De geboorteplaats van Paulus

Tarsos

Wie ooit Jeruzalem heeft bezocht, kent pater Jerome Murphy-O’Connor, de auteur van de enthousiasmerende archeologische reisgids waarmee duizenden bezoekers hun bezoek aan de stad diepgang gaven. Wat je ook denkt van de archeologie in Israël, met Father Jerry was het in elk geval nooit saai. Dat geldt ook voor zijn hypothese dat de apostel Paulus niet afkomstig zou zijn uit de stad Tarsos in Cilicië maar uit Gischala in Galilea.

Hieronymus’ alternatief

Dat idee is op het eerste gezicht wat vreemd. In zijn eigen brieven noemt Paulus zijn vaderstad weliswaar niet, maar de auteur van de Handelingen van de Apostelen, “Lukas”, vermeldt Tarsos herhaaldelijk. Lukas’ Paulus identificeert zichzelf bijvoorbeeld als “Ik ben een Jood uit Tarsos in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad.”noot Handelingen 21.39; NBV21. Vgl. Handelingen 9.11 en 22.3. Nu wijkt het beeld van Paulus in de Handelingen weleens af van dat in Paulus’ eigen brieven, dus enige twijfel is gerechtvaardigd – zoals bij alle antieke teksten. Dat legitimeert dat Murphy-O’Connor serieus omzag naar een opmerking in Hieronymus’ laatantieke commentaar op Paulus’ Brief aan Filemon. Hier is de vertaling van Paul Leunissen, die me een tijdje geleden een artikel toestuurde dat hij aan de kwestie had gewijd.

Lees verder “De geboorteplaats van Paulus”

Duivelskinderen

Johannes Chrysostomos

Het volgende blogje zal u wellicht voorkomen als overbodig: ik betoog dat Joden geen duivelskinderen zijn. Dat haal je de koekoek, zult u zeggen, en u heeft gelijk, maar het kan desondanks geen kwaad te schrijven over een beruchte passage uit het Evangelie van Johannes. Weliswaar denk ik dat zelfs de grootste antisemiet niet denkt dat Joodse vrouwen werkelijk seksuele omvang hebben met duivels, maar er zijn nog altijd mensen die de antijoodse polemiek in het Nieuwe Testament niet ervaren als problematisch.

Nakomelingen van Abraham

De tekst in kwestie is te vinden in het Evangelie van Johannes. Jezus heeft zichzelf gepresenteerd als het licht van de wereld, heeft zich met een grap afgemaakt van de kritiek en heeft mensen opgeroepen tot hem te komen. “Toen hij deze dingen zei,” noteert de evangelist, “kwamen velen tot geloof in hem.” En dan gebeurt er iets vreemds.

Lees verder “Duivelskinderen”

Petrus in Rome (1)

Petrus (Agoramuseum, Athene)

Ik merkte vorige week terloops op dat we feitelijk niet weten wat er is geworden van Petrus na zijn verblijf in Antiochië. Ik kreeg de terechte opmerking dat allerlei antieke bronnen vertellen dat Petrus was in Rome, waar ook zijn graf wordt aangewezen in (of beter: onder) de Sint-Pietersbasiliek. Dit is interessante materie, en dit blogje groeide als vanzelf.

De bronnen

De informatie over Petrus’ optreden na de kruisiging komt erop neer dat hij als een van de eersten verkondigde dat Jezus was opgestaannoot 1 Korintiërs 15.5; Lukas 24.34; Johannes 21.1-14. en dat hij een rol speelde in de jonge kerknoot Galaten 1.18; Galaten 2.7-9. of daar zelfs leiding aan gaf. noot Handelingen 1.15-12.18. Ik verklap geen geloofsgeheim als ik vertel dat Petrus in Antiochië ruzie kreeg met Paulus.noot Galaten 2.11-14. De rotskerk die in Antiochië wordt toegeschreven aan Petrus, is als gebouw jonger, en de toeschrijving zelf is nog veel jonger.

Lees verder “Petrus in Rome (1)”

Paulus in Spanje

Vijfde-eeuwse joodse inscriptie (Archeologisch Museum, Mérida)

De apostel Paulus lijkt rond het jaar 56 na Chr., toen hij op reis was door Griekenland, het voornemen gehad te hebben om nog eens verder te gaan naar Rome. Ter voorbereiding van dat bezoek schreef hij aan de plaatselijke christelijke gemeenschap de Brief aan de Romeinen. Aan het einde vertelt hij:

Ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd, en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga.noot Romeinen 15.23-24; NBV21.

Dat hij vanuit Griekenland – mogelijk iets preciezer: Korinthe – door wilde reizen naar Italië en Spanje, paste uitstekend bij Paulus’ ambitie het christendom te verspreiden. Maar je vraagt je af hoe hij dat wilde aanpakken. Je krijgt uit Paulus’ brieven de indruk dat hij een heel netwerk van mensen had, joden en godvrezenden, op wie hij overal kon terugvallen. Maar had hij zulke contacten ook in het verre Spanje? Had hij daar, om zo te zeggen, al wat logeeradressen?

Lees verder “Paulus in Spanje”

Het verloren schaap

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het is zondag, dus ik blog over het Nieuwe Testament: zo’n fijne bron voor het leven van gewone mensen in de Romeinse wereld. Vandaag het verloren schaap, dat een rol speelt in Jezus’ prediking.

Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben.”noot Lukas 15.4-7.

Lees verder “Het verloren schaap”

Maria en Marta en genderrollen

Twee zussen uit Palmyra (Altes Museum, Berlijn)

Over het lezen van antieke teksten zei een wijze classicus me ooit dat je niet alleen moet kijken naar wat er staat, maar vooral naar wat er niet staat. Ik heb het nooit beter geformuleerd gehoord. Het slaat niet alleen op onderdrukte perspectieven, maar ook op impliciet aanwezige kennis van de cultuur die de schrijver deelt met zijn doelgroep. Hieronder is een voorbeeld, en omdat het Pinksterzondag is haal ik dat uit het Nieuwe Testament, meer precies uit het verhaal van Maria en Marta uit het Lukas-evangelie.

  1. Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar een vrouw die Marta heette hem gastvrij in haar huis ontving.
  2. Haar zus, Maria, ging aan de voeten van de heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten.
  3. Ze ging naar Jezus toe en zei: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zus mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.”noot Lukas38-40; NBV21, met een aanpassing.

Lees verder “Maria en Marta en genderrollen”

Veertig dagen vóór Hemelvaart

Armeense afbeelding van de hemelvaart (Noravank)

Als de techniek een beetje werkt, gaat dit blogje op donderdagmorgen automatisch online. Ik heb dit stukje wat langer geleden voorbereid omdat ik momenteel in Spanje ben, ter voorbereiding van een boek dat ik aan het maken ben over de laatste jaren van Julius Caesar. Zoals ik al eens schreef, kende ik de regio rond Lleida nog niet, en daarom ben ik nu dus daar. Althans, als alles volgens plan is verlopen, maar de treinen en bussen functioneren hier doorgaans goed.

Hemelvaart

Ter zake: het is Hemelvaartsdag. Dat is een wat ongemakkelijk christelijk feest. Immers, als het graf leeg was en Christus was opgestaan, en als Christus goddelijk was, waarom was hij er dan niet meer? Het logische antwoord is dan: omdat hij ten hemel is gevaren. Het problematische is dat slechts één auteur deze gebeurtenis vermeldt, namelijk de auteur van de Handelingen van de Apostelen, het vervolg op het Evangelie van Lukas. En één bron is geen bron.

Lees verder “Veertig dagen vóór Hemelvaart”

Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

Pontius Pilatus (4) Jezus

Jezus voor Pilatus, zesde-eeuws handschrift

[Dit is het vierde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Van de diverse gebeurtenissen uit het gouverneurschap van Pontius Pilatus is de rechtszaak tegen Jezus natuurlijk het best geattesteerd en het beroemdst. Er zijn niet minder dan vier onafhankelijke verslagen: in chronologische volgorde zijn dat het evangelie van Marcus, de Joodse Oudheden van Flavius Josephus, het evangelie van Johannes en de Annalen van de Romeinse geschiedschrijver Publius Cornelius Tacitus. De lijdensverhalen van de evangelisten Matteüs en Lukas zijn afgeleid van dat van Marcus, maar bevatten informatie die authentiek zou kunnen zijn.

Jezus’ vergrijp

Op het eerste gezicht is het vreemd dat de Joodse leiders, met name de hogepriester Kajafas, Jezus overdroegen aan Pontius Pilatus. Natuurlijk had Jezus het komende Koninkrijk van God voorspeld, en ook had hij op het Tempelterrein de banken van de geldwisselaars omvergeworpen, maar eschatologisch gespeculeer en vandalisme waren geen redenen voor een executie. Wie in de joodse Tempel de regels overtrad, kreeg stok- of zweepslagen.

Lees verder “Pontius Pilatus (4) Jezus”

De Tempelreiniging

Tyrische sjekel (Nationaal Museum, Beiroet)

Zoals u wellicht weet, heeft Jezus van Nazaret op zeker moment de geldwisselaars weggeranseld van het terrein rond de tempel in Jeruzalem. De gebeurtenis staat bekend als de Tempelreiniging. Hier is het verhaal volgens Marcus.

Jezus ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: “Staat er niet geschreven: ‘Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!”

Toen de hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was, zochten ze naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen.noot Marcus 11.15-18; NBV21.

Matteüs en Lukas vertellen ruwweg hetzelfde, de evangelist Johannes biedt andere informatie:

Lees verder “De Tempelreiniging”