Misverstand: De stad Nijmegen

Agrippa, de stichter van Nijmegen (Altes Museum, Berlijn)

Trajanus gold als een goede keizer en dat hij hier en daar een modern standbeeld heeft gekregen is geen catastrofe. Wie Nijmegen over de Waalbrug binnenrijdt, zal er door worden begroet. Het beeld dateert uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen het aloude Keizer Lodewijkplein, aangelegd na de sloop van de Nijmeegse stadsmuur en vernoemd naar Lodewijk de Vrome, een nieuwe naam moest krijgen. Omdat oudheidkundigen toen nog dachten dat Trajanus iets voor Nijmegen zou hebben gedaan, werd het plein naar hem vernoemd en kreeg hij een beeld.

De vraag was destijds al wát hij voor Nijmegen heeft gedaan, want het enige wat vaststaat is dat de stad zich Ulpia Noviomagus is gaan noemen. Het laatste element is de eigenlijke plaatsnaam, “nieuwe markt”; het eerste element verwijst naar de familienaam van de keizer, die voluit Marcus Ulpius Trajanus heette. De aanname was destijds (als ik het wel heb) dat die naam is verleend met het recht om markt te houden, nundinas habere. Op zeker moment zou Nijmegen ook de rang van municipium hebben gekregen, wat bepaalde juridische rechten en plichten voor de burger met zich zou hebben meegebracht.

Lees verder “Misverstand: De stad Nijmegen”

#Romeinenweek: stedelijke rechten

Agrippa omstreeks 20 v.Chr. (Louvre)

Ik had er eigenlijk niet over willen bloggen, maar het onderwerp dook in vier dagen drie keer op: wat is de oudste stad van Nederland? Die vraag leeft nogal in Maastricht, dat ooit toeristen lokte met de slagzin “Maastricht staat op zijn Romeinse verleden” en in Nijmegen, dat elke decennium een ander stichtingsjaar lijkt te hebben.

De eeuwige negentiende eeuw

Als ik het goed zie – en ik wil niet beweren dat ik álles heb gelezen – is het in feite een negentiende-eeuws discussie. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, is er te weinig informatie over de oude wereld en spelen de vooronderstellingen van de oudheidkundige een belangrijke rol bij de interpretatie van de schaarse data. Dat is de aard van het vak, maar als je niet oppast neem je de vooronderstellingen van je voorgangers over. En dat lijkt hier te zijn gebeurd: in de negentiende eeuw ging men ervan uit dat er zoiets was geweest als Romeins stadsrecht, zoals dat in de Middeleeuwen ook had bestaan.

Lees verder “#Romeinenweek: stedelijke rechten”