Dikke gladiatoren (2): Eerste conclusies

Beeldje van een slanke gladiator (Archeologisch Museum, Rabat)

De eerste keer dat Karl Grossschmidt en Fabian Kanz opperden dat de gladiatoren dik waren geweest, was in de tentoonstellingscatalogus Tod am Nachmittag – Gladiatoren in Ephesos (2002). Om precies op pagina 64 van het hoofdstuk “Leben, Leid und Tod der Gladiatoren. Texte und Bilder der Ausstellung”. In hun latere rapport “Stand der Anthopologischen Forschungen zum Gladiatorenfriedhof in Ephesos” (2005) reppen de twee onderzoekers er echter niet meer over.

Het dieet van de gladiator

Wel vergelijken Grossschmidt en Kanz gladiatoren met moderne vecht- en krachtsporters. Een gladiator van tussen de negentien en vijfentwintig jaar oud, met een gemiddeld gewicht van zeventig kilo, zo schrijven ze, had een dagelijkse energiebehoefte van 4800 kcal, voor 19% bestaand uit eiwitten, voor 30% uit vetten en voor 51% uit koolhydraten. Dat zou dan neerkomen op een rantsoen van 450 gram witte bonen, 280 gram gerst en 290 gram olijfolie per dag. Om in de dagelijkse calciumbehoefte te voorzien, dronk een gladiator de in het vorige stukje al genoemde as-drank.

Lees verder “Dikke gladiatoren (2): Eerste conclusies”

Dikke gladiatoren (1): Het onderzoek

Gladiatoren op een reliëf uit Kibyra (Archeologische Musea, Istanbul)

In 2008 interviewde Andrew Curry voor Archaeology Magazine de Oostenrijkse paleopatholoog Karl Grossschmidt over diens onderzoek van de botten van gladiatoren van de begraafplaats in Efese. Grossschmidt vertelde:

Gladiatoren hadden onderhuids vet nodig. Zo’n vetkussen beschermde tegen snijwonden en schermde in een gevecht de zenuwen en bloedvaten af.

Hij baseerde deze analyse op het sterk vegetarische dieet van de antieke vechters. Dat bestond uit gerst en bonen. Al snel deed het idee de ronde dat gladiatoren dik waren. Hoe zit dit?

Lees verder “Dikke gladiatoren (1): Het onderzoek”

Het is niet altijd een gladiator (2)

Gladiator uit Efese (Museum van Selçuk)

Zoals in het eerste stukje beschreven, hypen de media archeologische vondsten nogal eens om de Oudheid zo interessanter te maken. Dat er in het Romeinse Rijk gladiatoren waren, komt dan goed uit. Die trekken altijd de aandacht. In dit stukje het tweede voorbeeld uit Groot-Brittannië.

De onthoofde Romeinen uit York

In 2004 en 2005 vonden opgravingen plaats in York, vlakbij het spoorwegstation. Net als in Londen vond men een begraafplaats langs een Romeinse weg naar de stad, in dit geval naar Eboracum, het Romeinse York. Dit keer trokken vooral de graven van onthoofde mannen de aandacht.

Lees verder “Het is niet altijd een gladiator (2)”

Het is niet altijd een gladiator (1)

Een gladiator op een olielamp (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

De media presenteren archeologische vondsten vaak met sensationele koppen, waarvan journalisten aannemen dat die bij het brede publiek belangstelling wekken. Dit gebeurt vooral  als de wetenschappers geen duidelijk antwoord hebben op de vraag wat de vondst eigenlijk betekent. Bijvoorbeeld omdat de context onvoldoende aanwijzingen biedt. Door ze te voorzien van een hijgerige kop krijgen de media alsnog een verhaal dat lezers trekt.

Niet zelden worden vondsten gepresenteerd alsof het zou gaan om gladiatoren. Twee voorbeelden uit Engeland tonen hoe dat gaat. In beide gevallen is onduidelijk wat de vondsten feitelijk voorstellen.

Lees verder “Het is niet altijd een gladiator (1)”

Circus Maximus (1)

Meppel, wie zou de gemeente misgunnen dat ze een historisch themapark krijgt? Ik vind het sympathiek en leuk. Maar laat het dan wel een béétje historisch correct zijn. Dus geen Romeinse paardenraces in een amfitheater, zoals op het plaatje hierboven, dat ik hier vond.

Even simpel samengevat, zoals het was in de Romeinse keizertijd:

  • theaters waren er toen voor grote toneelvoorstellingen;
  • odeons waren er voor kleine voorstellingen (denk ook aan muziek);
  • amfitheaters waren er voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten;
  • stadia waren er voor atletiek;
  • en voor paardenraces ging je in de keizertijd naar het hippodroom of, zoals de Romeinen het noemden, circus.

En de beroemdste hippodroom van allemaal was het Circus Maximus in Rome.

Lees verder “Circus Maximus (1)”

Gladiatrices en dwergen

Gladiatrices op een reliëf uit Halikarnassos (British Museum, Londen)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

Gladiatrices en dwergen

Het staat vast dat er vrouwelijke gladiatoren zijn geweest, want we hebben daarvoor genoeg literair en archeologisch bewijs. Een punt van discussie is echter of ze vochten met blote borsten om zo het mannelijke publiek te prikkelen, zoals de geleerde Kathleen Coleman oppert, of dat zij vochten met een strophium (borstband), vergelijkbaar met die van de zogenaamde “bikinimeisjes” op het beroemde mozaïek uit Piazza Armerina.

Lees verder “Gladiatrices en dwergen”

Neergedraaide duim

Pollice verso, Jean-Léon Gérôme (1872)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

Duimen op en neer

Het beroemde schilderij van Jean-Léon Gérôme, waarop een zegevierende gladiator naast zijn verslagen tegenstander staat, heet Pollice verso, “neergedraaide duim”. De uitdrukking pollice (con)verso komt in de Romeinse literatuur twee keer voor, maar het is onduidelijk in welke richting de duim is gedraaid. Gérôme toont op zijn schilderij de Vestaalse Maagden, gezeten op de eerste rij met hun duimen naar beneden. Hollywood nam deze interpretatie van het schilderij over: een neerwaartse duim zou betekenen dat de dood van de verslagen gladiator gewenst was. De opgeheven duim was dan een positief teken, net als in onze huidige wereld.

Lees verder “Neergedraaide duim”

Vochten gladiatoren tot de dood?

Twee gladiatoren in actie; de retiarius links is dodelijk gewond (Villa Dar Buc Ammera, Zliten; nu in het Nationaal Museum in Tripoli)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

Vochten gladiatoren tot de dood?

Hollywoodfilms wekken de indruk dat de verslagen gladiator bijna altijd stierf. Dat was in het oude Rome echter beslist niet het geval. Daar was een gladiator veel te kostbaar voor. De huisvesting, training, voeding en medische verzorging waren kostbaar. Voor elke strijder die tijdens de spelen gedood werd of zwaar gewond raakte, bracht de lanista, die zijn gladiatoren verhuurde aan de munerarius (organisator van de spelen), de aankoopprijs in rekening. Het was de compensatie voor zijn investering.

Lees verder “Vochten gladiatoren tot de dood?”

Morituri te salutant

Muurschildering van een naumachie uit Pompeii (Nationaal Archeologisch Museum, Napels)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

“Morituri te salutant”

In de Asterix-boeken en in films, maar ook in documentaires, zie je vaak de gladiatoren in een optocht de arena binnengaan en voor de keizer (of de organisator) halt houden om hem te begroeten met de beroemde woorden morituri te salutant (“zij die gaan sterven groeten u”). Deze begroeting staat bij twee antieke auteurs vermeld: bij Suetonius (Claudius 21.6) en bij Cassius Dio (61[60].33.3). Ze verwijzen allebei naar dezelfde gebeurtenis: een door keizer Claudius in het Fucinusmeer georganiseerde naumachia (zeeslag).

Lees verder “Morituri te salutant”

De aanpassing van de munus

Gladiatoren (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

[Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren. Svenja Grosser-Fabian behandelt zes van die misverstanden. Het eerste stukje was hier.]

De aanpassing van de munus

Keizer Augustus hervormde de munus legitimum met venationes (“jachtpartijen”) in de ochtend, executies van noxii in de middag, en, als hoogtepunt, de gladiatorengevechten in de late middag. In Hollywoodfilms worden deze elementen met elkaar vermengd. Zo is in de kaskraker Gladiator uit 2000 een gladiatorengevecht te zien tussen de hoofdpersoon Maximus en zijn tegenstander Tigris, waarbij ook tijgers in de arena worden losgelaten.

Lees verder “De aanpassing van de munus”