De eerste gladiatoren

Campaanse gladiatoren (museum van Paestum)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden.]

De Etruskische oorsprong van de gladiatorengevechten

De Romeinen zelf dachten dat de gladiatorenspelen afkomstig waren uit Etrurië. De vierde-eeuwse schrijver Athenaios, die in zijn Deipnosophistai (“geleerde mensen aan tafel”) allerlei fragmenten van eerdere auteurs citeert, haalt Nikolaos van Damascus aan, die in de eerste eeuw v. Chr. had geschreven dat de Romeinen hun traditie van gladiatorengevechten van de Etrusken hadden overgenomen. Inderdaad is het  woord lanista voor de manager van een gladiatorenschool ontleend aan de Etruskische taal. Het betekent beul. Ook de figuur van Charon, die de dode noxii (“veroordeelden”) wegsleept uit de arena, is van Etruskische oorsprong.

Lees verder “De eerste gladiatoren”

Spartacus en Crassus

Crassus (Louvre, Parijs)

[Laatste stukje over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Crassus commandant

In Rome trad een nieuwe bevelhebber aan: Marcus Licinius Crassus. De verslagen consulaire legioenen schijnen in de buurt van Ancona te zijn achtergebleven, en Crassus gaf hun commandant Mummius opdracht zich in het zuiden bij hem te voegen. Hij mocht geen contact met de vijand maken. Mummius meende echter een goede gelegenheid te zien het probleem zelf op te lossen, bond de strijd toch aan en werd verslagen. Crassus was woedend en meedogenloos in zijn straf: decimatie. Elke tiende soldaat moest door zijn kameraden worden gedood. De legionairs moesten weten dat ze meer hadden te vrezen van hun commandant dan van de slaven en gladiatoren. Dit is een van de zeer weinige bekende gevallen van decimatie.

De Cilicische Piraten

In de winter van 72/71 kwam Spartacus aan in de teen van Italië, waar hij Thourioi innam. Dit was de enige keer dat hij zijn mensen in een stad vestigde. Het doel lijkt te zijn geweest Sicilië te veroveren. Op dat eiland waren in het recente verleden verschillende grote slavenopstanden geweest, met leiders die zich tot koning hadden uitgeroepen.

Lees verder “Spartacus en Crassus”

Spartacus (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Derde van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Twee consuls in actie

Het volgende jaar begreep de Senaat hoe ernstig deze oorlog was. Volgens Appianus voerde Spartacus nu het bevel over zo’n 70.000 man, en hoewel we niet weten waarop de Grieks-Romeinse geschiedschrijver dit cijfer baseert, kunnen we er zeker van zijn dat de rijke landeigenaren in de Senaat zich realiseerden dat ook hun slaven konden vluchten. Daarom gaven de senatoren de beide consuls, Lucius Gellius Publicola en Gnaeus Cornelius Lentulus Clodianus, opdracht op te treden tegen de bendes van Spartacus.

Volgens Appianus had Spartacus de winter gebruikt om wapens te vervaardigen. Zijn leger moet het platteland van Campanië hebben beheerst. Het was zijn plan om de Apennijnen over te steken en naar het noorden te trekken, zodat zijn mensen konden terugkeren naar Gallië, Germanië of de Balkan. Het zou moeilijk zijn 70.000 mensen uit Italië weg te leiden. Het was noodzakelijk om in gescheiden colonnes op te trekken.

Lees verder “Spartacus (2)”

Spartacus (1)

Gladiatoren op een Italiaans reliëf uit de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. (Glyptotheek, München)

[Tweede van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

We hebben twee bronnen over de opstand van Spartacus. Ploutarchos (46-c.122) beschrijft de oorlog in zijn Leven van Crassus, en een generatie later vertelt Appianus het verhaal in zijn Geschiedenis van de Burgeroorlogen. Omdat beiden min of meer dezelfde gebeurtenissen in dezelfde volgorde beschrijven, is het verleidelijk om een gedeelde bron achter hun verhalen aan te nemen, waarschijnlijk de (grotendeels verloren) Historiën van Sallustius of (iets minder waarschijnlijk) de verloren boeken 95, 96 en 97 van het geschiedwerk van Titus Livius. Het lijkt er daarbij op dat Appianus zijn verslag wat heeft ingekort, terwijl Ploutarchos verschillende verhalen over Spartacus’ wreedheid heeft weggelaten.

In 73 v.Chr. wisten achtenzeventig gladiatoren te ontsnappen uit de school van een zekere Gnaeus Lentulus Batiatus te Capua. Volgens Ploutarchos waren ze bewapend met niet meer dan keukengerei, maar al snel bemachtigden ze echte wapens. Van nu af aan waren ze zwaar bewapend en ze trokken zich in eerste instantie terug op een berg. Appianus vertelt ons dat dit de Vesuvius was.

Lees verder “Spartacus (1)”

Slavernij in Italië

Vier slaven (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Romeinse economie was gebaseerd op landbouw en op oorlog. En dus was een Romeins burger eeuwenlang boer en soldaat geweest. Tijdens de Tweede Punische Oorlog – u weet wel, die tegen Hannibal – was beginnen te veranderen. De Romeinen moesten voor hun oorlogen vaak vér naar het buitenland: naar Hispania en Africa bijvoorbeeld, maar ook naar de gebieden ten oosten van de Adriatische Zee. Na 200 v.Chr. waren Griekenland en Macedonië belangrijke strijdtonelen. Vaak bleven de soldaten lange tijd in het buitenland en het gebeurde niet zelden dat ze bij terugkomst vaststelden dat hun boerderijen failliet waren. Dan was er maar één oplossing: de boerderij verkopen en verhuizen naar de stad.

Appianus’ analyse

De Italische steden groeiden snel en het platteland veranderde van karakter. Een voor een gingen de kleine boerderijen op in grote plantages, die historici wel aanduiden als latifundia. Daar deden slaven het werk, mensen die niet in militaire dienst hoefden. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Appianus van Alexandrië (c.95-c.165) analyseert het ontstaan van de massale slavernij op het Italiaanse platteland:

Lees verder “Slavernij in Italië”

Domitianus (25): Gladiatoren

Beeldje van een gladiator (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Tot de bouwprojecten die Domitianus ondernam, behoorde ook de aanleg van vier kazernes waar gladiatoren trainden. Een ervan, de Ludus Magnus, is te zien in de buurt van het Colosseum. De constructie was een slimme zet. De Romeinen hielden van dit vermaak en een keizer kon er zijn macht over leven en dood tonen. Hij was immers degene die besliste of een verslagen krijger moest sterven of mocht blijven leven. De jachtpartijen die er ook waren, toonden dat de keizer macht had over de natuur. Door dieren uit verre landen te importeren, etaleerde de heerser het bereik van zijn macht.

Bovenstaand beeldje behoort bij de eigen collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vond het wel aardig. In de expositie staat het naast een scherf met een afbeelding van een jachtpartij. Of de derde activiteit in het Colosseum, de executie van terdoodveroordeelden, op de tentoonstelling wordt uitgelegd, kan ik me niet herinneren.

Lees verder “Domitianus (25): Gladiatoren”

Pollice verso

Pollice verso, Jean-Léon Gérôme (1872)

Iedereen die een beetje bekend is met de Oudheid, kent het schilderij Pollice Verso van Jean-Léon Gérôme. Het was de inspiratie van regisseur Ridley Scott voor de film Gladiator en vormt, naar alle waarschijnlijkheid, de oorsprong van het via Hollywood wijd verspreide misverstand dat “duim omhoog” genade betekent en “neergedraaide duim”, pollice verso, de dood.

Dat dit een misverstand is, is inmiddels algemeen bekend. Gérôme stond echter bekend om het feit dat hij de nodige research deed voor hij met schilderen begon. Voor dit schilderij heeft hij uitvoerig de helmen en pantsers bestudeerd die in Pompeii waren gevonden. Ondanks zijn aandacht voor detail, weten we echter ook een heleboel niet. Wat bedoelde hij met de naar neergedraaide duimen van de, naar het zich laat aanzien, rechtsboven zittende Vestaalse Maagden? Willen ze de man dood hebben of roepen ze juist fanatiek dat hij moet blijven leven? Het laatste zou de maagden sieren maar de indruk die ze wekken is bepaald agressief. Duidelijk is het niet.

Lees verder “Pollice verso”

Anatomie van een wond

Een gewonde retiarius (Villa Dar Buc Ammera, Zliten; nu in het Nationaal Museum in Tripoli)

Iedereen met ook maar de minste kennis van de oudheid heeft wel eens van gladiatoren gehoord. Mannen, en vrouwen, die in de arena’s van het oude Rome vochten, gewond raakten en stierven.

Wat tegenwoordig een onlosmakelijk deel is van iedere film over de Oudheid, was ook toen al een geliefd onderwerp en stond afgebeeld op diverse voorwerpen: van bekers en olielampen tot  immense vloermozaïeken. Een van de bekendere in de laatste categorie is het bovenstaande mozaïek uit de Villa van Dar Buc Ammera bij de stad Zliten in Libië.

Het is tegenwoordig te zien in het Nationaal Museum in Tripoli en toont scènes van dierengevechten, executies en gladiatorengevechten. Mij heeft een klein detail van het grote mozaïek altijd geïntrigeerd.

Lees verder “Anatomie van een wond”

Gladiator of niet?

Gladiatoren op een zilveren broche, gevonden in het paleis van de gouverneur te Aquincum

Jona Lendering heeft een blogstukje geschreven dat over een tekst van Pseudo-Quintilianus gaat. Jona denkt dat deze tekst het moment voor een gladiatorengevecht beschrijft. Ik denk dat deze tekst niet over een gladiator gaat, maar over een terdoodveroordeelde.

In de tekst staat namelijk dat “het volk was samengekomen voor het schouwspel van onze bestraffing”. Er bestond zeker een bestraffing ad ludos (naar de gladiatorenschool), waar de veroordeelde een kans behield te overleven. De meeste gladiatoren waren echter slaven en soms ook enkele vrijwilligers. Vechten als gladiator was voor hen niet altijd een bestraffing; de slaven zullen het misschien als hun lot hebben gezien aan een gladiatorenschool te zijn verkocht. Daarnaast bestond er de bestraffing ad bestias (voor de wilde dieren) en dit was wél een doodstraf.

Lees verder “Gladiator of niet?”

Intocht der gladiatoren

Ingang van het amfitheater van Uthina

Bovenstaande foto nam ik in het amfitheater van Uthina en ik zal niet beweren dat dit het soort afbeeldingen is waarvoor prijzen worden gegeven. Het is de ingang. Na het ochtendprogramma, dat meestal bestond uit wildedierengevechten, en na de executies rond het middaguur stelden wat later in de middag de gladiatoren zich hier op. Ze maakten dan een parade door de arena, keerden hier terug en wachtten op wat er komen zou. Of ze tot de dood zouden vechten of tot er bloed vloeide, was afhankelijk van de kapitaalvernietiging waarmee de sponsor zijn stadsgenoten wilde imponeren. Die reageerden met acclamaties. Een mozaïek in het museum van Sousse vermeldt de enthousiaste kreten: Hoc est habere, hoc est posse (“Dat is pas rijk zijn, dat is pas vermogend zijn”).

Voor zover mij bekend is er maar één antieke tekst die de intocht der gladiatoren beschrijft vanuit hun eigen perspectief: een tekstje van Pseudo-Quintilianus. (Die curieuze naam wil overigens alleen maar zeggen dat de tekst is overgeleverd met het werk van de hoogleraar in de welsprekendheid Quintilianus, maar dat het geen werkstuk is van die auteur.) Pseudo-Quintilianus suggereert de spanning die de mannen moeten hebben gevoeld. De verhitte metalen platen die hij noemt, dienden om de strijders in de arena te houden.

Lees verder “Intocht der gladiatoren”