Een antieke hemelsfeer

De hemelsfeer van Qusair ‘Amra

In de woestijn ten oosten van Amman liggen de zogeheten Desert Castles: een stuk of vijftien forten, meest uit de Umayyadische periode (661-750 na Chr.). Sommige zijn ouder: ik blogde al eens over het Romeinse Qasr el-Azraq, dat in 1917/1918 diende als winterkwartier van Lawrence of Arabia. In een ander blogje verwees ik al eens naar Qusair ‘Amra, waar een fresco is te zien van enkele door de Arabieren verslagen koningen. In het badhuis van Qusair ‘Amra is ook bovenstaande schildering aangebracht: een hemelkaart aan de binnenkant van de koepel boven het badhuis. Rond 730 vervaardigd voor prins (later kalief) Walid II, is dit de oudste nog zichtbare geschilderde hemelsfeer.

Het is echter niet de oudst-bekende hemelsfeer, of sfaira, zoals de Grieken het noemden. De Grieks-Romeinse auteur Filostratos, die u moet plaatsen in de eerste helft van de derde eeuw, biedt een beschrijving van zo’n met een sterrenkaart beschilderde koepel. In zijn biografie van Apollonios van Tyana (eerste eeuw na Chr.) vertelt dat hij dat de rondtrekkende Pythagorese wijsgeer met zijn leerling Damis aankomt in Babylon, een van de residenties van de Parthische koningen die destijds heersten over Mesopotamië.

Lees verder “Een antieke hemelsfeer”

De Arabische verovering van Andalusië (1)

De Straat van Gibraltar

Ik heb al vaker geblogd over de grote Arabische veroveringen: de laatste grote gebeurtenis uit de Oudheid. Het gaat om twee verwante processen, namelijk enerzijds het ontstaan van de Arabische heerschappij (anders gezegd, van het Kalifaat) en anderzijds – en iets langzamer – de verspreiding van een Arabisch monotheïsme. De geleidelijke arabisering van de samenleving is dan nog een derde proces.

Enkele jaartallen: in 641 veroverden de Arabieren Alexandrië op de Byzantijnen, in het volgende jaar bereikten de legers de Cyrenaica, en tussen 647 en 695 namen de Arabische troepen het huidige Tunesië over. Daar, in wat ze Ifriqiya noemden, stichtten ze Kairouan, ver in het binnenland, onbereikbaar voor de Byzantijnse vloot, en gunstig gesitueerd voor het geval er nog met de Berbers zou moeten worden gevochten. De arabisering van de Maghreb nam een aanvang.

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (1)”

Palmyra in de Late Oudheid

Het vaandelheiligdom in het laatantieke kamp in Palmyra

Keizer Aurelianus liet in Palmyra een garnizoen achter: het Eerste Legioen van de Illyriërs, dat hij pas onlangs had gerekruteerd in het gebied langs de Donau. Als niet-oosters, Latijnsprekend element zonder lokale banden kon de keizer vertrouwen op deze eenheid. Een kamp ten westen van de stad zou als basis dienen en we weten dat dit legioen aan het begin van de vijfde eeuw nog altijd het garnizoen van de oase vormde.

In het laatste decennium van de derde eeuw reorganiseerden de Romeinen hun oostgrens. Er kwamen nieuwe wegen en nieuwe forten. In wezen bestond het oude verdedigingssysteem uit een aaneengesloten linie van versterkingen langs de grens, maar deze vorm van defensie had een risico: als een vijand eenmaal door deze linie wist te breken, zoals de Sassanidische koning Shapur had gedaan, kon hij gemakkelijk honderden kilometers ver het binnenland in trekken. De nieuwe verdedigingsstructuur was een netwerk van forten, wat we diepteverdediging noemen. De Arabische sector wordt wel Strata Diocletiana genoemd, naar de keizer die verantwoordelijk was voor de reorganisatie, Diocletianus (r.284-305). Er was laatst het een en ander om te doen.

Lees verder “Palmyra in de Late Oudheid”