De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis
[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]
Wetenschapscommunicatie
Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.
In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:
In mijn vorige blogje vertelde ik dat ik was aangekomen op het Hay Festival in Segovia, waar ik zou worden geïnterviewd over de bestrijding van misinformatie. Het gesprek zou plaatsvinden in een zaal in de IE Universiteit en worden ingeleid door de Nederlandse ambassadeur in Spanje. Na een kop koffie bij een prachtig uitzicht over het dal van de rivier de Eresma, gingen we naar de zaal waar het vraaggesprek zou zijn. Ik vertel hieronder weinig dat de vaste lezers van deze blog niet al kennen, maar als u daarnaast mijn steenkolen-Engels eens wil beluisteren en er abonnementsgeld voor over hebt, dan kunt u het via deze pagina vinden.
Desinformatie
De ambassadeur leidde het in en daarna passeerden diverse onderwerpen de revue. Zo gingen we in op het ontstaan van slechte informatie doordat academici niet voldoende weten van het werk van hun collega’s, wat ik illustreerde aan de onbezonnenheid waarmee de Sapfo-fragmenten zijn gepubliceerd, becommentarieerd en geretraheerd. Er zijn volop mensen die onwetenschappelijk geblunder herkennen, en dat is een voorname oorzaak van wetenschapsscepsis. Minder vaak, maar opvallender, komt desinformatie voort uit politieke of religieuze agenda’s.
[Dit is het voorlaatste van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]
Als politici voordeel zien in trappen tegen de geesteswetenschappen, staat buiten kijf dat de wetenschap moet worden verdedigd. En hoewel uitleg niet helpt tegen pure kwaadwillendheid,nootHier is een nare aanval op de egyptologie en daar ontdekt u waarom dat geen incident was. helpt uitleg wel om te verhinderen dat insinuaties invloed krijgen. Driekwart van de mensen staat positief tegenover de wetenschap, één procent haat haar, en de tussenliggende groep kun je voor dwaling behoeden met proactieve uitleg – dus uitleg vóór er twijfel is aan wetenschappelijke conclusies. Als die twijfel er eenmaal is, helpt toelichting over de methode niet langer (het backfire-effect).
En zoals op deze blog al vaker gezegd: de oudheidkundige disciplines laten het afweten. Als ik moet vertellen wat classici doen, moet ik verwijzen naar de boeken van de theologen. De archeologen kwamen de afgelopen tijd weliswaar met de expositie Dig It All in Groningen, met de houtkamer in Leidse Rijn en met Geheimen van het Pottenbakkerswiel in Amsterdam, maar een permanent overzicht van archeologie als wetenschap ontbreekt.
Restauratie op zaal: een mooie manier om wat diepgang te bieden (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is “de Oudheid uitleggen” mijn vak en zou ik willen dat we de mensen beter bereikten. Ik denk momenteel concreet aan een groepsblog, zodat tenminste de informatie die bij elkaar hoort, bij elkaar te vinden is. Bijkomend voordeel is dat journalisten een punt hebben waar ze zich kunnen informeren.
Toevallig verzorg ik binnenkort ook een college over mijn werk, waarin ik vier adviezen zal geven. Ik zet ze hieronder neer. Voor een deel van de lezers zal dit weinig nieuws zijn, maar niets dwingt u hier te blijven. Bekijk anders deze of die pagina!
Anderhalf jaar geleden schreef Carlijne Vos een verhelderend stuk in De Volkskrant over asielzoekers, dat ze inleidde met de opmerking dat het tijd was “om fictie van feiten te onderscheiden”. Er was helemaal niets mis met haar betoog. Voor wie probeerde genuanceerd te denken over de problematiek, stond er veel lezenswaardigs in. Wie zich daarentegen vooral zorgen maakte en de nuance voorbij was, werd door het stuk vooral bevestigd in het idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon logen om hun multiculti-ideaal op te dringen aan een Nederland dat met die gelukzoekers allang helemaal klaar was.
Die laatste reactie was dan een uiting van het backfire-effect. Het lijkt zo voorbeeldig wat Vos deed: het presenteren van de correcte feiten en het uitleggen van de wijze waarop die zijn vastgesteld, maar het werkt niet. Weliswaar is uitleg vaak een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar dat is niet het geval wanneer de context al polemisch is. Dan worden zelfs de objectiefst-denkbare gegevens en de allerredelijkste methoden gewantrouwd.
De Saalburg is de moeder van alle reconstructies van de limes.
[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is, in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is en in het derde vertelde ik iets over het eerste van drie niveaus waarmee ik de communicatie zó zou willen aanpakken dat we scepsis vermijden.]
Het tweede niveau
Zo komen we bij het tweede niveau, waar we het wetenschappelijk proces uitleggen. Soms gebeurt dit al, zoals wanneer wordt uitgelegd wat dendrochronologie is. Tegelijk kan er meer en ik hoop dat u me toestaat dat ik verwijs naar eigen werk: in het tijdschrift dat ik redigeer, Ancient History Magazine, hebben we een vaste rubriek “How do they know?” waarin we wat dieper ingaan op de methoden. Wat is, om eens iets te noemen, een koolstofdatering en wat is een reservoireffect? De lezers reageren daar heel positief op en ik zie geen reden waarom we aan de limes deze verdieping niet eveneens zouden aanbieden.
Om een voorbeeld te geven: bij het Corbulo-kanaal wordt verteld dat Tacitus schrijft dat het is gegraven in het jaar 47 terwijl de dendro-dateringen suggereren dat het later is gebeurd. Leg maar uit waarom je uit één en dezelfde tekst de door de auteur genoemde datum niet gelooft maar de rest van zijn informatie – dat Corbulo gouverneur was, dat soldaten het kanaal groeven – kritiekloos overneemt. Op deze wijze toon je mensen iets van het oudheidkundig ambacht en maak je duidelijk dat de oudheidkundige disciplines wetenschappen zijn en dat een vakopleiding belangrijk is. Ik denk dat de Nijmeegse aquaductenkwestie vermeden had kunnen worden als het publiek duidelijker geïnformeerd was geweest over de aard van de oudheidkundige bewijsvoering – dat het bewijs voor de aanwezigheid van een aquaduct niet was gebaseerd op aanwezige data maar op vergelijking.
“Tijd om fictie van feiten te onderscheiden”, schrijft Carlijne Vos in een verhelderend stuk in De Volkskrant van zaterdag 23 januari over de toestroom van asielzoekers. Er is niets mis met haar betoog en indien u het nog niet heeft gelezen, moet u dat zeker doen. Als u probeert genuanceerd te denken over de problematiek, heeft u een hoop gegevens bij elkaar. Als u zich daarentegen vooral zorgen maakt, zult u worden bevestigd in uw idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon liegen om hun multiculti-ideaal aan u op te dringen.
Die laatste reactie is dan een uiting van het backfire-effect. Het presenteren van de correcte feiten is weliswaar een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar niet als de context polemisch is, zoals met de huidige discussie. Om wat voorbeelden te geven uit mijn eigen vak, de oudheidkunde:
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.