pieter van de Giessen)

En daar was ’ie, de paashoax van 2017. Het is elk jaar vlak voor pasen weer raak: steeds is er ergens een kwakwetenschapper of een echte wetenschapper die een kulbericht de wereld instuurt dat inhaakt op het christelijke feest. Journalisten hebben in de week voor pasen immers behoefte aan een bericht dat én op dat feest inhaakt én nieuws is (en dat is prima) maar hebben meestal de kennis niet om kaf en koren te scheiden (en dat is niet prima). Het gevolg is dat elk jaar rond pasen een evident stuk kulleklap onverdiende media-aandacht krijgt.

Dit jaar: een historicus die beweert dat Jezus en een koning Manu één en dezelfde waren. Ik ga de moeite niet nemen álle flauwekul te weerleggen en beperk me tot een paar punten. Ten eerste: let op het selectieve gebruik van argumenten. De auteur baseert zich op de normale bronnen waar het hem uitkomt (Jezus werd koning genoemd enz.) maar negeert diezelfde bronnen als de informatie niet in zijn straatje past (Jezus leefde dertig, veertig jaar later enz.). Zulk brongebruik is mogelijk, maar dat moet je wel rechtvaardigen. Tip voor journalisten: als iemand het heeft over oude geschiedenis en geschreven bronnen gebruikt, vraag dan even naar de toegepaste hermeneutische strategie. Als de ondervraagde het antwoord niet meteen kan geven, weet je dat het een beunhaas is.

Lees verder “Paashoax 2017”

MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Lees verder “MoM: Eliminatie”

Jim Wests Bijbelcommentaar

Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)
Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)

Eerst even twee alinea’s met standaardopmerkingen, die de trouwe lezers van deze kleine blog al kennen. Ik heb immers al vaker verteld dat de humaniora in de kern een pedagogisch programma zijn. Zie het stukje dat ik onlangs schreef over de vraag of geschiedenis een stom schoolvak was: door kennis van het verleden begrijpen we het heden iets beter, relativeren we onze eigen opvattingen en leren we vooroordelen af. En je kunt er nog van genieten ook. Dat sloeg op geschiedenis, maar voor andere letterenstudies geldt ruwweg hetzelfde: de baten zijn pedagogisch van aard.

Omdat het oneerlijk zou zijn als uitsluitend academici profijt zouden hebben van de humaniora, worden ze verondersteld hun inzichten aan de maatschappij over te dragen, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Op deze wijze ontdaan van hun pedagogische essentie zijn de humaniora de afgelopen kwart eeuw verschraald tot geesteswetenschappen. Vergelijkbaar verlies aan maatschappelijke betekenis speelt ook bij andere disciplines, zoals in de godsdienstwetenschappen. Daar zijn echter initiatieven, interessante initiatieven die ook bruikbaar zijn in de humaniora.

Lees verder “Jim Wests Bijbelcommentaar”

Geweld in Judea (slot)

Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.
Romeinse inscriptie die de onderdrukking van de Joodse Opstand in Kyrene herdenkt.

In het laatste stukje van deze reeks – al heb ik morgen een “nabrander” – nog een woord over de wijze waarop de in de voorgaande stukjes (1, 2, 3, 4) beschreven geweld-gerelateerde ideeën binnen het jodendom bleven bestaan. Dat wil zeggen: in de tweede eeuw, nadat de christenen waren begonnen een eigen weg te gaan. Een probleem is hierbij dat de bronnen schaars zijn. Er is geen Josephus voor de oorlogen ten tijde van de keizers Trajanus en Hadrianus. Mijn achtste stelling is:

8. De verzetsideologie bleef bestaan in de tweede eeuw

Binnen het jodendom, voor zover we dat kunnen reconstrueren, lijken allerlei messiaanse ideeën te zijn blijven bestaan. Die hadden inmiddels vaak een anti-Romeinse inslag. Over Eindtijdideeën horen we weinig, maar dat kan komen door de bronnenschaarste.

Lees verder “Geweld in Judea (slot)”

Ugaritische mythologie

De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)
De god Ilu, gezeten op zijn troon, in gesprek met de koning van Ugarit. (Museum van Aleppo)

De Syrische havenstad Ugarit, gelegen tegen de Turkse grens aan, bloeide in de Late Bronstijd en ging ten onder in de chaotische eerste helft van de twaalfde eeuw v.Chr. De crisis wordt doorgaans geassocieerd met migrerende “Zeevolken” maar was veel complexer dan dat. Eric Cline houdt het er in zijn leuke boek 1177 op dat het Bronstijdsysteem instortte doordat er teveel interne samenhang was ontstaan, waardoor problemen die op één punt ontstonden, elders ook voelbaar werden, waardoor vele kleine crises elkaar konden versterken tot een wereldcatastrofe.

De archeologen die Ugarit opgroeven, troffen daar duizenden kleitabletten aan, die de polytheïstische godsdienst bleken te documenteren van de toenmalige Levant of, zoals het destijds heette, Kinahhu. Dat is het bijbelse “Kanaän” en de Ugaritische godenwereld bleek die te zijn waarin het joodse monotheïsme was ontstaan. Anders gezegd, door de vondsten in Ugarit begrijpen we meer van de rivalen van het jodendom, zoals de culten voor Ba’al en Asjera.

Lees verder “Ugaritische mythologie”

Factcheck: De slag bij Gibeon

Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)
Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Bijbelverhalen zijn vaak zo verschrikkelijk mooi. Hier is er een die altijd tot de verbeelding spreekt: Jozua, de aanvoerder van de Hebreeën, trekt ten strijde tegen vijf Amoritische koningen, kort nadat hij het land van Israël is binnengetrokken.

Na een nachtelijke mars vanuit Gilgal deed Jozua een onverwachte aanval op de vijanden en Jahwe bracht hen voor Israël in verwarring. Zo brachten de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag toe, achtervolgden hen de berghelling op naar Bet-Choron en bleven hen bestoken tot bij Azeka en Makkeda. Toen zij, vluchtend voor Israël, op de steile afdaling van Bet-Choron gekomen waren, liet Jahwe uit de hemel grote stenen op hen neerhagelen, die hen doodden. Dat duurde tot Azeka toe. Er stierven er meer door de hagelstenen dan de Israëlieten met het zwaard konden doden. (Jozua 10.9-11)

Hierna voegt de auteur iets toe dat hij lijkt te hebben ontleend aan een verder niet bekend Boek van de Rechtvaardige.

Lees verder “Factcheck: De slag bij Gibeon”