Herodotos de moralist

De troonzaal in Sousa. Op de vierkante schijf vooraan stond Darius’ troon.

[Laatste van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Vrouwen die staand urineren en mannen die zittend plassen: voor Herodotos moet de “omgekeerde wereld” die ik gisteren noemde, een eclatant succes zijn geweest. Maar Herodotos presenteert het niet als een grapje. Vreemde gewoonten hebben zijn oprechte belangstelling, nooit zijn minachting. Het is alsof hij wil laten zien hoeveel verscheidenheid er kan zijn in de menselijke cultuur. Andere culturen zijn niet slechts een beetje afwijkend, ze kunnen totaal anders zijn.

Wie dat begrijpt, weet dat hij of zij een volslagen vreemdeling kan zijn voor anderen. Je mag trots zijn op je eigen cultuur en die verdedigen, vanzelfsprekend, maar wees tolerant voor andere culturen, want geen enkele samenleving kan superioriteit claimen.

Een mooi voorbeeld is Herodotos’ commentaar op de waanzin van Kambyses. Zoals we in het stukje over oorzaken hebben gezien, doodde deze Perzische koning de heilige stier Apis, zijn broer Smerdis, de zoon van zijn vizier en twaalf edellieden. Bovendien was hij een incestueuze verhouding begonnen en had hij Egyptische graven en mummies ontheiligd.

Lees verder “Herodotos de moralist”

Herodotos als topograaf en etnograaf

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Voorlaatste van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beschrijft in de digressies (uitweidingen) allerlei verbazingwekkende gebruiken en gewoonten. Soms is het moeilijk hem te geloven. De Agathyrsers hebben hun vrouwen gemeenschappelijk, opdat zij allen broeders zijn en zonder jaloezie en haat kunnen samenleven. De Argippeeërs zijn kaal. Tempelprostitutie is een gewoonte in Babylon. Lydische mannen worden niet graag naakt gezien. De Neurers veranderen in weerwolven.

Om de vier jaar loten de Geten een man uit die aan hun god Salmoxis al hun wensen en verlangens kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Salmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is en zo niet, dan krijgt de boodschapper de schuld: hij moet wel een slecht mens zijn! (4.94)

Lees verder “Herodotos als topograaf en etnograaf”

De brief aan Filemon

De vrijlating van twee slaven met vrijheidsmutsen; de eigenaar schudt een van hen de hand; achteraan kijkt een magistraat toe (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

We verdelen het Nieuwe Testament traditioneel in een aantal “boeken”. Bij de vier evangeliën, de Handelingen van de Apostelen en de Openbaring van Johannes is dat probleemloos, maar bij de brieven is dat eigenlijk een beetje een rare aanduiding. Zeker bij de Brief aan Filemon, die slechts vijfentwintig zinnetjes telt. Evengoed is het een interessante tekst.

Ik zal nog weleens een keer te spreken komen over het auteurschap van de diverse brieven, maar voor het moment wil ik alleen constateren dat onbediscussieerd is dat Paulus aan het woord is. Hij heeft zich weer eens in de nesten gewerkt, want hij schrijft vanuit de gevangenis aan zijn “geliefde medewerker Filemon” en de gemeente die bij hem thuis samenkomt. Na wat complimenten over Filemons vriendschap komt Paulus ter zake.

Lees verder “De brief aan Filemon”

De bronnen van Herodotos

De stadsmuur van Babylon, die Herodotos nooit heeft gezien.

[Vijfde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beweert dat hij de hele bekende wereld heeft bezocht. Onder zijn informanten heeft hij priesters uit Griekenland, Egypte en Babylon; Libiërs, Karthagers, Cyprioten, Egyptenaren, Grieken, Italianen, Perzen, Feniciërs en Skythen. Iedereen lijkt te hebben willen meewerken.

Fake nieuws?

Interviews lijken Herodotos’ belangrijkste bron te zijn geweest. Als een goed journalist presenteert hij zijn publiek verschillende versies van dezelfde gebeurtenis. Zo biedt hij in 8.37 niet alleen een Grieks verslag van de Perzische aanval op de Griekse tempel in Delfi, met daarin opgenomen de opportune verschijning van twee bovennatuurlijke helpers die de Perzische aanval pareerden, maar hij is er zelfs in geslaagd een Perzische informant van deze goddelijke interventie te vinden.

Lees verder “De bronnen van Herodotos”

Herodotos over oorzaken

Een Romeins beeld van Nemesis uit Sagalassos (Museum van Burdur)

[Vierde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Net als historici in onze tijd zoekt ook Herodotos naar de oorzaken van de door hem beschreven gebeurtenissen. Die interesse deelt hij tot op zekere hoogte met Homeros. Ik citeer nog even de proloog van de Ilias:

Muze, bezing ons de wrok van de zoon van Peleus, Achilles,
die ongenadige wrok die de Achaeërs grenzeloos leed bracht,
tal van krachtige zielen van helden prijsgaf aan Hades
en die hun lichaam ten prooi aan honden en allerlei soorten
vogels deed vallen. Zo ging de wil van Zeus in vervulling.
Zing vanaf het begin, toen twist tot vijanden maakte
Atreus’ zoon, de koning van ’t volk, en de grote Achilles.
Wie van de goden had beiden in zulk een twistzaak verwikkeld?

(vert. H.J. De Roy van Zuidewijn)

Lees verder “Herodotos over oorzaken”

Herodotos’ originaliteit

Homeros (Glyptothek, München)

[Derde van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Tegenwoordig vormen de Historiën meestal één boek. In de Oudheid waren negen boekrollen nodig om de hele tekst te bevatten. De indeling is sindsdien gehandhaafd: het is nog steeds gebruikelijk Historiën te verdelen in negen boeken. In sommige edities zijn ze vernoemd naar de negen muzen; dat vind ik altijd chique.

De Italiaanse classica Silvana Cagnazzi heeft erop gewezen dat elk boek valt te verdelen in drie of vier eenheden, de logoi (verhalen). Wie één logos voorleest, heeft daarvoor ongeveer vier uur nodig. Het is waarschijnlijk dat we zo herkennen hoe Herodotos de resultaten van zijn onderzoek voor het eerst heeft publiceerde: als lezing. Dit komt overeen met een oud verhaal dat hij zijn werk heeft voorgedragen op de Olympische Spelen. Ook de anekdote dat de jonge Thoukydides in huilen uitbarstte bij een lezing door Herodotos, veronderstelt deze wijze om informatie te delen.

Lees verder “Herodotos’ originaliteit”

Geliefd boek: De moordenaars van de keizer

De klassiek taalkundige en docent Engelse literatuur Santiago Posteguillo (Valencia 1967) is een productief man. In 2006 publiceerde hij het eerste deel van wat een trilogie over Scipio Africanus zou worden. In 2011 volgde Los asesinos del emperador (de moordenaars van keizer Domitianus – in beide betekenissen van het woord), wat het begin werd van een trilogie over Trajanus. Tussendoor waren er nog wat studies over literatuur, en in 2018 volgde het eerste van twee romans over keizerin Julia Domna. Zijn eigen website gewaagt verder van meer dan zeventig wetenschappelijke publicaties, maar daar heb ik weinig van kunnen vinden.

In Spanje vliegen zijn historische romans de winkel uit, maar daarbuiten is hij te weinig bekend. Om onverklaarbare redenen worden er zelfs geen vertalingen gemeld.

Lees verder “Geliefd boek: De moordenaars van de keizer”

Het leven van Herodotos

Modern portret van Herodotos (Bodrum)

[Tweede van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Over het leven van Herodotos is weinig bekend. Onze belangrijkste bron is het boek dat hij schreef, de Historiën. Het woord zou pas later “geschiedenis” gaan betekenen; in de vijfde eeuw v.Chr. betekende het nog “onderzoeksverslag”. Deze opmerkelijke tekst bevat enkele aanwijzingen die ons helpen de contouren van het leven van de schrijver te schetsen.

Halikarnassos en Thourioi

Zoals uit de hierboven geciteerde proloog blijkt, kwam Herodotos uit Halikarnassos, het huidige Bodrum in het zuidwesten van Turkije. Niet ver van Herodotos’ geboortestad ligt het eiland Samos, dat in de Historiën zo’n prominente plaats inneemt, dat wel is aangenomen dat Herodotos er verscheidene jaren heeft doorgebracht. Dat geldt voor Athene: Herodotos kent de belangrijkste Griekse stad van zijn tijd goed en kan er enige tijd hebben doorgebracht.

Lees verder “Het leven van Herodotos”

Herodotos van Halikarnassos

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Herodotos is mijn naam, ik kom uit Halikarnassos en maak hierbij het verslag wereldkundig van het onderzoek dat ik heb verricht om de herinnering aan het verleden levend te houden en de grootse, indrukwekkende prestaties van de Grieken en andere volkeren te vereeuwigen. Ik stel bij dit alles voornamelijk aan de orde door welke oorzaak zij met elkaar in conflict zijn gekomen.

Dit zijn de zelfverzekerde openingszinnen van Herodotos’ Historiën. De Grieken die ze hoorden, moeten verbaasd zijn geweest. Het was niet ongebruikelijk om de herinnering aan het verleden levend te houden door grootse en indrukwekkende prestaties op te tekenen, maar de barden van weleer, waren minder pretentieus geweest. Zelfs de grote dichter Homeros was zijn Ilias bescheidener begonnen:

Lees verder “Herodotos van Halikarnassos”

De Bergrede (19): De Tweesprong

 

Vandaag mijn voorlopig laatste stukje over de Bergrede. En omdat het de laatste dag is van de Week van de Klassieken, kijken we opnieuw naar een passage met een klassieke parallel. Hier is Matteüs 7.13-14 in de onlangs herziene Nieuwe Bijbelvertaling.

Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.

Voor de liefhebbbers: er is een parallel in het evangelie van Lukas (13.24), maar daar is de regel, vrijwel zeker afkomstig uit Q, geplaatst in een andere context.

Lees verder “De Bergrede (19): De Tweesprong”