Het Chocolademuseum van Keulen

De cacao-oogst bij de Maya’s (Chocolademuseum, Keulen)

Keulen bezit een Dom, musea voor oude en moderne kunst, een dozijn romaanse kerken, een schitterende spoorwegbrug, een beroemd carnaval en een Chocolademuseum. Ik belandde er eigenlijk bij toeval, omdat T. (10½) er graag naartoe wilde. T. bleek een goede keuze te hebben gemaakt. Het was niet alleen een leuk museum waar kinderen plezier aan beleven, het bleek ook een goed museum: niet alleen met liefde en enthousiasme gemaakt, maar ook met kennis van de museale dilemma’s, waar men verstandig mee is omgegaan.

Het Chocolademuseum heeft vier afdelingen met elk een eigen thema. Op de begane plaatst het museum de cacaoboom in zijn historische en ecologische context. Er is dus ook aandacht voor de verspreiding vanuit Centraal-Amerika naar de Filipijnen en Afrika, en voor de zeventien duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. Dit was allemaal goed uitgelegd en verhelderend. Enkele bomen zijn te zien in een tropische kas. Ik vond het leuk te ontdekken dat ook de ara, de luiaard, de toekan en nog enkele andere dieren houden van cacao. Ik was onder de indruk van de eerlijkheid waarmee het museum vertelde dat veel boeren gevangen zitten in een vicieuze cirkel van armoede en onderontwikkeling, en begon te denken: dit is een goed museum.

Lees verder “Het Chocolademuseum van Keulen”

De Bagdadspoorlijn

Monument voor de doden, gevallen bij de aanleg van de Bagdadspoorlijn

Je zoekt iets en vindt iets anders. Een kwart eeuw geleden reden mijn zakenpartner en ik ergens door het Taurusgebergte, in het voetspoor van Alexander de Grote, zoekend naar de Cilicische Poort. Pas laat op de middag begrepen we dat we er al vier keer langs waren gereden zonder te herkennen dat de ooit nauwe pas dankzij dynamiet was veranderd in de doorgang van een autosnelweg. In de tussentijd hadden we wel iets ongezochts gevonden: een grafmonumentje voor de Duitsers die hier een eeuw eerder waren overleden bij de aanleg van de roemruchte Bagdadspoorlijn.

De Bagdadspoorlijn

We kenden het politieke project waarmee de Duitsers en Ottomanen een landweg wilden openen van de Middellandse Zee naar de Perzische Golf en de Indische Oceaan. Het was een voor de hand liggend alternatief voor het Suezkanaal, dat in handen was van de Britten. Keizer Wilhelm II en sultan Abdulhamid II waren dan ook niet de eersten die het belang van zo’n landroute begrepen. Een halve eeuw eerder, nog vóór de eerste spa voor het Suezkanaal in de grond was gegaan, had Austen Henry Layard hetzelfde al bedacht. Hij kende ook de bezwaren al: er zouden mensen langs zo’n route moeten wonen om de reizigers te helpen aan alles wat bij hun reis nodig was, en Irak was heel dun bevolkt. Hij groef dus de Assyrische hoofdsteden op om te bewijzen dat hier steden konden bestaan. Lees verder “De Bagdadspoorlijn”

Verwoest Dresden

Schlachthof 5, Dresden

Zoals u uit mijn blogje over Winckelmann in Dresden al kon opmaken, breng ik mijn zomervakantie door in “het Florence aan de Elbe”, de hoofdstad van het oude keurvorstendom en hedendaagse Bundesland Saksen. In de eerste helft van de achttiende eeuw was Dresden een van de grote Europese cultuurcentra. Denk aan de late barok. Ik heb in de Mathematisch-Physikalischer Salon prachtige wetenschappelijke instrumenten gezien; de toenmalige Antikensammlung vormde de grondslag voor het classicisme; de huidige bezoeker vergaapt zich aan het Residenzschloss en de Frauenkirche; de schilderijencollectie bevat schitterende doeken en, oké, ook wat minder geslaagde schilderijen. Maar een mens blijkt zelfs aan Anton Raphaël Mengs te kunnen wennen. Het achttiende-eeuwse Dresden was prachtig.

Maar aan alles komt een einde. In 1756 brak de Zevenjarige Oorlog uit. Koning Frederik II van Pruisen liet de vijandelijke hoofdstad beschieten, eindeloos lang, en verwoestte de stad. Hoewel Saksen zonder gebiedsverlies uit de oorlog kwam, heeft het keurvorstendom zich nooit meer van de Zevenjarige Oorlog hersteld.

Lees verder “Verwoest Dresden”

Winckelmann in Dresden

Winckelmann (Japanisches Palast, Dresden)

Genieën worden gewoon geboren, net als iedereen. Ze worden pas geniaal als ze een onderwerp hebben waarop ze hun genialiteit kunnen uitleven. Dat geldt ook voor de kunsthistoricus Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), die een heel arme jeugd heeft gehad. Toen hij eenmaal wat geld verdienen kon met het geven van bijles, moest hij de helft afstaan aan zijn ouders in het armenhuis. Hij kon echter een Latijnse school bezoeken en wist genoeg te sparen om twee jaar te studeren in Halle en twee jaar in Jena. Evengoed leefde hij van de bedeling. Een baan als huisleraar volgde, en een betrekking als conrector van een Latijnse school was de volgende stap. Het was een leven van hard werken en roofbouw op zijn gezondheid, maar hij ontgroeide de armoede.

Bibliotheekmedewerker

Alles veranderde in 1748, toen hij als bibliotheekmedewerker in dienst trad van graaf Heinrich von Bünau. Deze had zich drie jaar eerder teruggetrokken uit het openbare leven en leefde nu in kasteel Nöthnitz op een anderhalf uur wandelen van de barokstad Dresden. Daar werkte hij aan een Genaue und umständliche teutsche Kayser- und Reichshistorie, waarvan al vier banden waren verschenen. Nu hij alle tijd had, wilde hij het geschiedwerk afronden en hij was inmiddels bezig met de geschiedenis van de in de tiende eeuw aangetreden Ottoonse Dynastie. Veel succes heeft hij niet gehad bij die arbeid, want er is geen nieuw deel van de Reichshistorie meer verschenen.

Lees verder “Winckelmann in Dresden”

De eerste Baiuvaren (2)

Schildbeslag van een Baiuvaarse krijger (Archäologische Staatssammlung, München)

[Dit is het tweede deel van Josine Schrickx’ blogje over de vroegste teksten over de Baiuvari, de zesde-eeuwse bewoners van wat nu Beieren heet. Het eerste was hier.]

Fredegar

Bij de volgende passage uit het lemma in de Thesaurus Linguae Latinae bevinden we ons buiten de eigenlijke tijdsgrens van dat project, die ligt rond 600 na Chr. Het komt volgende fragment komt uit de Kroniek van Fredegar, die dateert uit de tweede helft van de zevende eeuw:

Lees verder “De eerste Baiuvaren (2)”

De eerste Baiuvaren (1)

Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)

In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.

In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).

Lees verder “De eerste Baiuvaren (1)”

De luchtbrug naar Berlijn (3)

De landingsbaan van Tempelhof, Berlijn

[Dit is het derde blogje over de Luchtbrug naar Berlijn. Het eerste blogje was hier.]

De zwarte markt in Berlijn

Hoewel de Luchtbrug dus etenswaren, kolen, hout en aggregaten binnenvloog, was het maandenlang onvoldoende. De hele winter door waren de rantsoenen te klein en de huizen te koud. Veel West-Berlijners zochten langs de rand van de stad naar brandstof, zoals hout, en voedsel. Daarvoor overschreden ze regelmatig de grens met de Sovjet-bezettingszone, waardoor deze hongertochten niet zonder gevaar waren. Agenten van wat later de DDR zou zijn, namen goederen in beslag en in de bossen lagen blindgangers. Er ontstond een levendige zwarte markt waar, omdat er drie soorten mark waren met voortdurend veranderende wisselkoersen, de sigaret de voornaamste rekeneenheid was.

Het grote plaatje

Berlijn was maar één plaats waar de confrontatie tussen de communistische en kapitalistische systemen werd uitgevochten. Vier dagen nadat de Sovjets de elektriciteit hadden afgesneden en de blokkade waren begonnen, verplaatste de Amerikaanse president Truman niet minder dan zestig B29-bommenwerpers naar West-Europa. Dat is, zoals u correct constateerde, het vliegtuigtype dat werd gebruikt bij het transport (en de inzet) van atoombommen. Stalin begreep hierdoor dat verdere escalatie te riskant was. De westerse geallieerden stelden ook een tegen-blokkade in door handel met de Sovjet-bezettingszone te verbieden.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (3)”

De luchtbrug naar Berlijn (2)

De instructies voor piloten, betrokken bij de Luchtbrug naar Berlijn

[Dit is het tweede blogje over de Berlijnse Luchtbrug. Het eerste blogje was hier.]

De blokkade van Berlijn, zoals gezegd rond 24 juni 1948 begonnen, trof vooral de arme bewoners hard. Dit was een fors deel van de bevolking, aangezien veel mannen nog in krijgsgevangenschap waren en lang niet elke vrouw kostwinner kon zijn. We moeten ons een stad voorstellen waarin vrouwen een voor die tijd heel grote rol in het openbare leven hadden, en daarnaast zorg hadden voor én hun kinderen én de armen: vluchtelingen, ouden van dagen, weduwen en wezen, mensen met oorlogswonden.

Hoewel er vrijwel onmiddellijk voedseluitdelingen kwamen, zat er voor arme West-Berlijners weinig anders op dan zich te registeren in het oosten. Dat je daarom in het westen met je nek werd aangekeken, namen de hongerenden maar op de koop toe. Erst kommt das Fressen dann die Moral. Zolang mensen met bonkaarten in de beter voorziene oostelijke winkels allerlei producten konden krijgen, was er feitelijk geen alternatief voor registratie.
Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (2)”

De luchtbrug naar Berlijn (1)

Henry Ries’ beroemde foto van de luchtbrug naar Berlijn

Een kleine twee jaar geleden was ik een paar dagen in Berlijn. Er was een expositie over Oezbekistan. Het hoogtepunt van de reis was echter de dag waarop we fietsen huurden en een tochtje maakten langs enkele locaties uit de Koude Oorlog. Iets wat ik al heel lang wilde. Vandaag dus een blogje over de Luchtbrug.

Terug naar 1945. De geallieerden hadden Duitsland verslagen, de Duitse industrie was kapotgebombardeerd, ook andere economische sectoren waren beschadigd en de Reichsmark was niets waard. Er was tekort aan levensmiddelen, aan brandstof en vanzelfsprekend aan woonruimte. Talloze mannen waren in krijgsgevangenschap en de wederopbouw verliep heel langzaam. U kent waarschijnlijk de filmbeelden wel van de Berlijnse vrouwen die de gebombardeerde stad aan het opruimen zijn.

Lees verder “De luchtbrug naar Berlijn (1)”

Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (2)

Het beeld van Spes in het huis van Wilhelm von Humboldt in Tegel, Bertel Thorvaldsen, ca. 1817

[Dit is het laatste van twee blogjes over het kasteel Tegel van Wilhelm von Humboldt. Het eerste was hier.]

Net als een klassieke tempel is het kasteel van  Wilhelm von Humboldt kasteel bedoeld als een plaats van transformatie, waarbij het werkelijke een symbool wordt van het hogere. Daarbij is er geen verschil tussen zijn kunstfilosofie en zijn Bildungsfilosofie. “Zichzelf zo tot een symbool van het universum te herscheppen, dat zou de hoogste opgave van de mensheid zijn”: het is een gedachte die “sinds langere tijd mijn lievelingsidee is en voor mij de sleutel van al wat bestaat”.

Het ging Humboldt om de

betrokkenheid op een bovenaardse wereld, die elk naar de aard van zijn geest op een zinnelijke of meer vergeestelijkte wijze, letterlijk of symbolisch kon beschouwen.

Lees verder “Het Humboldtmuseum of de uitvinding van de timocratie (2)”