Titus Livius (1): biografie

Zomaar een jonge Romein, niet per se Titus Livius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Ooit, lang geleden, nog in de vorige eeuw, had ik een website over de Oudheid, die hing onder een Planet-account en een URL had die eindigde op /~lende045. Dat was onhandig en ik besloot een domeinnaam te registreren. Een vernoeming naar de geboren verhalenverteller Herodotos leek me wel wat. Herodotus.com dus. Maar die naam was al vergeven. Livius.com dan, vernoemd naar die andere geboren verteller van historische verhalen? Die naam was al in handen van een Roemeense tandarts. En dus koos ik voor Livius.org. Achteraf bedacht ik: ik had ook Herodotus.org kunnen kiezen. Of een variant met Herodotos.

Wie was Livius, behalve een geboren verteller van historische verhalen? Omdat ik op vakantie ben, heb ik zeven stukken voor u klaargezet over de Romeinse auteur. Belangrijk om te onthouden: hij is geen historicus in de normale zin des woords, dus iemand die aan de hand van een genuanceerd causaliteitsbegrip probeert het verleden te verklaren. (Verklaren is wat het verslag maakt tot meer dan een opsomming; het genuanceerde causaliteitsbegrip is een voorwaarde voor hedendaagse wetenschappelijkheid.) Eerder was Livius een voorloper van de geschiedvorsing, zoals de alchimist voorafgaat aan de chemicus en de astroloog an de astronoom.

Lees verder “Titus Livius (1): biografie”

Gallio, Seneca en Mela

Een voorname Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Het was 52 na Chr., het was in Korinthe en Paulus had het weer eens aan de stok met mensen die niet op nieuwlichterij zaten te wachten. Ik heb het incident al eens beschreven: joodse burgers sleepten de apostel voor het gerecht, waar de Romeinse gouverneur, Gallio, zei dat hij niet kon oordelen over joodse rechtsregels.noot Handelingen 18.

Lucius Junius Gallio Annaeanus

Die Gallio, die kennen we. Hij heette voluit Lucius Junius Gallio Annaeanus en was de broer van Seneca. Dat Paulus, om zo te zeggen, slechts één handdruk was verwijderd van de beroemde senator-filosoof, was voor vrome vervalsers een onweerstaanbaar aantrekkelijk gegeven, en zo komt het dat in de Late Oudheid een onechte briefwisseling tussen de twee auteurs circuleerde. Gallio zelf is echter ook een interessante man.

Lees verder “Gallio, Seneca en Mela”

Romeins Andalusië

Een Iberisch-Romeinse dame (Archeologisch Museum, Córdoba)

Toen de Romeinse troepen rond 208 v.Chr. aankwamen in het huidige Andalusië, betraden ze een wereld waarop niets hun had voorbereid. Er waren steden en heuvelforten, er waren metaalmijnen, er waren uitgestrekte akkers en boomgaarden, en langs de kust lagen havensteden, waar kooplieden aankwamen en vertrokken naar alle plaatsen langs de Middellandse Zee. Ergens achteraan, niet ver van de monding van de Guadalquivir, lag Cádiz, waar schepen aanlegden met goud uit de Bambouk en tin uit Armorica. De Romeinen zouden dit gebied, dat ze eerst Hispania Ulterior (“het verre Spanje”) en later Baetica noemden, nooit meer opgeven.

Baetica is vernoemd naar de rivier de Baetis, die wij Guadalquivir noemen. Dat is een arabisme: het betekent Grote Rivier. Maar ook Baetis was al een semitische naam. Net als Guad is Baetis afgeleid van een woord dat rivier betekent, denk maar aan wadi. Het eerdere semitisme illustreert de vroege aanwezigheid van Fenicische kolonisten en Karthaagse heersers. Ook een naam als Málaga, “koningsstad”, is Fenicisch, terwijl het eerste element in Córdoba het Fenicische woord qrt weergeeft, “stad”. De Feniciërs dreven al sinds de negende eeuw v.Chr. handel met een lokaal IJzertijd-koninkrijk, dat we gewoonlijk Tartessos noemen. Deze naam leeft voort in die van het volk dat woonde op de vruchtbare vlakte bezuiden de Guadalquivir, de Turdetaniërs.

Lees verder “Romeins Andalusië”

De Karolingische Renaissance (1)

Een Exodus-manuscript; het onderste deel is geschreven in Karolingische minuskels die tijdens de Karolingische Renaissance werden geïntroduceerd.

In eerdere blogjes heb ik het gehad over mensen als Cassiodorus en de Ierse monniken die, in de tijd na de desintegratie van het Romeinse staatsapparaat in West-Europa, antieke teksten bleven kopiëren. Er is een beeldspraak – ik weet niet van wie – dat zij bij de stadspoort stonden en de West-Europese mensen, die de Oudheid verlieten en op reis gingen naar de Middeleeuwen, nog iets te lezen meegaven. Ik heb dat altijd een mooi beeld gevonden. Het stond me voor de geest toen ik LiviusOrg maakte.

Hoe ging het verder? Ik schreef al over de Europese monniken die de door Cassiodorus en de Ierse monniken begonnen kopieeractiviteit voortzetten. Eigenlijk is dat de culturele analogie van de wetgevingsactiviteit van de post-Romeinse vorsten. Voor een koning was het uitvaardigen van wetten core business; het overschrijven van teksten was dat niet en werd overgelaten aan de kerk. Dat begon te veranderen met de “Karolingische Renaissance”.

Lees verder “De Karolingische Renaissance (1)”

Het Colosseum (8): protest

Seneca was nooit in het Colosseum, maar protesteerde tegen de barbaarsheid (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het laatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Slechts weinigen protesteerden tegen de bloederige jachtpartijen, executies en gevechten in het Colosseum. Enkele christelijke auteurs ontrieden hun geloofsgenoten de gang naar het amfitheater omdat ze het vermaak als heidens beschouwden, wat iets anders was dan een veroordeling van het spektakel als zodanig. Bovendien werd hun raad in de wind geslagen: de al genoemde nieuwsgierigheid van een Alypius is representatief.

Seneca over gladiatoren

Daarnaast waren er filosofen die protest aantekenden tegen de onmenselijkheden, zoals Seneca, die overigens in 56 na Chr. zelf spelen had georganiseerd:

Lees verder “Het Colosseum (8): protest”

De avonturen van Publius Sittius

De trofee van Publius Sittius (Museum van Annaba)

Als ik u zeg dat het medio mei was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar eind maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u alweer te zijn beland in een nieuwe blogje over de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals wel vaker gaat het vandaag alleen indirect over hem. Hij was, na de verovering van Zama, teruggekeerd naar Utica, waar hij allerlei bestuurszaken regelde. Het was nog winter, het kon stormachtig zijn en het was vooralsnog beter de oversteek naar Italië uit te stellen. Hij moet in deze tijd een blik hebben geworpen op de ruïnes van Karthago en hebben besloten de stad te herbouwen, precies een eeuw nadat Scipio Aemilianus haar had verwoest.

Lees verder “De avonturen van Publius Sittius”

De Late Stoa: Zelfprogrammeren

[Laatste van vier stukjes over Epiktetos en de Late Stoa. Het eerste was hier.]

Bij de filosofie van Seneca en Epiktetos krijgt de moderne lezer al snel het idee dat de gegeven adviezen makkelijker zijn gegeven dan opgevolgd. Daar waren ze zich zelf ook van bewust. Het accepteren van de dingen zoals ze zijn, en het leren om daar zelfs van te houden, is volgens de late stoïcijnen niet zomaar te bereiken door genoeg kennis te vergaren, zoals de vroege stoïcijnen meenden. Het is een geestelijke oefening.

Het overwinnen van woede vergt al een hele inspanning. En het overwinnen van verdriet lukt Seneca absoluut niet, geeft hij zelf toe, in het bijzonder waar het gaat om het verlies van dierbaren. Lees verder “De Late Stoa: Zelfprogrammeren”

Seneca (5): Seneca en de dood

Seneca en Sokrates. Herme uit Rome, nu in het Altes Museum in Berlijn.

Ook al deelde de Stoa veel van de gangbare antieke opvattingen over het leven als een opdracht andere mensen te helpen, de stoïcijnen meenden ook dat een mens het recht had zijn eigen leven te beëindigen. Daarvoor waren wel enkele voorwaarden.

Geluk versus leven

Iedereen heeft de taak tot nut te zijn van het geheel, of anders van een klein deel daarvan. Als dat niet lukt, heeft hij de taak tot nut te zijn van zichzelf. Wie niet tot nut kan zijn voor de wereld, heeft tenminste nog de plicht tot nut te zijn voor zijn directe naasten. Als dat door omstandigheden niet lukt, heeft hij de plicht om voor zichzelf te zorgen en gelukkig te zijn.

Als iemand zelf echter oordeelt dat hij door omstandigheden niet meer in staat is tot het vervullen van zijn plicht, kan hij oordelen dat zijn eigen leven voorbij mag zijn, en is zelfdoding gerechtvaardigd en toegestaan. Deze gedachte ligt in het verlengde van de in onze ogen nogal wrede gewoonte van de Romeinen om gehandicapte of ongewenste kinderen om het leven te brengen. Gelukkig zijn was in de Romeinse maatschappij belangrijker dan het leven.

Lees verder “Seneca (5): Seneca en de dood”

Seneca (4): Gehecht en onthecht

Ajax overweegt zelfmoord (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

In veel culturen, en ook in onze moderne tijd, is zelfdoding taboe en hulp bij zelfdoding strafbaar. Dit heeft een religieuze oorsprong. Het begrip zelfdoding staat op gespannen voet met religie, dat het leven doorgaans opvat als opdracht. Dit idee speelt een rol in het jodendom, het christendom en de islam. Ook in de filosofie van het oude India wordt het leven beschouwd als een soort opdracht.

De Stoa deelde deze opvatting. Ook volgens de stoïcijnen heeft een persoon de plicht zijn rol in het bestaan te vervullen. Mensen zijn onderdeel van een geheel, de kosmos, en zonder de mensen om hen heen zijn zij niets.

Lees verder “Seneca (4): Gehecht en onthecht”

Seneca (3): De negatieve emoties te lijf

Giotto, De woede (Srovegni-kapel, Padua)
Giotto, De woede (Srovegni-kapel, Padua)

In zijn psychologie maakt Seneca een onderscheid tussen ‘vrijwillige reacties’ en ‘onvrijwillige reacties’. De laatste zijn onze impulsieve en emotionele reacties. De eerste zijn reacties die voortkomen uit onze eigen rationele keuzes.

Met positieve emoties hadden de stoïcijnen geen probleem. Positieve emoties zijn goed, hoewel je een echte stoïcijn nooit zal betrappen op onbezonnenheid. Onvrijwillige reacties die leiden tot positieve emoties worden naar waarde geschat, maar indien nodig tot de orde geroepen in de stoïcijnse geest.

Lees verder “Seneca (3): De negatieve emoties te lijf”