De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)”

Nogmaals El-Andalus

Een tijdje geleden blogde ik over het boek Muslim Spain Reconsidered (2014) van Richard Hitchcock over de geschiedenis van…, eh, ja, hoe moeten we dat nou noemen? Arabisch Spanje? Nee, want er is ook Portugal, en veel mensen in het Emiraat van Córdoba (en zijn opvolgerstaten) beschouwden zich niet als Arabieren. Islamitisch Iberië? Onnauwkeurig, want er waren lange tijd grote christelijke en joodse minderheden. Ik koos destijds voor El-Andalus, en doe het vandaag opnieuw, maar het is een verlegenheidsoplossing. In elk geval: de tijd waarin Arabischsprekenden heersten over het Iberische Schiereiland.

Die vervelende hype weer

Ik las er inmiddels nog een ander boek over: Kingdoms of Faith (2021) van de Amerikaanse mediëvist Brian A. Catlos. De kritiek die ik had op het hierboven genoemde boek, namelijk dat ik niet herkende wat er nou reconsidered was, is ook dit keer van toepassing. Dat religie niet zo belangrijk was als eerdere auteurs hebben beweerd? Dat wist ik als student al. Dat de reconquistà grotendeels een later verzonnen mythe is? Ook geen nieuws.

Lees verder “Nogmaals El-Andalus”

Een geschiedenis van El-Andalus (2)

De leeuwenfontein van het Alhambra

Zo, het vorige blogje moest ik even kwijt. Maar afgezien van het feit dat er weinig reconsidered is, heb ik het genoemde boek van Richard Hitchcock, Muslim Spain Reconsidered, met enorm veel plezier gelezen. En het is natuurlijk ook weer niet zo dat ik er helemaal niets van leerde, want hij bood argumenten voor de “de-islamisering” van de Iberische geschiedschrijving die ik, niet-arabist, nog niet kon kennen. Hitchcock attendeert er bijvoorbeeld op dat het Arabische woord ‘ajam traditioneel werd vertaald als “christelijk”, terwijl het feitelijk een religieus neutraal woord is dat betekent dat iemand imperfect Arabisch spreekt. Dat argument kende ik niet en versterkt het beeld dat religie minder belangrijk was dan voor pakweg 1975 werd aangenomen. En Hitchcock biedt meer redenen om het zwaartepunt niet nodeloos vaak bij de godsdiensten te leggen. Zo wordt de slag bij Las Navas de Tolosa in 1212 in onze bronnen weliswaar getypeerd als religieus conflict, maar plaatste Muhammad an-Nasir geen jihad tegenover de kruisvaart waartoe koning Alfonso VIII van Castilië had opgeroepen. Dat nuanceert de zaak nogal.

Toch ontkent Hitchcock niet dat religieuze tegenstellingen zo nu en dan een rol speelden. De tegenstellingen tussen de diverse koninkrijken en emiraten waren reëel en een vorst kon religie altijd gebruiken om zijn tegenstanders te typeren. Niet alleen scholden christenen en moslims op elkaar, maar moslims noemden elkaar kafir of varken, terwijl christenen tegenstanders beschuldigden van ketterij. Omgekeerd waren er overeenkomsten tussen de religies. De hervormingsbeweging van Cluny is gelijktijdig aan de hervormingen die de Almoraviden introduceerden.

Lees verder “Een geschiedenis van El-Andalus (2)”

De Almohaden

Almohadische ruiters

In mijn vorige blogje noemde ik de Almoraviden, een Noordwest-Afrikaanse groep die een gnostische interpretatie gaf aan de islam. Toen ze El-Andalus had onderworpen, legde ze de regio strenge religieuze regels op. Er was in deze tijd echter ook een stroming waarvan de aanhangers meenden de eenheid van God beter begrepen dan wie ook. Eén van de leiders van deze stroming, die onder de Baranis-Berbers populair was, was Ibn Tumart (1082-1130); zijn volgelingen staan bekend als Al-Muwahhidun (“de benadrukkers van de eenheid”), wat in de Europese talen is verbasterd tot Almohaden.

Vanaf 1121 meende Ibn Tumart dat hij de mahdi was, in de sjiitische traditie de imam die kort voor de Jongste Dag zal terugkeren. Omdat het einde der tijden zo nabij was, waren Ibn Tumarts volgelingen bereid te vechten, en ze begonnen een heilige oorlog tegen de Almoraviden. Aanvankelijk nam die de vorm aan van schermutselingen in het Atlasgebergte, waarbij Ibn Tumart om het leven kwam. Zijn opvolger nam in 1147 de Almoravidische hoofdstad Marrakesh in, liet zich benoemen tot kalief en veroverde heel de Afrikaanse noordkust tot Tripoli aan toe.

Lees verder “De Almohaden”

De Arabische verovering van Andalusië (2)

Dirham uit Andalusië; het centrale opschrift luidt dat er geen god is dan Allah alleen, die geen deelgenoot heeft; het randschrift luidt dat de munt is geslagen in de naam van god in het jaar 106 (725 na Chr.; Archeologisch museum, Córdoba)

[Tweede van drie blogjes over de Arabische verovering van het Iberische Schiereiland. Het eerste was hier.]

Het veroveren van een gebied is één ding, het behouden is een ander. Het was de Arabieren en Berbers die met Tariq ibn Ziyad naar Iberië waren gekomen, te doen geweest om buit, maar vanaf de komst van Musa ibn Nusayr was de opzet het gebied te behouden. Dat riep de vraag op hoe de veroveraars het land moesten pacificeren en dat betekende samenwerking met de rijksgroten van het overrompelde Rijk van Toledo.

Verdragen

Musa sloot verdragen met de diverse lokale heersers, mannen met de rang van comes; de Latijnse titel zou later worden gebruikt om graven te typeren, de militaire bestuurders van een bepaalde regio. Eén zo’n verdrag is over: het is in 713 gesloten met een zekere Theodomir, die heerste over enkele oostelijke havensteden. Het kwam erop neer dat Theodomir de Arabische hegemonie erkende, dat de steden zichzelf mochten blijven besturen, dat er geen religieuze dwang was en dat Theodomirs mensen geen hulp mochten verlenen aan de vijanden van het Kalifaat. Verder was er een jaarlijkse belasting (jizya) van één dinar en wat landbouwproducten per persoon en de helft voor een slaaf. De rijken werden ontzien: niet alleen was de hoofdelijke belasting laag, er werd ook geen land geconfisqueerd. Na enkele jaren werd het tarief overigens verhoogd (721).

Lees verder “De Arabische verovering van Andalusië (2)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (slot)

Het Generalife-paleis bij het Alhambra

In vier blogjes, waarvan het eerste eergisteren online ging, behandelde ik de voornaamste gebouwen van het Alhambra. Ind dit laatste deel vertel ik over het Generalife-paleis; het buitenverblijf van de Nasridische sultans van Granada, gelegen op de Cerro del Sol.

Het Generalife-paleis

In deel 3 en deel 4 heb ik geschreven over de prachtige paleizen binnen de muren van het Alhambra. In opdracht van sultans als bijvoorbeeld Yusuf I (r.1333-1354) en zijn zoon Mohammed V (r.1354-1391) bouwden de Moren paleizen waar comfort en schoonheid samen gingen. De verschillende ruimten waren weelderig gedecoreerd en gegroepeerd rondom binnenplaatsen met rustgevende waterpartijen en geurige planten en struiken. De paleizen waren echter niet alleen uit de kluiten gewassen Moorse woningen, er werd hier ook politiek bedreven en recht gesproken.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (slot)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (4)

Albaicín, aan de voet van het Alhambra

In mijn vorige blog heb ik het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis beschreven: de bekendste paleizen van het Alhambra. Er waren in de tijd der Nasriden echter meer paleizen in deze ommuurde stad te vinden. Vele hebben de tand des tijds niet overleefd of werden door latere heersers omgebouwd of platgegooid om hun eigen woongemak te dienen. In dit vierde blogje focus ik op deze andere paleizen en enkele christelijke gebouwen, om met het laatste te beginnen.

De christelijke gebouwen van het Alhambra

De Reyes católicos, Isabella van Castilië en Ferdinand II van Aragón, kreeg op 2 januari 1492 de sleutel van het Alhambra overhandigd van Boabdil, de laatste sultan van Granada. Ze waren aangenaam verrast door de schoonheid die ze aantroffen, maar vonden dat de paleizen niet voldoende voldeden aan hun eigen woonwensen. Derhalve was verbouwing wenselijk.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (4)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (3)

Zuilen met stucwerk in het Leeuwenpaleis in het Alhambra

Ik was gisteren begonnen met een reeks over het Alhambra in Granada. Vandaag beschrijf ik de beroemdste gebouwen, namelijk de drie best bewaarde paleizen: het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis.

De Moorse woning ‘maal tien’

In de residentiële zone van het Alhambra zijn verschillende paleizen gebouwd. Deze waren in feite de uit de kluiten gewassen Moorse woningen waar ik in het vorige deel over heb geschreven. De meeste paleizen  zijn vernietigd, verbouwd of door latere heersers overbouwd, maar het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis zijn bijzonder goed bewaard gebleven. Ze werden op verschillende momenten gebouwd en waren onderhevig aan diverse veranderingen door de tijd heen.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (3)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (2)

Het Mirtenhof in het Alhambra.

In het vorige stukje introduceerde ik het Alhambra. Nu maak ik even een uitstapje. Om het middeleeuwse Moorse paleis te begrijpen, moet de lezer namelijk eerst iets weten over de toenmalige woningen op het Iberisch Schiereiland. In dit stuk besteed ik ook aandacht aan de verschillende soorten versieringen die in het Alhambra zijn toegepast.

De Moorse woning in de Middeleeuwen

Het Alhambra telt diverse paleizen, waarvan er drie met kop en schouders boven de rest uitsteken: het Mexuar, het Comares en het Leeuwenpaleis. Daarover morgen meer. Ze werden op verschillende momenten gebouwd en waren onderhevig aan diverse veranderingen door de tijd heen. Het geheel is te beschouwen als een uit de kluiten gewassen weerspiegeling van de Moorse woning.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (2)”

Het Alhambra: een hemels paradijs (1)

Het Alhambra

Op de kale heuvel La Sabika, aan de zuidoostelijke grens van de Andalusische stad Granada, ligt een middeleeuwse stad die in al haar oude glorie jaarlijks door duizenden toeristen wordt bezocht. Een dubbele verdedigingsmuur schermt deze Moorse stad met haar rijk gedecoreerde paleizen en paradijselijke tuinen af van nieuwsgierige blikken. Men noemt dit fort-paleis het Alhambra en we hebben dit Werelderfgoed aan de Moorse dynastie der Nasriden te danken, en tevens ook aan de bewoners die hierna volgden.

Het Alhambra heeft velen geïnspireerd, waaronder de negentiende-eeuwse schrijver Washington Irving, die in 1829 enkele maanden in dit fort-paleis verbleef. Veel kan ik niet toevoegen aan de verhalen van degenen die mij zijn voorgegaan, maar ik kan het niet laten om de pracht en praal te beschrijven die ik twee keer met eigen ogen heb mogen aanschouwen. In dit eerste van vijf blogs focus ik op het Alcazaba en de medina.

Lees verder “Het Alhambra: een hemels paradijs (1)”