Gravin Judith in Gent

Judith, geschilderd door Albrecht de Vriendt (1889)

Oké, het is nét geen tien. Het is een tien min. Maar de Judith-expositie in de Sint-Pietersabdij in Gent is de beste archeologische tentoonstelling in jaren. Het aanbod is precies groot genoeg om tot je te kunnen nemen zonder moe te worden, de voorwerpen zijn perfect gekozen, de uitleg is voorbeeldig, de inrichting deugt en het onderwerp is belangrijk. En dat onderwerp is niet de Karolingische prinses Judith.

Het onderwerp is het graf dat bekendstaat als S127. Het is in 2006 aangetroffen bij de aanleg van een onderaardse parkeergarage, ruwweg voor de ingang van de huidige abdijkerk. Een koolstofdatering maakte duidelijk dat het gebeente dateerde uit de negende eeuw; fysisch antropologisch onderzoek identificeerde het als het graf van een vrouw van een jaar of zestig. Omdat het graf lag binnen de grenzen van de Karolingische kerk, moest het gaan om iemand uit de absolute elite van de toenmalige samenleving.

Lees verder “Gravin Judith in Gent”

Numidische grafstèle

Grafsteen uit Mascula (Algerije), nu in het Amsterdamse Allard Pierson-museum

Vorige week blogde ik over twee Numidische votiefstèles die ik ooit in het Louvre heb gefotografeerd. Beide waren gesteld in het Punisch, dateerden uit de tweede eeuw v.Chr., waren voorzien van het “teken van Tanit” en waren afkomstig uit hetzelfde heiligdom bij Cirta (Constantine in Algerije). De ene was een gewoon bedankje van een zekere Abdeshmun aan de god Baal-Hammon, de tweede was interessant omdat degene die de stèle had opgericht een Italische naam had. Niet onmogelijk, maar ik had in de tweede eeuw v.Chr. geen Italiaan in Algerije verwacht. Zo leren we elke dag bij.

Vandaag een andere Algerijnse inscriptie, dit keer uit Mascula (het huidige Khenchela), die ik fotografeerde in het Amsterdamse Allard Pierson-museum. Deze stèle is zo’n tweehonderd jaar jonger. Terwijl de vorige inscriptie een Romein of een Italiaan documenteerde die in het Punisch een lokale godheid aanbad, is dit keer de godheid geromaniseerd. Hij is bovenaan afgebeeld: dit is Saturnus. De aloude Baäl-Hammon, de heerser van het dodenrijk, had een nieuwe naam aangenomen, ongeveer zoals in Gallië de god Lug zich was gaan tooien met de naam Mercurius.

Lees verder “Numidische grafstèle”

Een oude Groninger

Skelet van een man uit Ezinge (Museum Wierdenland)

De Friezen spreken van terpen, de Groningers hebben het over wierden, de Duitsers kennen Warften en de Denen værfter, maar ze bedoelen allemaal dezelfde heuvels waarop de bewoners van het antieke kustlandschap hun boerderijen bouwden. Archeologen dateren de oudste woonheuvels rond 500 v.Chr. en vermoedelijk zijn ze eigenlijk bij toeval ontstaan: waar mensen wonen, werpen ze afval neer en waar vee loopt, valt mest. Als de zee in de buurt is, is het slim om, wanneer je huis moet worden vervangen, het nieuwe huis te bouwen op de resten van het oude, omdat je dan wat hoger zit en grotere kans hebt boven de branding te blijven.

Later werden de heuvels kunstmatig verhoogd. Sommige zijn wel zes meter hoog. De boerderijen zelf hadden vaak een verhoogde bodem, als een extra garantie dat de bewoners geen natte voeten zouden krijgen. Als u een idee wil krijgen van het comfort van zo’n huis, kijk dan eens in Archeon in Alphen aan den Rijn, waar twee huizen zijn nagebouwd die zo rond 300 v.Chr. stonden in het Groningse Ezinge.

Lees verder “Een oude Groninger”

Zuigelingensterfte

Een loden waterleidingsbuis (met bronzen kranen) uit het antieke Himera (Archeologisch Museum, Palermo)

We hebben in Nederland een stuk of wat Valkenburgen en één daarvan ligt halverwege Leiden en Katwijk. Een Romein zou hebben gezegd: halverwege Matilo en Lugdunum ligt Praetorium Agrippina, het keizerlijke hoofdkwartier (praetorium) dat is vernoemd naar de moeder van Caligula, Agrippina. Het fort in kwestie is opgegraven bij de huidige kerk en een van de best-bewaarde militaire nederzettingen uit de Oudheid. Even stroomopwaarts is de opgraving van het Marktveld, waar onder meer 145 graven zijn gevonden.

Die mensen waren niet gecremeerd maar onverbrand begraven. Dat is geen standaardpraktijk maar is ook niet heel uitzonderlijk. Wat wél uitzonderlijk is, is dat er 114 kindergraven bij waren, waarvan negentig zuigelingen. En dat klopt niet. Als je 145 graven hebt, zou je volgens de antieke mortaliteitsstatistieken ruwweg evenveel baby’s als kinderen als volwassenen moeten vinden. Van alle mensen werd ruwweg een derde maximaal één, werd een derde maximaal twaalf en werd een derde volwassen. In plaats daarvan stierf drie vijfde in het eerste levensjaar.

Lees verder “Zuigelingensterfte”

Meisje met duiven

Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)
Grafreliëf van een meisje (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik ben nooit in New York geweest; de bovenstaande foto kreeg ik van een bevriend echtpaar dat het Metropolitan Museum of Art wel heeft bezocht. Het is een reliëf uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., gevonden op het Griekse eiland Paros, dat rijk is aan goed marmer. Veel klassieker krijg je het niet.

Er zijn meer van dit soort reliëfs, die meestal afkomstig zijn van antieke grafvelden. Het meisje is dus overleden. De kinderziekten waren destijds nog dodelijk. Hoe oud zou ze zijn geweest?

Lees verder “Meisje met duiven”

Nobelprijs Geneeskunde

De Nobelprijs van Hendrik Lorentz (Teylers Museum, Haarlem)

Rond het midden van de negentiende eeuw was de gemiddelde levensduurverwachting van een baby ongeveer veertig jaar. De zuigelingensterfte was hoog en de kinderziektes waren nog levensbedreigend. Een kind dat de eerste jaren van zijn leven doorstond, had echter een goede kans ook nog zestig of zeventig te worden.

Rond 1895 lag de levensduurverwachting al aanzienlijk hoger, rond 1970 was ze opgelopen tot zeventig en rond 1995 tot zo’n vijfenzeventig à tachtig. Toen ik tien jaar geleden mijn boekje over futurologie schreef, bestond er consensus dat we er rekening mee moesten houden dat mensen nog ouder zouden gaan worden, en inderdaad: twee weken geleden werd gemeld dat de helft van de westers meisjes anno 2013 mag verwachten honderd jaar oud te worden. Chronisch bejaard. Lees verder “Nobelprijs Geneeskunde”

Egyptisch kindergraf

Grafstele uit Abydos (Metropolitan Museum, New York)
Stèle bij een kindergraf uit Abydos (Metropolitan Museum, New York)

Ik ben momenteel bezig met de voorbereiding van een reis naar Egypte, later dit jaar, en om inspiratie op te doen bladerde ik eens door wat oude foto’s. Zo vond ik het bovenstaande grafreliëf, dat in de vierde eeuw na Chr. is vervaardigd in Abydos. Ik houd over het algemeen meer van de expressieve, ietwat primitief ogende provinciale kunst uit het Romeinse Rijk dan van de volmaakte marmeren standbeelden in de Griekse en Italiaanse musea, en dit is geen uitzondering. Dit reliëf vind ik echt mooi.

Middenin staan de vier overledenen. De Griekse inscriptie zegt dat dit de grafsteen is “van Pekysis, zoon van Aruotes”, en van zijn broer Pachoumis, en van de eerste Tbaikis en de nieuwe Tbaikis”. Blijkbaar is één Tbaïkis (de Griekse weergave van de oude Egyptische naam Tabaket) gestorven aan een kinderziekte, werd daarop een volgende dochter dezelfde naam gegeven en is ook dat meisje vroeg overleden. Zulke familiedrama’s waren in de oude wereld overigens volkomen normaal: de zuigelingensterfte nam één derde van de baby’s weg en van de resterende kinderen overleed de helft aan een kinderziekte. Wie lichamelijk volwassen werd, had daarna een goede kans vijftig of zestig te worden.

Lees verder “Egyptisch kindergraf”