Abraham uit het Ur der Chaldeeën

Ur, met op de achtergrond de ziggurat

Het zal moeilijk te missen zijn: de paus is momenteel in Irak. Op de zaterdag waarop dit stukje online gaat zal hij in Najaf een ontmoeting hebben met de invloedrijke grootayatollah Ali al-Sistani, het “navolgenswaardig voorbeeld” (marja) voor sji’ieten in Irak, Libanon en Iran. Daarna reist hij – ik bedoel de paus – door naar Ur. Ik blogde al eens over het zogenaamde huis van Abraham, die door alle drie grote monotheïstische religies wordt beschouwd als voorvader.

De verhalen in Genesis zijn goed genoeg maar we hebben geen idee wanneer de man leefde. Het is ook eigenlijk de verkeerde vraag. Er is een keer een man Abraham geweest – de naam moet immers ergens vandaan komen – die voldoende interessant was om te onthouden en waarover men verhalen begon te vertellen. En verhalen aan toe te voegen die bij hem pasten. Hetzelfde geldt voor Isaak en Jakob, in Genesis gepresenteerd als zijn zoon en kleinzoon. Het drietal staat bekend als de aartsvaders.

Lees verder “Abraham uit het Ur der Chaldeeën”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Babel in Rotterdam

Babel (© AM)

Tegenover mijn huis aan de Amsterdamse Bilderdijkkade lag vroeger de werf van de gemeentereiniging. Toen die uit de woonwijk moest verdwijnen mochten de bewoners meedenken over wat ervoor in de plaats zou komen. Ze zouden ook als eersten mogen intekenen voor de nieuwbouw. Dat liep uiteindelijk op een schoffering van de geïnteresseerden, maar daar zag het aanvankelijk niet naar uit en ook ik heb destijds een voorstel gedaan, namelijk een 90 meter hoge toren op de blauwdruk van de Etemenanki in Babylon, de beroemde “toren van Babel”.

Dat flatgebouw is er dus niet gekomen, maar iemand anders heeft hetzelfde idee gehad. Binnenkort zien we aan de Lloydkade in Rotterdam wat Amsterdam-West mist. Het project heet BABEL en ik kan een zekere jaloezie niet onderdrukken.

Lees verder “Babel in Rotterdam”

Het tweede “Baptist Block”

Vespasianus (Archeologisch Museum, Vid)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over Johannes de Doper, de joodse boetgezant die de mentor is geweest van Jezus.  Ik heb al geschreven over de waterrituelen die in het jodendom dienden om cultische reinheid te herstellen, over Johannes’ executie, en over het eerste van de twee aan de bron Q ontleende “Baptist blocks” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Wat ons logischerwijs brengt bij het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19).

Johannes de Doper is in de gevangenis, lezen we, en heeft verhalen over zijn oud-leerling gehoord. Simpel gezegd: Johannes had op één punt staan preken en de mensen waren naar hem toegekomen, Jezus had de boodschap – God staat op het punt persoonlijk de wereld te gaan regeren – overgenomen en had besloten rond te trekken om de mensen in hun eigen dorpen en steden op de hoogte te brengen van wat er te gebeuren stond. Hij zette zijn verhaal kracht bij met genezingen, wat in de Oudheid een garantie was dat iemand sprak met gezag.

Lees verder “Het tweede “Baptist Block””

Het eerste “Baptist Block” (2)

Grafsteen van Autronius Bassus van de Cohors Italica (Tyrus)

Nu u in het vorige stukje hebt gezien dat Matteüs en Lukas overeenkomsten hebben, en we dus mogen aannemen dat er een gemeenschappelijke bron is (namelijk Q), kunnen we ook constateren dat er een verschil is. Bij Lukas richt Johannes zich nog enkele keren tot mensen, tollenaars en soldaten. Matteüs vermeldt niets. Er zijn twee opties: óf Lukas voegt iets toe óf Matteüs laat iets weg.

Dit is een superbelangrijke kwestie. Als Johannes zich namelijk werkelijk richtte tot soldaten, was hij van mening dat er bij het naderende Laatste Oordeel ook redding mogelijk was voor niet-Joden. Welke soldaten kunnen er immers aan de Jordaan hebben gestaan? We kennen vijf van de zes legereenheden die in aanmerking komen. Om te beginnen waren er de Ala I Sebastenorum en de Cohors I Sebastenorum, een ruiterij- en een infanterie-eenheid uit Samaria, vrijwel zeker gelicht door koning Herodes. Verder kennen we de Cohors (Prima) Italica Civium Romanorum, de Cohors Secunda Italica Civium Romanorum en de Cohors Prima Augusta. Deze drie eenheden kwamen uit Italië. Het waren geen Joden tot wie Johannes sprak. Althans, als Matteüs iets uit Q heeft weggelaten, Lukas iets uit Q heeft overgeschreven én het betrouwbaar is.

Lees verder “Het eerste “Baptist Block” (2)”

Het eerste “Baptist Block” (1)

Synopsis van drie parallelle evangelieteksten

Ik begon vorige week aan wat ik maar even een systematische verkenning van alle informatie over Johannes de Doper zal noemen. Ik behandelde vorige week al de opening van het Marcus-evangelie, waarin ik de Doper plaatste in de context van de joodse rituele baden. Een verschil dat ik toen had kunnen noemen, maar vergat, was dat die joodse baden meer dan eens kunnen worden genomen terwijl het doopritueel dat van Johannes via Jezus naar het christendom is gekomen, een eenmalige handeling is.

Vandaag wil ik ingaan op eerste van de twee zogeheten “Baptist blocks” uit Q, de bron met uitspraken van Jezus – echt of onecht maar in elk geval vrij oud – die is gebruikt door Matteüs en Lukas. Concreet heb ik het nu over Matteüs 3.7-12 en de parallel in Lukas 3.7-18. Voor de aardigheid zet ik ze eens (als in een synopsis) naast elkaar, zodat u kunt zien hoe nauw de parallellen zijn. Het komt overigens uit de Nieuwe Bijbelvertaling.

Lees verder “Het eerste “Baptist Block” (1)”

Johannes de Doper en de mikvaot

Een ritueel bad in Jeruzalem, vlakbij de tempel; het hekje middenin moest mensen die ritueel nog niet rein waren gescheiden houden van degenen die al hadden gebaad.

Het is verleidelijk naar Johannes de Doper te kijken als voorloper van Jezus van Nazareth, maar dan lopen we – en ik bedoel dit niet negatief – in een christelijke val. Het zijn de evangeliën die de Doper zo presenteren, maar Johannes was geen christen. Zijn wereld was die van het Tempeljodendom, waarin hij een eigen positie had. Ik heb al enkele keren over deze fascinerende figuur geblogd (historische accuratesse, zwoele verleidster, James Bond) en zal het nu wat systematischer doen.

Bronnen

Er zijn diverse bronnen. Om te beginnen het Marcus-evangelie: Marcus 1.2-9, waarover ik vandaag blog, en 6.14-29 (de executie), met daarbij Lukas 1.5-25 (de hoorn der redding) en 39-80. Uit de bron Q zijn er de prediking die bekendstaat als “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18) en Jezus’ oordeel over Johannes in het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19). Dan zijn er nog een korte eigen traditie van Lukas (3.10-14) en een verhaal over de betrekkingen tussen Jezus’ en Johannes’ leerlingen in Handelingen 19.1-7. In het evangelie van Johannes doopt Johannes de Doper niet (Johannes 1.19-42). Flavius Josephus vermeldt de Doper eveneens (Joodse Oudheden 18.116-119).

Lees verder “Johannes de Doper en de mikvaot”

De Rechte Weg

De Rechte Weg in Damascus

Eind vorig jaar ben ik begonnen aan een reeks waarin ik het Nieuwe Testament doorneem zonder me al teveel te bekreunen om latere christelijke interpretaties, terwijl ik wel probeer uit te vissen wat een Joodse lezer ervan zou hebben gedacht. Ik heb geen idee welke kant die reeks op gaat, maar zolang het denkbaar is dat een oudhistoricus in een boek over Petrus wél de westerse tradities bekijkt maar niet de Aramese uitleg of de joodse context, staat de zin van mijn exercitie buiten kijf. Omdat ik de proloog van het Johannesevangelie, het kerstverhaal volgens Lukas en het begin van het Matteüsevangelie al heb behandeld, vandaag Marcus.

Het tweede en eerste evangelie

In uw Bijbel is Marcus het tweede evangelie, omdat de kerkvader Augustinus meende dat het een uittreksel was van Matteüs, het eerste evangelie. In feite is dit het oudste evangelie. Amerikaanse onderzoekers plaatsen het meestal kort na 70 n.Chr. omdat er een voorspelling in staat van de val van Jeruzalem en correcte voorspellingen doorgaans ná de gebeurtenissen worden opgeschreven; Europese onderzoekers denken eerder dat iedereen die de krant las de gebeurtenis kon zien aankomen en plaatsen het evangelie kort voor 70.

Lees verder “De Rechte Weg”

De niet-kerstster

Munt van Bar Kochba met de tempel en de messiaanse ster (British Museum, Londen)

Nee, er waren geen Drie Koningen bij de geboorte van Jezus. En ook geen Drie Wijzen. En evenmin was er een ster. Ik weet het, ze staan allemaal in elke kerststal, samen met een ouderlijk paar, een baby Jezus, een os, een ezel, een kudde schapen, minimaal één engel en een onbepaald aantal herders. Maar hoe charmant kerststalletjes ook zijn, opgemeld drietal heeft niets met de geboorteverhalen te maken. In de middeleeuwse volkscultuur zijn twee tradities samengevoegd die weinig met elkaar te maken hebben.

Brefos en paidion

Lukas beschrijft in zijn evangelie Maria’s zwangerschap, een volkstelling, een tocht van Nazaret naar Bethlehem, geen plaats in de herberg, de geboorte en de herders. In dit verhaal is sprake van een baby, brefos. Niets van dat alles bij Matteüs, waar Maria in een huis in Bethlehem woont als de oosterse wijzen haar kind komen vereren. Het kind is geen brefos meer maar is al een paidion. Dat woord beschrijft een oude baby of een jonge peuter, laten we zeggen een kind van tussen de zes maanden en twee jaar. Matteüs geeft dit ook aan als hij het heeft over de kindermoord: de slachtoffers waren geen baby’s maar kinderen tot twee jaar.

Lees verder “De niet-kerstster”

Besnijdenis des Heren

Maria met kind (Catacomben van Priscilla, Rome)

Dat Jezus een Jood was, zal geen weldenkend mens ter discussie stellen. Lukas, wiens evangelie ik de laatste tijd aan het becommentariëren ben, vermeldt dat de baby op de achtste dag door de besnijdenis werd opgenomen in het Verbondsvolk en de naam Jezus kreeg (Lukas 2.21). Het is onmogelijk het belang van deze passage te overschatten. “Wie niet op de achtste dag wordt besneden, is geen kind van het Verbond dat de Heer sloot met Abraham,” lezen we in Jubileeën, “maar behoort tot de kinderen der vernietiging.” De auteur is er overigens ook zeker van dat de engelen besneden waren geschapen.

Het belang van de besnijdenis stond niet ter discussie, maar de rabbijnse literatuur kent wel wat discussie over detailkwesties, waarvan sommige voorspelbaar zijn: mag je bijvoorbeeld een baby besnijden op de sabbat? Ondanks deze kwesties stond niet ter discussie dat, althans voor mannelijke Joden, de besnijdenis de duidelijkste scheidslijn was tussen enerzijds het Verbondsvolk en anderzijds de Grieken en Romeinen. Uit de Griekse en Latijnse bronnen weten we dat de andere bewoners van het Middellandse-Zee-gebied de besnijdenis ook herkenden als een Joodse gewoonte. Lukas presenteert Jezus dus, voor iedereen begrijpelijk, als Jood.

Lees verder “Besnijdenis des Heren”