Imperator, Mynkd, MNKDH

Een vroege Romeinse generaal in Spanje voert de titel inpeirator = imperator (Louvre, Parijs)

Romeinse keizers hadden de gewoonte om in inscripties aan hun namen ook een stuk of wat titels toe te voegen: zoveel keer consul, aangewezen voor een volgend consulaat, in het zoveelste jaar met de bevoegdheden van tribuun en zo-en-zo vaak imperator. Dat laatste woord betekent “bevelhebber”, en was een eretitel die een leger bij acclamatie kon verlenen aan een zegevierende generaal.

De eerste deze titel kreeg, was Scipio Africanus, nadat hij tijdens de Tweede Punische Oorlog de Karthaagse bezittingen in Iberië had veroverd.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.40.2-5. De Spaanse soldaten, die eerst de Karthagers hadden gediend maar naar de Romeinen waren overgelopen, wilden Scipio een titel geven die in onze Griekse en Latijnse bronnen wordt weergegeven met een woord dat “koning” betekent. Die titel was echter onaanvaardbaar voor een Romeinse republikein, en dus werd Scipio uitgeroepen tot imperator.

Lees verder “Imperator, Mynkd, MNKDH”

Theodomir

Zomaar mooi kapiteel uit het Rijk van Toledo (Archeologisch museum, Mérida)

Een tijdje geleden postte ik enkele blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland in 711 na Chr. Simpel samengevat stak generaal Tariq ibn Ziyad vanuit de Maghreb over naar Andalusië, waar hij Roderik versloeg, de koning van het Rijk van Toledo. Na dit eerste succes arriveerde een tweede Arabische strijdmacht, en vervolgens liepen de twee legers de regio volledig onder de voet. De verovering werd vereenvoudigd door verdragen te sluiten met lokale leiders, zoals een zekere Theodomir. Die erkende de Arabieren als gezaghebbers en kreeg in ruil erkenning als heerser van het zuidoosten van Spanje.

Voor mijn eerdere blogjes was Theodomir niet meer dan een voorbeeld van het soort verdragen dat de Arabieren sloten om hun gezag te vestigen. Er valt echter meer over deze man, die zo mooi de overgang van Late Oudheid naar Middeleeuwen markeert, te vertellen. Maar eerst iets over de context: wat de laatste generatie zou blijken te zijn van het Rijk van Toledo. En voor we dáár aan toekomen, moet ik nog wat verder terug, namelijk naar het midden van de zesde eeuw.

Lees verder “Theodomir”

De Vandalen in Andalusië

Munt van Vespasianus, voorzien van het getal 83; het gaat om oude munt die in Vandaals Andalusië is omgerekend naar een laatantieke muntstelsel (Bode-Museum, Berlijn)

Al een paar keer heb ik geschreven dat de Vandalen, komend vanuit Centraal-Europa, zich begin vijfde eeuw vestigden in Andalusië en in 429 na Chr. daarvandaan overstaken naar de Maghreb. Daar namen ze in 431 de havenstad Hippo Regius in om acht jaar later ook Karthago te veroveren en een eigen koninkrijk te stichten. Over het Vandaalse verblijf in Andalusië heb ik nooit echt geschreven, maar er zijn interessante dingen over te vertellen.

Eén vraag is bijvoorbeeld hoeveel mensen er nou eigenlijk naar Andalusië kwamen. Niet heel veel in elk geval. De Spaanse oudhistoricus Javier Arce houdt het op zo’n 50.000 mannen, vrouwen, kinderen, lijfeigenen, slaven en andere onvrije arbeiders. Op het Iberische Schiereiland woonden op dat moment zo’n zes miljoen mensen, dus het is niet vreemd dat de Vandaalse aanwezigheid geen sporen heeft achtergelaten.

Lees verder “De Vandalen in Andalusië”

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (2)”

Een geschiedenis van El-Andalus (1)

Deze zomer blogde ik enkele keren over de geschiedenis van El-Andalus, zoals ik het zuidelijke deel van het Iberische Schiereiland in de Middeleeuwen noem. Dat je het niet Spanje kunt noemen, is logisch: er is immers ook Portugal. Dat je het niet Arabisch Iberië kunt noemen, is ook logisch, want ook al was Arabisch de kanselarijtaal, er leefden ook Berbers en mensen die ik maar even “post-Romeins” zal noemen. Daaronder waren mensen die zichzelf identificeerden als Visigoten en Byzantijnen.

Islamitisch Spanje?

Je kunt El-Andalus ook aanduiden als “islamitisch Spanje”, maar ik heb nooit veel gezien in die naam. Toen ik begin jaren negentig mijn scriptie schreef over de romanisering en arabisering van Iberië, had ik niet het idee dat de islam erg belangrijk was. Eén reden is dat onze bronnen de Arabische verovering van El-Andalus nergens typeren als een overwinning voor het geloof. Het was een extreem succesvolle plundercampagne, niet méér.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (1)”

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Lees verder “Tweeënzeventig uur Spanje (1)”

Spanje tussen twee werelden

Spaanse manuscript met de tekst van de Griekse auteur Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Ik heb u de afgelopen maand meegenomen door de geschiedenis van het Iberische Schiereiland, vooral Spanje, in de tweede helft van het eerste millennium, met vooraf twee stukken over het Rijk van Toulouse en achteraf twee stukken over de Almoraviden en Almohaden. Ze gaan terug op een deel van de scriptie die ik in 1993 inleverde in Leiden; daarin stelde ik de vraag waarom de Romeinse samenleving de Visigotische invasie kon absorberen en waarom de Arabische samenleving dat niet kon doen met wat ik gemakshalve maar even de Reconquista zal noemen.

Ik concludeerde destijds dat de druk om je aan te passen aan de Romeinse habitus groter was dan de druk om je aan te passen aan de Arabische, maar die stof laat ik nu rusten. Om te beginnen omdat de analyse ongeschikt is voor een blog en verder omdat tegenwoordig niet ter discussie staat dat de Visigoten al vóór hun aankomst op het Iberische Schiereiland waren geromaniseerd. Liever eindig ik met een ietwat voorspelbare dubbele observatie.

Lees verder “Spanje tussen twee werelden”

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Lees verder “De Almohaden”

De Almoraviden

Watermolen uit Córdoba

Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de geschiedenis van het Iberische Schiereiland in de tweede helft van het eerste millennium. Ik noemde de post-Romeinse staat van de Visigoten, het Rijk van Toledo, en ik vertelde over de Arabische verovering in 711. Daarna behandelde ik het ontstaan van het Emiraat van Córdoba, zijn bloeiperiode als kalifaat, de positie van de christenen in het Emiraat, en ten slotte was er een intermezzo over Asturië. Het verhaal eindigde rond het jaar 1000, toen een crisis in El-Andalus leidde tot het uiteenvallen van het Kalifaat in een stuk of dertig deelrijkjes, de zogeheten Eerste Taifas. Vandaag herneem ik dat verhaal.

Culturele bloei

Eerst dit: een eenheidsstaat die uiteenviel in deelrijken, wordt in de Europese historiografische traditie vaak getypeerd als een periode van neergang. Het klassieke voorbeeld is de geschiedenis van Egypte, met rijken en tussentijden. Deze (vaak impliciete) beoordeling zegt meer over de tijd waarin de Europese historiografische traditie is ontstaan: de negentiende eeuw, toen men overal streefde naar een sterke eenheidsstaat. In werkelijkheid was er vaak geen noemenswaardige afname van de welvaart en ging het culturele leven gewoon verder. Dat geldt ook voor Iberië, waar bijvoorbeeld de Aljafería, een paleis in Zaragoza, de bloei van de hofcultuur documenteert.

Lees verder “De Almoraviden”

Asturië

Kerk van het Heilig Kruis, Castañeda (Asturië)

In de inmiddels veertien delen tellende reeks blogjes over de laatantieke en middeleeuwse geschiedenis van het Iberische Schiereiland, heb ik Asturië tot nu toe overgeslagen. Eén reden is dat ik er nooit ben geweest, een tweede reden is dat het tot nu toe een beetje een Fremdkörper in mijn verhaal zou zijn. Nu even wat toelichting dus, als intermezzo. En dan eerst een woord over het nationalistische Spaanse geschiedbeeld.

Reconquista

Ik stipte in het vorige blogje al aan dat er een beeld heeft bestaan van de geschiedenis van Spanje als die van een altijd christelijk gebleven gebied, nooit werkelijk geïslamiseerd. Al in het jaar waarin de Arabieren het Iberisch Schiereiland onder de voet liepen, zouden de christenen vanuit Asturië zijn begonnen aan de herovering, reconquista, die mogelijk was doordat de bevolking van het Emiraat van Córdoba christelijk bleef. Dit beeld dateert uit de negentiende eeuw en legt als het ware een soort nationale doelgerichtheid over bijna acht eeuwen Spaanse geschiedenis.

Lees verder “Asturië”